# Rechtbank Rotterdam, 04-06-2026 (C/10/719481 / JE RK 26-900)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Rotterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBROT:2026:7529
- Date: 2026-06-04
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBROT%3A2026%3A7529
- Canonical: https://overview.legal/posts/109041
- Topics: Minors

## Summary

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

## Full text

RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/719481 / JE RK 26-900 Datum uitspraak: 4 juni 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland Zuid , gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader; - twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] . 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 juni 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 6 juni 2026. 3. Het verzoek van de GI 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. De GI handhaaft het verzoek ter zitting en verwijst naar de inhoud van het verzoekschrift. Ter aanvulling brengt de GI naar voren dat hoewel enige vertraging is opgelopen met de opstart van JeugdProfs, zij nu op korte termijn starten. Aanvankelijk was JeugdProfs bedoeld om de periode te overbruggen tot een gezinsopname van Gezin Totaal mogelijk was. Omdat het echter niet wenselijk is voor de kinderen om meer school te missen, wordt (voorlopig) afgezien van een gezinsopname. JeugdProfs zal nu eerst in kaart brengen welke ondersteuning nodig is. Op deze manier wil de nieuwe jeugdbeschermer aansluiting vinden bij de behoeften van het gezin. De komende periode zal ingezet worden op het stabiliseren van het gezin en het in beeld krijgen van de behoeften van de kinderen. Voordat eventuele traumatherapie voor de kinderen mogelijk is, zal de situatie bij beide ouders afzonderlijk voldoende stabiel moeten zijn. 4 De standpunten 4.1. Door de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Zij voelt zich onvoldoende serieus genomen en onvoldoende gehoord in wat zij over de kinderen en de hulpverlening naar voren heeft gebracht. Door de uithuisplaatsing afgelopen jaar en de wijze waarop daarover is gerapporteerd, is veel vertrouwen verloren gegaan. In de hulpverlening is onvoldoende rekening gehouden met de neurodivergentie van de kinderen en met haar eigen autisme. De uithuisplaatsing heeft de kinderen ernstig beschadigd. Zij zijn bang geworden en hebben verlatingsangst ontwikkeld. Met de huidige jeugdbeschermer ervaart de moeder meer aansluiting. Onder de huidige omstandigheden is een verlenging van de ondertoezichtstelling mogelijk nodig, omdat het afgelopen jaar nog onvoldoende is gebeurd. De moeder benadrukt dat er zo snel mogelijk ingezet moet worden op passende hulp voor de kinderen. 4.2. Door de vader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Hij woont conform de veiligheidsafspraken niet thuis, zodat de kinderen thuis bij de moeder kunnen wonen. Hij verblijft nu op een camping, en dit valt hem zwaar. Ook ziet hij de kinderen te weinig. De communicatie daarover moet beter. De kinderen vragen vaak naar hem en hij weet niet goed wat hij hun over zijn verblijfplaats moet vertellen. Hij en de moeder zijn geen slechte ouders, maar functioneren niet goed samen. De vader betwist de noodzaak van hulpverlening op zichzelf niet en blijft bereid om mee te werken. Hij ervaart echter dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling door de jeugdbescherming, mede door wisselingen en onduidelijke communicatie, de escalatie juist in de hand heeft gewerkt in plaats van rust te brengen. Voor een verlenging vindt hij het daarom essentieel dat er continuïteit in de begeleiding komt en dat er specifieke expertise wordt ingezet op het gebied van autisme en ADHD binnen het gezin. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De zorgen die ten grondslag lagen aan de lopende ondertoezichtstelling zijn nog niet voldoende weggenomen. Er is nog steeds sprake van onrust en instabiliteit in de opvoedsituatie. De ouders gaan uit elkaar, maar er is nog veel onduidelijk. De vader woont niet meer thuis en heeft nog geen eigen woning. Daarbij moet het contact met de kinderen nog passend worden ingericht. Uit het dossier en de mondelinge behandeling komt verder naar voren dat de kinderen veel hebben meegemaakt en dat er zorgen zijn over (verlatings)angst en onzekerheid. Zij lijken op dit moment nog veel onrust te ervaren. Het is echter nog niet duidelijk welke hulp het best aansluit bij wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nodig hebben. Daarmee is nog steeds sprake van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van beide kinderen. 5.3. De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkelingsbedreiging op dit moment nog niet (althans onvoldoende) kan worden weggenomen met hulp in het vrijwillig kader. In het afgelopen jaar is gebleken dat de benodigde hulpverlening onvoldoende van de grond is gekomen en dat regie nodig blijft om passende hulp in te zetten. De komende periode moet duidelijk worden welke hulp de ouders nodig hebben, zo nodig ook ter versterking van de opvoedvaardigheden. Ook moet in beeld worden gebracht welke hulp [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nodig hebben, mede gelet op wat zij het afgelopen jaar hebben meegemaakt en de zorgen die er zijn over angst en onzekerheid. Daarnaast moet de omgang tussen de vader en de kinderen op een passende manier verder vorm krijgen. Voor deze doelen is regie vanuit de GI nog steeds noodzakelijk. 5.4. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar. De kinderrechter spreekt richting de ouders waardering uit dat zij, ondanks de moeilijke periode waarin zij verkeren, erin slagen om gezamenlijk betrokken te zijn bij de kinderen en hun belangen voorop te stellen. Op basis van wat ter zitting is besproken, heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de samenwerking met de GI de komende periode verder kan worden verbeterd en dat van daaruit de noodzakelijke stappen voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen worden gezet. 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 6 juni 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 15 juni 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/109041 · 2026-07-16
