Rechtbank Rotterdam, 05-03-2026 (FT RK 25/1940)
Verzoek dwangakkoord toegewezen. Saneringskrediet. JES-traject
How it connects
Related across sources
Full text
Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer 1] uitspraakdatum: 5 maart 2026 in de zaak van: [naam 1] , wonende te [straatnaam] [postcode] [woonplaats] , verzoekster. 1 De procedure Verzoekster heeft op 23 oktober 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten: - NS Klantenservice afdeling Schuldregeling, in behandeling bij LAVG Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders (hierna: NS Klantenservice); die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. LAVG heeft namens NS Klantenservice voorafgaand aan de zitting op 17 februari 2026 een verweerschrift toegezonden. Ter zitting van 19 februari 2026 zijn verschenen en gehoord: mevrouw [naam 1] , verzoekster; mevrouw [naam 2] , persoonlijk begeleider, werkzaam bij het Leger des Heils; de heer [naam 3] , jongerencoach werkzaam bij het jongerenloket van de gemeente Rotterdam; mevrouw [naam 4] , schuldhulpverlener werkzaam hij Geldplein. NS Klantenservice is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op 26 februari 2026 en door onvoorziene omstandigheden aangehouden tot heden. Bij e-mailbericht van 19 februari 2026 heeft schuldhulpverlening, zoals ter zitting toegezegd, aanvullende stukken aan de rechtbank toegestuurd. Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift (thans) negen concurrente schuldeisers (met elf vorderingen). Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 5.526,25 van verzoekster te vorderen. 2 Het verzoek Verzoekster heeft bij brief van 24 juli 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 19,21% tegen finale kwijting. Dit percentage bedraagt thans 20,25%. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op de ongewijzigde voortzetting van haar inkomsten uit studiefinanciering en zorgtoeslag. Verzoekster is 19 jaar en woont (samen met haar zoontje van acht maanden oud) begeleid in een kamer in een woonvoorziening van het Leger des Heils. Verzoekster krijgt woonbegeleiding, financiële begeleiding en hulp bij de opvoeding van haar zoontje. Verzoekster volgt een fulltime BOL-opleiding, niveau 2, die tot februari 2027 duurt. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat de studiefinanciering voor een BOL-opleiding op niveau 2 een gift betreft (en geen lening zoals in het verweerschrift is gesteld). Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. De jongerencoach heeft ter zitting verklaard dat verzoekster het traject Jongeren en Schulden doorloopt (hierna: JES-traject). Dit betekent dat door Geldplein in één keer het aangeboden bedrag aan de schuldeisers wordt uitgekeerd en dat verzoekster het saneringskrediet ‘aflost’ door tijdens het JES-traject aan haar prestatiedoelen te werken. De jongerencoach heeft verder verklaard dat het JES-traject is opgezet om jongeren zonder of met een lage afloscapaciteit een kans te bieden om sterk in de maatschappij te komen en om hun schulden af te betalen. Hoewel verzoekster conform de vtlb-berekeningen geen afloscapaciteit heeft, kan men vanuit het JES-traject toch een percentage aan de schuldeisers aanbieden. De jongerencoach, de persoonlijk begeleider en schuldhulpverlening zijn unaniem in hun standpunt dat het voortijdig beëindigen van het JES-traject niet in het belang van verzoekster zal zijn. Het is niet de verwachting dat als verzoekster zou gaan werken, de afloscapaciteit binnen afzienbare tijd zal toenemen. Het gaat nu heel goed met verzoekster, maar als zij zou worden verplicht om haar opleiding op te geven om fulltime te gaan werken, zou dit ervoor kunnen zorgen dat alles wat nu is opgebouwd, wordt afgebroken. Mogelijk zal verzoekster zelfs ‘uitvallen’. Stoppen met het JES-traject is niet in het belang van verzoekster en haar zoontje, maar het is ook niet in het belang van de schuldeisers. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. De schulden zijn door diverse omstandigheden relatief recent ontstaan, maar inmiddels heeft verzoekster hulp van het Leger de Heils, een budgetbeheerder en het jongerenloket. Verder heeft verzoekster sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden door haar zelf (onder toeziend oog van haar budgetbeheerder) voldaan. Acht schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. NS Klantenservice stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 1.093,33 op verzoekster, welke 19,9% van de totale schuldenlast beloopt. 3 Het verweer In het verweerschrift heeft NS Klantenservice onder meer gesteld dat verzoekster niet het maximaal haalbare lijkt te hebben aangeboden. Verzoekster is een 19-jarige vrouw die fulltime student is en studiefinanciering ontvangt. Inkomsten uit studiefinanciering zijn geen inkomsten, maar er is sprake van een lening, dus verzoekster laat elke maand een nieuwe schuld ontstaan. Daarnaast heeft verzoekster niet gesteld dat zij niet fulltime zou kunnen werken. NS Klantenservice wijst er daarbij op dat in de achttien maanden dat de wettelijke schuldsaneringsregeling duurt, wettelijke waarborgen bestaan om te verzekeren dat verzoekster voldoet aan haar verplichting zich in te spannen voor een fulltime dienstverband. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft NS Klantenservice geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten. 4 De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van NS Klantenservice bij haar weigering vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of NS Klantenservice in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van NS Klantenservice een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 19,9%. Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk acht van de negen schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan. De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd. De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk, maar dat zij een fulltime BOL-opleiding, niveau 2, volgt. Deze opleiding zal tot februari 2027 duren. Hoewel verzoekster thans dus geen betaalde baan heeft en niet solliciteert, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat verzoekster in de komende jaren geen inkomen zal kunnen verwerven dat haar in staat zal stellen een hoger percentage aan haar schuldeisers aan te bieden dan zij thans heeft gedaan, te weten 20,25%. Ook tijdens een eventuele wettelijke schuldsaneringsregeling acht de rechtbank dit niet aannemelijk, zelfs niet als de termijn van de schuldsaneringsregeling zou worden verlengd met de periode dat de opleiding van verzoekster duurt. Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van NS Klantenservice, die geweigerd heeft in te stemmen. Het verzoek om NS Klantenservice te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen. NS Klantenservice zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil. De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen. 5 De beslissing De rechtbank: - beveelt NS Klantenservice om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling; - veroordeelt NS Klantenservice in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil; - bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming; - wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.