Skip to content
Case Law · Rechtbank Midden-Nederland ·ECLI:NL:RBMNE:2026:3930 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Midden-Nederland, 03-06-2026 (UTR 25/4669)

Rechtbank Midden-Nederland
Summary

NOBZ bezwaar te laat ingediend. Beroep ongegrond.

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4669 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser, en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht , verweerder (gemachtigde: mr. D. Koopmans). Procesverloop 1.1 In de beschikking van 27 september 2022 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Op 13 mei 2023 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een herinnering gestuurd. Op 27 september 2023 is aan eiser een aanmaning gestuurd. Vanwege uitblijven van een betaling is vervolgens op 8 november 2023 een dwangbevel gestuurd. Omdat een volledige betaling uitbleef heeft de Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaardes B.V. (LAVG) op 11 februari 2025 aan eiser een brief gestuurd waarin staat vermeld dat indien er geen volledige betaling wordt gedaan, er beslag gelegd kan worden op het loon of de uitkering van eiser. Op 8 april 2025 heeft LAVG een kennisgeving ten aanzien van het beslag gestuurd aan eiser. Op 20 mei 2025 heeft de deurwaarder van LAVG een hernieuwd dwangbevel aan eiser in persoon betekend. 1.2 Eiser heeft op 13 april 2025 bezwaar ingediend tegen de kosten van het dwangbevel. Met de uitspraak op bezwaar van 8 juli 2025 is het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaart omdat dit te laat was ingediend. 1.3 Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiser is niet verschenen, zonder bericht van verhindering. Overwegingen 2. Eiser voert aan dat hij geen post heeft ontvangen van de heffingsambtenaar op één brief na in november 2023. Daarop heeft hij een betaling verricht. Desondanks heeft de LAVG namens de heffingsambtenaar zonder eiser hiervan in kennis te stellen een bedrag van zijn rekening geïncasseerd. 3. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken na dagtekening van het dwangbevel. Als het bezwaar te laat is ingediend wordt het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, tenzij er een geldige reden is waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. 4. Eiser heeft aangegeven dat hij maar één brief heeft ontvangen van de heffingsambtenaar ergens in november 2023. 5. De enige brief die door de heffingsambtenaar is verstuurd in november 2023 is het dwangbevel van 8 november 2023. Daarop is door eiser de gedeeltelijke betaling verricht waaruit blijkt dat hij dit dwangbevel heeft ontvangen. Het had op de weg van eiser gelegen om, als hij het niet eens was met de bijkomende kosten van het dwangbevel, binnen zes weken bezwaar te maken. Dit heeft eiser pas op 13 april 2025 gedaan. Dit is te laat. 6. De heffingsambtenaar heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. 7. Van een vergoeding van de proceskosten en/of het griffierecht is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Similar Content