Skip to content
Case Law · Rechtbank Gelderland ·ECLI:NL:RBGEL:2026:5535 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Gelderland, 10-07-2026 (C/05/464911 / FA RK 26-1129)

Rechtbank Gelderland
Summary

Verzoek eenhoofdig gezag toegewezen. Geen constructieve ouderlijke communicatie meer mogelijk door houding van de vader richting de moeder en instanties. Voor te veel gezagsbeslissingen is een procedure nodig geweest via het LET. Kinderen moesten daardoor lang wachten op onder meer hulpverlening en onderwijsaanmelding.

Full text

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Arnhem Zaakgegevens: C/05/464911 / FA RK 26-1129 Datum uitspraak: 10 juli 2026 beschikking gezag in de zaak van [naam moeder] (hierna: de moeder), wonend op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. F. van den Heuvel uit Arnhem, tegen [naam vader] (hierna: de vader), wonende te [woonplaats] , over hun kinderen: [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (hierna: [kind 1] ), [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (hierna: [kind 2] ), de rechtbank merkt als belanghebbende aan: drs. [naam curator] , mediator in [plaatsnaam] , in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over de voornoemde minderjarigen [kind 1] en [kind 2] (hierna: de bijzonder curator). de rechtbank merkt als informant aan: het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (hierna: het LET), op dit moment belast met de feitelijke uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen die voor de kinderen gelden. Het LET handelt namens de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland (hierna: de GI), gevestigd in Arnhem. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026; het F9-formulier met bijlage van mr. Van den Heuvel, ontvangen op 29 juni 2026; de stukken van de vader, ontvangen op 29 juni 2026; voorgaande beschikkingen en vonnissen over (een van) de ouders. 1.2. De zitting achter gesloten deuren is gehouden op 30 juni 2026. Daarbij zijn gehoord: de moeder met haar advocaat; de vader; de bijzonder curator; twee vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad); twee vertegenwoordigers van het LET. 1.3. De kinderen zijn om hun mening gevraagd. Zij hebben een gesprek met de kinderrechter gehad. Tijdens de zitting is samengevat wat de kinderen hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 1.4. De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken waarbij het LET de verzoeker is namens de GI met zaaknummers: C/05/467321 / JE RK 26-534 (verlenging uithuisplaatsing), C/05/464911 / FA RK 26-1129 (verlenging gedeeltelijke gezagsuitoefening), en C/05/464911 / FA RK 26-1129 (vervangende toestemming aanvraag identiteitsbewijs). 2 De relevante feiten 2.1. De moeder en de vader zijn de ouders van [kind 1] en [kind 2] . Zij hebben samen het gezag over de kinderen. 2.2. De kinderen hebben van 2 november 2018 tot 2 mei 2022 onder toezicht gestaan van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. 2.3. Op 11 januari 2024 heeft de kinderrechter de kinderen opnieuw onder toezicht gesteld van de GI. Die ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd en geldt nog tot 11 januari 2027. 2.4. Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 30 juni 2025 is de vader veroordeeld omdat hij zich in de periode van 1 november 2023 tot en met 17 oktober 2024 veelvuldig en langdurig schuldig heeft gemaakt aan doxing, smaadschrift en belediging over/van meerdere medewerkers van de jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming en een jeugdhulpaanbieder. 2.5. De kinderrechter heeft op 4 en 14 maart 2025 de verzoeken tot (spoed)uithuisplaatsing van de kinderen afgewezen. Het LET heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 14 maart 2025. De machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen is daarna bij beschikking van 23 september 2025 alsnog verleend door het gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden. Daarna is de machtiging tot uithuisplaatsing bij beschikking van deze rechtbank van 9 januari 2026 verlengd tot 11 juli 2026. 2.6. Bij beschikking van 29 oktober 2025 is de GI belast met het gezag over [kind 2] voor de aanmelding bij een onderwijsinstelling voor de duur van de uithuisplaatsing. 2.7. Bij beschikking van 27 februari 2026 is voor de duur van de ondertoezichtstelling een bijzonder curator over de kinderen benoemd. 2.8. Bij beschikkingen van 13 april 2026 is de GI belast met het gezag over [kind 1] (voor zover dat wordt uitgeoefend door de vader) voor het geven van toestemming voor een medische behandeling voor de duur van de uithuisplaatsing, te weten voor: de inschrijving bij een orthodontist in de buurt van het gezinshuis en de overdracht van het medische dossier van [kind 1] aan deze orthodontist; de inschrijving bij een tandarts in de buurt van het gezinshuis en de overdracht van het medische dossier van [kind 1] aan deze tandarts. En met het gezag over [kind 2] (voor zover dat wordt uitgeoefend door de vader) voor het geven van toestemming voor een medische behandeling voor de duur van de uithuisplaatsing, te weten voor: de aanmelding bij specialistische jeugd ggz, de daaropvolgende diagnostiek en indien geïndiceerd een (medicamenteuze) behandeling; de inschrijving bij de tandarts in de buurt van de groep, overdracht van het medische dossier aan deze tandarts, periodieke controles en indien noodzakelijk behandeling; de inschrijving bij de huisarts in de buurt van de groep, overdracht van het medische dossier aan deze huisarts en indien noodzakelijk behandeling. 2.9. Bij vonnis van 5 juni 2026 heeft de voorzieningenrechter – samengevat en voor zover hier relevant – het volgende beslist: de vader is verboden op enigerlei wijze uitlatingen openbaar te maken, te plaatsen of te laten plaatsen over of waarin wordt gerefereerd aan één of meer (huidige of voormalige) medewerkers van de GI en/of het LET; de vader is verboden om uitlatingen openbaar te maken die naar aard of strekking opruiend, haatzaaiend dan wel anderszins onrechtmatig zijn, waaronder in ieder geval uitingen zoals die waarin de GI en/of het LET (of de bij hen werkzame personen als groep): a) worden aangeduid als — of beschuldigd van het zijn van— "kinderhandelaar(s)", "kinderdief/kinderdieven", "ontvoerder(s)", "kinderontvoerder(s)", "verkrachter(s)", “mishandelaar(s)", "(kinder)misbruiker(s)", "viespeuk(en)", "fraudeur(s)", "Landelijk Extremisten Tuig", "Leugenaars Extremisten Tuig", "Extremisten Tuig", "(vies smerig) tuig”, dan wel met andere aanduidingen van naar aard en strekking gelijke ernst; b) worden afgeschilderd als deel van een crimineel netwerk gericht op kinderhandel, kindermishandeling of kindermisbruik; of c) ten aanzien van wie wordt opgeroepen tot of wordt gedreigd met "ophangen", "tentoonstellen", "tribunalen", lijfstraffen of enig ander geweld; ook is het de vader verboden om persoonsgegevens van de medewerkers van de GI en/of het LET op enigerlei wijze openbaar te maken, te verspreiden of anderszins ter beschikking te stellen aan derden; en moest de vader binnen 48 uur na betekening van dat vonnis alle uitingen in welke vorm dan ook die hij heeft gedaan over of waarin hij refereert aan één of meer (huidige of voormalige) medewerkers van de GI en/of het LET van al zijn social media-accounts, websites en overige door hem beheerde online kanalen verwijderen en verwijderd (te doen) houden. 3 Het verzoek van de moeder 3.1. De moeder vraagt de rechtbank om, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: - het gezamenlijk gezag van de ouders over de kinderen wordt beëindigd en de moeder voortaan alleen het gezag over de kinderen heeft. 3.2. De moeder is van mening dat de kinderen klem en/of verloren blijven zitten tussen de ouders zolang de vader in beeld blijft bij belangrijke gezagsbeslissingen. De vader is niet in staat om de belangen van de kinderen te laten prevaleren boven zijn persoonlijke emoties en behoeften. De vader laat zijn (gezags)beslissingen afhangen van die emoties. De vader is het niet eens met de omgang tussen de moeder en de kinderen, niet met de ondertoezichtstelling, niet met de uithuisplaatsingen en niet met de betrokkenheid van het LET. Vanuit die weerstand werkt de vader nergens aan mee. Ook niet als de belangen van de kinderen die medewerking noodzakelijk maken. Inmiddels communiceren de ouders niet meer, omdat het contact altijd verzandt in beschuldigingen en verwijten van de vader naar de moeder. De moeder heeft ook aangifte gedaan van smaad en laster. Omdat de kinderen beschadigd zijn, is de verwachting dat er de komende jaren nog veel moet worden geregeld en ingezet qua hulpverlening. Het is voor de moeder erg belastend om steeds tegenover de vader te moeten staan in de rechtbank. De moeder heeft het verzoek tot eenhoofdig gezag gedaan, omdat een gezagsbeëindiging op verzoek van de Raad een ander (zwaarder) criterium kent voor het herstel van het gezag. Bij beëindiging van het gezamenlijk gezag op verzoek van een ouder kan echter, indien de vader in de toekomst toch nog in staat blijkt tot samenwerking met de moeder en hulpverlening, het gezamenlijk gezag weer aangevraagd worden. De moeder heeft daarin dus de minst ingrijpende mogelijkheid gekozen. 4 Het verweer van de vader 4.1. De vader heeft op 29 juni 2026 fysiek stukken ingediend bij de rechtbank. De omvang daarvan is ongeveer 200 pagina’s. De opbouw is als volgt. Er is één ‘processtuk’ met de titel ‘verweerschrift beëindiging gezamenlijk gezag’ met en vijftal bijlagen (grievenbundel, correspondentie met de rechtspraak, verslag van de bijzonder curator, correspondentie met de moeder en correspondentie met Karakter en het LET). De vader stelt dat dit één integraal processtuk betreft en dat het gehele dossier integraal bij de beoordeling moet worden betrokken. De vader verzoekt: de toepasselijke rechtsgronden ambtshalve aan te vullen; de wettelijke noodzaaktoets volledig en zelfstandig uit te voeren; de waarheidsplicht van artikel 21 Rv strikt te toetsen; de grievenbundel integraal bij de beoordeling te betrekken, ambtshalve de bevoegdheid, procespositie en bewijswaarde van het LET en de betrokken GI te toetsen alvorens enige beslissing te nemen. En om ambtshalve te toetsen: of is voldaan aan de waarheidsplicht van artikel 21 Rv; of de juiste rechtsgronden overeenkomstig artikelen 24 en 25 Rv zijn toegepast; of verzoekster heeft voldaan aan haar bewijslast; of de rapportages waarop het verzoek steunt voldoen aan de eisen van objectiviteit, controleerbaarheid en zorgvuldigheid; en of daadwerkelijk is voldaan aan de wettelijke eisen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzakelijkheid die gelden voor een beëindiging van het ouderlijk gezag. 4.2. Inhoudelijk verweert de vader zich tegen het verzoek van de moeder. Hij vraagt om: dat verzoek integraal af te wijzen; vast te stellen dat verzoekster niet heeft aangetoond dat is voldaan aan de wettelijke vereisten; vast te stellen dat de feitelijke grondslag van het verzoek onvoldoende objectief, controleerbaar en verifieerbaar is onderbouwd; de door hem overgelegde grievenbundel, producties en overige bewijsstukken die betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex integraal bij de beoordeling te betrekken; ambtshalve te toetsen op welke wettelijke grondslag de door het LET opgestelde rapportages, plannen van aanpak en overige processtukken in deze procedure worden gebruikt en welke zelfstandige bewijswaarde daaraan kan worden toegekend; uitsluitend die feiten en stukken aan de beslissing ten grondslag te leggen waarvan de herkomst, bevoegdheid, totstandkoming en inhoud objectief kunnen worden vastgesteld. Subsidiair vraagt de vader om – indien de rechtbank van oordeel is dat het dossier onvoldoende duidelijkheid biedt om tot een zorgvuldig oordeel te komen – iedere inhoudelijke beslissing aan te houden totdat de noodzakelijke feiten volledig zijn vastgesteld, de bevoegdheid en bewijswaarde van de onderliggende stukken zijn beoordeeld en partijen zich daarover volledig hebben kunnen uitlaten. Meer subsidiair vraagt hij iedere beslissing te nemen die de rechtbank, met inachtneming van de belangen van [kind 1] en [kind 2] , de toepasselijke nationale en internationale rechtsnormen en de fundamentele beginselen van een eerlijk proces, juist acht. 4.3. Tijdens de zitting heeft de vader nog een aantal stellingen ingenomen. De inhoud daarvan is opgenomen in het proces-verbaal. Die stellingen komen samengevat op het volgende neer: de procedure voldoet niet aan artikel 6 EVRM; een eerlijk proces mag niet afhangen van juridische bijstand. Alle stukken van de vader moeten aan de wet en het belang van de kinderen worden getoetst. Tijdens de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is onvoldoende gekeken naar proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid. Hierdoor is artikel 8 EVRM geschonden. Het belang van de kinderen is ondergeschikt gemaakt aan het vasthouden aan genomen besluiten. Belastende informatie werd als vaststaand gezien, terwijl ontlastende feiten onvoldoende zijn meegenomen. De rechtbank moet op grond van artikel 25 Rv relevante rechtsgronden aanvullen en wetgeving integraal toepassen. De uitvoering van de maatregelen schaadt de relatie tussen de vader en de kinderen. De contactbeperkingen zijn onnodig en slecht gemotiveerd, wat loyaliteitsconflicten bij de kinderen veroorzaakt. Contactbeperkingen zijn alleen toegestaan bij actuele noodzaak. De kinderen hebben recht op een normale relatie met hun ouders. Het rapport van de bijzonder curator wijst op schade aan de identiteitsvorming van de kinderen. Er is onvoldoende gedaan om ouderverstoting te voorkomen. Het LET handelde oncontroleerbaar en mogelijk strafbaar, maar de aangifte van de vader wordt belemmerd. Er is sprake van valsheid in geschrifte en samenspanning, mogelijk georganiseerde misdaad (artikel 140 Sr). De conclusies van de andere partijen missen onderbouwing en zorgvuldige besluitvorming. Ook deed de vader aangifte van smaad en laster door de moeder. 5 Het advies van de Raad 5.1. De Raad adviseert het verzoek van de moeder toe te wijzen. Er is geen communicatie mogelijk tussen de ouders. Er is veel loyaliteitsproblematiek. Eenhoofdig gezag zorgt voor meer rust in de situatie. 6 De mening van het LET 6.1. Het LET steunt het verzoek van de moeder. De moeder is in staat om gezagsbeslissingen te nemen over de kinderen, de vader niet. Het nemen van beslissingen over bijvoorbeeld onderwijs, medische beslissingen en de aanvraag van een ID-kaart duurt onnodig lang, omdat de vader geen toestemming geeft. Dat is niet in het belang van de kinderen. Hiervoor zijn steeds procedures nodig. Bovendien kan van moeder niet verwacht worden dat zij nog communiceert met de vader, omdat dat onveilig is voor haar. Volgens het LET is het niet mogelijk om op een veilige manier met de vader samen te werken. Dat blijkt ook uit het vonnis in kort geding van 5 juni 2026, waarin onder 4.7. is overwogen: “ Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen de uitlatingen van [ de vader ] , zoals weergegeven onder de feiten, niet anders worden gekarakteriseerd dan als vergaande bedreigingen, intimidaties, beschuldigingen en verdachtmakingen die zich rechtstreeks richten tot de medewerkers van SJG [Stichting Jeugdbescherming Gelderland, rb].” De vader is vanuit die strijd niet meer in staat om in het belang van zijn kinderen te handelen. 7 De beoordeling Wat is de beslissing? 7.1. De rechtbank beslist dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt. Wat staat in de wet en de jurisprudentie? 7.2. De rechtbank kan op verzoek van een van de ouders met gezag het gezamenlijk gezag beëindigen. Voordat op dat verzoek kan worden beslist moet eerst duidelijk zijn dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de aanvang van dat gezamenlijk gezag of sinds de laatste rechterlijke beslissing over dat gezag of als bij die beslissing van onjuiste gegevens is uitgegaan. Een verzoek tot eenhoofdig gezag kan vervolgens slechts worden toegewezen als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders door het gezamenlijk gezag en niet te verwachten is dat hierin op korte termijn verbetering komt. Ook kan het verzoek worden toegewezen als de rechtbank vindt dat de wijziging van het gezag om een andere reden in het belang van het kind noodzakelijk is. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen die van belang zijn voor hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen of tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Ontvankelijkheid 7.3. In dit geval hebben de ouders sinds [geboortejaar kind 1] respectievelijk [geboortejaar kind 2] gezamenlijk gezag over de kinderen. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden sindsdien zijn gewijzigd. Zo zijn de kinderen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst. Ook heeft de GI meerdere keren geprocedeerd over gezagsbeslissingen en is duidelijk geworden dat de samenwerking tussen de ouders steeds verder is verslechterd. Daarom vindt de rechtbank dat er voldoende aanleiding is om het gezamenlijk gezag te beoordelen. De moeder is ontvankelijk in haar verzoek. Recht op een eerlijk proces 7.4. De stelling van de vader dat de procedure niet voldoet aan artikel 6 EVRM is niet concreet onderbouwd. De rechtbank volgt die stelling daarom niet. Voor zover dit een verweer vormt, wordt dit gepasseerd. Ook stukken die zonder advocaat zijn ingediend zijn namelijk meegewogen bij de beoordeling. Alle standpunten van de vader zijn uitgebreid besproken tijdens de zitting. Inhoudelijke beoordeling 7.5. De rechtbank vindt dat de beëindiging van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Ten eerste blijken er geen mogelijkheden voor samenwerking tussen de ouders. Ten tweede stagneert het nemen van beslissingen over de kinderen, omdat de vader weigert gezagsbeslissingen te nemen. Inhoudelijke beoordeling (ouderlijke samenwerking) 7.6. De ouders communiceren niet meer met elkaar. Uit de beschikkingen over de ondertoezichtstelling blijkt dat er al langere tijd grote zorgen zijn over dat de kinderen klem zitten tussen de ouders. Zo blijkt uit de eerste ondertoezichtstellingsbeschikking van 2 november 2018 : “ De vader heeft geen vertrouwen in de moeder en de kinderen zien hun moeder op dit moment weinig. Het lukt de ouders niet om samen uit deze gespannen situatie te komen, en in het belang van de kinderen te handelen .” En uit de beschikking van 11 januari 2024 , waarin de kinderen voor de tweede keer onder toezicht werden gesteld: “ Vanuit de hulpverlening is gezien dat de kinderen klem zitten tussen de ouders. Ook zijn er zorgen dat de kinderen worden betrokken bij volwassenzaken. Zo zijn de kinderen door de vader volledig op de hoogte gesteld van de procedures die er spelen tussen hun ouders en van de strijd tussen de vader en Regiezorg. Door de angst die de vader heeft over de veiligheid van de kinderen bij de moeder en door zijn mening over de moeder krijgen de kinderen geen ruimte om een onbelast contact te hebben met hun moeder .” De situatie tussen de ouders is in de periode daarna niet verbeterd. Ook ontstaat een steeds scherper beeld van een vader die de moeder buitenspel zet. De rechtbank verwijst in dit verband naar de beschikking van het gerechtshof van 4 juli 2024: “ Ook heeft de vader tijdens de mondelinge behandeling laten weten niet met de moeder te communiceren en haar dan ook niet te betrekken bij het nemen van (gezags)beslissingen over de kinderen ”. 7.7. De vader is naar het oordeel van de rechtbank al enkele jaren kennelijk niet (meer) in staat tot behoorlijke gezagsuitoefening of tot gezamenlijk overleg met de moeder. Bovendien is de rechtbank inmiddels ook van oordeel dat van de moeder redelijkerwijs niet meer verwacht hoeft te worden dat zij nog met de vader communiceert, gezien zijn strafrechtelijke voorgeschiedenis en aanhoudend dreigende houding. De vader lijkt de moeder al langere tijd niet meer als volwaardig gezaghebbende ouder te beschouwen. Dat blijkt in de eerste plaats al uit de door hemzelf overgelegde correspondentiebundel, waarin hij aan de moeder in verschillende berichten onder meer de volgende dingen schrijft (onderstrepingen door de rechtbank): “ Ik heb je al 2 x eerder gemaild. Misschien is dit je ontgaan ;) of heeft LET jou moeder gezag overgenomen aangezien hun namens jou reageren ? ” […] “ Ik snap je keuze. Gelukkig heb ik onze gesprekken vastgelegd/opgenomen en kunnen de jeugdbeschermers en de rechter horen wat je ware standpunten zijn. Wel erg jammer dat je probeert een slaatje te slaan uit de situatie . Ik acht dit niet in het belang van de kinderen. 7 jaar lang hebben de kinderen en ik ons best gedaan te overleven en ontwikkelen en dat is gelukt. Corruptie en een dwaze moeder zullen dit nooit kapot krijgen . Ik zal me blijven inzetten zodat de kinderen jou kunnen blijven zien. Ze verdienen namelijk jou te kennen en zelf keuzes te maken. Jullie; zie jij en LET-JBG mogen allemaal doen wat je doet. God ziet alles .” […] “ Als jij je kinderen echt wil zien, dan laat je je niet uitsluitend sturen door derden , maar dan benut je iedere kans om in een voor hen veilige context in contact te komen .” […] “ Ik wil je met klem wijzen op jouw verantwoordelijkheid als mede-gezaghebbende ouder, zoals vastgelegd in artikel 1:247 en 1 :377a BW. Deze bepalingen leggen niet alleen de plicht op tot zorg en opvoeding, maar ook tot het actief bevorderen van omgang met de andere ouder en het handelen in het belang van het kind. Dat belang is leidend, niet de afspraken van derden zonder gezag, zoals LET-JB waar momenteel een strafrechtelijk onderzoek tegen loopt . LET-JB heeft geen gezag over onze kinderen. Zij zijn geen wettelijk vertegenwoordiger, geen ouder, en bezitten geen bevoegdheid om zelfstandig beslissingen te nemen over de invulling van de omgang of locatie daarvan. Dat jij je als moeder uitsluitend schikt naar hun instructies zonder af te wegen wat [kind 1] en [kind 2] zelf aangeven of nodig hebben, is bijzonder zorgelijk .” […] “ Uw e-mail van 8 mei 2025 bevestigt opnieuw een zorgwekkende opstelling ten aanzien van het ouderlijk gezag en de belangen van onze kinderen. Uw standpunt, waarin u omgang uitsluitend wenst toe te staan onder door derden opgelegde voorwaarden (LET-JB) , vormt een directe inbreuk op het gezamenlijk gezag ex artikel 1:251 BW en is in strijd met uw wettelijke plicht tot het bevorderen van een veilige, constructieve band tussen de kinderen en hun vader (artikel 1:247 BW) . (…) Uw actieve deelname aan het frustreren van omgang op basis van instructies van LET-JB, een Organisatie zonder gezag of rechtspersoonlijkheid jegens onze kinderen. Uw opstelling bevestigt een ongeoorloofde afhankelijkheid van externe sturing in strijd met uw individuele verantwoordelijkheid als gezaghebbende ouder . (…) Uw betrokkenheid bij samenzwering : u wordt hierbij gewezen op het feit dat ik aangifte heb gedaan van strafbare feiten, waaronder samenzwering tot valse meldingen, psychologische mishandeling van minderjarigen en ambtsmisdrijven gepleegd door LET-JB en betrokken zorginstanties. Gezien uw voortdurende medewerking en actieve bijdrage aan dit netwerk wordt ook uw betrokkenheid onderzocht en voorbereid voor strafrechtelijke vervolging . (…) Dit is mijn laatste handreiking aan u als moeder van onze kinderen. Ik verzoek u met klem om: zich per direct te distantiëren van de criminele en manipulerende praktijken van LET-JB en aanverwante partijen ; Zelfstandig invulling te geven aan het gezag dat u wettelijk draagt, en dat niet ondergeschikt te maken aan instellingen die geen ouderlijk gezag voeren; ”. […] “ U kiest niet voor de belangen van [kind 1] en [kind 2] , maar voor het gehoorzamen aan wildvreemde derden die aantoonbaar handelen buiten hun bevoegdheid en in strijd met de wet. Dat is geen moederschap. Dat is medeplichtigheid aan structurele schade .” 7.8. Sinds 2018 zijn er bovendien meerdere procedures nodig geweest over de omgang tussen de moeder en de kinderen. De vader hield dit veelal tegen in afwijking van rechterlijke uitspraken en in afwijking van hetgeen hij continu toezegde. Hij stelde zijn eigen voorwaarden aan die omgang. In dat verband verwijst de rechtbank naar de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2025: “ Er liggen verschillende beschikkingen waarin een omgangsregeling is vastgelegd en zelfs een schriftelijke aanwijzing, maar de vader heeft voortgang in de omgang met de moeder verschillende keren - voor het hof om onbegrijpelijke redenen – gestagneerd. De vader belemmert de opbouw van het contact tussen de moeder en de kinderen actief door het stellen van voorwaarden, het opwerpen van praktische en emotionele barrières en het betrekken van de kinderen in onderwerpen die alleen volwassenen aan gaan. Het hof is van oordeel dat dit handelen van de vader de belangen van de kinderen ernstig schaadt, omdat zij recht hebben op een onbelast contact met allebei de ouders .” 7.9. De vader meent dat er geen objectief bewijs is dat hij de omgang stagneerde of tegenhield. Hoewel de vader beschikkingen van de rechtbank of het gerechtshof niet als ‘bewijs’ ziet, baseert de rechtbank haar oordeel wel ten dele op die voorgaande beschikkingen. Bovendien ziet de rechtbank mede op basis van bovenstaande citaten een duidelijk beeld naar voren komen van een vader die andere zaken belangrijker vindt dan het contact tussen de kinderen en hun moeder en die haar regelmatig diskwalificeert. Nog daargelaten wat voor uitingen de vader online allemaal doet over de moeder. Het bestrijden van het LET is voor de vader kennelijk belangrijker dan de samenwerking en verstandhouding met de moeder en belangrijker dan het bevorderen van het contact tussen de moeder en kinderen toen zij nog bij hem verbleven. Inhoudelijke beoordeling (gezagsbeslissingen) 7.10. De rechtbank vindt de beëindiging van het gezamenlijk gezag ook om een andere reden noodzakelijk. Namelijk dat de vader te vaak zijn toestemming voor gezagsbeslissingen over de kinderen weigert op ondeugdelijke gronden. De strijd voeren met het LET en andere instanties lijkt voor de vader belangrijker dan bijvoorbeeld hulpverlening of onderwijs voor zijn kinderen. Er zijn inmiddels meerdere procedures over gedeeltelijke gezagsoverheveling nodig geweest (zie onder: de relevante feiten). Deze procedures gingen over de school van [kind 2] en [kind 1] ( [kind 2] ging destijds al meer dan een jaar niet naar school), de aanmelding bij specialistische jeugd ggz, inschrijving bij de tandarts, orthodontist en huisarts. Gelijktijdig met de procedure over het gezag is door het LET ook gevraagd of de rechtbank toestemming wil verlenen voor de aanvraag van een paspoort voor [kind 2] . De vader weigert consequent toestemming of medewerking te verlenen. Niet omdat hij een gemotiveerd (navolgbaar) inhoudelijk bezwaar heeft, maar omdat hij niet wil ‘toegeven’ aan het LET, dat volgens hem een criminele organisatie is die aan kinderhandel doet. De vader is er meerdere keren op gewezen dat zijn afwerende en met momenten agressieve houding schadelijk is voor de kinderen. Een constructieve samenwerking met de vader is al langere tijd onmogelijk voor alle betrokken partijen. De vader neemt bijvoorbeeld allerlei gesprekken en zittingen op zonder toestemming en plaatst fragmenten daarvan vervolgens online. Hierbij doet hij ook allerlei uitingen die onnodig grievend en bedreigend zijn. Bovendien wijzen veel van die uitingen op een overkoepelend wereldbeeld van de vader waarbinnen alle instanties in een georganiseerd verband tegen hem zijn. Hij doet daarom ook veelvuldig aangifte tegen allerlei personen. De vader gaat in zijn aantijgingen erg ver en lijkt daarin ook steeds verder te gaan. In 2025 is de vader in eerste aanleg strafrechtelijk veroordeeld voor doxing, smaad en belediging van jeugdbeschermers en bij vonnis van 5 juni 2026 zijn aan de vader meerdere geboden en verboden opgelegd, in relatie tot opruiende berichten en (wederom) doxing. De vader is niet in staat om in het belang van zijn kinderen te handelen, omdat hij daarvoor te veel in de strijdmodus zit. Duidelijk is dat er een patroon is ontstaan waarbij de vader niet in staat is tot constructieve samenwerking met anderen, waaronder ook de moeder, waardoor de kinderen direct of indirect worden benadeeld. 7.11. Eenhoofdig gezag voor de moeder zal zeker niet alle problemen voor de kinderen oplossen, maar het kan er wel voor zorgen dat beslissingen in het belang van de kinderen voortvarender kunnen worden genomen en dat de kinderen minder meekrijgen van de strijd die de vader voert. Bovendien verstevigt eenhoofdig gezag de positie van de moeder. Dit waarborgt bovendien beter haar contact met de kinderen dat zij door toedoen van de vader voor de uithuisplaatsing lang niet heeft gehad. Een bijkomend belang is dat het door het eenhoofdig gezag van de moeder makkelijker is om op te treden tegen de vele berichten over en beelden van de kinderen die de vader online plaatst. Conclusie en bespreking van het overige verweer van de vader 7.12. Anders dan de vader vindt de rechtbank dat het verzoek van de moeder voldoende is onderbouwd en voldoende feitelijke grondslag heeft. De vader heeft erg veel stukken ingediend en stellingen ingenomen. Stellingen die hij vervolgens zelf niet concreet onderbouwt. De vader blijft veelal hangen in algemene juridische uitgangspunten, maar als het op de toespitsing op een concreet juridisch argument aankomt is niet zonder meer duidelijk wat hij bedoelt. De rechtbank heeft de stukken van de vader gezien, beoordeeld, en is op basis daarvan tot de conclusie gekomen dat de diverse herhalingen, niet concrete, niet of onvoldoende onderbouwde stellingen en pseudo-juridische argumentatie niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat de stukken van de vader weliswaar vol staan met juridische tekst, met verwijzingen naar wetsartikelen en jurisprudentie, maar dat het ontbreekt aan onderlinge samenhang en duidelijke juridische argumentatie toegespitst op de relevante feiten. De stukken die in deze procedure zijn overgelegd komen qua taal en vorm bovendien niet overeen met de diverse uitingen die de vader elders doet (zoals die goed blijken uit het vonnis in kort geding van 5 juni 2026). Veel van de stellingen van de vader berusten namelijk – samengevat – op de volgende overtuiging. Sinds de vader in 2023 bij gemeente [gemeente] een zorgfraudemelding heeft gedaan over zorgaanbieder Regiezorg wordt zijn leven volgens hem bewust ontwricht als vergeldingsactie voor die melding. Na die melding zou die zorgaanbieder een valse Veilig Thuismelding hebben gedaan over de gezinssituatie van de kinderen bij de vader thuis waarna de jeugdbescherming betrokken is geraakt. De vader stelt dat rapportages met onjuistheden keer op keer zijn herhaald. Volgens de vader werken de moeder en de instanties (de jeugdbescherming (waaronder inmiddels het LET), ambtenaren, de politie en de rechtspraak) in een georganiseerd verband samen om hem te bestraffen voor zijn (zelfverklaarde) klokkenluideractiviteiten en werk als (zelfbenoemd) journalist. De casus van de vader is volgens hem slechts één voorbeeld van de grootschalige corruptie en fraude binnen de jeugdzorg en de rechtspraak, waarbij sprake is van een criminele organisatie, kinderhandel, kindermishandeling en/of kindermisbruik en van valsheid in geschrifte. Om die reden blijft de vader strijden, omdat hij er kennelijk van overtuigd is dat a) dit wereldbeeld klopt en b) hij degene is die hierover een grootschalige strijd moet ontketenen. Hij probeert daarom actief anderen te werven en te overtuigen van zijn wereldbeeld. Deze overtuiging wordt vervolgens in procedures verbloemd met veel pseudo-juridische argumentatie die – meestal – kort voor een zitting wordt overgelegd. Andere betrokken partijen worden beticht van onvoldoende onderbouwing van stellingen of zelfs van misbruik van procesrecht, terwijl de vader hierin zelf juist continu in gebreke blijft. De vader blijft handelen vanuit zijn eigen overtuiging en wereldbeeld en lijkt dit ook niet meer los te kunnen laten. Zelfs niet in het belang van (contact met) zijn kinderen. De kinderen hebben daar op allerlei vlakken last van. 7.13. De rechtbank ziet het eenhoofdig gezag daarom als een inmiddels onvermijdelijke en noodzakelijke maatregel om het belang van de kinderen én de moeder verder te beschermen tegen de beschadiging van die belangen door de vader. Uitvoerbaarheid bij voorraad 7.14. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing blijft gelden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld en zolang het gerechtshof niet anders beslist. 8 De beslissing De rechtbank 8.1. beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en bepaalt dat het gezag over de kinderen [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wordt uitgeoefend door de moeder; 8.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 8.3. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. de Jongh (voorzitter), C.L. Pas en K. van der Lee, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Vlemmings als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: -door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, -door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. ECLI:NL:RBGEL:2025:11803. ECLI:NL:GHARL:2025:5800. ECLI:NL:RBGEL:2026:843. Partijen bekend onder zaaknummer: 455860. ECLI:NL:RBGEL:2026:1570. ECLI:NL:RBGEL:2026:2930 en ECLI:NL:RBGEL:2026:2926. Partijen bekend onder zaaknummer: 467408. Artikel 1:253n BW. Artikel 1:251a lid 1 BW. Conclusie A-G Lückers bij Hoge Raad 7 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1356. Partijen bekend onder zaaknummer: 344143. Partijen bekend onder zaaknummer: 429389. Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4465 (bekrachtiging ondertoezichtstelling). Hof Arnhem-Leeuwarden 23 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5800 (uithuisplaatsing).

Similar Content