# Rechtbank Amsterdam, 16-07-2026 (781904)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:7300
- Date: 2026-07-16
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A7300
- Canonical: https://overview.legal/posts/144144
- Topics: Right of Access Procedures, Controllers, Corrective Actions and Duty of Information Framework, Right of Access, Joint Controllers, Personal Data, Processing, Data Controller

## Summary

Consumentenbond en SBIA vorderen inzage in gegevens van ING met betrekking tot het contactloos betalen met een Android device via Google Pay (art. 194 en 195 Rv). De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen: ING zal inzage en afschrift moeten geven van overeenkomsten tussen ING en Google die betrekking hebben op het aanbod van contactloos betalen door ING voor consumenten met een Android device via Google Pay. ING hoeft geen inzage te geven in de andere gevorderde gegevens (onderzoekgegevens, correspondentie binnen ING en DORA-analyse), omdat die gegevens gediend hebben ter voorbereiding van de met Google gemaakte afspraken en de rechtspositie van consumenten daardoor niet worden bepaald, en voor wat betreft de DORA-analyse niet is gebleken dat ING beschikt over DORA-documentatie.

## Full text

RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/781904 / HA RK 26-13 Beschikking van 16 juli 2026 in de zaak van 1 CONSUMENTENBOND, te Den Haag, 2. DE STICHTING BENADEELDEN IN ACTIE , te Amsterdam, verzoekende partijen, hierna samen te noemen: Consumentenbond en SBIA, advocaat: mr. D.F. Berkhout, tegen 1 ING GROEP N.V., te Amsterdam, 2. ING BANK N.V. , te Amsterdam, verwerende partijen, hierna samen te noemen: ING, advocaat: mr. P.H.M. Broere. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift ingekomen ter griffie op 15 januari 2026, met producties 1 tot en met 17, - de tussenbeschikking van 5 maart 2026, waarin de mondelinge behandeling is bepaald, - het verweerschrift ingekomen ter griffie op 22 mei 2026, met producties 1 tot en met 10, - aanvullende producties van Consumentenbond en SBIA, met producties 18 en 19, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 juni 2026. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. De Consumentenbond is een consumentenorganisatie, die de belangen van Nederlandse consumenten vertegenwoordigt, met meer dan 427.000 leden. SBIA is een stichting die belangen van benadeelden, zoals consumenten, behartigt, onder meer door het voeren van collectieve acties. 2.2. De ING Bank is een Nederlandse bank met bankvergunning. ING Groep staat aan het hoofd van de ING-groep en heeft geen bankvergunning. 2.3. ING biedt haar rekeninghouders de mogelijkheid om met een Android telefoon contactloos te kunnen betalen. Eerst gebeurde dat via haar eigen app “ING Mobiel Betalen”, waarbij rekeninghouders een digitale portefeuille hadden met betaalkaarten die gekoppeld waren aan hun ING rekening. Op 17 september 2024 heeft ING haar “ING Mobiel Betalen”-app afgeschaft, en sindsdien biedt ING de functionaliteit contactloos betalen met een Android telefoon uitsluitend aan via Google Pay. 2.4. Om Google Pay te kunnen activeren, moet een rekeninghouder een Google-account hebben. Als een rekeninghouder Google Pay activeert, deelt ING de naam, het adres en het telefoonnummer van de rekeninghouder met Google. Wanneer een rekeninghouder gebruik maakt van Google Pay om met zijn telefoon contactloos te betalen, wordt de datum, tijd en het bedrag van de betaling met Google gedeeld, en ook de naam en locatie van de winkel. Die gegevens zijn nodig voor het verrichten van de betaling. Daarnaast worden de gegevens door Google ook gebruikt om een betalingsoverzicht te creëren van de afgelopen dertig dagen. 2.5. Bij het activeren van Google Pay krijgt een rekeninghouder van ING een scherm te zien met de kop “Wat gebeurt er met je gegevens?”. Daaronder wordt kort uitgelegd welke gegevens met Google worden gedeeld voor het uitvoeren van een betaling, zoals hierboven beschreven (zie 2.4). Daarnaast wordt verwezen naar de Privacyverklaring van Google en de Servicevoorwaarden van Google Pay. Bij de activatie van Google Pay, verwijst Google ook naar verschillende documenten: Google Payments Terms of Service, Privacy Notice, Google Pay Terms of Service en Google Privacy Policy. 2.6. Consumentenbond en SBIA maken zich zorgen over de privacy van de rekeninghouders van ING die gebruik maken van Google Pay. De Consumentenbond heeft ING op 8 april 2026 in een brief gesommeerd om te stoppen met Google Pay en verzocht om gegevens te delen, maar ING heeft daar geen gehoor aan gegeven. De Consumentenbond en ING zijn met elkaar in overleg getreden. ING heeft in dat gesprek aangegeven dat zij afspraken heeft gemaakt met Google over de gegevensverwerkingen bij het contactloos betalen met Google Pay, maar ING wil die afspraken niet delen met de Consumentenbond en SBIA. Daarna hebben Consumentenbond en SBIA op 27 november 2025 nogmaals een sommatiebrief gestuurd, waarin zij ING sommeren om gegevens te verschaffen. Ook hier gaf ING geen gehoor aan. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. Consumentenbond en SBIA verzoeken de rechtbank om bij beschikking, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, ( i) ING een gebod op te leggen om binnen veertien dagen na datum van de beschikking de volgende gegevens in afschrift en ter inzage te leveren aan de Consumentenbond en SBIA, a. Overeenkomsten tussen ING en Google inzake Google Pay . De overeenkomsten tussen ING en Google die betrekking hebben op het aanbod van contactloos betalen door ING voor consumenten met een Android device via Google Pay, waaronder in ieder geval: 1. De overeenkomst op basis waarvan ING aan klanten in staat is om contactloos betalen via Google Pay aan te bieden; 2. De verdere afspraken tussen Google en ING in het kader van het aanbod van Google Pay door ING, of het stoppen van ING met haar eigen app ING Mobiel betalen. (Concept) besluiten en bespreekverslagen. Alle concept- en vastgestelde notulen (inclusief soortgelijke bespreekverslagen) en concept- en vastgestelde besluiten binnen ING en aan haar gelieerde ondernemingen over (i) de afschaffing van ING Mobiel Betalen en (ii) het invoeren van Google Pay als medium voor contactloos betalen. Onderzoekgegevens. (i) De onderzoeksvragen, (ii) de onderliggende data die is gebruikt voor het onderzoek en (iii) de eventuele conceptversies van onderzoeksverslagen en commentaar daarop van ING en/of onderzoekers, van het onderzoek dat ING heeft gedaan naar Google Pay en naar de wijze waarop om wordt gegaan met persoonsgegevens die Google verkrijgt via de ING bankrekening van de consumenten. Correspondentie binnen ING. De relevante correspondentie tussen ING en Google over de invoering van Google Pay voor contactloos betalen, waaronder maar niet beperkt tot de communicatie die ziet op eventuele afspraken/afstemming over het gegevensverwerkingsbeleid in het kader van contactloos betalen. DORA-analyse en afspraken . De (verplichte) analyse die ING heeft gemaakt op basis van DORA-regelgeving, alsmede de afspreken die zijn gemaakt met Google in het kader van DORA, waaronder maar niet beperkt tot de afspraken ex. artikel 30 DORA. (hierna samen: de “Verzochte Gegevens”) met verdere bepaling dat de gegevens in afschrift en ter inzage op de volgende manier ter beschikking worden gesteld: (a) digitaal en op digitaal doorzoekbare wijze, (b) overzichtelijk met gegevens verdeeld in (sub)mapjes en onder begeleiding van een document dat de (sub)mapjes toelicht, (c) bij alle databestanden deze met een toelichting aan te leveren welke soorten data op welke manier zijn weergegeven in de betreffende databestanden, (d) indien een deel van de gegevens niet leverbaar of doorzoekbaar is, dan deze gegevens in hardcopy met een toelichting (i) waarom de gegevens alleen hard copy beschikbaar zijn en (ii) welke soort gegevens het betreft, en (e) indien de Verzochte Gegevens in verschillende categorieën vallen, dat deze in beide categorieën worden geleverd zodat iedere categorie volledig is en geen onduidelijkheid kan bestaan welke gegevens behoren tot de categorie. ( ii) Het exhibitiegebod te versterken onder de last van dwangsom, en ING te verplichten een dwangsom te betalen van € 1.000,00 per dag dat niet volledig wordt voldaan aan het gebod, ( iii) ING te verplichten alle kosten te dragen die gemoeid zijn met de inzage en afgifte van de door Consumentenbond en SBIA gevraagde, bepaalde gegevens, ( iv) ING te veroordelen in de kosten van het geding, met wettelijke rente vanaf de achtste dag na de datum van de beschikking als ING die kosten niet voldoet binnen zeven dagen na de datum van deze beschikking. 3.2. Aan het verzoek hebben Consumentenbond en SBIA het volgende ten grondslag gelegd. Consumentenbond en SBIA zetten hun vraagtekens bij de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van Google Pay, en de manier waarop Google vervolgens verder omgaat met die gegevens. Om die rechtmatigheid te kunnen controleren, vorderen Consumentenbond en SBIA inzage in gegevens van ING die daar betrekking op hebben. Consumentenbond en SBIA komen daarbij op voor de belangen van de consumenten die door ING worden overgeleverd aan Google Pay, namelijk de rekeninghouders van ING met een Android device die contactloos willen betalen met hun telefoon. 3.3. ING verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. ING en Google hebben afgesproken dat Google de gegevens verwerkt in overeenstemming met de privacywet- en regelgeving. Bovendien is er geen aanleiding om aan te nemen dat Google de gegevens op onrechtmatige wijze verwerkt en zijn de stellingen van Consumentenbond en SBIA niet onderbouwd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, verder in gegaan. 4 De beoordeling De vordering tot inzage op grond van artikel 194 en 195 Rv 4.1. Een partij heeft via artikel 194 in samenhang met artikel 195 Rv de mogelijkheid om via de rechter inzage van bepaald gegevens te vorderen. Het recht op inzage daarvan komt toe aan (a) een partij bij een rechtsbetrekking, als die partij (b) daarbij voldoende belang heeft. De wederpartij is niet verplicht tot het geven van inzage als zij een beroep kan doen op een verschoningsrecht of als gewichtige redenen daaraan in weg staan. 4.2. Als het verzoek wordt toegewezen, bepaalt de rechtbank de voorwaarden waaronder, de wijze waarop en de termijnen waarbinnen de wederpartij aan het verzoek moet voldoen. 4.3. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen van Consumentenbond en SBIA beperkt kunnen worden toegewezen, en licht haar oordeel hieronder toe. ING Groep 4.4. Consumentenbond en SBIA hebben zowel ING Groep N.V. (ING Groep) als ING Bank (ING Bank) N.V. in deze procedure betrokken. Volgens ING bestaat er geen grond om ING Groep te betrekken, omdat alleen ING Bank een bankvergunning heeft en haar rekeninghouders de mogelijkheid biedt om Google Pay te gebruiken. ING Groep verricht geen bancaire activiteiten en is niet betrokken bij Google Pay, aldus ING. 4.5. De rechtbank is van oordeel dat er op dit moment onvoldoende aanwijzingen zijn dat ING Groep directe bemoeienis heeft (gehad) met de samenwerking met Google en de in het kader daarvan gemaakte afspraken. Daarom zal het inzageverzoek jegens ING Groep worden afgewezen. Hierna wordt onder ING uitsluitend nog verstaan ING Bank. Relevante rechtsbetrekking 4.6. Consumentenbond en SBIA stellen dat sprake is van een rechtsbetrekking, omdat ING onrechtmatig handelt jegens consumenten door contactloos te betalen te faciliteren via Google Pay. Consumentenbond en SBIA komen op voor de belangen van de consumenten die daarvan gebruik maken. Het onrechtmatig handelen bestaat volgens Consumentenbond en SBIA uit de schending van grondrechten, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (“AVG”) en de Telecommunicatiewet (“Tw”), de bancaire zorgplicht en de Digital Operation Resilience Act (“DORA”). 4.7. Voor wat betreft de schending van de AVG, stellen Consumentenbond en SBIA dat ING en Google gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke zijn voor de volledige wijze waarop contactloos betalen wordt aangeboden via Google Pay. Op basis van artikel 26 AVG worden partijen aangemerkt als gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke als zij gezamenlijk de doeleinden en de middelen van de verwerking bepalen. 4.8. ING meent dat zij slechts gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke is voor de ‘activatie van de token’ en de bijbehorende verwerking van persoonsgegevens, zodat de klant gebruik kan maken van contactloos betalen met een Adroid telefoon via Google Pay. De activatie van de token gebeurt wanneer een rekeninghouder een contactloze betaling wil doen met zijn telefoon, waarbij de token dezelfde functie vervult als de informatie op een betaalpas. Door die token herkent de betaalterminal de betaalpas van de klant. De bank van de winkelier legt vervolgens contact met de bank van de kaarthouder, zodat de bank kan nagaan of de transactie veilig is en de rekeninghouder voldoende saldo heeft. Zodra die check heeft plaatsgevonden, stuurt de bank van de rekeninghouder het resultaat van die validatie terug naar de betaalterminal en is de betaling al dan niet geslaagd. In geval van Google Pay wordt niet het kaartnummer van de betaalpas maar de token gecontroleerd. Zonder deze gegevens kan de betaling niet worden uitgevoerd. 4.9. Het standpunt van ING dat ING en Google alleen gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijk zijn voor de activatie van de token, is onjuist. De samenwerking van ING en Google is er op gericht dat rekeninghouders van ING met behulp van Google Pay contactloos met hun telefoon kunnen betalen. Dat is een gezamenlijk bepaald doel en in het kader van dat doel worden door zowel ING als Google dezelfde gegevens verwerkt. Daarbij komt dat met de ‘activatie van de token’ ook de identiteit van de rekeninghouder bij Google bekend wordt, omdat Google Pay gekoppeld is aan het Google account van de rekeninghouder. Maar de uitwisseling van de gegevens is niet alleen beperkt tot de activatie van de token en de identiteit van de rekeninghouder bij Google, maar het omvat ook het verstrekken van de datum, tijd en het bedrag van de betaling, en de naam en locatie van de winkel door ING. De verwerking van Google van die persoonsgegevens omvat in ieder geval het verzamelen en opslaan van die gegevens. Dat die gegevens worden opgeslagen door Google, blijkt uit het feit dat een van de functionaliteiten van Google Pay is dat de rekeninghouder een overzicht van de met Google Pay verrichte betalingen kan opvragen. 4.10. ING en Google moeten dus als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke worden aangemerkt voor de verwerking van de alle in het kader van Google Pay door hen beide verwerkte gegevens. 4.11. De vraag is evenwel of die gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid zich ook uitstrekt tot een eventuele verdere verwerking van de door Google verwerkte gegevens, indien zij die gegevens bijvoorbeeld zou gebruiken om de profielen van gebruikers te verrijken met het doel om hen advertenties aan te bieden. Uitgangspunt is dat de gegevens niet voor dat doel zijn verstrekt en dat gegevens dan gebruikt worden voor een ander doel dan de verwerking die noodzakelijk is voor betalingen en daarmee verband houdende functionaliteiten zoals het bijhouden van een overzicht van betalen. De zorgplicht van ING kan dan ook meebrengen dat zij garanties bedingt ten behoeve van haar rekeninghouders om te voorkomen dat een verwerking van door haar verstrekte gegevens voor een ander doel zou plaatsvinden. Het gaat hier immers om persoonsgegevens die zeer privacygevoelig zijn. 4.12. Op grond van de zorgplicht in de rechtsverhouding tussen ING en haar rekeninghouders die gebruik maken van Google Pay, kan de rekeninghouder daarom ING aanspreken als er sprake is van een schending van die zorgplicht. Dat betekent tegelijkertijd dat Consumentenbond en SBIA op grond daarvan ook een collectieve actie kunnen voeren waarin zij opkomen voor de belangen van de rekeninghouders van ING die gebruik maken van Google Pay, waardoor er sprake is van een rechtsverhouding tussen Consumentenbond en SBIA enerzijds en ING anderzijds. Dat het onrechtmatig handelen nog niet vast staat in deze fase, doet daar niet aan af. Een inzageverzoek kan namelijk juist worden gedaan om te kunnen onderzoeken of tussen partijen een rechtsbetrekking bestaat. 4.13. Consumentenbond en SBIA stellen dat gegeven de inhoud van de ING Voorwaarden, en het gebrek aan informatie die ING bereid is te verstrekken, aannemelijk is dat ING niet met Google de afspraken heeft gemaakt die de Digital Operational Resilience Act (DORA) vereist. 4.14. ING voert als verweer tegen deze vordering dat Google Pay niet onder de DORA valt. 4.15. Of de DORA op Google Pay van toepassing is behoeft nu niet te worden beslist. Uit het standpunt van ING is af te leiden dat zij geen analyse heeft gemaakt op basis van DORA-regelgeving en dat zij daarover met Google geen specifieke afspraken heeft gemaakt. ING kan slechts worden veroordeeld inzage te geven in gegevens waarover zij beschikt. Het gevorderde onder e (DORA-analyse en afspraken) zal daarom worden afgewezen. Voldoende belang 4.16. ING stelt dat zij afspraken heeft gemaakt met Google, waarin partijen overeen gekomen zijn dat Google zich aan de geldende (privacy)wet- en regelgeving houdt. Omdat deze afspraken vertrouwelijk zijn, wil ING deze overeenkomst niet met Consumentenbond en SBIA delen. 4.17. Het verwerken van gegevens is alleen rechtmatig als daar een verwerkingsgrondslag voor bestaat, welke limitatief opgesomd zijn in artikel 6 AVG. Eén van die verwerkingsgrondslagen is wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is (artikel 6 lid 1 sub b AVG). 4.18. Consumentenbond en SBIA maken zich zorgen dat de verwerking door Google van de gegevens die worden verstrekt in het kader van Google Pay verder gaat dan alleen hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst. Het is een feit van algemene bekendheid dat het verdienmodel van Google is dat zij profielen van gebruikers maakt om hen gericht advertenties aan te bieden. Bovendien staat in de Google Payments Privacy Notice, dat Google de gegevens die zij verkrijgt voor Google Pay mag verwerken in overeenstemming met haar algemenere Google Privacy Policy en dat de gegevens gebruikt mogen worden voor “ every day business purposes ”. Als Google de gegevens verder verwerkt dan nodig voor Google Pay en afgesproken met ING (bijvoorbeeld wanneer Google Pay de gegevens verder verwerkt voor advertentiedoeleinden), dan is dat mogelijk in strijd met de AVG, omdat het dan de vraag is of Google daar wel een geldige verwerkingsgrondslag voor heeft vastgesteld, aldus Consumentenbond en SBIA. 4.19. ING stelt dat zij afspraken heeft gemaakt met Google over de het gebruik van de gegevens die zij aan Google verstrekt in het kader van Google Pay. Daartoe zijn ING en Google ook verplicht op grond van de AVG als gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken. Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken moeten namelijk op transparante wijze hun verantwoordelijkheden voor de nakoming van de AVG vaststellen, met name ten aanzien van de rechten van betrokkenen en de informatieverplichtingen die op verwerkingsverantwoordelijken rusten. De kern van deze regeling moet beschikbaar worden gesteld aan de betrokkenen wiens gegevens verwerkt worden door de gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken (artikel 26 AVG). 4.20. Consumentenbond en SBIA hebben een rechtmatig belang om de afspraken tussen ING en Google in te zien om te kunnen beoordelen of de afspraken voldoende zijn en daarmee te kunnen beoordelen of de vrees dat Google de gegevens van rekeninghouders van ING onrechtmatig verwerkt al dan niet gegrond is. 4.21. Het standpunt van ING is dat Consumentenbond en SBIA geen belang hebben bij toewijzing van de vorderingen, omdat – kort gezegd – de Consumentenbond geen procedure zal beginnen en SBIA niet voldoet aan de eisen van artikel 3:305a BW en een collectieve actie daarop zal stranden. Bovendien willen de consumenten niet eens dat Consumentenbond en SBIA een collectieve actie starten, aldus ING. 4.22. De Consumentenbond heeft verklaard in dit geval mede als eiser in een mogelijke WAMCA-procedure te zullen optreden. Alleen al daarom wordt dit verweer verworpen, omdat in ieder geval op voorhand geen reden is te twijfelen aan de ontvankelijkheid van de Consumentenbond. 4.23. Het verweer dat de consumenten een eventuele procedure niet zouden wensen wordt verworpen. Weliswaar kan het zo zijn dat consumenten aan ING de wens te kennen hebben gegeven Google Pay te gebruiken, daarmee is echter niet gezegd dat zij tegen een procedure zouden zijn die er op gericht is dat hun gegevens niet voor andere doeleinden dan Google Pay worden gebruikt. De vorderingen van Consumentenbond en SBIA worden deels toegewezen 4.24. Dat betekent dat de rechtbank de vorderingen van Consumentenbond en SBIA tot inzage in de overeenkomst(en) tussen ING en Google inzake Google Pay (verzoek onder i sub a) grotendeels toewijst, inclusief alle bijlagen. ING dient volledige openheid te geven over de bepalingen die betrekking hebben op de wijze waarop gegeven van rekeninghouders zullen worden verwerkt. Bedrijfsgevoelige informatie mag onleesbaar worden gemaakt, maar de kopjes en opschriften van artikelen of bijlagen mogen niet onleesbaar worden gemaakt. 4.25. Het in onderdeel (i) onder a van het verzoek verzochte onderdeel “of het stoppen van ING met haar eigen app ING Mobiel betalen.” wordt niet toegewezen, omdat niet is in te zien welke voor Consumentenbond en SBIA relevante afspraken daarover tussen ING en Google gemaakt zouden kunnen zijn. 4.26. De geheimhouding die is overeengekomen tussen ING en Google over de door hen gemaakte afspraken staat niet in de weg aan toewijzing van het verzoek. Beslissend voor de toewijzing is namelijk of de verzoeker voldoende belang heeft, en een afspraak tussen derden kan daaraan niet in de weg staan. Bovendien dient een gedeelte van de afspraken tussen ING en Google al publiek bekend te zijn, op basis van artikel 26 AVG. 4.27. Dat Consumentenbond en SBIA misbruik maken van de regeling van het inzagerecht, zoals ING stelt, wordt niet gevolgd. Consumentenbond en SBIA hebben juist toegelicht dat ze zelf overwegen een collectieve actie te starten tegen ING en dat zij daarvoor deze gegevens nodig heeft. Dat Consumentenbond en SBIA de gegevens alleen zullen gebruiken voor de reeds lopende collectieve actie tegen Google door Stichting Bescherming Privacybelangen is verder door ING niet onderbouwd. 4.28. Bij de overige gevraagde gegevens (verzoeken ii tot en met v) hebben Consumentenbond en SBIA onvoldoende belang, omdat die hebben gediend ter voorbereiding van de met Google gemaakte afspraken, en de rechtspositie van de consumenten waarvoor Consumentenbond en SBIA opkomen daardoor niet worden bepaald. Die rechtspositie wordt namelijk slechts bepaald door de tussen ING en Google gesloten overeenkomsten. De wijze waarop inzage en afschrift verschaft moet worden 4.29. Het onderdeel (i) onder a verzochte wordt (grotendeels) toegewezen. ING zal inzage en afschrift moeten geven door het binnen zes weken na datum van deze beschikking verstrekken van een kopie op papier en een doorzoekbaar pdf-bestand van: “De overeenkomsten tussen ING en Google die betrekking hebben op het aanbod van contactloos betalen door ING voor consumenten met een Adroid device via Google Pay, waaronder in ieder geval: De overeenkomst op basis waarvan ING aan klanten in staat is om contactloos betalen via Google Pay aan te bieden; De verdere afspraken tussen Google en ING in het kader van het aanbod van Google Pay door ING.” Hierbij mogen bedrijfsgevoelige gegevens onleesbaar worden gemaakt zoals overwogen onder 4.24. 4.30. De kosten van het verstrekken van inzage komen op grond van het bepaalde in artikel 194 lid 1 Rv ten laste van Consumentenbond en SBIA. Het verzoek onder (iii) om die ten laste van ING te brengen moet dus worden afgewezen. Dwangsom 4.31. De rechtbank ziet geen aanleiding ING een dwangsom op te leggen, omdat ING heeft toegezegd dat zij inzage zal gegeven indien zij daartoe wordt veroordeeld. De rechtbank wijst het verzoek om een dwangsom te bepalen daarom af. Uitvoerbaar bij voorraad 4.32. Consumentenbond en SBIA hebben verzocht om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. ING wil dat niet om te voorkomen dat ING wordt verplicht om onomkeerbaar informatie te delen, terwijl achteraf in hoger beroep mogelijk nog vast komt te staan dat daarvoor geen grond was. Consumentenbond en SBIA stelt op haar beurt dat schorsende werking van het hoger beroep zou kunnen leiden tot aanmerkelijke vertraging bij het instellen van een collectieve actie. 4.33. De rechtbank zal hier een afweging moeten maken van de belangen van beide partijen. Bij uitvoerbaarheid bij voorraad bestaat de mogelijkheid dat ING inzage heeft gegeven, terwijl daar achteraf geen recht op bestaat. De memorie van Toelichting bij het nieuwe bewijsrecht zegt over die situatie het volgende: “Wordt de beslissing van de rechter waarbij inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens is bevolen, in hoger beroep of cassatie vernietigd, dan bestaat achteraf beschouwd geen recht op kennisneming van de verstrekte gegevens. Het voorgestelde derde lid van artikel 195 bepaalt dat zodra die beslissing onherroepelijk is geworden («in kracht van gewijsde is gegaan»), de gegevens waarvan inzage, afschrift of uittreksel is verstrekt onverwijld, zonder onredelijke of onnodige vertraging, aan de wederpartij worden teruggegeven. Kopieën, elektronisch opgeslagen bestanden en andere gegevens die zich niet voor teruggave lenen, moeten tegelijkertijd worden vernietigd. Het achterhouden van deze gegevens is onrechtmatig en kan tot schadeplichtigheid leiden.” 4.34. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat de in de memorie van toelichting genoemde verplichtingen bij een vernietiging van deze beslissing voldoende aan de belangen van ING tegemoet komen en het belang van Consumentenbond en SBIA om de gegevens nu al te ontvangen zwaarder weegt. Proceskosten 4.35. Omdat de vorderingen van Consumentenbond en SBIA slechts voor een klein deel zijn toegewezen, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren. Iedere partij draagt de eigen kosten. Omdat ING Bank en ING Groep gezamenlijk verweer hebben gevoerd, waarvan het verweer ten behoeve van ING Groep een gering onderdeel was, worden de kosten van ING Groep begroot op nihil. 5 De beslissing De rechtbank 5.1. beveelt ING Bank aan Consumentenbond en SBIA binnen zes weken na de datum van deze beschikking inzage en afschrift te verschaffen op de wijze zoals vermeld onder 4.29, 5.2. verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad, 5.3. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.4. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026. Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 13. Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 498, nr. 3, p. 54.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/144144 · 2026-07-23
