# Rechtbank Amsterdam, 21-07-2026 (13-399290-24)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:7619
- Date: 2026-07-21
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A7619
- Canonical: https://overview.legal/posts/184586

## Summary

Executie-EAB uit Polen. Voortzetting na tussenuitspraak van 27 mei 2026. Artikel 6a OLW: conform het arrest van het HvJ EU van 4 september 2025 in de zaak C.J. hebben de Poolse autoriteiten toestemming gegeven voor de strafovername door het toesturen van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het arrest en de twee vonnissen. Overlevering geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-399290-24 Datum uitspraak: 21 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 3 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 november 2024 door de Sąd Okręgowy W Koninie (the Regional Court in Konin), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Polen), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 19 mei 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 19 mei 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 27 mei 2026 De rechtbank heeft in deze tussenuitspraak het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van de veroordelende vonnissen op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Zitting van 7 juli 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak van 27 mei 2026 De rechtbank verwijst naar deze tussenuitspraak. Hierin heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (onder 4), de strafbaarheid van de in het in EAB vermelde feiten (onder 5) en artikel 11 OLW (onder 6). Deze overwegingen dienen als hier ingelast te worden beschouwd. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW Inleiding In de tussenuitspraak van 27 mei 2026 heeft de rechtbank onder punt 7 geoordeeld dat aan beide voorwaarden voor gelijkstelling is voldaan en dat de tenuitvoerlegging van de aan de opgeëiste persoon opgelegde vrijheidsstraffen kan worden overgenomen. Deze overwegingen kunnen hier als herhaald en ingelast worden beschouwd. Standpunt van de raadsman en de officier van justitie De raadsman en officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank de overlevering kan weigeren en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen kan bevelen, omdat het certificaat en de veroordelende vonnissen door de Poolse autoriteiten zijn overgelegd. Oordeel van de rechtbank Conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 4 september 2025 in de zaak C.J. heeft de uitvaardigende lidstaat als beslissingsstaat toestemming gegeven voor de strafovername middels het toesturen van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het arrest van the District Court in Konin van 21 juni 2022 met kenmerk II Ka 268/22, een kopie van het vonnis van the District Court in Konin van 11 januari 2022 met kenmerk II K 710/21 en een kopie van het vonnis van the District Court in Konin van 5 december 2019 met kenmerk II K 1186/19. De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat de overlevering kan worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en de straf door Nederland kan worden overgenomen. De rechtbank ziet geen reden om de straf niet over te nemen. Daarom wordt de overlevering geweigerd op grond van artikel 6a OLW onder gelijktijdige overname van de straffen door Nederland. 6 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 6a, 7 en 12 OLW. 7 7. Beslissing WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Sąd Okręgowy W Koninie (the Regional Court in Konin), Polen voor de feiten zoals die zijn omgeschreven in onderdeel e) van het EAB. BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak van 27 mei 2026 bedoelde vrijheidsstraffen in Nederland, te weten één jaar, één jaar en drie maanden, en één jaar. HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon] . BEVEELT de gevangenhouding van [de opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. L. Baroud en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 21 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2026:5525. HvJ EU 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665 (C.J. ( Tenuitvoerlegging van een vonnis naar aanleiding van een EAB)).

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/184586 · 2026-07-30
