# Rechtbank Gelderland, 20-07-2026 (05-000551-26, 23-002222-24 (tul))

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Gelderland
- Identifier: ECLI:NL:RBGEL:2026:5893
- Date: 2026-07-20
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBGEL%3A2026%3A5893
- Canonical: https://overview.legal/posts/184630

## Summary

De rechtbank veroordeelt een 18-jarige jongen uit Purmerend voor medeplegen van oplichting, medeplegen van poging tot oplichting, medeplegen van criminele uitbuiting van een minderjarig meisje en wapenbezit. Hij krijgt een jeugddetentie van 360 dagen, waarvan 234 dagen voorwaardelijk. Daarbij moet hij een werkstraf uitvoeren van 160 uur en een schadevergoeding van ruim 320 duizend euro betalen. Een medeverdachte – een 28-jarige man uit Engeland – moet 7 maanden de cel in voor medeplegen van poging tot oplichting, medeplegen van criminele uitbuiting van een minderjarig meisje en het beschikken over een vals Brits rijbewijs.

## Full text

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers : 05-000551-26, 23-002222-24 (tul) Datum uitspraak : 20 juli 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] in [woonplaats] , raadsvrouw: mr. S.J. van der Aart, advocaat in Koog aan de Zaan. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 april 2026 en 6 juli 2026 achter gesloten deuren. 1 De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2025 tot en met 1 januari 2026 te Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [aangever] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten meerdere (contante) geldbedragen met een totale waarde van 320.800 euro, door (telkens) die [aangever] te bellen en zich voor te doen als [valse naam] , althans een politieagent, die [aangever] te zeggen dat aangever en/of het vermogen van aangever in gevaar zou(den) zijn, te zeggen dat hij zou helpen het vermogen veilig te stellen, die [aangever] opdracht te geven contante geldbedragen te pinnen, en/of die [aangever] opdracht te geven dat contante geldbedrag te overhandigen aan hem en/of een of meer anderen; 2. hij op of omstreeks 2 januari 2026 te Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een contant geldbedrag ter hoogte van 4650 euro die [aangever] heeft gebeld en zich voor heeft gedaan als [valse naam] , althans een politieagent, die [aangever] heeft gezegd dat hij een contant geldbedrag moest pinnen, een afspraak met die [aangever] heeft gemaakt waarbij dat contante geldbedrag op zou worden gehaald, naar het adres van die [aangever] is gereden, een ander heeft bewogen aan te bellen bij de voordeur van die [aangever] om het geldbedrag op te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij op 2 januari 2026 te [plaats] en Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 (15 jaar), heeft geworven, vervoerd en/of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [minderjarige] , terwijl die [minderjarige] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en/of terwijl die [minderjarige] een persoon in een kwetsbare positie was, immers heeft verdachte, samen met een of meer anderen, die [minderjarige] bij haar woongroep in [plaats] opgehaald, vervoerd naar Nijmegen, een geldbedrag (250 euro) aangeboden om zich voor te doen als agent en/of een envelop met geld op te halen bij de voordeur van een ander, te weten [aangever] , zijnde een slachtoffer van oplichting (middels nep agent); 4. hij op 2 januari 2026 te [woonplaats] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd gaspistool van het merk Blow type TR 92 kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een getransformeerd pistool, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon S&amp;B van het kaliber 9 mm Br.C. voorhanden heeft gehad. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs t.a.v. feit 2 Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Bewijsmiddelen het proces-verbaal van observatie vrijdag 2 januari 2026, p. 166-167; het proces-verbaal van bevindingen, p. 172-174; het proces-verbaal van bevindingen, p. 176-181 (met bijbehorende correctie in het proces-verbaal van bevindingen, p. 182-184; de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 6 juli 2026. t.a.v. feit 4 Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Bewijsmiddelen het proces-verbaal van bevindingen, p. 196-198; het proces-verbaal van bevindingen, p. 233-234; het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 235-226; de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 6 juli 2026. t.a.v. feit 3 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 ten laste gelegde criminele uitbuiting. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat niet kan komen vast te staan dat sprake was van een oogmerk tot uitbuiting. Tussen verdachte en [minderjarige] was sprake van een gelijkwaardige relatie. De criminele uitbuiting van [minderjarige] zoals ten laste is gelegd kan daarmee niet worden bewezen en vrijspraak dient te volgen, aldus de verdediging. De beoordeling door de rechtbank Op 2 januari 2026 waren verbalisanten in de woning van [aangever] aan [adres] in Nijmegen. Uit eerdere gesprekken tussen verdachten en [aangever] was namelijk bekend geworden dat hij in de middag van 2 januari 2026 gebeld zou worden door de verdachten, die zich voordeden als politieagenten dan wel bankmedewerkers. [aangever] werd die dag meerdere keren gebeld via WhatsApp door het telefoonnummer [telefoonnummer] . De mannenstem aan de telefoon zei dat er die dag een bedrag van € 4.650,00 veilig gesteld zou worden door zijn collega’s. Hij gaf aan dat het geld omstreeks 17:15 uur zou worden opgehaald. Vervolgens ging om 17:14 uur de deurbel van de woning van [aangever] . Op advies van de politie werd niet open gedaan en anderhalve minuut later werd nogmaals aangebeld. Vervolgens werd [aangever] meermaals door het eerder genoemde nummer gebeld. Die oproepen werden niet beantwoord door [aangever] . Verbalisanten zagen dat er op 2 januari 2026 om 17:14 uur een witte Mercedes-Benz geparkeerd stond op [adres] in Nijmegen. Om 17:17 uur stond er in de hal van het appartementencomplex aan [adres] in Nijmegen een jonge vrouw met een telefoon in de hand. Zij liep vervolgens naar buiten terwijl ze, zoals het leek, aan het videobellen was. Zij nam om 17:20 uur plaats achterin de eerder genoemde Mercedes. De inzittenden van de Mercedes werden vervolgens aangehouden. Verdachte zat rechts-voorin op de bijrijder stoel in de witte Mercedes. Op de bestuurdersstoel zat [medeverdachte] . De jonge vrouw achterin was [minderjarige] (toen 15 jaar oud). [minderjarige] heeft verklaard dat ze 15 jaar oud is en sinds een aantal weken verblijft op een woongroep in [plaats] . Ze kent verdachte bijna een jaar, maar zij zien elkaar nooit. Het contact ging via Snapchat. [minderjarige] heeft verklaard dat zij verdachte af en toe belde voor geld voor de McDonald’s, maar dat kreeg ze niet. In de week van 2 januari 2026 belde verdachte naar [minderjarige] dat zij geld moest ophalen. Ze zou gereden worden door een vriend van verdachte uit Engeland en ze zou er € 250,00 voor krijgen. Voor het naar Nijmegen gaan gebruikte ze de naam [naam] . Ze kreeg van verdachte uitgelegd wat ze moest doen in Nijmegen. Ze moest een envelop ophalen. Op 2 januari 2026 heeft verdachte haar gebeld dat hij haar kwam ophalen. Even later is [minderjarige] door verdachte en de man uit Engeland opgehaald in [plaats] . De man uit Engeland was de bestuurder. Zij zat achterin en de bestuurder zei tegen haar dat zij een envelop moest ophalen, dat zij daarvoor € 250,00 zou krijgen en dat het legaal zou zijn. [minderjarige] heeft verklaard dat zij dacht ‘free money dus oke’. In de auto heeft verdachte één keer gebeld. Het was een kort gesprek en tijdens dat gesprek klonk hij volwassen en praatte hij meer ABN. Hij zei dat zijn collega er om 17:15 uur zou zijn, achteraf besefte [minderjarige] dat zij die collega was. Toen zij waren gearriveerd in Nijmegen moest [minderjarige] naar het huis lopen. Toen zij daar was deed niemand open. Zij heeft verdachte gebeld dat er niet open werd gedaan, waarop verdachte die man toen twee keer heeft gebeld. Zij is toen terug gelopen naar de auto en toen werden ze aangehouden. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij naar Nederland was gekomen om nieuwjaar te vieren. Hij heeft een auto (een witte Mercedes) gehuurd op zijn eigen naam. Hij verbleef in een hotel in Amsterdam en is met verdachte in Rotterdam naar een club gegaan om nieuwjaar te vieren. Op 2 januari 2026 ging hij met verdachte wat eten. Toen hebben ze [minderjarige] opgehaald en reden ze naar de McDonald’s. Verdachte heeft tegen [medeverdachte] gezegd dat hij [minderjarige] kende en dat zij niet spoorde en in een pleeggezin zat. [medeverdachte] wist waar hij naartoe moest rijden omdat verdachte dat op de navigatie had ingevoerd. Verdachte heeft verklaard dat hij medeverdachte [medeverdachte] kent van internet en samen met hem nieuwjaar zou gaan vieren. Verdachte heeft aan [medeverdachte] gevraagd of hij hem naar Nijmegen wilde brengen. Hij wist dat [minderjarige] op een woongroep woonde. Hij heeft haar verteld dat ze een envelop moest ophalen op 2 januari 2026. Hij is niet zelf het geld gaan halen omdat hij bang was dat hij gearresteerd zou worden. Betrouwbaarheid verklaring [minderjarige] De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van [minderjarige] niet als betrouwbaar zijn aan te merken. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hiertoe dat de verklaringen van [minderjarige] op diverse essentiële punten steun vinden in overige bewijsmiddelen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen. Criminele uitbuiting De rechtbank stelt vast dat verdachte een minderjarig meisje heeft ingezet om een strafbaar feit te plegen, te weten poging tot oplichting. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte de minderjarige daarbij heeft uitgebuit in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. Volgens de tenlastelegging bestaat deze uitbuiting er kort gezegd uit dat de minderjarige voor verdachte zich voor moest doen als nepagent en een envelop met geld moest ophalen bij [aangever] . Voor een bewezenverklaring van mensenhandel in de zin van artikel 273f eerste lid, sub 2 Sr dient te zijn voldaan aan een drietal elementen. Ten eerste moet worden vastgesteld dat er sprake is van feitelijke handelingen, ten tweede moet worden vastgesteld dat verdachte hierbij het oogmerk van uitbuiting had en ten derde moet sprake zijn van minderjarigheid van de ander. Minderjarigheid [minderjarige] was 15 jaar ten tijde van het tenlastegelegde feit. Feitelijke handelingen Verdachte heeft tegen [minderjarige] gezegd dat ze een envelop moest ophalen en dat ze daar € 250,00 voor zou krijgen. Hij heeft haar samen met medeverdachte [medeverdachte] opgehaald bij de woongroep waar zij verbleef en toen zijn ze naar Nijmegen gereden. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat sprake is van ‘werven’, ‘vervoeren’ en ‘overbrengen’ als bedoeld in artikel 273f, eerste lid sub 2 Sr. Oogmerk van uitbuiting De uitbuiting van strafbare activiteiten met inzet van minderjarigen moet gepaard gaan met een zekere mate van onvrijheid voor de minderjarige. Naar het oordeel van de rechtbank is daar in dit geval sprake van geweest. Daarvoor acht de rechtbank van belang dat [minderjarige] in een kwetsbare positie verkeerde en dat zij in een afhankelijke relatie stond ten opzichte van verdachte en medeverdachte. Zij was 15 jaar oud en verbleef in een woongroep. Verdachte was hiervan op de hoogte. Desondanks hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aan [minderjarige] instructies gegeven om het geld op te halen bij de voordeur van het flatgebouw van [aangever] . Dit gebeurde terwijl verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de auto bleven wachten en haar aanstuurden. Hierdoor liepen zij aanzienlijk minder risico om betrapt en gepakt te worden. Zij legden hiermee alle risico’s bij [minderjarige] , terwijl zij zich op een plek bevond die zij niet kende en zij was afhankelijk van verdachte en medeverdachte voor haar vervoer terug naar huis. Zij hebben haar in een situatie gebracht waaruit zij zich niet makkelijk kon onttrekken. Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van de kwetsbare minderjarige [minderjarige] , bestaande uit het uitbuiten van die kwetsbare minderjarige, in die zin dat zij is aangezet tot het plegen van een strafbaar feit. t.a.v. feit 1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich, samen met (onbekende) anderen, schuldig heeft gemaakt aan de oplichtingen van [aangever] zoals tenlastegelegd onder feit 1. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte als tussenpersoon of uitvoerder iedere keer en voor het volledige bedrag betrokken is geweest bij de oplichtingshandelingen zoals tenlastegelegd. Op grond van het dossier kan maximaal worden bewezen dat hij in de maanden augustus en september 2025 betrokken is geweest bij vijf oplichtingshandelingen waarbij totaal € 25.000,00 is buitgemaakt. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat verdachte voor het overige dient te worden vrijgesproken. De beoordeling door de rechtbank Aangever [aangever] , wonende aan de [adres] te Nijmegen (in een flatgebouw zonder camera’s ), werd begin augustus 2025 in de ochtend door [valse naam] gebeld op zijn huistelefoon. [valse naam] was van de politie en vertelde dat er in de wijk was ingebroken en dat uit onderzoek bleek dat ze het op aangever gemunt hadden. Aangever deelde [valse naam] mede dat ze niet bij zijn woning konden komen omdat de deuren open gaan met een chip. [valse naam] zei dat ze die tegenwoordig kunnen namaken. Aangever heeft een aantal keer op verschillende momenten met [valse naam] gesproken. Op 10 augustus 2025 nam [valse naam] weer contact op en vroeg of aangever geld had, want de bankmedewerkers waren niet meer te vertrouwen en hij zou ervoor zorgen dat het geld van aangever veilig was. Desgevraagd heeft aangever het saldo op zijn rekeningen gedeeld met [valse naam] . Vervolgens stelde [valse naam] voor dat aangever iedere keer contant geld op zou nemen en dat [valse naam] deze dan in de kluis zou bewaren. Op 15 augustus 2025 heeft aangever voor de eerste keer € 5.000,00 contant opgenomen van zijn ING rekening met rekeningnummer [rekeningnummer] . Een vrouw kwam vervolgens bij hem aan de deur en zij vertelde een ophaalcode. Zij was getint, droeg een hoodie en stelde zich voor als [naam] . Aangever overhandigde het geld en vervolgens belde [valse naam] of het was gelukt en dat hij morgen weer zou bellen voor de volgende overdracht. De eerste drie keren heeft [naam] het geld opgehaald en daarna kwamen er verschillende jongens, 3 á 4 verschillende, allen rond de 25 jaar, getint en met een hoodie. Zij stelden zich onder andere voor als [naam] en [naam] . Op 7 en 10 september 2025 heeft aangever samen met [valse naam] (telefonisch) en een jongen (die geld kwam ophalen) twee maal 0,01 euro overgemaakt naar Bitvavo, omdat dat [valse naam] handig leek. Op 10 september 2025 belde [valse naam] om een Bunq bankrekening te openen. Hij zou de aanvraag doen en aangever zou alle informatie verstrekken die nodig was. Hij zou zijn geld kunnen overmaken naar de Bunq rekening en dan zou [valse naam] het geld opnemen en in de kluis doen. Aangever heeft toen € 1.500,00 overgemaakt naar rekeningnummer [rekeningnummer] . Op 21 oktober 2025 kreeg aangever bericht van de ING dat zij het niet vertrouwden en is zijn rekening geblokkeerd. Vanaf 14 augustus 2025 heeft aangever € 168.000,00 opgenomen. Vanaf oktober 2025 heeft aangever ook geld opgenomen bij zijn [aangever] rekening met rekeningnummer [rekeningnummer] . Dat duurde tot en met 3 november 2025, want toen werd ook deze rekening geblokkeerd omdat de bank het niet vertrouwde. In die periode heeft aangever in ieder geval € 84.000,00 contant opgenomen. Op 20 november 2025 had aangever wederom contact met [valse naam] . [valse naam] vertelde dat de huistelefoon van aangever werd afgeluisterd en die dag erna kwam een jongen de huistelefoons van aangever ophalen. Aangever kreeg van de jongen ook nog € 200,00 omdat hij geen geld meer had omdat zijn rekeningen waren geblokkeerd. [valse naam] gaf aangever advies hoe zijn bankrekeningen bij de bank weer gedeblokkeerd konden worden en hij weer geld kon pinnen om te overhandigen. Vanaf 21 november 2025 had aangever via WhatsApp bellen contact met [valse naam] . [valse naam] belde met het telefoonnummer [telefoonnummer] . De profielfoto was een blanke agent in politie-uniform. Op 1 december 2025 nam [valse naam] weer contact op met aangever om advies te geven over het deblokkeren van zijn bankrekeningen. De jongens die bij aangever binnen zijn geweest hebben hem geholpen met het maken van een account bij [aangever] , omdat aangever eerst alleen een papieren account had. De jongens hebben toen met de telefoon van aangever foto’s gemaakt van aangever waar hij zich mee moest verifiëren. Er is ook een e-mail naar [aangever] gestuurd door de jongen. De jongen was in de woning en aangever had [valse naam] aan de telefoon. [valse naam] las een tekst voor via de telefoon voor een brief aan [aangever] om de rekening weer te deblokkeren. Na 21 november 2025 verliep het contact via Signal. Een van de jongens die wel eens binnen is geweest heeft het nummer van [valse naam] erin gezet. [valse naam] zei dat aangever er met niemand over moest praten. Aangever heeft in een aanvullend verhoor op 20 januari 2026 aangegeven dat degene met wie hij telefonisch heeft gesproken altijd dezelfde persoon was. V: Sommige gesprekken zijn opgenomen. Is de stem die u daarop hoorde dezelfde stem als degene die u altijd aan de telefoon hoorde bij de andere gesprekken die niet zijn opgenomen? A: Ja. V: Dus vanaf het eerste telefoontje die u kreeg tot het laatste telefoontje die u heeft gekregen, was dit dan altijd dezelfde persoon? A: Ja, dat is dezelfde persoon. Dat idee had ik wel. Het was altijd dezelfde persoon. Op 29 november 2025 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen aangever en de nepagent, waar de broer van aangever ( [broer] ) bij was. De broer van aangever wist vrij snel dat het niet klopte. Ze hadden het over vrijgeven in plaats van deblokkeren en ze gebruikten wat andere woorden richting aangever waarvan de broer van aangever eveneens het gevoel had dat het niet klopte. De broer van aangever heeft vervolgens een melding gemaakt bij de politie. Audiobestanden telefoongesprekken. Een aantal telefoongesprekken tussen aangever en beller [valse naam] tussen 14 december 2025 en 2 januari 2026 is opgenomen en uitgeschreven. Relevante onderdelen daarvan zijn: [Afbeelding geanonimiseerd] Transacties Er is onderzoek verricht naar de transacties op de bankrekeningen [rekeningnummer] en [rekeningnummer] , die op naam gesteld zijn van aangever [aangever] . In de periode van 15 augustus 2025 tot en met 2 november 2025 hebben bij de ING 55 opnames van veelal €5.000,00 plaatsgevonden, met een totaal van € 226.800,00. Bij [aangever] gaat het om 37 opnames met een totaal van € 94.000,00 in de periode van 1 oktober 2025 tot en met 3 november 2025. Het totaal van de contante opnames boven de € 1.000,00 is € 320.8000,00. Telefoon aangever De telefoon van aangever is onderzocht en er zijn begin september 2025 een aantal apps op het toestel geïnstalleerd die zijn gerelateerd aan banken of cryptovaluta: op 1 september 2025 om 13:03 uur (UTC+2) is de app Signal op het toestel geïnstalleerd; op 5 september 2025 om 10:31 uur (UTC+2) is de app Private Bank op het toestel geïnstalleerd; op 7 september 2025 om 20:06 uur (UTC+2) is de app bunq op het toestel geïnstalleerd; op 7 september 2025 om 20:21 uur (UTC+2) is de app Bitvavo op het toestel geïnstalleerd. iPhone 11 Verdachte was tijdens de aanhouding in het bezit van een iPhone 11. Deze lag op de grond aan de passagierskant van het voertuig waar verdachte zat toen hij werd aangehouden. Vanaf dit toestel werden verschillende chatberichten verstuurd uit naam van ‘ [valse naam] ’. Politiemedewerkers herkenden de stem die zich aan de telefoon voordeed als ‘ [valse naam] ’ als de stem van verdachte. In de gespreksgeschiedenis is te zien dat vanaf het toestel meerdere gesprekken plaatsvonden met telefoonnummer [telefoonnummer] (aangever [aangever] ). Het telefoonnummer staat in de telefoon opgeslagen als ‘ [naam] ’. Tussen 13 december 2025 en 2 januari 2026 vonden er in totaal 80 gesprekken plaats. In die periode vonden er eveneens 83 gesprekken plaats met telefoonnummer [telefoonnummer] . Dat telefoonnummer is in de telefoon van [minderjarige] gekoppeld aan WhatsApp en de sms-functie van die telefoon. In de telefoon stond een chatgesprek via Telegram met ‘ [account 2] ’ die gebruikt maakt van Telegram ID [nummer] . Dit nummer staat in het toestel van medeverdachte [medeverdachte] (iPhone 15 Pro Max) gekoppeld aan Telegram. In de periode tussen 1 juli 2025 en 2 januari 2026 zijn er in totaal 575 berichten over en weer gestuurd. De berichten gaan onder meer over zogenoemde ‘leadlists’. Dat zijn lijsten met persoonsgegevens die illegaal worden verhandeld en de gegevens worden vervolgens gebruikt voor verschillende vormen van oplichting. Op 13 december 2025 wordt door ‘ [account 2] ’ het nummer + [telefoonnummer] gedeeld met ‘ [account 1] ’ inclusief een vermoedelijk autorisatiecode [nummer] . Zes minuten later werd door ‘ [account 1] ’ een screenshot gedeeld van een geactiveerd WhatsApp profiel op naam van [valse naam] met telefoonnummer + [telefoonnummer] en profielfoto van een politielogo en dan volgt het volgende gesprek: [account 2] : ‘Let fucking go’ [account 1] : ‘Broooo. Oml im otp’ [account 2] : ‘Told you bro. You can make €1000 right now easily’. [account 1] : ‘7bags. His account got free. The normal one’ [account 2] : ‘Yep woosh him’ [account 1] : ‘But the investment bank cant’ [account 2] : ‘Can you get card details?’ [account 1] : ‘Algoritm there gonna block it again’ [account 1] : ‘It’s NL bro. Iban’ [account 2] : ‘Fuckkk’ [account 1] : ‘Not cc’ Er staat ook een gesprek via Snapchat in de telefoon tussen ‘ [account 3] ’ en ‘ [account 4] ’. ‘ [account 4] ’ komt meerdere keren voor in de politiesystemen en is gekoppeld aan [naam] met telefoonnummer [telefoonnummer] . Het gesprek vindt plaats op 2 januari 2026: [account 3] : ‘Yo. Morgen weer fit toch’ [account 4] : ‘Ja. Wat driver enzo readt. Zelfde plek weer of ergens anders.’ [account 3] : ‘Zelfde gw. Tot t dood is.’ [account 4] : ‘Ai ben net terug van werk ga ff laag’ [account 4] : ‘Yo. Waar jij’ [account 3] : ‘Onderweg Nijmegen’ [account 4] : ‘Oh ai. Met Z’ [account 3] : ‘Nee zo een nigga van me uit UK’ [account 4] : ‘Sii en die driver is hij al daar’ [account 3] : ‘Neeman’ [account 4] : ‘Of gaan we niet’ (2x audiobericht van [account 3] ) [account 4] : ‘Dus wanneer gaan we er echt op’ [account 3] : ‘Moet ff nieuwe driver fixen deze man zegt hij gaat kappen. Kijk jij ook ff’ [account 4] : ‘Siii. 20 p. Toch’ In de notities van de telefoon is op 1 december 2025 de volgende notitie gemaakt: “ Hai een hele goedeavond U spreekt met . van politie eenheid amsterdam/amsteland Heb ik het genoegen met de heer/mevrouw [achternaam persoon] wat fijn dat ik u tref! bent u bekend met de aanhouding van gisteravond aan de [straat naam] ? oké nou dan zou ik dat kort even voor u toelichten Gister [datum] omstreeks 8 / 9 uur kregen wij een melding vanwege overlast aan de [straatnaam], en daar hebben wij twee eenheden op afgestuurd en troffen wij 4 jongens van Noord Afrikaanse afkomst aan en natuurlijk namen ze alle 4 het hazenpad, maar wij hebben gelukkig 2 van de 4 verdachten kunnen aanhouden, dan zit er helaas wel een addertje onder het gras. Bij de aanhouding vonden wij vuurwapens, telefoons, breekijzers en een kladblokje aan met het adres [straatnaam+huisnummer ]. wij Klopt het dat u daar wonende bent? Het blijkt dus dat deze heren van plan waren om in te breken bij u thuis Voor dat ik u verder inlicht heeft u pen en papier bij de hand? Dan kan ik u mijn naam en dienstnummer doorgeven. U spreekt met [naam] dienstnummer [nummer] morgen om 09:00u zal u 3 brieven thuis ontvangen • politie • officier van justitie • openbaar ministerie bij de aanhouding troffen wij dus ook telefoons aan van de heren, wat het nou is wij hebben de telefoons uitgelezen die we tijdens de aanhouding in beslag hebben genomen. En daarbij vonden wij verontrustende telegram gesprekken dat de heren al een tijdje aan het plannen zijn op deze inbraak, en ook lazen we dat als er niet meegewerkt zou worden dat de 4 criminelen ook niet vies waren om geweld te gebruiken. maar nu onze vraag is: waarom zijn deze criminelen naar u opzoek? • heeft u waardevolle spullen ik huis? • heeft u ruzie met mensen? • heeft u schulden? • heeft u contant geld in huis • wij vernamen ook van het kladblokje dat u ook in bezit was van • sierraden/zegels/antiek/schilderijen • besteld u vaak dure dingen? dat zouden namelijk allemaal factoren kunnen zijn waarom deze criminelen aan het azen zijn op uw adres Ik zie dat mijn hoofdrecerge nog aanvullende informatie heeft als u het niet erg vind verbind ik u door naar hem’ In het toestel werden verder foto’s aangetroffen waaruit blijkt dat verdachte veel geld had om te besteden. En er is een foto aangetroffen van een nagemaakt politielegitimatiebewijs met daarop de foto van vermoedelijk verdachte [minderjarige] en de naam [naam] . iPhone 13 In het voertuig waar verdachte zat toen hij werd aangehouden is op de grond aan de passagierskant een iPhone 13 aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat deze telefoon van hem is en dat andere mensen daar geen gebruik van maakten. De naam ‘ [account 3] ’ komt voor als weergavenaam in het toestel (gekoppeld aan TikTok) en de naam ‘ [account 1] ’ is gekoppeld aan de chatapplicatie Discord. Deze twee namen komen ook voor als ‘owner’ in het andere toestel wat in beslag is genomen bij verdachte (iPhone 11). In die iPhone 11 komt de naam ‘ [account 3] ’ voor als naam in Snapchat en ‘ [account 1] ’ als naam in Telegram. In de Signal app stond een gesprek tussen [account 5] en [account 6] (owner) dat plaatsvond op 16 augustus 2025 met de volgende inhoud: [account 5] : ‘ Wat voor job had je daar dan ’ [account 6] (owner): ‘ Snel pakketje halen. Nijmegen. Aannemen en weg ’ [account 5] : ‘ Ohh nee man ik ga me fisie niet burnen voor dat weet beter gg ’ [account 6] (owner): ‘ Is geen cammies bro lol. Is flatgebouw en diegene komt benedne ’ [account 5] : ‘ Ja maar daar gaat het niet om bro ik ben geen haler mijn ego staat hoger dan dat. Jij haalt ook niet toch. Haha ’ [account 6] (owner): ‘ Tuurlijk wel ’ In de notities van het toestel stonden meerdere notities gemaakt op 23 september 2025 met een zogenoemd script wat gebruikt wordt tijdens telefoongesprekken met slachtoffers. Ook bleek dat via Brave (internetbrowser) in de periode van 4 november 2025 tot en met 27 december 2025 de volgende zoektermen zijn gebruikt: bitvavo fraude, crypto helpdeskfraude, nijmegen nieuws fraude, beverwijk wisselaar, beverwijk wisselaar zilver, en goud inkoop en op 2 januari 2026 is via Google Maps gezocht naar ‘ [adres] ’. Op de iPhone 13 zijn ook afbeeldingen aangetroffen. Een afbeelding betreft een screenshot van de politie waarop onder andere een foto van wijkagent [valse naam] uit [woonplaats] te zien is. Een andere afbeelding is een foto die is gecreëerd op 22 augustus 2025 waarop een persoon te zien is met veel bankbiljetten van € 50,00. Een andere afbeelding is een screenshot van de telefoongids met de adresgegevens van [aangever] , de afbeelding is gecreëerd op 13 augustus 2025. De afbeelding die is gecreëerd op 14 augustus 2025 betreft een brief waarin de politie mededeling maakt van een arrestatie van twee verdachten. De brief is ondertekend door ‘hoofd recherche [valse naam] ’. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij de brief middels chat-GPT heeft gemaakt. Nokia 105 Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte is op zijn slaapkamer in de vensterbank onder andere een Nokia 105 TA-174 telefoon aangetroffen. Uit de historische gegevens van het telefoonnummer van aangever ( [telefoonnummer] ) bleek dat aangever 33 keer was benaderd door telefoonnummer [telefoonnummer] . Het telefoonnummer [telefoonnummer] is op 6 oktober 2025 in gebruik geweest in de Nokia 105 TA 1174 met IMEI [nummer] en van 6 oktober 2025 tot en met 13 oktober 2025 in de Nokia Model TA-1485 met IMEI [nummer] . Het telefoonnummer was verwijderd uit de telefoon van aangever. iPhone 15 Pro Max In de deur van de bestuurderszijde waar medeverdachte [medeverdachte] zich bevond ten tijde van de aanhouding is een zwarte iPhone 15 Pro Max aangetroffen en in beslag genomen. Tussen ‘ [account 2] ’ ( [medeverdachte] ) en ‘ [account 1] ’ ( [verdachte] ) zijn via telegram 575 berichten over en weer verzonden. In de gesprekken tussen beiden is onder andere te lezen dat [account 1] zelfstandig een ‘center’ in de lucht probeert te krijgen en dat het krijgen van leads problematisch is. Op 21 juli 2025 vraagt [account 1] aan [account 2] of hij het volgende bericht op zijn kanaal kan posten: ‘ Looking for reliable DID providers ’ om centers weer up and running te krijgen. Naast twee Ledger scripts zijn ook leadlijsten met de titel ‘Ledger’ aangetroffen in de telefoon. De leadlijsten bevatten diverse persoonsgegevens zoals naam, adres, telefoonnummer en mailadres. De Ledger scripts in combinatie met leadlijsten kunnen worden gebruikt bij online oplichting. Locatiegegevens Er is onderzoek gedaan naar of er op de momenten waarop het telefoontoestel met IMEI [nummer] (iPhone 13 Pro, in gebruik bij verdachte) zich in Nijmegen bevond, er ook pintransacties hebben plaatsgevonden. De telefoon bleek op 19 augustus 2025, 22 augustus 2025, 31 augustus 2025, 2 september 2025 en op 3 september 2025 in Nijmegen te zijn geweest kort na een pintransactie van rekeningnummer [rekeningnummer] . Tijdens de doorzoeking aan de [adres] te [woonplaats] is op de slaapkamer van verdachte een telefoon met IMEI [nummer] (iPhone 15 Pro) met telefoonnummer [telefoonnummer] in beslag genomen. Het toestel staat op naam van [moeder] , de moeder van verdachte. Het telefoonnummer heeft op 7 september 2025 tussen 19:41 en 20:43 uur gebruik gemaakt van de zendmastlocatie [adres] te Nijmegen. De historische verkeersgegevens van IMEI [nummer] (telefoonnummer [telefoonnummer] , op naam van de moeder van verdachte) en het telefoonnummer [telefoonnummer] (in gebruik geweest bij de Nokia 105 die in de woning van verdachte is aangetroffen) zijn opgevraagd. Daaruit blijkt dat op 6 oktober 2025 telefoonnummer [telefoonnummer] tussen 19:08 uur en 19:16 uur gebruik maakte van dezelfde zendmast ( [adres] te [woonplaats] ) als het nummer [telefoonnummer] waarmee op diezelfde dag omstreeks 19:55 uur door de nepagent naar [aangever] werd gebeld. Dit geldt voor alle dagen tot en met 13 oktober 2025. Aangever is 33 keer gebeld door het nummer [telefoonnummer] . Ten tijde van het contact tussen telefoonnummer [telefoonnummer] met [aangever] , maakten beide telefoonnummers ( [telefoonnummer] en [telefoonnummer] ) gebruik van veelal dezelfde zendmastlocaties, in dezelfde steden. Op deze dagen is door aangever ook meermalen gepind. Verdachten Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij aangever [aangever] meerdere keren heeft gebeld en zich heeft voorgedaan als wijkagent ‘ [valse naam] ’. Medeverdachte [medeverdachte] heeft het Britse telefoonnummer voor hem geregeld. Verdachte heeft verklaard dat hij voor € 500,00 een ‘vette vis’ heeft gekocht die hij mocht ‘leegmaken’. Hij mocht 20% houden en moest de rest afdragen. Hij heeft er niets aan verdiend. Verdachte is degene die in augustus als ‘ [account 6] ’ berichten heeft gestuurd aan [account 5] . Verdachte is meerdere keren in Nijmegen geweest om geld op te halen bij aangever. Hij reed in de auto van zijn moeder naar Nijmegen en er werd iemand geregeld die het geld bij de deur ging ophalen. Hij heeft verklaard dat hij zelf niet bij aangever binnen is geweest en dat hij niet vanaf het begin betrokken is geweest. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij naar Nederland was gekomen om nieuwjaar te vieren. Hij heeft een witte Mercedes-Benz gehuurd en verbleef in een hotel in Amsterdam. Op 2 januari 2026 heeft hij met verdachte [verdachte] afgesproken wat te gaan eten. Medeverdachte heeft hem opgehaald en daarna reden ze ongeveer 40 minuten om [minderjarige] op te halen. Verdachte [verdachte] wist waar zij woonde. Hij heeft het Britse nummer voor verdachte [verdachte] geregeld. [minderjarige] heeft verklaard dat zij verdachte [verdachte] al een jaar kent. Zij heeft verklaard dat [verdachte] tegen haar heeft gezegd dat aangever een ‘vaste vis’ (vaste klant) is en dat hij haar meerdere keren heeft benaderd om naar Nijmegen te gaan en dat hij groot gaat harken in Nijmegen. Verdachte [verdachte] heeft tegen [minderjarige] gezegd dat hij twee vissen op een dag doet. Conclusie Gelet op al het voorgaande in samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan het telkens oplichten van aangever [aangever] voor het gehele tenlastegelegde bedrag. De rechtbank stelt aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. De periode Verdachte heeft vanaf begin juli 2025 contacten gehad met ‘ [account 2] ’(medeverdachte [medeverdachte] ) over het kopen van namenlijsten met mensen die mogelijk makkelijk zijn op te lichten. Verdachte heeft op 13 augustus 2025 het adres van aangever opgezocht en er een screenshot van gemaakt. Verdachte heeft middels chat-GPT op 14 augustus 2025 een brief aangemaakt waarin mededeling wordt gemaakt van arrestatie van twee verdachten. De brief is ondertekend door ‘hoofd recherche [valse naam] ’. Op de telefoon van verdachte zijn verder meerdere scripts aangetroffen die voor oplichting kunnen worden gebruikt, een screenshot van wijkagent [valse naam] en communicatie met anderen over oplichtingspraktijken. Op 15 augustus 2025 heeft aangever voor het eerst contant geld opgenomen en op 16 augustus 2025 vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [account 5] over pakketje ophalen in Nijmegen en een flatgebouw zonder camera’s. Verdachte is tussen augustus en november 2025 meerdere keren in Nijmegen geweest rondom data waarop aangever contant geld heeft opgenomen en er is meerdere keren vanuit de woning van verdachte telefonisch contact geweest tussen verdachte en aangever rondom data dat pintransacties hebben plaatsgevonden. Zo is in oktober 2025 33 keer telefonisch contact geweest tussen aangever en verdachte op de dagen dat aangever ook heeft gepind na contact met [valse naam] . Verder blijkt dat verdachte en [medeverdachte] kennis hadden van het gegeven dat de bankrekening van aangever geblokkeerd was en dat zij op 13 december 2025 weten dat deze weer is gedeblokkeerd waarop zij de bankrekening willen leeghalen. Zij noemen dit ‘de normale’ bankrekening. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bekend bij de poging oplichting op 2 januari 2026 en de handelingen die daaraan vooraf zijn gegaan. De rechtbank is op basis van deze feiten van oordeel dat verdachte in de gehele tenlastegelegde periode betrokken is geweest bij het oplichten van aangever. De beller en de werkwijze De rechtbank stelt ook vast dat verdachte de gehele periode de beller is geweest. Dit blijkt uit de verklaring van aangever die de stem van verdachte herkent en zegt dat dit de enige beller is én uit de telefoongegevens tussen aangever en de bij verdachte in gebruik zijnde en/of in zijn huis aangetroffen telefoons. Ook de uitwerking van de audiobestanden laat dit zien. Uit de inhoud van de gesprekken valt namelijk op te maken dat de beller en aangever elkaar kennen: “Ik had u een tijdje niet gesproken. Gaat het ook nog een beetje goed met het wandelen en uw schema en dergelijke?. Zullen we het dan gewoon op de oude manier doen? Hoe we het al lang hadden gedaan. Gewoon contact. Uit de verklaring van aangever en uit de verdere uitwerking van de audiobestanden zoals opgenomen in dit vonnis blijkt bovendien dat verdachte eerst het vertrouwen van aangever heeft gewonnen, hem heeft geïsoleerd door te zeggen dat hij er met niemand over mag praten en vervolgens druk heeft uitgeoefend zodat aangever bleef doen wat verdachte zei. Uit dit alles volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een vaste beller die voortborduurt op de opgebouwde band tussen aangever en de nepagent (in dit geval verdachte). De rechtbank merkt daarbij op dat op geen enkele wijze is gebleken van een andere beller of organisator. Ook de verklaring van verdachte dat hij het contante geld grotendeels moest afgeven aan anderen vindt geen steun in het dossier en is door verdachte ook niet aannemelijk gemaakt met nadere gegevens of details hierover. Op grond daarvan is de rechtbank van oordeel dat de verdachte door een samenweefsel van verdichtsels, listige kunstgrepen, het aannemen van een valse naam en het aannemen van een valse hoedanigheid bij aangever een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen waardoor hij is bewogen tot de afgifte van in totaal € 320.800,00. Medeplegen Ook het medeplegen acht de rechtbank bewezen. Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte al sinds 1 juli 2025 informatie uitwisselde met onder andere medeverdachte [medeverdachte] en [medeverdachte] heeft een Brits telefoonnummer voor verdachte geregeld waarmee aangever later wordt benaderd. Op 13 december 2025 hebben verdachte en [medeverdachte] contact over de rekening van aangever en zegt [medeverdachte] ‘let’s woosh him’. Op 2 januari 2026 worden verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en [minderjarige] in dezelfde auto in Nijmegen aangehouden. Uit het voorgaande blijkt dat in ieder geval tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking. Daarnaast zijn er meerdere keren personen bij aangever in de woning geweest die hebben geholpen met apps installeren, o.a. [aangever] voor online bankieren, een rekening te openen bij de Bunq bank, omdat de andere rekeningen geblokkeerd waren en om de huistelefoon op te halen, omdat die zou worden afgeluisterd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich – samen met (onbekende) anderen – schuldig heeft gemaakt aan de oplichtingen van [aangever] zoals tenlastegelegd onder feit 1. 3 De bewezenverklaring De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2025 tot en met 1 januari 2026 te Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en /of een valse hoedanigheid en /of door listige kunstgrepen en /of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) [aangever] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten meerdere (contante) geldbedragen met een totale waarde van 320.800 euro, door (telkens) die [aangever] te bellen en zich voor te doen als [valse naam] , althans een politieagent, die [aangever] te zeggen dat aangever en/of het vermogen van aangever in gevaar zou(den) zijn, te zeggen dat hij zou helpen het vermogen veilig te stellen, die [aangever] opdracht te geven contante geldbedragen te pinnen, en /of die [aangever] opdracht te geven dat contante geldbedrag te overhandigen aan hem en/of een of meer anderen; 2. hij op of omstreeks 2 januari 2026 te Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en /of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en /of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en /of een valse hoedanigheid en /of door listige kunstgrepen en /of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een contant geldbedrag ter hoogte van 4650 euro die [aangever] heeft gebeld en zich voor heeft gedaan als [valse naam] , althans een politieagent, die [aangever] heeft gezegd dat hij een contant geldbedrag moest pinnen, een afspraak met die [aangever] heeft gemaakt waarbij dat contante geldbedrag op zou worden gehaald, naar het adres van die [aangever] is gereden, een ander heeft bewogen aan te bellen bij de voordeur van die [aangever] om het geldbedrag op te halen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij op 2 januari 2026 te [plaats] en Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander en , althans alleen, een ander, te weten [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 (15 jaar), heeft geworven, vervoerd en /of overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [minderjarige] , terwijl die [minderjarige] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en /of terwijl die [minderjarige] een persoon in een kwetsbare positie was, immers heeft verdachte, samen met een of meer ander en , die [minderjarige] bij haar woongroep in [plaats] opgehaald, vervoerd naar Nijmegen, een geldbedrag (250 euro) aangeboden om zich voor te doen als agent en /of een envelop met geld op te halen bij de voordeur van een ander, te weten [aangever] , zijnde een slachtoffer van oplichting (middels nep agent); 4. hij op 2 januari 2026 te [woonplaats] een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd gaspistool van het merk Blow type TR 92 kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een getransformeerd pistool, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 1 kogelpatroon S&amp;B van het kaliber 9 mm Br.C. voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen. 3 De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: medeplegen van oplichting feit 2: medeplegen van poging tot oplichting feit 3: medeplegen van mensenhandel, terwijl die persoon ten aanzien van wie het in artikel 273f, eerste lid, onder 2 omschreven feit wordt gepleegd de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt en bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt feit 4: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd. 4 De strafbaarheid van het feit De feiten zijn strafbaar. 5 De strafbaarheid van verdachte Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar. 6 De motivering van de straf en maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot jeugddetentie van 360 dagen waarvan 235 dagen voorwaardelijk. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd, inclusief dadelijke uitvoerbaarheid. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet daarvan worden afgetrokken. Daarnaast heeft de officier van justitie geëist dat verdachte een werkstraf moet verrichten van 160 uur subsidiair 80 dagen vervangende jeugddetentie. Er zijn onder verdachte goederen in beslag genomen. De officier van justitie heeft geëist dat deze goederen verbeurd worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat het passend is om aan verdachte maximaal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest op te leggen, met aftrek, gecombineerd met een voorwaardelijk deel, waaraan de door de jeugdreclassering en Raad voor de Kinderbescherming voorgestelde voorwaarden kunnen worden verbonden. Indien de rechtbank tot een grotere bewezenverklaring komt dan door de verdediging betoogd, geldt dat op die straf aanvullend mogelijk nog een taakstraf kan worden opgelegd. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel justitiële documentatie van 19 juni 2026 (het strafblad), de Pro Justitia-rapportage van 18 maart 2026, het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 30 juni 2026 In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Strafblad Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij vaker met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet voor soortgelijke feiten. De ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van oplichting, poging tot oplichting en criminele uitbuiting. Verdachte heeft het slachtoffer bewogen tot afgifte van meer dan 320.000 euro verspreid over bijna 90 pintransacties. Verdachte heeft het vertrouwen gewonnen van het slachtoffer, hem geïsoleerd onder meer door aan te geven dat hij geen familie mocht betrekken en druk op hem uitgeoefend. Verdachte heeft daarbij op grove wijze misbreuk gemaakt van de kwetsbare positie van het slachtoffer. Dat daardoor groot financieel nadeel voor het slachtoffer is ontstaan is evident. Verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door het snelle en makkelijke financiële gewin. Daarbij heeft hij een minderjarig meisje ingezet om voor hem het geld op te halen bij het slachtoffer. Hij heeft zich er niet om bekommerd dat dit voor de minderjarige en met name voor het slachtoffer nadelige gevolgen zou hebben. Daarnaast heeft verdachte ook een wapen voorhanden gehad. Dit is eveneens een ernstig feit. Verdachte had het wapen aangeschaft voor zijn eigen veiligheid. Dat wekt de indruk dat hij niet schuw is om het ook daadwerkelijk te gebruiken als zich een onveilige situatie voordoet. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft een enorme maatschappelijke impact. De persoon van verdachte Verdachte is door een psycholoog onderzocht. Deze deskundige heeft het volgende gerapporteerd. Verdachte is bovengemiddeld intelligent en er is sprake van scheefgroeiende persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale kenmerken, normoverschrijdende gedragsstoornis en posttraumatische stress stoornis na een steekpartij in 2023 waarbij verdachte zelf ernstig gewond is geraakt en zijn gevoel van veiligheid nooit is hersteld. Er is zorg om de problemen in relatie tot ouders en over (het ontbreken) van school. Er wordt geadviseerd om de oplichting en uitbuiting van de minderjarige toe te rekenen, onder meer vanwege de bewuste keuze van verdachte om zo aan geld te willen komen. Het advies is om het vuurwapenbezit verminderd toe te rekenen, onder meer omdat verdachte zich beperkt voelde in zijn keuzevrijheid om de gevoelde dreiging door anderen anders op te lossen. Het jeugdstrafrecht wordt passend gevonden met ITB harde kern. Binnen de coaching en behandeling kan ingezet worden op bewerking van zijn antisociale cognities, kwetsbare kanten van zijn persoonlijkheidsontwikkeling, trauma en scholing. Kijkend naar zijn huidige functioneren binnen de JJI zijn er geen contra-indicaties waaruit zou blijken dat verdachte ongeschikt is voor een groepsgericht klimaat en/of negatieve invloed heeft op andere jongeren. Een contra-indicatie is de ernst en de complexiteit van de oplichting. Het advies is om verdachte een duidelijk en overzichtelijk kader te bieden met intensief toezicht, begeleiding en behandeling. Intensief toezicht binnen het kader als ITB harde kern met begeleiding door de coach gericht op onder meer school/werk, gezinsrelaties, financieel toezicht en netwerk. Daarnaast ambulante behandeling bij een forensische kliniek zoals de Waag of vergelijkbare instelling, gericht op onder meer motivatie, zingeving, trauma, delict analyse en terugvalpreventie. Aanbevolen wordt om moeder bij het reclasserings- en behandeltraject en het invullen van een toekomstperspectief te betrekken, om zo ook de verbinding tussen moeder en verdachte verder te versterken. Een zwaarder kader als ITB harde kern wordt als voldoende intensief en steunend ingeschat om in combinatie met voorwaarden zijn scheefgroeiende ontwikkeling ten goede te kunnen keren. Voorwaarden zijn onder meer het accepteren van toezicht, begeleiding, coaching, forensische ambulante behandeling en zich houden aan afspraken zoals openstaan voor controle op zijn online gedrag. De Raad voor de Kinderbescherming heeft gerapporteerd over verdachte. De Raad schat het risico op recidive hoog in. Het is verdachte de afgelopen periode onvoldoende gelukt om zich aan de schorsingsvoorwaarden te houden. Hij maakt een ‘verkeerde’ keuze door zich niet aan zijn locatiegebod te houden, wetende wat de mogelijke co

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/184630 · 2026-07-30
