# Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-07-2026 (02-291954-25, 02-043805-26 en 02-335396-24 (TUL))

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Identifier: ECLI:NL:RBZWB:2026:6457
- Date: 2026-07-16
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBZWB%3A2026%3A6457
- Canonical: https://overview.legal/posts/184633

## Summary

Veroordeling voor belaging, bedreiging, vernieling en verboden wapenbezit. Oplegging van een gevangenisstraf van 260 dagen, een voorwaardelijke hechtenis van 2 weken en tbs met voorwaarden.

## Full text

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummers: 02-291954-25, 02-043805-26 (GEV TTZ) Parketnummer TUL: 02-335396-24 Vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2026 [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. [locatie] , raadsman mr. B. Çiçek, advocaat te Breda. 1 Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 02 juli 2026, waarbij de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd. 2 De tenlastelegging De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: inzake 02-291954-25, Feit 1, wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde 1] ; Feit 2, [benadeelde 1] heeft bedreigd met het plegen van openlijk geweld tegen personen en goederen, met opzetaanranding, met opzetverkrachting, met zware mishandeling en enig misdrijf tegen het leven gericht; Feit 3, meermaals opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto toebehorend aan [benadeelde 1] heeft vernield; Feit 4, bedreiging [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en met brandstichting; inzake 02-043805-26, Feit, overtreding WWM meerdere wapens van categorie IV, onder 7, van de Wet wapens en munitie (WWM) voorhanden heeft gehad. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van de belaging, de bedreigingen en het meermaals vernielen van de personenauto met uitzondering van de belagingsperiode. De verdediging is van mening dat de belaging pas gestart is op 14 oktober omdat op dat moment verdachte door de politie is gesommeerd te stoppen met het opnemen van contact met aangeefster. De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de overtreding van de WWM. Van de de aangetroffen goederen is niet gebleken dat deze bedoeld waren om een strafbaar feit mee te plegen. Verdachte moet van dit feit worden vrijgesproken. 4.3. Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. 4.3.2. De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Feit 1, belaging De verdediging heeft enkel verweer gevoerd over de tenlastegelegde periode. Naar het oordeel van de rechtbank start de belaging op 10 oktober 2025 nu op dat moment de eerste mail aan het slachtoffer is gestuurd. Dit was het begin van een hele reeks aan mails en telefoontjes. Dat het stopgesprek enkele dagen later, op 14 oktober 2025, heeft plaatsgevonden doet hier niet aan af. De rechtbank komt hiermee tot een beperktere pleegperiode dan ten laste is gelegd, namelijk van 10 oktober 2025 tot en met 6 november 2025. Feit 5, overtreding WWM Op 6 juli 2025 wordt in de personenauto waarin verdachte op dat moment zit een mes (op de mat van de bijrijder stoel), een hakbijl en een verkorte golfclub aangetroffen. Uit technisch onderzoek en categorisering van deze voorwerpen volgt dat deze voorwerpen wapens zijn die vallen onder artikel 2, categorie IV, subcategorie 7 WWM. Verdachte verklaart bij zijn politieverhoor dat de voorwerpen van hem zijn, maar dat dit geen wapens betreffen. Verdachte had de hakbijl in de auto omdat hij misschien na het hotel nog wat gingen doen op de camping en de geprepareerde golfclub had verdachte in de auto omdat zijn dochter het leuk vindt om hiermee ballen weg te slaan. De rechtbank overweegt dat categorie IV, subcategorie 7 van de WWM een restcategorie wapens betreft. Voor het aanmerken van voorwerpen als wapen van deze categorie is de combinatie van de aard van het voorwerp en de omstandigheden waaronder dit voorwerp wordt aangetroffen van belang. De reikwijdte van deze ‘wapens’ is onder andere uiteengezet door de Hoge Raad in 1997 (ECLI:NL:PHR:1999:ZD1647) In navolging hiervan overweegt de rechtbank dat het aangetroffen mes, de hakbijl én de verkorte golfclub als effectief (slag)wapen kunnen worden gebruikt. De golfclub was aangepast en zag er niet uit alsof het gebruikt kon worden voor sportdoeleinden. De rechtbank volgt de verklaring van verdachte hierover niet. Ook over de hakbijl en het mes heeft verdachte geen geloofwaardige verklaring afgelegd. Het aantreffen van de voorwerpen in een auto, binnen handbereik van de in die auto zittende verdachte, waarvoor geen aannemelijke verklaring is gekomen maakt dat sprake is van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die voorwerpen bestemd waren om letsel toe te brengen. De rechtbank acht het dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meerdere wapens voorhanden heeft gehad als bedoeld in artikel 2, categorie IV, subcategorie 7 van de WWM en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 27, eerste lid WWM. 4.4. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 02-291954-25 1 in de periode 10 oktober 2025 tot en met 6 november 2025 te [plaats 1] en [plaats 2] , wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 1] door die [benadeelde 1] meermalen te bellen, en meermalen berichten en e-mails te sturen, met het oogmerk die [benadeelde 1] vrees aan te jagen; 2 in de periode 15 oktober 2025 en met 2 november 2025 te [plaats 1] , [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling door die [benadeelde 1] via meerdere berichten dreigend de volgende woorden toe te voegen: 'ik zou blauw bellen als ik jou was dit ga niet goed aflopen' en . 'als ik er achter kom dat echt zo is snij ik je clit er af je maak t me zo kk ziek elke keer he leuk he moeten jullie niet lachen denk tijdens snijden niet he'. en . 'naald zal ik meenemen', en die kk slet ga je nietlang meer kunnen zien alles ga ij daar aan doen let op', en . ' [persoon] zal wel weer verdraaien maar ik verdraai haar nekwervels en jij kan niks doen als kijken daag ratje', en . 'zoals ik jou reet ga neuken Alleen gebruik ik voor jou mijn lui Vals kreng', en . 'Jij praat echt stront jij verdiend een kovel', en een link te sturen van een filmpje met de tekst 'Murder on my mind', en .'dus je gaat of normaal doen of je gaat gewoon dood net als [persoon] . En met pijn he. Met veel kankerpijn', en . 'Als je zo blijft doorgaan, je blijft mij uitlachen ik roei jouw hele kanker familie uit.', en/ die [benadeelde 1] een foto van de verblijfplaats van haar kind te sturen, althans (telkens) woorden van gelijke bedreigende aard en strekking; 3 op meer tijdstippen in de periode 14 oktober 2025 tot en met 24 oktober te [plaats 1] meermalen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, gekentekend [kenteken] in elk geval een voertuig, in elk geval enig goed, die geheel aan een ander, te weten aan [benadeelde 1] heeft vernield; 4 op meer tijdstippen in de periode16 oktober 2025 tot en met 17 oktober 2025 te [plaats 1] [benadeelde 2] heeft bedreigd met - enig misdrijf tegen het leven gericht en - zware mishandeling, en brandstichting door die [benadeelde 2] via meerdere, in elk geval één gesprek dreigend de volgende woorden toe te voegen: - 'dus je gaat of normaal doen of je gaat gewoon dood net als [persoon] . En met pijn he. Met veel kankerpijn'. en .'Als je zo blijft doorgaan, je blijft mij uitlachen ik roei jouw hele kanker familie uit.', en - 'ik ga jou doodmaken [persoon] . Ik zweer het je.' en dan ga ik jou in brand steken' althans (telkens) woorden van gelijke bedreigende aard en strekking; 02-043805-26 op 6 juli 2025 te [plaats 1] meerdere wapens van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten - een mes, en - een hakbijl, en - een verkorte golfclub, zijnde (telkens) een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en te dreigen heeft gedragen; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen voor de belaging, de bedreigingen en vernielingen een gevangenisstraf voor de duur van 260 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden, ongemaximeerd, met daaraan alle voorwaarden verbonden zoals door de reclassering zijn geadviseerd in haar rapport van 4 mei 2026 en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. De officier van justitie vordert tevens dat dat de rechtbank de voorlopige hechtenis schorst met ingang van het moment dat verdachte wordt opgenomen in de forensisch psychiatrische kliniek in [plaats 3] . Ten aanzien van de overtreding inzake de WWM heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte 2 weken voorwaardelijke hechtenis op te leggen met een proeftijd van 2 jaren. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft betoogd dat zij de maatregel tbs met voorwaarden in eerste instantie als een te stevig kader zag, maar zij zich na het lezen van de rapportages refereert aan het oordeel van de rechtbank. Ook ten aanzien van de schorsing van de voorlopige hechtenis refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de overtreding van de WWM heeft de verdediging vrijspraak betoogd en geen (subsidiair) strafmaatverweer gevoerd. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Ernst van de feiten Na een onstuimige, relatie tussen verdachte en aangeefster [benadeelde 1] heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het belagen van deze [benadeelde 1] . In een periode van ruim een maand heeft verdachte ruim 1.500 keer gebeld en ruim 250 keer gemaild. De toon van deze berichten waren over het algemeen bedreigend en beledigend van aard. Aangeefster [benadeelde 1] voelde zich zodanig ernstig belaagd en bedreigd dat zij niet meer thuis verbleef maar toevlucht zocht bij haar vriendin [benadeelde 2] . Verdachte ging uiteindelijk zelfs zo ver dat hij op het moment dat [benadeelde 1] aangifte van belaging deed hij op de parkeerplaats van het politiebureau (voor een tweede maal) haar autobanden lek stak. Ook bleef verdachte na zijn aanhouding vanuit de PI aangeefster [benadeelde 1] herhaaldelijk bellen, dit stopte pas toen het telefoonnummer van aangeefster [benadeelde 1] vanuit de PI is geblokkeerd. Het is volkomen voorstelbaar dat een belaging met zodanige intensiteit in samenloop met dergelijke bedreigingen én meerdere vernielingen enorme impact hebben op het slachtoffer en haar omgeving. Dit volgt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaring en de vordering van de benadeelde partij. Aangeefster [benadeelde 1] is doodsbang voor verdachte en leeft nog steeds in angst dat verdachte de bedreigingen uiteindelijk ten uitvoer brengt. Daarbij is zij inmiddels gediagnostiseerd met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De rechtbank rekent het verdachte ten zeerste aan dat hij niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen bij anderen – en dan met name bij aangeefster [benadeelde 1] – heeft veroorzaakt. Verdachte had anders kunnen en vooral moeten handelen zeker nu hij nog in een proeftijd liep van een veroordeling uit 2024 die ook met aangeefster [benadeelde 1] te maken had. Uit het strafblad van verdachte blijkt naast de hierboven veroordeling inzake aangeefster [benadeelde 1] dat verdachte vaker is veroordeeld, waaronder voor vernieling en voor handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Adviezen van gedragsdeskundigen Uit het geïntegreerde psychiatrisch en psychologisch onderzoek naar verdachte is gebleken dat verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis met daarnaast narcistische trekken. Deze persoonlijkheidsproblematiek uit zich in forse impuls- en affectregulatieproblemen, relatief weinig frustratietolerantie, matige coping in geval van stresserende omstandigheden en forse achterdocht. Daarnaast is er sprake van verslavingsproblematiek met betrekking tot cocaïne en flakka. De onderzoekers achten het aannemelijk dat deze persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek op het psychische functioneren en het gedrag van invloed zijn geweest, in die zin dat verdachte hierdoor impulsiever en agressiever op de specifieke omstandigheden heeft gereageerd. Van het middelengebruik is het aannemelijk dat dit zijn toch al suboptimaal functioneerde zelfcontrole, in emotionele als gedragsmatige zin, nog verder heeft ondermijnd. Geadviseerd is daarom om verdachte de feiten in verminderde mate toe te rekenen. Daarnaast is geadviseerd om aan verdachte een maatregel tbs met voorwaarden op te leggen. Naast voornoemde stoornissen is sprake van een matig tot hoog recidivegevaar met betrekking tot delictgedrag jegens aangeefster wanneer geen behandeltraject wordt gerealiseerd. Het is zowel vanuit het oogpunt van recidivepreventie als vanuit zorgoogpunt van belang dat een adequaat (stevig ingekaderd, in een forensisch psychiatrische behandelsetting) behandelings- en begeleidingstraject van de grond komt. Bij de bedoelde behandeling zijn langdurige, externe dwang en intensieve controle benodigd, gezien de wankele behandelmotivatie van verdachte, en de eerdere, niet optimaal verlopen behandel- en begeleidingstrajecten. Een stevig juridisch kader is hierbij vereist. Het is te voorzien dat het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke of deels voorwaardelijke straf niet toereikend zal zijn om het recidivegevaar ook op de wat langere termijn afdoende onder controle te kunnen houden, gezien de beperkte grip die verdachte op zichzelf heeft en gezien het beperkte probleembesef. Het is zaak tijdens een hernieuwd behandeltraject te voorkomen dat verdachte voortijdig afhaakt. Reclasseringsrapport Ook de reclassering adviseert in haar rapportage van 4 mei 2026 om aan verdachte de maatregel van tbs met voorwaarden op te leggen. Daarbij is aangevoerd dat eerdere reclasseringstoezichten in het kader van een schorsing of van een voorwaardelijke straf ontoereikend waren om langdurige gedragsverandering te bewerkstelligen. Verdachte heeft bij de bespreking van het advies met de reclassering aangegeven dat hij klaar is met het leven wat hij leidde en hij beseft dat hij behandeling nodig heeft om niet terug te vallen in oud gedrag. Bij oplegging van een mogelijke tbs maatregel is verdachte voornemens om zich aan de voorwaarden te houden en om zich volledig voor de behandeling in te zetten. Toerekeningsvatbaarheid De rechtbank neemt de conclusies van de gedragsdeskundigen over en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar gezien zijn gedragsstoornissen. TBS-maatregel Gelet op de inhoud van de rapporten en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden noodzakelijk is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten:: - bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van het feit een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens; - op het gepleegde misdrijf is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld. - de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel. Met het oog op het bepaalde in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), stelt de rechtbank vast dat het bewezen geachte feit een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan. Ook weegt zij mee dat verdachte langdurige en intensieve behandeling nodig heeft. De rechtbank is er, evenals de deskundigen, van overtuigd dat een zeer stevige stok achter de deur nodig is om de broodnodige behandeling van de grond te krijgen. Een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden is daarvoor onvoldoende. Zonder het dwingende tbs-kader is de kans groot dat verdachte de behandeling afbreekt en opnieuw zal vervallen in delictgedrag. Verdachte heeft tevens op zitting aangegeven mee te willen werken aan de maatregel. Dadelijke uitvoerbaarheid Vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van behandeling in een kliniek, zal de rechtbank, op grond van artikel 38 lid 6 Sr, bevelen dat de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is. Maatregel langdurig toezicht Daarnaast acht de rechtbank een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr (hierna: maatregel langdurig toezicht) noodzakelijk. Uit de reclasseringsrapportage blijkt namelijk dat het wenselijk is om voor verdachte een extra vangnet te creëren, aangezien sprake is van forse verslavingsproblematiek en fors belagingsgedrag op basis waarvan de verwachting is dat een langdurig en verlengbaar toezicht noodzakelijk is. Op basis van eerdere mislukte reclasseringstrajecten is er ook mogelijk sprake van niet volledig geïnternaliseerde medewerkingsbereidheid. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er een groot gevaar op herhaling bestaat en dient verdachte vanwege de veiligheid van anderen onder langdurig toezicht te staan. Ook aan de overige wettelijke vereisten voor de oplegging van de maatregel langdurig toezicht is voldaan. De verdachte zal namelijk ter beschikking worden gesteld wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Gelet op het voorgaande zal de maatregel langdurig toezicht door de rechtbank worden opgelegd. Gevangenisstraf De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte naast de tbs met voorwaarden ook een straf moet worden opgelegd. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en met het feit dat het bewezenverklaarde in verminderde mate aan verdachte wordt toegerekend. Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier gevorderde gevangenisstraf voor de duur van 260 dagen, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Overtreding De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte op 6 juli 2025 meerdere wapens van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Hoewel de lovs-uitgangspunten voor dergelijke feiten geldboetes bedragen acht de rechtbank in navolging van de officier van justitie het passend en geboden om verdachte voor deze overtreding een voorwaardelijke hechtenis voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren op te leggen. 7 De vordering van de benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert voor de feiten onder parketnummer 02-291954-25 een materiële schadevergoeding ter hoogte van € 7.126,90 en een immateriële schadevergoeding van € 16.000,00. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten onder dit parketnummer heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Materiële schade De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een materiële schadevergoeding van in totaal € 7.126,90, bestaande uit; € 249,00 voor schade aan auto; € 509,52 aan reiskosten. € 1.857,43 aan gederfde inkomsten; € 4.510,95 aan toekomstige gederfde inkomsten; Kosten schade aan auto en reiskosten De door de benadeelde gevorderde materiële schadevergoeding betreffende de schade aan de auto en de gemaakte reiskosten acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar. Deze schade staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank acht de verklaring van benadeelde partij dat zij op advies van Veilig Thuis de reguliere opvang van haar dochter in stand heeft gehouden aannemelijk, en acht de gemaakte reiskosten onder deze omstandigheden dan ook als noodzakelijk. (Toekomstige) gederfde inkomsten De rechtbank zal de benadeelde partij voor wat betreft de toekomstige gederfde inkomsten, niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De rechtbank overweegt dat deze schade toekomstige schade betreft, die op dit moment nog niet kan worden vastgesteld. Daarbij kan niet worden uitgesloten dat bij toewijzing van deze schade de benadeelde partij meer toegewezen zou krijgen dan dat de daadwerkelijk schade uiteindelijk zal bedragen. De toekomstige schade zal daarom bij de burgerlijke rechter kunnen worden gevorderd. Over de overige gederfde inkomsten is de rechtbank van oordeel dat de feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, nu het verband tussen de tenlastegelegde feiten en de gederfde inkomsten onvoldoende vaststaan. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel van de vordering ook niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Dit deel van de vordering kan eveneens bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Immateriële schade De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 16.000,00. De benadeelde partij heeft de vordering gebaseerd op artikel 6:106 sub b Burgerlijk Wetboek (BW). Vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106 sub b BW is mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn/haar eer of goede naam of 'op andere wijze' in zijn/haar persoon is aangetast.​ Van aantasting in de persoon 'op andere wijze' is in ieder geval sprake als de benadeelde partij geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven zijn of kunnen worden vastgesteld. Op basis van de onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. De benadeelde partij is immers gediagnosticeerd met PTSS. De rechtbank overweegt dat op basis van pagina 45 van de vordering is vast te stellen dat er voorafgaand aan de periode van de bewezenverklaring al sprake was van meerdere psychische klachten bij de benadeelde partij. Daarnaast volgt echter ook dat de klachten van de benadeelde partij zijn verergerd door de tenlastegelegde feiten. De rechtbank acht in het licht van de ernst van de feiten voldoende aannemelijk dat het bewezenverklaarde handelen van verdachte heeft bijgedragen aan het ontstaan van de PTSS bij de benadeelde partij Zij zal het verzocht bedrag om genoemde reden wel matigen. Naast de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, heeft de rechtbank bij de begroting van de immateriële schade acht geslagen op de Rotterdamse schaal, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. De rechtbank acht de toewijzing van een immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 4.000,00 billijk. De rechtbank bepaalt dat het overige deel van de immateriële vordering niet-ontvankelijk is,. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen Wettelijke rente Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten 10 oktober 2025. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. 8 De vordering tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van maandag 11 november 2024 ten uitvoer zal worden gelegd. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe niet besluiten, omdat zij het risico niet wil nemen dat tijdens de tenuitvoerlegging van deze straf een beschikbare plek in de forensische kliniek voor verdachte vrijkomt en hij deze niet kan benutten. De rechtbank zal daarom de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf afwijzen. 9 De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38, 38a, 38z, 55, 57, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27, 54 Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10 Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: belaging feit 2: bedreiging met zware mishandeling en met enig misdrijf tegen het leven gericht feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, meermaals gepleegd feit 4: bedreiging met brandstichting, met zware mishandeling en enig misdrijf tegen het leven gericht feit WWM; handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 260 dagen; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; - veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke hechtenis van 2 weken; - bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Maatregel - gelast de terbeschikkingstelling van verdachte en stelt daarbij als voorwaarden : * Geen strafbaar feit plegen Verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit. * Meewerken aan reclasseringstoezicht Verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in: Verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is. Verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen. Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden. 4. Verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid. 5. Verdachte werkt mee aan huisbezoeken. 6. Verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners. 7. Verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering. 8. Verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht. * Meewerken aan time-out Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling (FPK/FPA). Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar. * Opname in een zorginstelling Verdachte laat zich opnemen en behandelen in een Forensisch Psychiatrische Kliniek (FPK) of FPA, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, ook als dat in het kader van overbruggingszorg is. De opname start aansluitend aan de huidige detentie in het kader van de voorlopige hechtenis van verdachte. De verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer) directeur van die instelling zullen worden gegeven, zolang de reclassering dat in overleg met die instelling nodig acht. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing. *Ambulante behandeling Verdachte laat zich aansluitend aan de klinische behandeling behandelen door een ambulante zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. * Begeleid wonen of maatschappelijke opvang Verdachte verblijft, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, aansluitend aan de klinische behandeling in een instelling voor beschermd of begeleid wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. * Niet naar het buitenland Verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering. * Dagbesteding Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag. * Aflossing schulden Verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden. * Drugsverbod Verdachte dient zich op het gebied van druggebruik te houden aan de richtlijnen van de reclassering, ook ingeval dit inhoudt volledige abstinentie. Hij werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd. * Alcoholverbod Verdachte dient zich op het gebied van alcoholgebruik te houden aan de richtlijnen van de reclassering, ook ingeval dit inhoudt volledige abstinentie. Hij werkt mee aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest). * Contactverbod Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met aangeefster [benadeelde 1] en haar oudste zoon (persoonsgegevens bekend bij het OM) zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. * Locatieverbod Verdachte bevindt zich niet [plaats 1] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. - beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is; Benadeelde partij T.a.v. feit 1 tot en met 4; - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 4.758,52, waarvan € 758,52 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 10 oktober 2025 tot aan de dag der voldoening; - veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil; - verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] 4.758,52, te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 10 oktober 2025 tot aan de dag der voldoening; - bepaalt dat bij niet betaling 47 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft; - bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; Vordering tenuitvoerlegging - wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. K. Verschueren, voorzitter, en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. C. M. B. Gijselman, rechters, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 juli 2026. De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I: De tenlasteleggingen 02-291954-25 1 hij op of omstreeks de periode I oktober 2025 tot en met 6 november 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde 1] door die [benadeelde 1] meermalen te bellen, en/of meermalen berichten en/of e-mails te sturen, en/of, met het oogmerk die [benadeelde 1] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; ( art 285b lid I Wetboek van Strafrecht) 2 hij op of omstreeks de periode 15 oktober 2025 en met 2 november 2025 te [plaats 1] . althans in Nederland [benadeelde 1] heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen tegen een of meer personen en/of goederen, en/of een of meer misdrijven omschreven in de artikelen 241 en 243 Wetboek van Strafrecht, en/of enig misdrijf tegen het leven gericht en/of - zware mishandeling door die [benadeelde 1] via meerdere, in elk geval één bericht dreigend de volgende woorden toe te voegen: 'ik zou blauw bellen als ik jou was dit ga niet goed aflopen' en/of . 'als ik er achter kom dat echt zo is snij ik je clit er af je maak t me zo kk ziek elke keer he leuk he moeten jullie niet lachen denk tijdens snijden niet he'. en/of . 'naald zal ik meenemen', en/of. die kk slet ga je nietlang meer kunnen zien alles ga ij daar aan doen let op', en/of . ' [persoon] zal wel weer verdraaien maar ik verdraai haar nekwervels en jij kan niks doen als kijken daag ratje', en/of . 'zoals ik jou reet ga neuken Alleen gebruik ik voor jou mijn lui Vals kreng', en/of . 'Jij praat echt stront jij verdiend een kovel', en/of een link te sturen van een filmpje met de tekst 'Murder on my mind', en/of .'dus je gaat of normaal doen of je gaat gewoon dood net als [persoon] . En met pijn he. Met veel kankerpijn', en/of . 'Als je zo blijft doorgaan, je blijft mij uitlachen ik roei jouw hele kanker familie uit.', en/of. .die [benadeelde 1] een foto van de verblijfplaats van haar kind te sturen, althans (telkens) woorden en/of gedragingen van gelijke bedreigende aard en/of strekking; ( art 285 lid I Wetboek van Strafrecht) 3 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 14 oktober 2025 tot en met 24 oktober te [plaats 1] , althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, gekentekend [kenteken] . in elk geval een voertuig, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; ( art 350 lid I Wetboek van Strafrecht) 4 hij op of omstreeks een of meer tijdstippen in de periode 16 oktober 2025 tot en met 17 oktober 2025 te [plaats 1] . althans in Nederland [benadeelde 2] heeft bedreigd met - enig misdrijf tegen het leven gericht en/of - zware mishandeling, en/of. brandstichting door die [benadeelde 2] via meerdere, in elk geval één gesprek dreigend de volgende woorden toe te voegen: - ' dus je gaat of normaal doen of je gaat gewoon dood net als [persoon] . En met pijn he. Met veel kankerpijn'. en/of .'Als je zo blijft doorgaan, je blijft mij uitlachen ik roei jouw hele kanker familie uit.', en/of - ' ik ga jou doodmaken [persoon] . Ik zweer het je.' en dan ga ik jou in brand steken' althans (telkens) woorden en/of gedragingen van gelijke bedreigende aard en/of strekking; ( art 285 lid I Wetboek van Strafrecht) 02-043805-26 hij, op of omstreeks 6 juli 2025 te [plaats 1] een of meerdere wapens van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten - een mes, en/of - een hakbijl, en/of - een verkorte golfclub, zijnde (telkens) een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen; ( art 27 lid 1 Wet wapens en munitie )

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/184633 · 2026-07-30
