# Gerechtshof Den Haag, 23-06-2026 (200.359.050/01)

- Type: Case Law
- Source: Gerechtshof Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:GHDHA:2026:1990
- Date: 2026-06-23
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3AGHDHA%3A2026%3A1990
- Canonical: https://overview.legal/posts/184675

## Summary

Inzageverzoek 196 Rv. De tot inzage aangesproken partij heeft voldoende gemotiveerd betwist dat zij over de gevraagde gegevens beschikt of deze gemakkelijk van een derde kan verkrijgen.

## Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.359.050/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : 11628400 VZ VERZ 25-2362 Beschikking van 23 juni 2026 in de zaak van CHUGOKU PAINTS B.V. , gevestigd in Fijnaart en Heijningen, appellante in principaal hoger beroep, verweerster in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. J.L. Hoovers, kantoorhoudend in Rotterdam, tegen: [verweerder] tevens h.o.d.n. [handelsnaam] , wonend in [woonplaats], Polen, verweerder in principaal hoger beroep, appellant in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. D.B.J. Regterschot, kantoorhoudend in Nijmegen. Het hof noemt partijen hierna Chugoku en [verweerder] . 1 De zaak in het kort 1.1 Op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst heeft [verweerder] aanspraak op commissie over door hem bemiddelde verkopen door Chugoku aan in Polen gevestigde kopers. In deze procedure verzoekt [verweerder] om stukken inzake de verkoop van verfproducten ten behoeve van een aantal schepen die op een Chinese werf zijn en (zullen) worden gebouwd, voor een in Polen gevestigde reder. [verweerder] stelt dat deze verkopen door of dankzij zijn bemiddeling tot stand zijn gekomen. 1.2 De kantonrechter heeft het verzoek deels toegewezen maar het hof wijst het geheel af, omdat Chugoku voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat i) niet zij maar haar Chinese zustermaatschappij de verkoopster is en ii) niet de Poolse reder maar de Chinese werf de koper is, en zij voldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij naar de huidige stand van zaken over de gevraagde gegevens beschikt of eenvoudig de beschikking kan krijgen zodat niet van de juistheid van de andersluidende stelling van [verweerder] kan worden uitgegaan. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: het beroepschrift van 9 september 2025, met bijlagen 5-11, waarmee Chugoku in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 13 augustus 2025 het verweerschrift van [verweerder] , tevens houdende incidenteel hoger beroep, met bijlage 1 het verweerschrift in incidenteel hoger beroep van Chugoku de akte overlegging nadere stukken van [verweerder] , met bijlagen 12-14. 2.2 Op 11 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben de zaak doen toelichten door hun advocaten, Chugoku ook door mr. N.D. de Bruin, advocaat te Rotterdam, en [verweerder] ook door mr. J.N.R. van Dongen, advocaat te Nijmegen, steeds mede aan de hand van overgelegde pleitnota’s. 3 Feitelijke achtergrond 3.1 Chugoku is, als onderdeel van het Japanse concern CMP, een Nederlandse vennootschap die zich bezighoudt met de productie en verkoop van verf en coatings voor de scheepvaart en industrie. Tot het CMP-concern behoren ook Chugoku Marine Paints (Hong Kong) Ltd. en Chugoku Marine Paints (Shanghai) Ltd. (hierna gezamenlijk: CMP China). 3.2 Op 21 augustus 2019 hebben Chugoku en [verweerder] een ‘Consultancy agreement’ gesloten op grond waarvan [verweerder] op de Poolse markt de producten van Chugoku heeft gepromoot en klanten voor Chugoku heeft geworven. Artikel 5 lid 1 van deze overeenkomst bepaalde het volgende: “The Consultant is entitled to receive remuneration only for the effective sale of Chugoku Paints B.V.’s products to the customers in the Territory as set out in Annex A during the term of this Agreement and upon actual receipt of payment by Chugoku Paints B.V. of the sales price(s) involved within six months after the invoicing date. Any sales price received by Chugoku Paints B.V. after six months after invoicing will not be taken into account when calculating the Consultant’s remuneration. The agreed remuneration for the consultancy services is a commission rate over the fully received sales prices by Chugoku Paints B.V.. as set out in the previous paragraph […] Monthly fee of Euro 1.500,- […] Commission rate of 5% […] No Commission will be payable for his direct sales through [handelsnaam] ” 3.3 Polsteam is een in Polen gevestigde reder, die na bemiddeling door [verweerder] diverse aankopen heeft gedaan bij Chugoku, waarvoor [verweerder] ook commissies heeft ontvangen. 3.4 Polsteam heeft een of meerdere overeenkomsten gesloten met de Chinese scheepswerf Dalian voor de koop van twaalf nieuwbouwschepen. Polsteam heeft contact gehad met Chugoku over de voor deze orders aan Dalian te leveren verf. In dat kader heeft Chugoku Polsteam een zgn. ‘Owner’s Benefit Package’ aangeboden, bestaande uit een gratis upgrade naar een betere coating, 1.000 liter gratis verf en een langere garantie. Polsteam heeft daarop gekozen voor CMP-verf voor de nieuwbouwschepen. 3.5 Chugoku heeft de overeenkomst met [verweerder] bij brief van 27 augustus 2024 opgezegd per 31 december 2024. 3.6 [verweerder] heeft tegenover Chugoku aanspraak gemaakt op commissie over de verfverkopen voor de twaalf nieuwbouwschepen (hiervoor, 3.4). Chugoku heeft die aanspraak betwist: volgens haar heeft niet zijzelf maar haar zustermaatschappij CMP China (niet de contractspartij van [verweerder] ) de verf verkocht, en is niet Polsteam de koper maar het Chinese Dalian (buiten het rayon van [verweerder] ). Chugoku heeft wel – volgens haar eigen stelling onverplicht – een commissie aan [verweerder] aangeboden als percentage van de vergoeding van USD 7.000,- per schip die Chugoku van CMP China ontving, ten bedrage van € 500,- per schip. Deze commissies heeft [verweerder] ook bij Chugoku in rekening gebracht en deze zijn ook betaald. 4 Procedure bij de kantonrechter, executiegeschil, verzoeken in hoger beroep 4.1 [verweerder] heeft de kantonrechter verzocht om Chugoku te bevelen om haar inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken van: de (raam)overeenkomsten/orders gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Dalian en/of gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Polsteam inzake de schepen, inclusief specificaties (waaronder in ieder geval de prijzen en hoeveelheden) van de geleverde verf alle facturen en betalingsbewijzen met betrekking tot orders gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Dalian en/of gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Polsteam inzake de schepen relevante grootboekmutaties of interne rapportages met betrekking tot de opbrengsten van de orders gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Dalian en/of gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Polsteam inzake de schepen; logboeken of projectplanning voor verrichte en nog uit te voeren werkzaamheden voor de schepen relevante correspondentie met contactpersonen van Polsteam en/of Dalian en Chugoku en/of CMP China waarin afspraken, wijzigingen of toevoegingen aan orders gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Dalian en/of gesloten tussen Chugoku en/of CMP China en Polsteam inzake de schepen worden bevestigd en/of eventuele toekomstige opdrachten worden besproken. 4.2 Aan dit verzoek legde [verweerder] samengevat de stelling ten grondslag dat hij deze inzage nodig heeft om de omvang van zijn commissie- en klantvergoedingsaanspraken tegenover Chugoku te kunnen vaststellen. 4.3 De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen wat betreft de gevraagde inzage in facturen en/of betaalbewijzen, op straffe van een dwangsom, en onder verplichting van [verweerder] tot geheimhouding ter zake van deze inzage, op straffe van een boete, met afwijzing van de overige verzoeken en met compensatie van de proceskosten. 4.4 Bij vonnis van 19 september 2025 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam op vordering van Chugoku de executie van de beschikking van de kantonrechter geschorst totdat in het onderhavige hoger beroep een eindoordeel is gegeven. 4.5 In dit hoger beroep heeft Chugoku twaalf grieven geformuleerd en verzoekt zij om vernietiging van de beschikking van de kantonrechter en alsnog afwijzing van de verzoeken, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van beide instanties. [verweerder] vraagt om bekrachtiging van de beschikking voor zover haar verzoeken daarmee zijn toegewezen, en (onder aanvoering van drie incidentele grieven) vernietiging wat betreft de compensatie van de proceskosten en voor zover zijn verzoeken zijn afgewezen ten aanzien van de gevraagde inzage in de (raam)overeenkomsten/orders en de relevante correspondentie inzake toekomstige opdrachten, en alsnog toewijzing van ook die verzoeken, met verhoging van de dwangsom en veroordeling van Chugoku in de kosten van beide instanties. 5 Beoordeling in hoger beroep 5.1 Op grond van artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Op grond van artikel 196 Rv kan voordat een zaak aanhangig is, de rechter de wederpartij van degene die de in artikel 194 Rv genoemde aanspraak heeft, desverzocht bevelen om inzage, afschrift of uittreksel van de verlangde gegevens te verstrekken. Volgens de parlementaire geschiedenis op artikel 194 Rv kan deze bepaling zich ook doen gelden als de aangesproken partij de verzochte gegevens niet fysiek ter beschikking heeft, maar deze wel gemakkelijk van een derde kan verkrijgen ( Kamerstukken II 2019-2020, 35 498, nr. 3, p. 49 ). 5.2 Chugoku betwist dat zij over de gevraagde gegevens beschikt of deze gemakkelijk van een derde kan verkrijgen. Zij voert daartoe samengevat aan dat: niet Polsteam maar Dalian de koper is niet zijzelf maar haar zustermaatschappij CMP China de verkoper is zijzelf (aldus) niet over de gevraagde gegevens beschikt, en CMP China weigert om de gevraagde gegevens met haar te delen. 5.3 Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst Chugoku onder meer naar: een zoning agreement die bepaalt dat Chugoku binnen het CMP-concern gerechtigd is tot en verantwoordelijk is voor verkopen aan partijen binnen de regio Europa, Europees Rusland en Afrika (en andere groepsmaatschappijen voor verkopen aan partijen binnen andere regio’s, zoals China); een overeenkomst van 24 oktober 2022 tussen Chugoku en CMP China (Hongkong) waarin Chugoku een vergoeding van USD 7.000,- per schip krijgt toegekend, voor consultancy (‘Including Cash, Free stock paints, Commission’) in relatie tot acht nieuwbouwschepen voor Polsteam; een schriftelijke verklaring van 17 juli 2025 van [managing director] , de managing director van CMP China (Shanghai), waarin deze samengevat verklaart dat CMP China (Shanghai) verf heeft geleverd en levert aan Dalian voor de nieuwbouwschepen van Polsteam en dat zij de door [verweerder] gevraagde gegevens niet wil aanleveren, vanwege de commerciële gevoeligheid van die gegevens en het feit dat zij tegenover Dalian tot geheimhouding verplicht is; een e-mail van 27 augustus 2025 waarin [bestuurder 1] , bestuurder van Chugoku, tegenover [managing director] melding maakt van de veroordelende beschikking in de onderhavige zaak, met vermelding van de dwangsom voor Chugoku en de geheimhoudingsplicht voor [verweerder] ten aanzien van de gevraagde gegevens, met nogmaals het verzoek om de gevraagde gegevens te verstrekken; een aanvullende schriftelijke verklaring van [managing director] van 28 augustus 2025, waarin hij nader toelicht dat en waarom CMP China (Shanghai) de gevraagde gegevens niet verstrekt; een e-mail van 1 september 2025 van [bestuurder 2] , bestuurder van Chugoku, waarin hij samengevat schrijft dat [managing director] hem desgevraagd heeft meegedeeld te volharden in zijn weigering, ondanks de veroordelende beschikking. 5.4 [verweerder] trekt dit standpunt van Chugoku allereerst bij gebrek aan wetenschap in twijfel. Daarnaast geeft hij samengevat de volgende argumenten: Op 21 juli 2022 heeft Polsteam zich tot [betrokkene] van Chugoku gewend met de mededeling dat zij zich met de Chinese scheepswerf in het keuzestadium voor de verf voor haar nieuwbouwschepen bevond, en de vraag of [betrokkene] de juiste persoon was voor verdere discussie hierover. Diezelfde dag bevestigde [betrokkene] aan Polsteam dat hij de juiste persoon hiervoor was. Polsteam vroeg [betrokkene] daarop informatie over technische specificaties, de aan de werf geoffreerde prijs, owner’s benefits en overige relevante informatie. De volgende dag heeft [betrokkene] Polsteam het hiervoor in 3.4 beschreven Owner’s Benefits Package aangeboden. Polsteam heeft vervolgens voor CMP-verf gekozen. Binnen CMP moet Chugoku daarom worden aangemerkt als degene die de verkoop heeft gerealiseerd. Op grond van personele unie moet bij CMP China en/of CMP Japan aanwezige kennis worden toegerekend aan ook Chugoku. [bestuurder 3] is bestuurder van zowel CMP China, CMP Japan als Chugoku. Als bestuurder van CMP China en/of CMP Japan moet hij (kunnen) beschikken over de gevraagde gegevens, en die kennis moet via zijn bestuurderschap bij Chugoku ook aan Chugoku worden toegerekend. Het is eenvoudig niet aannemelijk dat de gevraagde gegevens niet voor Chugoku toegankelijk zijn. Chugoku heeft binnen het concern een directe lijn met de Japanse moedervennootschap; nota bene heeft die in de aanloop van het Polsteam-project opgemerkt dat alle informatie met elkaar (binnen het concern) moet worden gedeeld. De (gestelde) weigering van CMP China om de gevraagde gegevens te verstrekken is een schijnvertoning, ingegeven door de wens van Chugoku om die gegevens niet aan [verweerder] te verstrekken. 5.5 Deze argumenten van [verweerder] overtuigen het hof niet. Het hof licht dit als volgt toe. 5.6 Ad a). Chugoku heeft toegelicht dat Polsteam zich pas tot [betrokkene] wendde toen zij eerder die dag van Dalian een e-mail had ontvangen met de negende batch van Maker[s] selected by Seller . Dit zijn dus, volgens de toelichting van Chugoku, leveranciers die de werf – als verkoper van de schepen – heeft geselecteerd voor de diverse items van de nieuwbouwschepen. Dalian had CMP China geselecteerd als verfleverancier. Chugoku was contactpersoon voor Polsteam, maar dat maakte haar nog niet tot verkoper, noch Polsteam tot koper van de verf. Chugoku heeft slechts een aantal voordelen aan Polsteam aangeboden om haar als koper van Dalian te doen kiezen voor (gebruikt door Dalian van) CMP-verf, te verkopen en te leveren door CMP China (waarbij de upgrade feitelijk moest worden gerealiseerd binnen de relatie CMP China-Dalian, en die daar aldus ook is afgestemd). Aldus, steeds, Chugoku. Deze lezing van de feiten wordt niet ontkracht door het relaas van [verweerder] en komt het hof ook niet onaannemelijk voor. Hiervoor is niet van belang of [verweerder] en/of Chugoku al dan niet een belangrijke of beslissende rol heeft gespeeld bij de selectie door Dalian van de verf van CMP China en/of de instemming van Polsteam daarmee. 5.7 Ad b). Daargelaten of [bestuurder 3] op eigen gezag toegang zou hebben tot de gegevens van CMP China (hijzelf en Chugoku zeggen dat dit niet het geval is), kan in het algemeen niet worden gezegd dat gegevens van een vennootschap waarvan een bestuurder van die vennootschap zich uit hoofde van die functie kennis verwerft of kan verwerven, reeds daarmee gegevens worden waarover alsdan ook andere concernvennootschappen waarvan die bestuurder mede bestuurder is, de beschikking hebben, of daarop aanspraak kunnen maken. Dat dergelijke toerekening in het onderhavige geval wel zou moeten plaatsvinden, heeft [verweerder] onvoldoende toegelicht. 5.8 Ad c). Chugoku heeft geloofwaardige argumenten van CMP China aangevoerd voor de weigering van CMP China om de gevraagde gegevens te verstrekken (commercieel gevoelige informatie, geheimhoudingsbeding in het contract met Dalian). Tegen die achtergrond heeft [verweerder] niet aannemelijk gemaakt dat CMP China alleen maar onder één hoedje speelt met Chugoku en dat onwil van Chugoku voor CMP China de werkelijke of althans enige reden is om niet mee te werken. Dat Chugoku binnen het concern een directe lijn heeft met CMP Japan doet hieraan niet af. De opmerking van CMP Japan in de aanloop van het project-Polsteam dat alle informatie (binnen het concern) met elkaar moet worden gedeeld maakt het voorgaande evenmin anders. Die opmerking zag op de fase van het project waarin de klant (voor deze opdracht) nog moest worden binnengehaald, en dat is een geheel andere situatie dan de huidige waarin daadwerkelijk tot een transactie is gekomen en CMP China belang heeft bij en tegenover haar afnemer verplicht is tot geheimhouding wat betreft de in rekening gebrachte prijzen. 5.9 De conclusie moet luiden dat Chugoku voldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij, bij de huidige stand van zaken, over de gevraagde gegevens beschikt of deze gemakkelijk van een derde kan verkrijgen. Er bestaan voor het hof geen aanknopingspunten om de andersluidende stelling van [verweerder] voldoende aannemelijk te kunnen oordelen. Dit betekent dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd en het verzoek alsnog geheel moet worden afgewezen. De grieven behoeven geen verdere bespreking. Of (uitleg van) de overeenkomst tussen partijen grondslag biedt voor enigerlei (aanvullende) commissie en/of klantvergoeding voor [verweerder] in deze kwestie, zo ja op basis van welke gegevens de omvang van die aanvullende commissie en/of klantvergoeding zou kunnen worden bepaald, en voor wiens risico het zou moeten komen als die gegevens niet beschikbaar mochten zijn, komen of blijven, kan in dit geding in het midden blijven (en moet in de hoofdzaak worden beoordeeld). 5.10 Het hof zal [verweerder] veroordelen in de kosten van beide instanties en in hoger beroep zowel in principaal als in incidenteel hoger beroep. Het hof begroot de kosten voor de eerste aanleg aan de zijde van Chugoku op € 2.174,- voor het salaris van de advocaat. Voor het hoger beroep begroot het hof de kosten aan de zijde van Chugoku op € 827,- voor het griffierecht, € 2.580,- voor het salaris van de advocaat in principaal hoger beroep (2 punten x appeltarief II), € 1.290,- voor het salaris van de advocaat in het incidenteel hoger beroep (2 punten x appeltarief II x 0,5) en € 189,- voor het nasalaris (exclusief de verhoging zoals het dictum vermeld), totaal € 4.886,-. 7 Beslissing Het hof: - vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 13 augustus; opnieuw rechtdoende - wijst het verzoek van [verweerder] geheel af; veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde Chugoku begroot op € 2.174,-; veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Chugoku begroot op € 4.886,-; bepaalt dat als [verweerder] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, hij de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit beschikking is gegeven door mrs. J.W. Frieling, R.J.F. Thiessen en M.C.M. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/184675 · 2026-07-30
