# Rechtbank Amsterdam, 04-08-2026 (1313799126)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:7866
- Date: 2026-08-04
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A7866
- Canonical: https://overview.legal/posts/187383

## Summary

EAB Duitsland; beroep op terugkeergarantie; overlevering toegestaan

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-137991-26 Datum uitspraak: 4 augustus 2026 UITSPRAAK op de vordering van 18 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 mei 2026 door het Amtsgericht ( kantongerecht ) te Neurenberg , Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], gedetineerd in [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting 14 juli 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 14 juli 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, waarnemend voor mr. R. Zilver, beiden advocaat in Utrecht. De rechtbank heeft het onderzoek voor bepaalde tijd geschorst vanwege het ontbreken van een tolk in de Engelse taal. Zitting 21 juli 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – hervat op de zitting van 21 juli 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, waarnemend voor mr. R. Zilver, en een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de onderzoeksrechter van het Amtsgericht (kantongerecht) te Neurenberg op 6 mei 2026, met dossiernummer: 59 Gs 5610/26. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: moord en doodslag, zware mishandeling; georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Duitsland maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt verder vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat hij uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie een eventuele straf beter in Nederland kan ondergaan dan in Duitsland. De opgeëiste persoon heeft, gelet op de door de raadsvrouw overgelegde stukken en de verklaringen van de opgeëiste persoon tijdens de zitting, immers het centrum van zijn belangen in Nederland, ten minste in grotere mate dan in Duitsland. De overlevering kan daarom worden toegestaan als is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon in Nederland de straf mag ondergaan wanneer hij na overlevering in Duitsland wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De Hoofdofficier van Justitie bij het Staatsanwaltschaft te Nürnberg heeft op 21 mei 2026 de volgende garantie gegeven: “(…) de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon], geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats], vanuit Nederland aan Duitsland ten behoeve van Strafvervolging (…) Voor het geval de opgeëiste persoon na zijn onherroepelijke veroordeling door een Duitse rechter instemt met zijn teruglevering aan Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de straf, wordt toegezegd dat: 1. hij de straf aldaar kan ondergaan (...)” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 7 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6, en 7 OLW. 8 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht ( kantongerecht ) te Neurenberg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.L.S. Ceulen voorzitter, mrs. M.C.M. Hamer en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. D. Kloos en E.H. Wisgerhof, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. ( Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers ), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/187383 · 2026-08-06
