# Rechtbank Limburg, 05-08-2026 (03.249319.24 en 03.184500.26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Limburg
- Identifier: ECLI:NL:RBLIM:2026:8048
- Date: 2026-08-05
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBLIM%3A2026%3A8048
- Canonical: https://overview.legal/posts/187394

## Summary

Inhoudsindicatie: Veroordeling voor tweemaal belaging, diefstal, vernieling en het misbruiken van identificerende persoonsgegevens. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Tevens oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht. Gedeeltelijke toewijzing vorderingen benadeelde partijen.

## Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Strafrecht Parketnummers : 03.249319.24 en 03.184500.26 (ttz.gev.) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 augustus 2026 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 1980, wonende te [adres 1] De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.C. Sneep, advocaat kantoorhoudende te Breda. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juli 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de zitting gehoord mr. F.W. Oehlen. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte: In de zaak met parketnummer 03.249319.24 feit 1: in de periode van 1 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 [slachtoffer 1] heeft belaagd; feit 2: in de periode van 1 maart 2024 tot en met 9 augustus 2024 [slachtoffer 2] heeft belaagd; feit 3: in de periode van 30 juli 2024 tot en met 2 augustus 2024 een bankpas, een geboortekaartje en een brief van het CJIB heeft gestolen van [slachtoffer 2] ; feit 4: in de periode van 25 juli 2024 tot en met 26 juli 2024 een personenauto van [slachtoffer 2] heeft vernield en/of beschadigd. In de zaak met parketnummer 03.184500.26 in de periode van 9 mei 2024 tot en mei 17 mei 2024 opzettelijk misbruik heeft gemaakt van de cijfer-lettercombinatie van de kentekenplaat op naam van [slachtoffer 2] . 3 De beoordeling van het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie Parketnummer 03.249319.24 De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Parketnummer 03.184500.26 De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. 3.2 Het standpunt van de verdediging Parketnummer 03.249319.24 De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 heeft hij vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte stelselmatig inbreuk op het leven van [slachtoffer 1] heeft gemaakt. De raadsman heeft verder genoemd dat geen sprake is van een wederrechtelijke inbreuk op het leven van [slachtoffer 2] . Al het contact tussen hen was namelijk wederkerig. Bovendien is er geen stopgesprek met de verdachte gevoerd terwijl dit tot een gedragsverandering had kunnen leiden. Ten aanzien van de in feiten 2 en 4 tenlastegelegde vernielingen van de auto van [slachtoffer 2] heeft de raadsman aangevoerd dat het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte aan deze vernielingen koppelt. Parketnummer 03.184500.26 De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de identiteitsfraude, omdat het dossier volgens hem onvoldoende bewijs bevat dat de verdachte de verkeersboetes heeft gereden. 3.3 Het oordeel van de rechtbank 3.3.1 Inleiding De verdachte heeft in 2021 een relatie met [slachtoffer 2] gekregen. De verdachte was toen bevriend met [slachtoffer 1] en via de verdachte hebben [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] elkaar leren kennen. Op 12 maart 2024 heeft [slachtoffer 2] deze relatie verbroken. [slachtoffer 2] geeft aan dat zij sindsdien door de verdachte wordt gestalkt. Zij vermoedt dat de verdachte een tracker onder haar auto heeft geplaatst. Tevens zijn meermalen auto’s van haar vernield, is haar post gestolen en is identiteitsfraude gepleegd, door haar kentekenplaat na te maken en daarmee verkeersboetes te rijden. Volgens [slachtoffer 2] zijn deze feiten gepleegd door de verdachte. Ook [slachtoffer 1] stelt dat zij, nadat [slachtoffer 2] de relatie met de verdachte had beëindigd, wordt gestalkt door de verdachte, kennelijk omdat hij haar de schuld geeft van de breuk. Aan de verdachte zijn 5 feiten ten laste gelegd. De rechtbank zal hierna de bewijsmiddelen en de overwegingen van al deze feiten tegelijk bespreken gelet op hun aard, onderlinge samenhang en het oordeel van de rechtbank over deze feiten. Zij zal allereerst de belaging van [slachtoffer 2] en het vernielen van de auto’s van [slachtoffer 2] bespreken, gevolgd door de diefstal van de post van [slachtoffer 2] en de identiteitsfraude . Vervolgens zal de belaging van [slachtoffer 1] besproken worden. 3.3.2 Bewijsmiddelen De onderstaande bewijsmiddelen zijn in dit vonnis zakelijk weergegeven, tenzij anders is vermeld. In het kader van de leesbaarheid zijn er kopjes gemaakt. Alle bewijsmiddelen dienen echter in onderling verband en samenhang bezien te worden. Belaging en vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 2] , deed aangifte en klacht op 30 april 2024. Zij verklaarde: Ik doe aangifte van stalking tegen mijn ex-partner [verdachte] . Tevens doe ik aangifte van vernielingen aan mijn auto. Ik heb sinds 2021 een relatie met [verdachte] . In die tijd is het een aantal keren uit geweest. Dit kwam omdat hij flirtte met andere vrouwen en omdat er op een gegeven moment een politie-inval in zijn woning plaatsvond. In september 2023 heb ik [verdachte] voor de laatste keer teruggenomen. Hij had mij verteld dat hij hulp had gezocht en een lifecoach in de arm had genomen. In het begin ging het daardoor heel goed, maar na een tijdje kwam hij weer in aanraking met de politie en daar wilde ik wederom niks mee te maken hebben. Ik was op 12 maart 2024 in de avond naar [verdachte] gegaan om te vertellen dat ik geen relatie meer met hem wilde. Toen ik de volgende ochtend wakker werd zag ik dat hij zijn profielfoto had gewijzigd naar een foto van hem op mijn bank. Ik zag dat de foto gemaakt was op een moment dat ik niet thuis was, dat zag ik aan de afwas die op de achtergrond te zien was. Toen ik die ochtend van 13 maart 2024, bij mijn auto kwam zag ik dat de rechter achterband van mijn auto was lek gestoken. Ik zag dat er een splinternieuwe schroef in mijn band zat. Toen ik het een keer eerder uitgemaakt had, had [verdachte] eenzelfde schroef in exact dezelfde band gestoken. Ik heb diezelfde dag de sloten van mijn woning vervangen omdat ik toen al het vermoeden had dat het niet bij een lek gestoken band zou blijven en omdat hij blijkbaar een foto van zichzelf gemaakt had toen ik niet thuis was. Ik bleef in contact met hem omdat ik hem niet durfde te blokkeren. Ik was erg bang voor zijn gedrag. Toch besloot ik die dag, nadat ik de sloten had laten vervangen, hem een bericht te sturen dat ik geen contact meer met hem wilde. Op 17 maart 2024 zag ik dat hij mij een mail gestuurd had. Ik zag dat ik een mail ontvangen had van [e-mailadres 1] . Ik las in die mail dat hij toegaf dat hij stom was geweest en dat hij mij wilde beschermen in plaats van in aanraking laten komen met de politie. Vanaf 17 maart 2024 bleef hij mij op allerlei mogelijke manieren lastigvallen. Hij appte mij vanaf verschillende simkaarten en stuurde een stuk of 5 e-mails vanaf steeds hetzelfde mailadres: [e-mailadres 1] . Ik zag dat hij steeds een foto van ons samen op het profiel van de simkaarten zette. Ik las in die berichten dat hij mij steeds vroeg bij hem terug te komen en om een kans vroeg. Ik reageerde daar dan kort op omdat ik eigenlijk geen contact meer wilde. Ik reageerde toch omdat ik bang was dat hij anders boos zou worden, ik reageerde dus eigenlijk uit angst. Op 6 april 2024 is er ingebroken in mijn auto. Ik had [verdachte] de avond er voor op 5 april 2024 overal op geblokkeerd. Ik had dat gedaan omdat ik gezien had dat [verdachte] op 29 maart 2024 omstreeks 15:00 uur, probeerde mijn woning in te komen toen ik aan het werk was. Ik kreeg namelijk een melding op mijn deurbel camera app en ik herkende op deze beelden het postuur van [verdachte] . Ondanks dat ik [verdachte] geblokkeerd had via WhatsApp bleef ik berichten van hem ontvangen. Ik zag dat hij steeds met nieuwe nummers contact met mij probeerde te zoeken. In de weken na zaterdag 6 april zijn er naast de WhatsApp berichten en mails die ik van hem ontving nog meer incidenten geweest. [verdachte] appte mij dat hij mij op mijn werk zou gaan opzoeken. Op 10 april 2024 werd ik gebeld door een telefoonnummer van de [bedrijf 1] . Ik kende dat nummer omdat ik daar altijd mijn brood bestel. Toen ik opnam hoorde ik dat ik [verdachte] aan de telefoon had. Ik hoorde dat hij tegen mij zei dat hij op verhoor was gekomen. Ik had kort daarvoor bij de politie gemeld dat ik dacht dat hij mijn auto vernield had en in die melding had ik gezegd dat ik niet wilde dat de politie iets met mijn melding zou doen. Ik schrok dus enorm toen [verdachte] tegen mij zei dat hij op verhoor was geweest. Ik was bang dat de politie toch iets met mijn melding gedaan had. Om die reden bleef ik aan de telefoon met [verdachte] . Ik wilde weten waarom hij op verhoor was gekomen. Diezelfde avond heeft [verdachte] weer geprobeerd over mijn balkon te klimmen. Ik hoorde gestommel aan mijn balkon en toen ik polshoogte ging nemen zag ik dat hij het balkon van mijn onderbuurman opdook. Het was 21:30 uur ‘s avonds. [verdachte] heeft toen ook nog 2 keer bij mij aangebeld. Ik heb toen staan schreeuwen dat hij op moest flikkeren. Ik deed dat zodat de buurt kon horen dat ik door hem lastiggevallen werd en zodat de buurt wist dat hij niet welkom was. Die avond heeft [verdachte] mijn voicemail huilend ingesproken dat hij spijt had van zijn actie. De volgende dag stuurde hij mij met een nieuw nummer een WhatsApp bericht waarin hij nogmaals zijn excuses aanbood. Op 15 april 2024 ontving ik een mail van hem waarin ik las dat hij weer contact had met zijn lifecoach en zichzelf wilde verbeteren. Ik heb toen niet op die e-mail gereageerd. Op 16 april 2024, ontving ik die e-mail nog een keer maar nu via de echte post. Ik rook dat hij dat poststuk ingespoten had met zijn parfum. Ik zag dat er wel een postzegel op zat maar deze was niet afgestempeld dus ik denk dat hij deze persoonlijk is komen brengen. Ik herkende de parfum als de parfum die hij altijd droeg. De brief was er bijna mee doordrenkt. Ik heb uit boosheid deze brief toen verbrand. Op 19 april 2024 kwam ik er 's morgens achter dat een rood voertuig tegen de bijrijderskant van mijn leenauto was aangereden. Ik reed in deze leenauto omdat mijn eigen auto nog ter reparatie naar aanleiding van de inbraak bij een garage stond. Ik heb de camerabeelden van de [bedrijf 1] opgevraagd. Ik woon aan de parkeerplaats van deze [bedrijf 1] en mijn auto stond daar geparkeerd. Ik hoorde van de manager van de [bedrijf 1] die de beelden bekeken had dat er die nacht om 01:00 uur een rode kleine auto de parkeerplaats komt opgereden en moedwillig een paar keer tegen mijn leenauto aanrijdt en vervolgens weer verdwijnt. Op 25 april 2024 werd ik gebeld door een privé nummer. Toen ik opnam hoorde ik dat ik [verdachte] aan de telefoon had dus hing ik meteen weer op. Op 28 april 2024 belde een vriendin (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) mij om te vertellen dat haar auto die nacht vernield was. Deze vriendin woont in [plaats] . Ik had meteen het vermoeden dat mijn auto dan ook weer vernield zou zijn dus ik ben toen bij mijn auto gaan kijken en ik zag dat mijn rechter voorband en rechter achterband wederom lek gestoken waren. Mijn auto stond bij mij thuis in Aalst. Op 29 april 2024 hebben mijn vriendin en ik het glas wat bij mijn auto lag vergeleken met haar ingeslagen ramen. Van haar auto waren namelijk alle ruiten ingeslagen. Het glas wat ik bij mijn auto vond was hetzelfde blauwige glas als dat van haar autoramen. Ik heb wederom beelden opgevraagd bij de [bedrijf 1] . Ik hoorde van de manager dat op de beelden te zien is dat iemand mijn banden aan het vernielen is. Op de beelden van de [bedrijf 1] is ook te zien dat die persoon 2 uur na de vernieling van mijn auto probeert over het hekwerk van mijn appartementencomplex te klimmen. Op 29 april 2024 was ik op visite bij mijn vriendin ( [slachtoffer 1] ) in [plaats] voor haar verjaardag. Toen een paar vrienden van mij buiten gingen roken hoorde ik dat zij ineens voeten zagen onder de carport. Een vriend van haar is daar toen naartoe gelopen en heeft de poort opengemaakt. Achter de poort stond [verdachte] en hij stond met zijn hand omhoog te filmen. De vrienden hebben hem toen verzocht weg te gaan en hij heeft toen gevraagd wat ik op dat adres deed. Ik heb toen 112 gebeld. Ik heb geen idee hoe [verdachte] wist dat ik op dat moment in [plaats] zat maar ik begin steeds meer te vermoeden dat hij een tracker of iets dergelijks in mijn auto geplaatst heeft. Op 30 april 2024, vlak voor ik naar het politiebureau ging om deze aangifte te doen, zag ik dat de ruitenwissers van mijn auto rechtovereind stonden. Ik heb dit opgepakt als signaal van [verdachte] met als boodschap: “let op, ik ben in de buurt”. Ik ben toen naar de [bedrijf 1] gelopen om te vragen of ze op beelden konden zien wie dit gedaan had. Op het moment dat ik daar binnen stond hoorde ik dat de medewerker zei dat [verdachte] binnen kwam lopen. Ik heb toen gevraagd of ik op hun kantoortje mocht schuilen. Ik heb toen 112 gebeld. Ik was volledig in paniek. De politie kwam gelukkig snel ter plaatse en ik ben met hen meegereden naar het politiebureau om deze aangifte kunnen doen. Ik hoorde toen ik in de politieauto onderweg was naar het bureau dat de [bedrijf 1] op de camerabeelden gezien had dat [verdachte] rond 08:00 uur blijkbaar onder mijn auto had gelegen. Ik heb nog geen idee of hij iets geplaatst of juist kapot gemaakt heeft. Voordat ik vanmorgen de [bedrijf 1] in was gegaan werd ik gebeld door een anoniem nummer. Toen ik opnam hoorde ik dat ik [verdachte] aan de telefoon had. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: “ik zou opletten wat je …”. Ik heb hem niet uit laten praten omdat ik de opdracht gekregen heb van de politie dat ik meteen op moet hangen als ik zijn stem hoor en dat heb ik ook meteen gedaan. Ik wil vooral dat [verdachte] stopt met mij stalken. Ik word steeds banger door zijn gedrag. [verdachte] heeft het geld en de middelen om anderen dingen voor hem te laten oplossen. Hij heeft meerdere keren, gisteren nog, gezegd dat hij maar hoeft te bellen en anderen gaan voor hem aan de slag als ik teveel vertel aan de politie. Ik ben erg bang dat [verdachte] mij, mijn familie of mijn kind te pakken gaat nemen. Ik weet dat [verdachte] van vuurwapens houdt en hij heeft wel eens tegen mij gezegd dat hij ooit iemand bedreigd heeft met een vuurwapen dat bij hem in huis zou liggen. Ik ben zo bang voor [verdachte] dat ik vanavond niet thuis ga slapen. Ik voel me absoluut niet veilig. Ik heb ook een dochter van 13 jaar en ik vrees ook voor haar veiligheid. Ze krijgt er helaas best wat van mee en door dit alles durft zij nu niet meer bij mij te slapen. Over 29 maart 2024 verklaarde [slachtoffer 2] in haar aangifte : Op 29 maart 2024 om 13.50 uur kreeg ik een melding van mijn camera-app dat er iemand voor mijn voordeur stond en zag aan de handeling dat iemand een sleutel in het slot van mijn voordeur probeerde te stoppen. Ik zag van deze persoon enkel de rechterzijde van zijn romp en zijn rechterbeen/voet. Ik herkende direct de werkschoenen en werkbroek van [verdachte] . Ik appte hem vervolgens met de vraag wat hij voor mijn deur moest. Hij informeerde naar hoe ik dit wist. [verdachte] gaf via een spraakbericht toe dat hij voor mijn deur had gestaan. Later die avond vond ik een nieuwe huissleutel in de brievenbus van mijn woning. De sleutel heeft [verdachte] zonder mijn toestemming en medeweten bij laten maken. Op de sleutel zag ik ook een slotenmaker uit Weert afgedrukt staan en dat is [verdachte] zijn woonplaats. Door aangeefster [slachtoffer 2] zijn spraakmemo’s aan de politie overhandigd die [verdachte] naar haar heeft gestuurd. Verbalisant [naam 1] relateerde over een van die geluidsopnames dat zij het volgende hoorde: Ik ben een bericht, een appje aan het sturen naar [slachtoffer 1] omdat jij mij gewoon elke keer blokt. Ik krijg niet eens de kans om wat te zeggen en je blokt me. (…) Ik had een sleutel gevonden. Daar staat op [slachtoffer 2] berging. Dus ik weet niet waar die van is dus daarom was ik naar je toe gereden ik dacht ja of is die van bij je afvalcontainer of wat ik weet niet waar die van is. Dus daarom was ik bij jou aan de deur. We zijn 2,5 jaar samen geweest nou en schijnbaar werkte dat niet. Dat zie ik nou ook gewoon in. Verbalisant [naam 1] relateerde over een door [slachtoffer 2] verstrekte geluidsopname : Ik beluisterde dit geluidsfragment en ik hoorde dat een vrouw zei: "Hoi met [slachtoffer 2] ". Ik hoorde vervolgens een man zeggen: "ik zou opletten wat je". Ik hoorde dat het geluidsfragment daarna stopt. Verbalisant [naam 2] heeft de hierboven genoemde geluidsopname beluisterd en daarover het volgende gerelateerd: Op donderdag 21 november 2024, hoorde ik, verbalisant [naam 2] , samen met collega [naam 3] , verdachte [verdachte] . Dit verhoor duurde ruim 2,5 uur. Op donderdag 28 november 2024, luisterde ik naar het geluidsfragment, waarover het proces verbaal 2024091754-15 werd gemaakt. Ik hoorde ook dat een man de volgende tekst uitsprak: "ik zou opletten wat je..." Ik herkende de stem van deze man als zijnde de stem van verdachte [verdachte] . Verbalisant [naam 1] relateerde over de door [slachtoffer 2] verstrekte screenshots (gevoegd bij haar aangifte van 30 april 2024) met de telefoonnummers waarop zij is gebeld: Ik zag dat bij de volgende telefoonnummers een profielfoto geplaatst was waarop ik [verdachte] en [slachtoffer 2] herkende: [nummer 1] en [nummer 2] . Ik zag bij het volgende telefoonnummer een initiaal en een profielfoto waarop ik [verdachte] herkende: + [nummer 3] . Het telefoonnummer + [nummer 3] staat bij de politie in het systeem als een van de telefoonnummers die door [verdachte] gebruikt worden. Ook heeft [slachtoffer 2] e-mailberichten aan de politie overhandigd die de verdachte aan haar heeft gestuurd. Verbalisant [naam 1] relateerde daarover: Ik zag dat op de volgende data en tijden mails verzonden waren vanaf het e-mailadres: [e-mailadres 1] naar het mailadres: [e-mailadres 2] : - 17 maart 2024 om 18:18 uur. - 18 maart 2024 om 07:44 uur. - 19 maart 2024 om 10:01 uur. - 21 maart 2024 om 09:26 uur. - 24 maart 2024 om 06:42 uur. - 24 maart 2024 om 12:12 uur. - 15 april 2024 om 14:53 uur. Ik heb in het politiesysteem gekeken welk e-mailadres van [verdachte] er bij de politie bekend is. Ik zag het mailadres [e-mailadres 1] staan. Ik zag in de e-mail van [verdachte] aan [slachtoffer 2] van 17 maart 2024 dat hij zegt dat hij weet dat zij geen contact wil maar dat hij haar wil laten weten hoeveel hij haar mist en van haar houdt. Ik las in de e-mail van 21 maart 2024 dat hij sorry zegt voor het feit dat hij haar een appje stuurde maar dat hij dat deed omdat hij zin in haar had en haar miste en zijn zelfbeheersing verloor. Ik las in de e-mails van 24 maart 2024 dat hij haar nog steeds mist, smeekt om nog een kans en dat ze beiden nooit meer iemand zullen vinden waarmee ze het net zo fijn zullen kunnen hebben. De politie heeft de telefoon van [slachtoffer 2] uitgelezen. Daarover heeft verbalisant [naam 2] het volgende gerelateerd: Op 5 april 2024, blokte [slachtoffer 2] , gebruiker [letter] met nummer [nummer 3] . [slachtoffer 2] schreef in haar laatste bericht op 5 april 2024 ook dat ze hem zou blokken. Contact [letter] antwoordde met: Oke. Op 11 april 2024, is er een WhatsApp bericht waarin gebruiker [verdachte] , met gsm-nummer [nummer 4] , zijn excuses aanbood voor een stomme actie. Hij beloofde ook dat dit het laatste appje wat ze van hem hoorde. Daarin stond verder: ik heb morgen met [naam 4] (de rechtbank begrijpt dat dit de lifecoach van de verdachte is) afgesproken om mezelf te herpakken en aan mezelf te gaan werken en dit te gaan verwerken en te accepteren dat het klaar is tussen ons zoals jij ook graag wilt en ik je keuze hoor te respecteren. Op 3 juni 2024 ontving verbalisant [naam 1] een e-mailbericht van [slachtoffer 2] met een screenshot van een e-mailbericht dat zij om 00.36 uur van de verdachte had ontvangen. De verbalisant relateerde daarover: Ik zag als onderwerpregel "spijt" staan. Ik zag een deel van de naam staan: [verdachte] ... Ik zag de tijd 00:36 staan. Ik zag voor de gedeeltelijk zichtbare naam de letter " [letter] " staan. Ik zag geen volledig mailadres van de afzender staan. Ik las in de mail dat de afzender spijt betuigde voor bepaalde dingen die hij gedaan had en dat hij de ontvanger van de mail nooit pijn zou doen. Ik las dat de verzender vraagt waarom hij het zo verknald had met het meisje waar alles zo fijn en lief mee was en dat hij oprecht spijt heeft en haar nog iedere dag mist. Ik zag dat de mail ondertekend was met "Liefs [verdachte] ". Getuige [naam 5] , de overbuurman van aangeefster [slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 3] , verklaarde over 10 april 2024 omstreeks 21.50 uur: Ik hoorde bij mijn overburen wat geschreeuw en gestommel. Door dit geschreeuw keek ik uit mijn raam wat uitkijkt op het balkon van mijn overbuurvrouw. Ik zag op dat moment dat er een man op het muurtje stond, dit muurtje is de afscherming van de tuin van de onderbuurman. Ik zag dat hij op die manier bij haar balkon kon en schreeuwde naar haar dat ze open moest doen, of woorden van gelijke strekking. De camerabeelden van de [bedrijf 2] zijn door verbalisant [naam 1] bekeken en zij heeft het volgende waargenomen en daarover gerelateerd (proces-verbaal 2024091754-14): 10 april 2024 om 19.34.59 uur Ik zag om 19:40:44 uur een man in beeld komen die ik herken als [verdachte] . Aangeefster [slachtoffer 2] heeft naar aanleiding van haar verklaring dat de verdachte op 10 april 2024 geprobeerd had om over haar balkon te klimmen camerabeelden hiervan aan de politie verstrekt. Verbalisant [naam 1] heeft deze camerabeelden bekeken en het volgende waargenomen en daarover gerelateerd (proces-verbaal 2024091754-16): VID-20240412-WA0025 Ik zag op enig moment dat het beeld inzoomde op een man die vanaf links gezien in beeld kwam lopen. Ik zag dat deze persoon een blanke man was met donker haar, een shirt met korte mouwen aan had die aan de bovenkant wit was en aan de onderkant zwart, een donkere broek en donkere schoenen droeg, kort donker haar en een normaal postuur had. Ik herkende de kleding en het postuur van de man die ik op camerabeelden had gezien (proces-verbaalnummer 20240191754-14) en herkende daarop [verdachte] . VID- 20240412-WA0026 Ik zag op deze beelden wederom de man die ik herkende als [verdachte] . Ik zag dat hij stilstond voor de portiek van een gebouw waar de brievenbussen en deurbellen zich bevinden. Ik zag dat de man weer liep in de richting waarin hij als eerst in beeld kwam en vervolgens stil bleef staan bij een balkon van een van de woningen. Ik zag dat hij eventjes over de balustrade van een balkon keek en een keer naar boven keek om vervolgens links uit beeld te verdwijnen. De wijkagent is vervolgens gaan kijken bij de woning van aangeefster [slachtoffer 2] . Ik hoorde dat de wijkagent tegen mij zei dat de balustrade met het witte doek links zit ten opzichte van het paneel waar men aan kan bellen en het balkon wat zich daarboven bevindt, van aangeefster is. De camerabeelden van de [bedrijf 2] zijn door verbalisant [naam 1] bekeken en zij heeft het volgende waargenomen en daarover gerelateerd (proces-verbaal 2024091754-14): 19 april om 01:03:17 Ik zag dat een kleine auto van links het beeld kwam gereden en dwars over de parkeerplaats naar de parkeervakken reed die bovenaan in beeld te zien waren. Ik zag dat de kleine auto voorzichtig een aantal geparkeerde voertuigen naderde en naar voren reed in de richting van deze voertuigen. Ik zag dat daar een kleine witte auto tussen stond. Ik weet dat aangeefster in het bezit was van een kleine witte auto. Ik zag dat de kleine auto in totaal 4 keer naar voren reed en 4 keer naar achteren reed om vervolgens weg te rijden. Van de beschadigingen van dit voertuig (van aangeefster) heb ik proces-verbaal van bevindingen 2024091754-20 opgemaakt. (opmerking rechtbank: aan de achtergebleven rode lakresten op de witte auto is te zien dat er meerdere horizontale rode kras- c.q schaafsporen te zien zijn over vrijwel de gehele linkerzijde.) 28 april 2024 om 00:38:49 Ik zag dat er om 00:38:58 uur van links een persoon in beeld kwam lopen en ik zag deze persoon naar een drietal geparkeerde auto's lopen die in de parkeervakken voor de gevel van een pand staan. Ik kon niet zien of het een man of een vrouw betrof maar op basis van de kleding en de houding van deze persoon durf ik wel met enige zekerheid te stellen dat dit een man betrof. Ik zag dat hij donkere kleding en een pet droeg. Ik zag dat hij een normaal postuur had. 28 april 2024 om 02.40.39 uur Ik zag dat deze camerabeelden zicht hadden op de gevel van een pand en een met een hekwerk afgesloten wenteltrap. Ik zag op Google Maps dat deze wenteltrap hoort bij het appartementencomplex van de woningen aan de [adres 4] , de straat waar aangeefster op [nummer 5] een appartement heeft. Ik zag dat er om 02:40:49 een persoon vanuit links in beeld komt gelopen. Ik zag dat de man donkere kleding en een donkere pet droeg en een normaal postuur had, dezelfde kleding, pet en postuur van de man die ik eerder op de beelden van de [bedrijf 1] zag om 00.38.49 uur. Ik zag dat hij vervolgens naar de rechterzijde van het hekwerk van de wenteltrap liep en om 02:42:17 uur dit hekwerk beklom om er vervolgens overheen te gaan en de wenteltrap naar boven op liep. Ik zag dat hij vervolgens de galerij van de eerste verdieping betrad. Verbalisant [naam 1] relateerde naar aanleiding van de camerabeelden van 28 april 2024 van de [bedrijf 1] (proces-verbaalnummer 20240191754-14) het volgende over de herkenning van de verdachte: Op de camerabeelden van 20 april 2024 om 19:34 uur van de [bedrijf 1] waar ik mijn bevindingen van heb opgemaakt in proces-verbaal 2024091754-14 herkende ik [verdachte] , omdat ik zijn foto gezien had in het politiesysteem. Op de camerabeelden van 10 april 2024 waar ik mijn bevindingen van heb opgemaakt in proces-verbaal 2024091754-16 herkende ik [verdachte] aan de kleding die hij droeg, die hij ook droeg op de beelden die ik beschreven had in proces-verbaal 2024091754-14. Ik zag op de camerabeelden van 28 april 2024 om 02:40 uur die ik beschreven had in proces-verbaal 2024091754-14 dat de man die daar in beeld kwam hetzelfde loopje, houding en postuur had als de man die op de beelden zoals beschreven in proces-verbaal 2024091754-16 te zien was en waarin ik [verdachte] herkende. Ik zag op de camerabeelden van 28 april 2024 om 00:38 uur die ik beschreven had in registratie 2024091754-14 dat de man die daar in beeld kwam dezelfde kleding droeg als de man die op 28 april 2024 om 02:40 uur op camerabeelden te zien was. Verbalisant [naam 2] heeft de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon van [verdachte] bekeken. De verbalisant relateerde hierover: 28 april 24: vernieling auto Waalre - mast Malvalaan Waalre om 00:28 uur - mast A2 rijksweg Waalre: om 01:36 uur Verbalisant [naam 2] relateerde: Op 9 augustus 2024, nam ik twee aangiftes op van aangeefster [slachtoffer 2] . Na deze aangiftes vroeg ik haar of er nog iets was gebeurd. Ik hoorde van haar dat ze nadat ze terugkwam van haar vakantie op haar balkon een pak De Ruijter roze-witte muisjes, een pak Noodles en een zandloper had gevonden. Haar dochter at bij [verdachte] altijd roze muisjes en noodles. [slachtoffer 2] wist meteen dat dit een dreigement was van [verdachte] aan haar dochter. De zandloper zag zij als zijnde de tijd tikt voordat ik je kind pak. [slachtoffer 2] deed aangifte van vernieling van haar personenauto en verklaarde: Op 17 mei 2024 omstreeks 17:30 uur, parkeerde ik mijn auto, een zwarte [merk 3] , met kenteken [kenteken 1] , op de [adres 5] in Waalre. De [adres 5] is een zijstraat van de straat waarin ik woon, de [adres 4] . Ik parkeerde mijn auto wat meer uit het zicht aangezien mijn auto al vier keer eerder was vernield, sinds ik op 12 maart 2024 mijn relatie met [verdachte] heb beëindigd. Op 19 mei 2024, omstreeks 02:00 uur, werd ik door een vriendin van mij gebeld. Ze vertelde mij dat ze zojuist had gezien dat mijn ex-vriend [verdachte] bij mij in de straat kwam rijden met zijn auto, uitstapte en vervolgens een baseball petje opzette en naar mijn woning liep. Ik keek stiekem uit mijn raam en zag [verdachte] voor mijn balkon staan. Ik belde meteen 112, want ik was bang dat [verdachte] weer bij mij de woning in wilde dringen of iets zou gaan vernielen. Op 19 mei 2024 omstreeks 12.00 uur, ging ik met mijn auto naar het BP-tankstation in Waalre. Ik merkte na enkele honderden meters dat mijn auto rare geluiden maakte en dat er zwarte rook onder mijn motor uitkwam. De volgende dag kwam mijn automonteur kijken naar mijn auto. Van hem hoorde ik dat iemand ijzerslijpsel in mijn motor had gedaan. Mijn automonteur wist dit omdat er ook ijzerslijpsel op de motor lag, en naast de olievuldop. Verbalisant [naam 2] relateerde over een melding van [slachtoffer 2] op 19 mei 2024 als volgt: Op 19 mei 2024 net na 02.00 uur belde [slachtoffer 2] de politie. Ze meldde dat haar ex-vriend [verdachte] trachtte bij haar op haar balkon te klimmen. Collega’s van de politie troffen [verdachte] aan in Waalre op de [adres 6] . [slachtoffer 2] heeft camerabeelden van 19 mei 2024 om 02.44 uur verstrekt aan de politie. Verbalisant [naam 2] heeft deze camerabeelden bekeken en het volgende waargenomen en daarover gerelateerd: Ik zag dat er op de beelden een straat, met haaks op de straat vijf parkeervakken. Ik zag dat er in parkeervak vier (van links naar rechts geteld) een zwarte [merk 3] geparkeerd stond. Ik zag dat een man vanaf linksboven het beeld in kwam lopen. Ik zag dat deze man direct naar de [merk 3] liep. Deze man opende met zijn rechter hand het bestuurdersportier. Hierna sloot hij het portier weer rustig. Aangeefster [slachtoffer 2] had de politie ook een foto gestuurd van [verdachte] . Deze foto had ze verkregen van social media. Op de foto stond [verdachte] op het festival waar hij op 19 mei 2024 was geweest. Opvallend was dat de kleding die [verdachte] op het festival droeg overeenkwam met de kleding die de man droeg op de beelden. Via Google Maps kwam ik erachter dat de straat op de beelden de [adres 5] in Waalre was. Dit is een zijstraat van de [adres 6] . Verbalisant [naam 2] relateerde over het contact met de automonteur van [slachtoffer 2] als volgt: Ik sprak telefonisch met de automonteur van [slachtoffer 2] . Hij verklaarde dat [slachtoffer 2] hem op 19 mei 2024 belde. Ze vertelde hem dat haar auto, een zwarte [merk 3] , sinds die ochtend een raar geluid maakte. Hij opende de motorklep. Hij zag dat er ijzerslijpsel lag op de motor, te weten op de klepdeksel en rond de olievuldop. Het was vers-nieuw ijzerslijpsel. Dit ijzer in de motor zorgde ervoor dat de motor dermate werd beschadigd, en dat deze vervangen diende te worden. Hierdoor was de auto van [slachtoffer 2] total loss. Hij had voor [slachtoffer 2] haar auto naar de autosloop gebracht. Hij wist zeker dat er sprake was van opzet. Iemand heeft ijzerslijpsel in de motor van de auto van [slachtoffer 2] gedaan. Verbalisant [naam 2] relateerde over een melding van [slachtoffer 2] op 21 mei 2024 als volgt: Op 21 mei 2024, om 00:19 uur, belde [slachtoffer 2] met de politie dat er meerdere keren werd aangebeld bij haar, en dat zij vermoedde dat haar ex-vriend weer aan de deur stond. Collega’s van de politie troffen [verdachte] in Waalre aan. Hij reed in een opvallende [automerk] . Deze nacht belde [slachtoffer 2] nog twee keer de politie, omdat er weer iemand bij haar aan de deur aanbelde die nacht. Opvallend was dat bij deze laatste melding de collega’s aan de collega's in Weert hadden gevraagd om te kijken bij de woning van [verdachte] of daar de opvallende [automerk] , met kenteken [kenteken 2] , stond. Deze stond NIET bij de woning van [verdachte] . Verbalisant [naam 1] relateerde over een door [slachtoffer 2] op 10 juni 2024 ontvangen kaart : Ik las in die kaart het volgende: Lieve [slachtoffer 2] . Ik stuur je deze kaart omdat ik sorry wil zeggen, sorry voor dingen dingen die ik gezegd heb. Sorry voor dingen die ik gedaan heb Sorry voor hoe dingen gelopen zijn ik heb dingen gezegd en gedaan uit boosheid frustratie verdriet Ik snap dat je bang voor me bent door mijn gedrag, Xx [verdachte] Verbalisant [naam 2] relateerde over een melding van [slachtoffer 2] op 16 juni 2024 als volgt: Op 16 juni 2024 om 15:42 uur, nam [slachtoffer 2] contact op met de politie omdat haar ex-vriend [verdachte] om haar appartementen complex heen rondjes liep, en steentjes tegen haar raam aangooide. Ze vertelde dat hij op de parkeerplaats geparkeerd had en allemaal naar haar aan het roepen was. Politieagenten troffen de auto van [verdachte] , aan de achterzijde de woning van [slachtoffer 2] aan. Zij legden het volgende vast: [slachtoffer 2] was erg angstig en trilde. Barstte meerdere keren in tranen uit. [slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 4] in Waalre, deed opnieuw aangifte van vernieling van haar personenauto en verklaarde: Ik had mijn auto, [merk 2] , kleur rood en voorzien van Nederlands kenteken [kenteken 3] , geparkeerd aan de voorzijde van mijn woning, ter hoogte van mijn balkon. Ik had mijn auto daar op 1 juli 2024 rond 17:30 uur geparkeerd. Mijn auto was toen nog onbeschadigd en intact. Ik zag op 2 juli 2024 dat er glas op de grond rondom mijn auto lag en dat er glasscherven in mijn auto lagen. Ik zag dat het raam aan de bijrijderskant, rechtsvoor, ingeslagen was. Verbalisant [naam 2] heeft camerabeelden van 2 juli 2024 vanaf 03:32:44 uur bekeken. De verbalisant heeft daarop het navolgende waargenomen en daarover gerelateerd: Ik zag op de beelden een straat met daarop enkele huizen en geparkeerde auto's. Ik herken op de beelden de [adres 4] . Deze beelden waren van het appartementencomplex van aangeefster [slachtoffer 2] . Ik zag dat er een man het beeld in liep. Ik kan deze man als volgt omschrijven: - blanke man - ongeveer 1.80-1.90 meter lang gezien zijn lengte ten opzichte van de geparkeerde [merk 2] . Een [merk 2] is 1.45 meter hoog (bron: google) - slank postuur - donker petje - donker gekleurde jas of trui, met capuchon welke hij op had onder zijn petje Op de borst van de trui stond een witte print - donkere broek - zwarte schoenen Ik zag dat deze man zijn beide handen in de zakken van zijn trui/jas had. De man keek veel om zich heen. Vervolgens liep hij naar een geparkeerde auto, een rode [merk 2] . Ik zag dat deze man hurkte bij het linker voorwiel. Ik zag dat hij een zilverkleurig voorwerp uit zijn zak haalde wat op een mes leek. Ik zag dat deze man verder bukte bij deze autoband. Hierna liep de man weg van de auto en keek op zich heen en ging in een donker hoekje staan naast het deurbelbord van het appartementencomplex. Hier pakte hij iets uit zijn linker broekzak. Deze man keek schichtig om zich heen. Na een kleine minuut liep de man weer naar de rode [merk 2] . Hij had iets zilverkleurigs in zijn rechter hand. De man liep vervolgens naar de rechter achterkant van de [merk 2] . Ik zag dat de man naar de bijrijdersportier liep. Om zich heen keek, en daarna met zijn rechterhand het raam insloeg, met waarschijnlijk een hamer. De klappen op het raam en het glasgerinkel was ook goed hoorbaar. [slachtoffer 2] deed wederom aangifte van vernieling van haar personenauto van het [merk 2] op 26 juli 2024 tussen 3.00 uur en 3.30 uur en verklaarde: Op 25 juli 2024 stond mijn auto geparkeerd aan de [adres 4] in Waalre. Ik schrok op 26 juli 2026 om 03.00 uur wakker van een harde knal. Vervolgens hoorde ik nog twee knallen en heb ik de Aware knop ingedrukt. Ik hoorde vervolgens het geluid van kapotgaand glas. Doordat ik de Aware knop had ingedrukt kreeg ik direct contact met de centrale van Securitas. Ik was hartstikke bang, ik beefde als een rietje. Ik was alleen in mijn woning. Ik hoorde op enig moment de centralist zeggen dat de politie voor de deur stond. Ik hoorde hun stemmen en ik heb ze binnengelaten. Mijn bel is er namelijk afgehaald door de woningbouw, omdat vermoedelijk [verdachte] eerder mij ook lastig viel door veelvuldig aan te bellen. Toen ik om 06.00 uur opstond keek ik door het raam naar mijn auto. Ik zag dat alle ruiten van mijn auto waren ingeslagen, behalve de voorruit. Ik zag dat de banden aan de linkerzijde van mijn auto leegstonden. Ik ben een uur later naar buiten gegaan en toen zag ik dat al mijn banden leegstonden en dat heel mijn auto bekrast was. Verbalisanten [naam 6] en [naam 7] relateerden over de melding om naar de woning van [slachtoffer 2] te gaan: Op 26 juli 2024 omstreeks 03.40 uur kregen wij de melding om te rijden naar de [adres 4] te Waalre. Ter plaatse spraken wij met [slachtoffer 2] . Zij was aan het trillen en sprak met trillende stem dat de ruiten van haar auto waren ingegooid. Wij zagen dat er aan de openbare weg, ter hoogte van huisnummer [huisnummer 1] , een roodkleurige, [merk 2] voorzien van het kenteken [kenteken 3] stond. Wij zagen dat alle ruiten van het voertuig, behalve de vooruit, kapot waren. Wij zagen dat alle 4 de banden op de velg stonden. Ik, verbalisant [naam 7] , zag dat in alle banden een puntige inkeping zat, gelijkend op een inkeping van een schroevendraaier, dan wel een sleutel. Verbalisanten [naam 8] en [naam 17] relateerden over het verzoek om naar de woning van de verdachte gaan: Op 26 juli 2024 omstreeks 04.00 uur kregen wij het verzoek te rijden naar de [adres 7] in Weert voor een incident dat zich in Waalre had afgespeeld. Het voertuig van [slachtoffer 2] is hierbij deze nacht vernield. Het vermoeden bestaat dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan deze vernieling. [verdachte] staat ingeschreven op het adres [adres 7] in Weert en is vermoedelijk na het incident naar huis gereden in het voertuig met Nederlands kenteken [kenteken 4] . Wij kwamen omstreeks 04.25 uur, aan op het adres van [verdachte] . Voor de garagebox stond het voertuig van [verdachte] met Nederlands kenteken [kenteken 4] . Gedurende de nacht regende het in Weert, maar gedurende de melding verminderde deze regen naar een miezerregen. Het was relatief windstil gedurende de nacht. Ik, [naam 8] , zag een drogere plek op de ondergrond, ter grootte van het voertuig. Ik zag dat het voertuig deels op deze droge plek stond. Ik zag echter dat het voertuig ongeveer een halve meter verder vooruit en een halve meter meer naar links stond ten opzichte van deze drogere plek. Ik, [naam 8] , voelde met mijn handen aan de banden en de motorkap van het voertuig. Ik voelde dat deze warm waren, warmer dan de buitentemperatuur. Verbalisant [naam 2] heeft vervolgens camerabeelden van 26 juli 2024 vanaf 03:36 uur bekeken. De verbalisant heeft daarop het navolgende waargenomen en daarover gerelateerd: Ik herken op de beelden de [adres 4] . Ik zag dat er een man het beeld in liep. Ik kan deze man als volgt omschrijven: - ongeveer 1.80-1.90 meter lang gezien zijn lengte ten opzichte van de geparkeerde [merk 2] ; - slank postuur; - donker petje; - iets voor zijn gezicht, een lichtgekleurde doek of een lichtgekleurd masker op; - donker gekleurde jas of trui; - donkere broek; - zwarte schoenen. Ik zag dat deze man naar een parkeerde auto liep, een [merk 2] . Ik zag dat de man tegen de auto aanleunde, en steeds stilhield langs de auto. Ik zag dat deze man de [merk 2] bekraste. Hierna liep de man weg van de auto dit duurde een minuut en diezelfde man kwam een minuut later weer in beeld. Ik zag dat hij met versnelde pas naar dezelfde [merk 2] liep en in snel tempo bukte bij alle vier de autobanden. Ik zag dat deze man iets in zijn hand had. Ik zag dat er enkele malen een lampje ging branden bij dit voorwerp. De man drukte dit voorwerp tegen de autobanden van de [merk 2] . Na alle vier de autobanden te hebben gehad, stopte man iets weg in zijn jaszak. Hierna liep de man rond deze [merk 2] en sloeg met zijn een voorwerp in zijn rechterhand alle ramen van de [merk 2] in. De klappen tegen de ramen en het glas gerinkel waren goed hoorbaar. Verbalisant [naam 2] bekeek de camerabeelden van de vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2] op 28 april 2024, 19 mei 2024, 2 juli 2024 en 26 juli 2024 en relateerde daarover: Ik zag dat de man op de beelden die de vernielingen pleegde steeds hetzelfde signalement had, te weten: - blank - gemiddelde lengte, 1.80-1.90 meter lang - slank postuur - donker gekleed - donkerkleurig petje dragend - opvallende sneakers, die overeenkwamen met de Nike Air Max schoenen, die verdachte droeg bij zijn aanhouding op 2 augustus 2024. Op 2 augustus 2024 werd in de auto van de verdachte een zwarte pet, een rubberen masker en een bankpas op naam van [slachtoffer 2] aangetroffen. Verbalisant [naam 2] relateerde over de camerabeelden van de vernielingen van de auto’s van [slachtoffer 2] het volgende: Op de beelden van verschillende vernielingen van de auto's van [slachtoffer 2] droeg de dader elke keer een donkerkleurig baseball petje. Op 2 augustus 2024 werd de mobiele telefoon van de verdachte inbeslaggenomen. Hierin staat een chatgesprek dat plaatsvond tussen [verdachte] met telefoonnummer [nummer 3] en een contact genaamd [naam 9] : 15 maart 2024 [verdachte] : Maat kun je zien laatste tracker [verdachte] : adres [naam 9] : Centerparcs Peelheideweg 25, America. 22 maart 2024 [verdachte] : Maak bel me effe nr 6 [slachtoffer 2] gisteravond eronder gedaan staat al 2 uur stil en ik weet dat ze nu op werk is ergens anders. M: ik ga dat ding na het weekend als ik terug ben weg halen M: je bent er hele tijd mee bezig S: ja beter want je moet haar loslaten M: en kijken M: ja klopt want nu zit ik me druk te maken wat ze aan doen is M: maar haar auto staat sinds gisteravond stil M: dus ze is opgehaald 14 juni 2024 [verdachte] stuurt een foto van een bruinkleurige personenauto naar [naam 9] (opmerking rechtbank: dit is de rode [merk 2] van [slachtoffer 2] ) [naam 9] : wat is dat voor frikandel [verdachte] : mijn ex heeft sinds paar dagen nieuwe auto wat zou er met de [merk 3] gebeurt zijn? ze gaat er niet echt op voorruit (opmerking rechtbank: [slachtoffer 2] had op 10 juni 2024 een [merk 2] gekocht nadat haar [merk 3] op 19 mei 2024 total loss was door het ijzerslijpsel in de motor.) De verdachte heeft bij de politie verklaard: In zijn verhoor van 2 augustus 2024: V: Op welk telefoonnummer kunnen wij jou bereiken? A: [nummer 3] . V: En van welk emailadres? A: [nummer 3] . In zijn verhoor van 24 oktober 2024: O: Op die 10 april 2024, omstreeks 19:40 uur, belde jij [slachtoffer 2] haar gsm-nummer vanuit de [bedrijf 1] , middels hun telefoontoestel. V: Waarom belde jij [slachtoffer 2] vanuit de [bedrijf 1] met hun telefoontoestel? A: Ja, dat klopt. Dat was omdat de politie mij toen had gebeld. Daarom reed ik toen naar haar toe. Ik had aangebeld, en ze had mijn gsm geblokkeerd. Daarom belde ik haar via de [bedrijf 1] . O: Diezelfde dag 10 april 2024 in de avond, om 21:30 uur, wilde jij het balkon van [slachtoffer 2] opklimmen. V: Waarom deed je dat? A: Ik wilde niet het balkon opklimmen, ik ben op de verhoging van de onderbuurman gaan staan. 0: In de gsm van [slachtoffer 2] zag de politie dat er op 11 april 2024, een WhatsApp bericht was binnengekomen tussen [slachtoffer 2] haar gsm nummer en een ander gsm-nummer te weten [nummer 4] . V: Waarom stuurde jij haar dit bericht? A: Omdat in de relatie met haar, ben ik mezelf... Ik ben tijdens de relatie vaker in de sorry modus gekomen. O: Op 16 juni 2024, om 15:39 uur, waren er beelden dat jij in jouw auto, de zilveren CMC, met kenteken [kenteken 4] , aan de achterzijde van de woning van [slachtoffer 2] stond. Je hing uit het raam en riep meerdere dingen naar [slachtoffer 2] . V: Wat deed jij daar? A: Toen was ik daar heen gereden, omdat haar moeder mij een bericht had gestuurd waarin ze me uitschold. De verdachte heeft ter terechtzitting van 22 juli 2026 onder meer verklaard: Het klopt dat ik na het verbreken van de relatie op 12 maart 2024 tot en met 2 augustus 2024 heb geprobeerd met [slachtoffer 2] in contact te komen. Het klopt dat ik haar berichten, e-mails en kaarten heb gestuurd. Ik heb [slachtoffer 2] in die periode ook wel eens een bericht gestuurd met een ander nummer. Ik ben ook vaker bij haar woning in Waalre aan de deur geweest. Ook op 29 maart 2024. Het klopt dat ik op 10 april 2024 ook naar het huis van [slachtoffer 2] ben gereden. Ik heb aangebeld maar zij deed niet open. Ik ben toen naar de [bedrijf 1] gereden in Aalst. Ik heb bij de [bedrijf 1] gevraagd of kon bellen. Ik heb vervolgens [slachtoffer 2] gebeld. Het klopt dat ik een tracker onder de auto van [slachtoffer 2] heb bevestigd. De man die op 30 april 2024 op de beelden van de Albert Hein te zien is, die onder de auto van [slachtoffer 2] ligt, dat was ik. Ik heb toen die tracker er onder uit gehaald. Ik heb ook de noodles, muisjes en zandloper op het balkon van [slachtoffer 2] gegooid. Diefstal post [slachtoffer 2] , woonachtig aan de [adres 4] te Waalre, deed aangifte van diefstal van haar post en verklaarde: Op 30 juli 2024 omstreeks 08:30 uur, keek ik in mijn brievenbus. Ik had geen post. Hierna ging ik op vakantie. Op vakantie zag ik op de PostNL app dat ik drie poststukken had ontvangen op 30 juli 2024. Dit waren: - een brief vermoedelijk van het CJIB - een geboortekaartje, ik wist dit vanwege de postzegel met een ooievaar erop - mijn nieuwe Rabobank bankpas. Op 2 augustus 2024 werd ik telefonisch geïnformeerd door een vriendin van mij dat zij op 30 juli 2024, tegen middernacht, een WhatsApp bericht had ontvangen van [verdachte] . In dit bericht feliciteerde hij haar met de geboorte van haar dochter. [verdachte] kende deze vriendin alleen via mij. Na mijn telefoongesprek nam ik meteen contact op met een buurvrouw van mij in Waalre. Ik liet haar mijn brievenbus nakijken. De drie poststukken, de Rabobankpas, het geboortekaartje en de brief van vermoedelijk het CJIB, trof ze niet aan. De verdachte heeft bij de politie verklaard: Het klopt dat ik een bankpas, een geboortekaartje en een brief van het CJIB die [slachtoffer 2] op 30 juli 2024 had ontvangen uit haar brievenbus heb gepakt. Ik wilde contact met haar krijgen. Identiteitsfraude [slachtoffer 2] deed aangifte en verklaarde: Op 18 mei 2024, ontving ik drie brieven waarin drie verkeersboetes zichtbaar waren met mijn voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 1] . Dit betreft een zwarte [merk 3] op mijn naam. Op 19 mei 2024, logde ik met mijn DigiD gegevens in en zag ik dat er nog zes verkeersboetes gereden waren met mijn voertuig. Ik was op vakantie van 7 mei 2024 tot en met 19 mei 2024. Tussen donderdag 9 mei 2024 en vrijdag 17 mei 2024 ontving ik 9 verkeersboetes. Dit betroffen onderstaande boetes: - verkeersboete 1: op 9 mei 2024, € 351 ter hoogte van N612 Stipdonk 82.8; - verkeersboete 2: op 9 mei 2024, € 300 ter hoogte van N270 Europaweg kruising Hortsedijk; - verkeersboete 3: op 9 mei 2024, € 78 ter hoogte van Piuslaan Eindhoven; - verkeersboete 4: op 10 mei 2024, € 369 ter hoogte N612 Stipdonk 82.8 - verkeersboete 5: op 15 mei 2024, € 317 ter hoogte N612 Stipdonk 82.8 - verkeersboete 6: op 15 mei 2024, € 309 Kanaaldijkzuid Helmond - verkeersboete 7: op 17 mei 2024 € 390 ter hoogte N612 Stipdonk 82.8 - verkeersboete 8: op 17 mei 2024, € 166 Heeklaan Helmond - verkeersboete 9: op 17 mei 2024, € 309 Hugo van der Goeslaan Eindhoven Mijn kentekenplaten, zowel aan de voor- als achterzijde van mijn voertuig hebben een duplicaatcode 1. Deze duplicaatcode was al zichtbaar op de kentekenplaten voor deze in mijn bezit kwamen. Ik zag dat bij de eerste vier gekregen verkeersboetes, zichtbaar was op foto dat mijn kenteken niet in het bezit was van deze duplicaatcode. Hierdoor was dus zichtbaar dat het niet mijn voertuig was die deze boetes reed. Ik zag dat de laatste vijf verkeersboetes wel zichtbaar op foto waren dat hier een duplicaatcode had. Op foto's is wel zichtbaar dat de verkeersboetes gereden worden met een zwarte [merk 3] . Ik zag dat op alle 9 verkeersboetes een foto werd toegevoegd waarop zowel een kenteken, gelijkend op het kenteken in mijn bezit, als een gedeelte van een voertuig, met hierop zichtbare velgen te zien waren. Ik zag dat deze velgen niet overeenkwamen met mijn velgen. Ik zag dat de velgen op de foto grijs/zilverkleurig waren. Mijn voertuig is voorzien van zwarte velgen. Verbalisant [naam 3] relateerde over de historische verkeersgegevens van de telefoon van de verdachte : Door mij werden de historische gegevens van de telefoon van [verdachte] in de applicatie Digitale Communicatie Sporen (DCS) geladen. Door mij werd in DCS gekeken of de telefoon van [verdachte] gebruikt was op de onderstaande datums. [slachtoffer 2] had namelijk op deze dagen bekeuringen gekregen terwijl zij niet op de locaties was geweest waar de overtredingen waren gepleegd. Op het moment dat de telefoon gebruikt wordt maakt deze contact met een zendmast. In de historische gegevens van de telefoon is te zien van welke zendmast gebruik werd gemaakt. 9 mei 2024 om 10:02 uur: Verkeersboete € 351,- thv N612 Stipdonk 82.8 (Lierop) Ik zag dat de telefoon van [verdachte] op 9 mei 2024 om 09.57.03 uur gebruikt had gemaakt van de zendmast gelegen aan de Busselseweg 72 te Asten. 9 mei 2024 om 10:07 uur: Verkeersboete € 300,- thv N270 Europaweg/Hortsedijk (Helmond) Ik zag dat de telefoon van [verdachte] op 9 mei 2024 om 10.05.56 uur gebruikt had gemaakt van de zendmast gelegen aan het Wethouder van Deutekomplein te Helmond. 17 mei 24 om 17:30 uur: Verkeersboete € 390,- thv N612 Stipdonk 82.8 (Lierop) Ik zag dat de telefoon van [verdachte] op 17 mei 2024 om 17.21.26 uur gebruikt had gemaakt van de zendmast gelegen aan de Busselseweg 72 te Asten. Zowel de Busselseweg 71 te Asten als het Wethouder van Deutekomplein te Helmond liggen in de nabijheid van de N612. Verbalisant [naam 2]

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/187394 · 2026-08-06
