# Rechtbank Den Haag, 03-08-2026 (NL26.38988 en NL26.38989)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:21691
- Date: 2026-08-03
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A21691
- Canonical: https://overview.legal/posts/187416

## Summary

Asielgrensprocedure. Eiseres is op een echt bevonden Keniaans paspoort Nederland ingereisd, maar zij stelt de Somalische nationaliteit te hebben en minderjarig te zijn. Verweerder heeft in strijd met de Procedureverordening en Screeningsverordening gehandeld door geen multidisciplinair leeftijdsonderzoek te verrichten nu er twijfel was over haar meerderjarigheid. Daarnaast heeft eiseres oprechte inspanning verricht om aan te tonen dat het Keniaanse paspoort frauduleus is verkregen. Het beroep is gegrond.

## Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL26.38988 (beroep) en NL26.38989 (voorlopige voorziening) V-nummer: [V nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiseres] , eiseres/verzoekster (hierna eiseres) (gemachtigde: mr. V.M. Oliana), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. F.H. van Zanden). Procesverloop Bij besluit van 7 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond in de asielgrensprocedure. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt dat zij niet wordt uitgezet totdat op haar beroep is beslist. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het beroep tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen I.A. Mohamed in de taal Somali. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was [persoon] van [bedrijf] op de zitting aanwezig. Overwegingen Het asielrelaas 1. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij heeft verklaard dat zij [eiseres] is en dat zij is geboren op [geboortedatum] 2009. Ze heeft verklaard dat ze de Somalische nationaliteit heeft. Haar ouders en broers zijn in 2025 overleden bij een aanval van ISIS. Daarna is zij bij haar stiefmoeder (de tweede vrouw van haar vader) gaan wonen. Deze heeft haar gedwongen uitgehuwelijkt aan een man, die veel ouder is dan zij. Toen eiseres de uithuwelijking aanvankelijk weigerde, is ze geslagen en opgesloten door haar stiefmoeder tot het huwelijk uiteindelijk toch is voltrokken. De man aan wie zij is uitgehuwelijkt heeft haar mishandeld, toen zij na de uithuwelijking niet met hem mee wilde gaan. Hij heeft haar in haar heup gestoken met een mes. Ook heeft hij haar opgesloten. Bij terugkeer naar Somalië vreest zij weer te worden mishandeld. Het bestreden besluit 2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante asielmotieven: 1. identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. gedwongen uithuwelijking. 2.1. Verweerder acht het eerste asielmotief deels geloofwaardig en het tweede asielmotief niet geloofwaardig. Eiseres heeft een echt bevonden Keniaans paspoort overgelegd met de geboortedatum 5 mei 2005. Daarom wordt aangenomen dat eiseres de Keniaanse nationaliteit heeft en meerderjarig is. Ze heeft van Somalische documenten enkel kopieën overgelegd, waarvan een deel bewerkte voorbeelden afkomstig van het internet zijn. Zij heeft ook geen bevredigende uitleg gegeven waarom zij de originele Somalische documenten heeft achtergelaten. Dat is voldoende aanleiding om te concluderen dat eiseres willens en wetens bewerkte kopieën van een geboorteakte en een identiteitsverklaring heeft overgelegd. Dit betekent tevens dat eiseres niet kan onderbouwen hoe zij over een Somalisch paspoort kan beschikken, aangezien de geboorteakte en de identiteitsverklaring hiervoor als brondocumenten dienen. Verder zijn haar verklaringen niet overtuigend. Zo heeft zij summier verklaard over de frauduleuze wijze waarop het Keniaanse paspoort is verkregen en tegenstrijdig en ongerijmd verklaard over de uitreis uit Somalië. Ook haar verklaring over het verschil in geboortedata op de verschillende paspoorten is ongerijmd. Het tweede asielmotief is evenmin met documenten onderbouwd en zij heeft hierover onsamenhangende en onaannemelijke verklaringen afgelegd. Eiseres kan in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Er wordt vanuit gegaan dat zij de Keniaanse nationaliteit heeft en kan terugkeren naar Kenia. Ze wordt niet aangemerkt als vluchteling, omdat ze daar geen gegronde vrees voor vervolging heeft en ook geen reëel risico loopt op ernstige schade. Daarbij is er een removal order voor China en kan eiseres eveneens hiernaartoe terugkeren zonder dat zij een reëel risico op ernstige schade loopt. Nu haar verklaringen duidelijk niet overtuigend zijn en zij verweerder heeft misleid over haar identiteit en nationaliteit kan de asielaanvraag als kennelijk ongegrond worden afgewezen. Bespreking van de beroepsgronden 3. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder haar ten onrechte niet als een mogelijke minderjarige heeft aangemerkt en bij twijfel een leeftijdsonderzoek had moeten doen zoals in de Procedureverordening staat. Eiseres heeft immers een kopie van haar Somalische paspoort laten zien waaruit volgt dat zij minderjarig is. Verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld in de screeningsfase door eiseres niet als mogelijk minderjarig te beschouwen en dus als kwetsbaar aan te merken door vast te houden aan de gegevens in het Keniaanse paspoort. Daarbij laat de Procedureverordening geen ruimte aan de lidstaten om zelf te bepalen of er twijfel bestaat over de minderjarigheid. Wanneer de rechtbank vindt dat het Unierecht in dit kader onduidelijk is, verzoekt de gemachtigde van eiseres om hierover prejudiciële vragen te stellen. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de presumptie van minderjarigheid, zoals volgt uit het arrest Darboe en Camara en Werkinstructie 2026/15. 3.1 De rechtbank merkt eerst op dat er geen rapport van Bureau Documenten in het dossier zit, waaruit volgt dat het Keniaans paspoort echt bevonden is. Verder heeft verweerder op zitting gesteld dat van de overgelegde kopieën van de overige Somalische documenten niet kan worden gesteld dat deze vals zijn, omdat de beslismedewerker niet over de expertise beschikt om de documenten te beoordelen. Verweerder heeft wel gesteld dat de observaties van de beslismedewerker over de kopieën van de Somalische geboorteakte en identiteitsverklaring bevreemding over deze documenten wekken en dat in combinatie met het echt bevonden Keniaans paspoort en de onsamenhangende en onaannemelijke verklaringen van eiseres maakt dat kan worden uitgegaan van de meerderjarigheid van eiseres. De rechtbank kan verweerder echter niet volgen in dit standpunt. Eiseres heeft een kopie van een Somalisch paspoort overgelegd, die haar verklaring onderbouwt. De recente afgiftedatum van het Keniaanse paspoort (10 maart 2026) past bij de verklaringen van eiseres dat het paspoort is aangevraagd na haar vlucht. Daarbij komt dat het uiterlijk en gedrag van eiseres, zoals de rechtbank dat heeft waargenomen tijdens de zitting, doen vermoeden dat zij minderjarig is. 3.2 Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat sprake is van zodanige twijfel over de vraag of eiseres meerderjarig is, dat verweerder niet zonder meer heeft kunnen uitgaan van de geboortedatum in het Keniaanse paspoort en gehouden was om een multidisciplinair leeftijdsonderzoek te doen conform artikel 25 en 53 van de Procedureverordening. Mocht het zo zijn dat een dergelijk multidisciplinair onderzoek om organisatorische redenen (nog) niet mogelijk is , dan dient dit naar het oordeel van de rechtbank niet in het nadeel van eiseres laten werken. De rechtbank merkt hierbij op dat een leeftijdsinterview volgens Werkinstructie 2026/15 niet een afdoende multidisciplinair leeftijdsonderzoek is zoals is bedoeld in de Procedureverordening. 3.3 Tevens is de rechtbank van oordeel dat verweerder te rigide heeft vastgehouden aan het Keniaanse paspoort. Uit de Procedureverordening volgt dat als er twijfel is over de meerderjarigheid van een vreemdeling, verweerder behoedzaam en zorgvuldig te werk moet gaan. Gelet op de eerder genoemde omstandigheden had er bij verweerder wel twijfel moeten zijn over de geboortedatum van eiseres en had hij daarom behoedzamer en zorgvuldiger te werk moeten gaan. Daarbij komt dat de overige tegenwerpingen over tegenstrijdigheden en vaagheden in de verklaringen van eiseres niet dusdanig sterk zijn dat deze twijfel hierdoor voldoende is weggenomen. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat wanneer eiseres minderjarig blijkt te zijn, dit ook invloed heeft op de kwaliteit van de door haar gegeven antwoorden. Zij is dan immers, als minderjarige, niet gehoord op een kindvriendelijke wijze door daartoe speciaal opgeleide hoormedewerkers. Ook blijkt uit het gehoor dat er onvoldoende vragen zijn gesteld over de herkomst van eiseres, terwijl dit soort vragen meer duidelijkheid had kunnen verschaffen over haar identiteit, nationaliteit en herkomst. Op de zitting zijn enkele van die vragen door de rechtbank aan haar gesteld. Eiseres heeft toen herhaald wat zij in het gehoor al had verklaard, dat zij in [plaats] op een school heeft gezeten die [naam 1] heet. Op de vraag of zich daar in de buurt een winkelcentrum bevindt, antwoordde eiseres dat er inderdaad een winkelcentrum in de buurt is genaamd [naam 2] . Dit komt overeenkomen met openbare bronnen op internet, waaruit volgt dat [naam 2] shopping center op ongeveer 11 minuten lopen ligt van de school [naam 1] in [plaats] . Verweerder is dus ook onzorgvuldig geweest in het gehoor met betrekking tot zogenoemde herkomstvragen. 3.4 Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet in lijn met de Screeningsverordening heeft gehandeld en dan specifiek met punten 37 en 38 van de preambule. In het gehoorverslag van 26 juni 2026 staat – voor zover hier van belang – het volgende: A: "Ik ben geen Keniaanse maar ik ben Somalische ik heb dit paspoort gekregen van de smokkelaar" V: (bij twijfel over de minderjarigheid van een ongedocumenteerde minderjarig alleenreizende vreemdeling) Er wordt getwijfeld of u daadwerkelijk jonger bent dan 18 jaar. Wij kunnen u om die reden in de asielgrensprocedure plaatsten. Dat betekend dat uw asielaanvraag wordt behandeld in een gesloten detentiecentrum en de u tijdens de procedure wordt onderworpen aan een leeftijdsschouw. Daar wordt vanaf gezien indien u alsnog aannemelijk kunt maken dat u jonger bent dan 18 jaar. Kunt u aannemelijk maken dat u jonger bent dan 18 jaar? A: nvt De rechtbank leidt hieruit af dat het niet volstrekt zeker was dat eiseres als meerderjarige werd beschouwd en dat er twijfel was over de vraag of eiseres minder- of meerderjarig was. Er was dus mogelijk sprake van een kwetsbaarheid omdat zij mogelijk als een niet-begeleide minderjarige moest worden gezien. Op grond van de Screeningsverordening had daar bijzondere aandacht aan moeten worden besteed. Dat is in het geval van eiseres niet gebeurd. Zij is in de asielgrensprocedure opgenomen zonder dat er verder onderzoek is gedaan naar de mogelijke kwetsbaarheid op grond van minderjarigheid. Zoals hiervoor overwogen had op grond van de Procedureverordening bij deze twijfel onderzoek moeten worden gedaan naar haar leeftijd. Verweerder heeft nagelaten dat te doen. De beroepsgrond slaagt. 4. Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder haar te weinig tijd heeft gegund om haar originele Somalische documenten en paspoort te overleggen. Deze stukken zijn onderweg naar Nederland. De tante van eiseres heeft deze namelijk opgestuurd naar de gemachtigde van eiseres en de verzendbewijzen en track and trace-berichten van de verzendingen zijn overgelegd. Daarnaast zijn er stappen gezet om aan te tonen dat het Keniaanse paspoort frauduleus is verkregen. Er is contact gezocht met de Keniaanse ambassade die het verzoek heeft doorgezet naar de Keniaanse autoriteiten in Nairobi. Er wordt een onderzoek gedaan en dat zal ongeveer een maand duren, volgens de e-mail van 24 juli 2026 van de Keniaanse ambassade. Het standpunt van verweerder dat kan worden uitgegaan van het echt bevonden Keniaans paspoort is dan ook voorbarig. 4.1 De rechtbank overweegt dat de Afdeling in een uitspraak van 14 maart 2024 het toetsingskader heeft uiteengezet rondom de beoordeling van persoonsgegevens en de nationaliteit van een vreemdeling. Hieruit volgt dat verweerder in beginsel mag uitgaan van de gegevens zoals vermeld in een authentiek bevonden paspoort en dat het in de eerste plaats op de weg van de vreemdeling ligt om aannemelijk te maken dat een echt bevonden paspoort op een frauduleuze wijze is verkregen. Uit deze uitspraak volgt dat van een vreemdeling mag worden verwacht dat hij alles doet waar hij redelijkerwijs toe in staat is om van de autoriteiten een verklaring te verkrijgen waaruit blijkt of zij het paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of zij de vreemdeling als hun onderdaan beschouwen. De Afdeling heeft in overweging 4 toegelicht hoe een vreemdeling dit kan doen. Zo wijst de Afdeling op het opnemen van contact met de diplomatieke vertegenwoordiging van het land dat het paspoort heeft afgegeven in een voor hen gangbare taal. Daarnaast moet een vreemdeling de door de betreffende autoriteiten voorgeschreven procedures volgen, de gevraagde informatie verstrekken en zo nodig rappelleren. Als een vreemdeling onvoldoende moeite heeft gedaan om een dergelijke verklaring van de autoriteiten te verkrijgen, mag verweerder ervan uitgaan dat de vreemdeling de nationaliteit heeft die op het paspoort is vermeld. Als een vreemdeling een oprechte inspanning heeft geleverd om een verklaring te krijgen van de autoriteiten over de verkrijging van zijn paspoort en/of zijn nationaliteit, maar daar desondanks niet in is geslaagd, is het aan verweerder om die autoriteiten te benaderen. 4.2 De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende inspanning heeft verrichten om van de Keniaanse autoriteiten een verklaring te verkrijgen over haar paspoort en/of haar nationaliteit. Eiseres heeft op 28 juni 2026 een foto getoond van haar Somalische paspoort met een andere geboortedatum dan in het Keniaanse paspoort staat. In het gehoor op 4 juli 2026 heeft zij verklaard dat het Keniaanse paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. De gemachtigde van eiseres heeft op 3 juli 2026 (een week na de asielaanvraag) een bericht in het Engels naar de Keniaanse ambassade in Den Haag gestuurd met de vraag of geverifieerd kan worden of het Keniaanse paspoort van eiseres op een legale wijze is uitgegeven. Vervolgens heeft de gemachtigde op 8 juli 2026 per e-mail gerappelleerd. Daarnaast is er telefonisch contact geweest tussen de gemachtigde en de ambassade, gevolgd door een e-mail op 20 juli 2026 aan een medewerker van de ambassade. Vervolgens is op 21 juli 2026 per e-mail door de Keniaanse ambassade aangegeven dat voor een dergelijk onderzoek een formulier moet worden ingevuld, welke de gemachtigde op dezelfde dag heeft ingevuld en per e-mail heeft verzonden. Naar aanleiding van een e-mail van de gemachtigde op 24 juli 2026 heeft de Keniaanse ambassade op dezelfde dag laten weten dat het verzoek is ontvangen, in behandeling is genomen en dat het ongeveer een maand duurt totdat het onderzoek is afgerond. Gelet op het voorgaande is het dan niet zorgvuldig van verweerder om dit onderzoek niet af te wachten en vast te houden aan de vermeende authenticiteit van het Keniaanse paspoort. Het standpunt van verweerder op zitting dat eiseres er niet in is geslaagd om aan te tonen dat zij niet de Keniaanse nationaliteit heeft en het niet op de weg van verweerder had gelegen om zelf contact op te nemen met de Keniaanse autoriteiten omdat er immers wel een verklaring is verkregen van de Keniaanse ambassade, doet daar niet aan af. De reactie vanuit de Keniaanse ambassade betreft namelijk geen inhoudelijk oordeel over het Keniaanse paspoort of de Keniaanse nationaliteit, maar enkel een ontvangstbevestiging en een mededeling over de termijn waarbinnen een inhoudelijke reactie kan worden verwacht. Verweerder heeft dus niet in lijn met de genoemde Afdelingsuitspraak van 14 maart 2024 gehandeld. De beroepsgrond slaagt. 5. Eiseres heeft aangevoerd dat het terugkeerbesluit ten aanzien van China en Kenia in strijd is met artikel 3, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn . Beide landen zijn namelijk geen landen van herkomst. Hiertoe heeft eiseres verwezen naar de Afdelingsuitspraak van 13 mei 2026 . 5.1 De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond ten aanzien van China slaagt. Niet in geschil is dat eiseres niet de Chinese nationaliteit heeft. Niet is gebleken dat zij bij terugkeer naar China toegang krijgt tot dat land. Dat eiseres naar China, als land van doorreis, kan terugkeren overeenkomstig een andere regeling als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn, heeft verweerder op geen enkel moment in de procedure nader toegelicht. Daarom is de motivering in het bestreden besluit onvoldoende. Dit vormt een motiveringsgebrek in het besluit. Het terugkeerbesluit met betrekking tot China kan daarom geen standhouden. Over het terugkeerbesluit met betrekking tot Kenia kan de rechtbank nog geen oordeel geven nu het onderzoek door de Keniaanse autoriteiten over de Keniaanse nationaliteit nog moet worden afgewacht. 6. Gelet op het voorgaande behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking. 7. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen. Verweerder zal namelijk een multidisciplinair leeftijdsonderzoek moeten verrichten en zal dat binnen twee weken na het versturen van deze uitspraak moeten hebben uitgevoerd. Als uit dit onderzoek volgt dat eiseres als minderjarige moet worden beschouwd dan dient zij binnen de asielprocedure als zodanig te worden behandeld . Dit houdt in dat zij opvang moet krijgen die geschikt is voor een niet-begeleide minderjarige en dat [bedrijf] als voogd dient te worden aangewezen waarbij moet worden uitgegaan van de persoonsgegevens conform de kopie van haar Somalische paspoort, te weten [eiseres] , geboren op [geboortedatum] 2009. Bovendien dient het onderzoek van de Keniaanse autoriteiten naar het paspoort en de Keniaanse nationaliteit te worden afgewacht. Daarnaast moeten het originele Somalische paspoort en de overige originele Somalische documenten worden onderzocht, zodra deze zijn ontvangen. Als blijkt dat eiseres minderjarig is en uit Somalië afkomstig, dan dient zij opnieuw te worden gehoord met inachtneming van de regels die voor het horen van minderjarigen gelden en dient zij uitgebreider te worden bevraagd over haar asielmotieven. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank een termijn van twaalf weken voor het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. 8. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep, is er geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. 9. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden deze proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 2.802,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift en een verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 7 juli 2026; - draagt verweerder op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak; - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.802,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 42, eerste lid, onder b en onder c, van Verordening (EU) 2024/1348 (de Procedureverordening). Arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 21 juli 2022 Darboe en Camara tegen Italië, zaaknummer 5797/17 (ECLI:CE:ECHR:2022:0721JUD000579717). Een voorbeeld van de invulling van een multidisciplinair leeftijdsonderzoek wordt gegeven in vraag en antwoord 35 op pagina’s 13 en 14 van Questions and Answers in relation to the Pact Legislation van de Europese Commissie van 25 oktober 2024. Verordening (EU) 2024/1356. Het gehoor met betrekking tot het uitstellen van de toegangsweigering en het opleggen van een beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2024:1071. Pagina 2 van het formulier ter voorbereiding asielaanvraag. Pagina 21. Richtlijn 2008/115/EG. ECLI:NL:RVS:2026:2660. Conform het voornoemde arrest Darboe en Camara.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/187416 · 2026-08-06
