# Rechtbank Midden-Nederland, 22-07-2026 (C/16/606706 / HL ZA 26-40)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Midden-Nederland
- Identifier: ECLI:NL:RBMNE:2026:5090
- Date: 2026-07-22
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBMNE%3A2026%3A5090
- Canonical: https://overview.legal/posts/187422

## Summary

Inzageverzoek op grond van artikel 195 Rv in incident. Een gedeelte van het verzoek wordt toegewezen. Het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden, omdat eisers op dit moment nog geen belang hebben bij de verzochte informatie.

## Full text

Hey RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: C/16/606706 / HL ZA 26-40 Vonnis in incident van 22 juli 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] (Polen), eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in reconventie, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.J.G. Pennings, tegen 1 [gedaagde sub 1] , te [plaats] , advocaat: mr. M.H.D. Vergouwen, gedaagde partij in de hoofdzaak, hierna te noemen: [gedaagde sub 1] , en tegen 2 2. [gedaagde sub 2] , te [plaats] , 3 3. [gedaagde sub 3] , te [plaats] , 4 4. [gedaagde sub 4] , te [plaats] (Polen), hierna afzonderlijk te noemen [gedaagde sub 4] , advocaten: mr. M. Deckers en mr. L.M. Smits, gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in reconventie, eisende partijen in het incident, hierna samen te noemen: [gedaagden c.s.] 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 16 december 2025, met producties 1 tot en met 27; - de beslissing van de rechtbank van 17 maart 2026 dat de dagvaarding moet worden ingekort; - de akte van [eiser] van 1 april 2026 ter vervanging van de dagvaarding; - de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [gedaagde sub 1] met producties 1 tot en met 12; - de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met een eis in reconventie en een incidenteel verzoek ex artikel 195 Rv van [gedaagden c.s.] , met producties 1 tot en met 9; - de conclusie van antwoord in het incident van [eiser] , met producties 28 tot en met 32. 1.2 Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2 De kern van de zaak In de hoofdzaak 2.1 [eiser] heeft op basis van een overeenkomst van opdracht als consulent en bestuurder gewerkt voor [gedaagde sub 4] . Deze overeenkomst is beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst. [eiser] stelt dat een drietal (voormalig) werknemers van [gedaagde sub 4] zich negatief over hem hebben uitgelaten tijdens een drietal telefoongesprekken in juli 2024 met een medewerker van een recruitmentbureau, mevrouw [A] (hierna: [A] ), in het kader van een geschiktheidsonderzoek naar [eiser] voor een financiële toppositie bij een derde opdrachtgever. Volgens [eiser] is dit in strijd met de vaststellingsovereenkomst en levert dit bovendien een onrechtmatige daad naar Pools recht op. De uitlatingen tijdens de telefoongesprekken hebben er volgens [eiser] toe geleid dat hij is afgewezen voor de functie. [eiser] vordert op grond van deze (en een aantal andere) gedragingen een verbod tot het doen van bepaalde uitlatingen, vergoeding van de door hem geleden schade en contractuele boetes. In reconventie vordert [gedaagden c.s.] een veroordeling van [eiser] in de werkelijke proceskosten. In het incident 2.2 [gedaagden c.s.] verzoekt in het incident dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] veroordeelt tot het delen van de geluidsopnames van de hiervoor bedoelde drie telefoongesprekken, de gegevens van het bedrijf dat de referentiecontroles zou hebben uitgevoerd en waar [A] zou werken (het recruitmentbureau) en/of de gegevens van de onbekende opdrachtgever van de vermeende opdracht (voor wie [eiser] zou gaan werken). [eiser] is het hier om verschillende redenen niet mee eens en voert verweer. De rechtbank zal [eiser] in het incident veroordelen om twee geluidsopnames te overleggen. Het verzoek met betrekking tot de derde geluidsopname wordt afgewezen en de overige verzoeken worden aangehouden. 3 De beoordeling In het incident Het toetsingskader van het inzageverzoek 3.1 In artikel 195 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is bepaald dat een partij aan de rechter die de hoofdzaak behandelt, kan verzoeken om de wederpartij te bevelen inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens te verstrekken. Voor toewijzing van zo’n verzoek moet aan de vereisten uit artikel 194 Rv worden voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (i) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (ii) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet (iii) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (iv) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken. De geluidsopnames van twee telefoongesprekken moeten worden overgelegd 3.2 [eiser] baseert zijn vordering in de hoofdzaak onder meer op de uitlatingen die (voormalig) werknemers van [gedaagde sub 4] hebben gedaan in telefoongesprekken met [A] . Om de vordering van [eiser] in de hoofdzaak te kunnen beoordelen, zal moeten worden vastgesteld wat tijdens de telefoongesprekken is gezegd. Het gaat hier om de gesprekken die [A] heeft gevoerd met [gedaagde sub 1] , de heer [B] (hierna: [B] ) en mevrouw [C] (hierna: [C] ). [gedaagden c.s.] beschikt alleen over de transcripties van deze gesprekken die door [eiser] in het geding zijn gebracht. [gedaagden c.s.] heeft de rechtbank daarom verzocht om [eiser] te veroordelen tot het delen van de geluidsopnames van deze gesprekken. 3.3 [eiser] voert verweer en stelt dat hij de opname van het gesprek van [gedaagde sub 1] met [A] al als productie 32 heeft overgelegd. Volgens [eiser] ontbreekt daarom het belang bij het verzoek met betrekking tot deze geluidsopname. 3.4 De rechtbank volgt [eiser] hierin. De opname is inderdaad als productie in het geding gebracht, waardoor het belang van [gedaagden c.s.] ontbreekt. Dit gedeelte van het verzoek moet daarom worden afgewezen. 3.5 Ook met betrekking tot de geluidsopnames van de gesprekken met [B] en [C] is [eiser] van mening dat een belang van [gedaagden c.s.] bij het verzoek ontbreekt. [eiser] voert aan dat de wet niet voorschrijft op welke wijze de informatie moet worden verstrekt en dat hij met het overleggen van de transcripties heeft voldaan aan dat wat artikel 194 Rv van hem verlangt. Bovendien meent [eiser] dat de afwijzing voor de functie eerder gebaseerd is op de transcripties dan op de opnames en dat de transcripties op zichzelf staan als bewijs voor de afwijzing van de functie. Welk concreet en zelfstandig belang [gedaagden c.s.] bij de geluidsopnames heeft naast de transcripties, is volgens [eiser] niet onderbouwd. 3.6 De rechtbank oordeelt allereerst dat [eiser] miskent dat het uitganspunt van artikel 194 Rv is dat de verzochte gegevens in hun oorspronkelijke vorm worden aangeboden. Niet is gesteld waarom van dit uitgangspunt zou moeten worden afgeweken en [gedaagden c.s.] hoeft dus geen genoegen te nemen met een transcriptie van de geluidsopnames. Ten tweede heeft [gedaagden c.s.] het belang bij het verkrijgen van de geluidsopnames wel onderbouwd. Zonder de geluidsopnames is het namelijk niet mogelijk om de juistheid van de transcripties te verifiëren, waardoor het onmogelijk is om vast te stellen of de gestelde uitlatingen daadwerkelijk zijn gedaan. De rechtbank is van oordeel dat hiermee het belang van [gedaagden c.s.] bij het informatieverzoek vaststaat. 3.7 Aan de voorwaarde dat het incidentele verzoek betrekking moet hebben op stukken die zien op een rechtsbetrekking waarbij degene die inzage vraagt partij is, is eveneens voldaan. Onder rechtsbetrekking worden alle betrekkingen tussen twee of meer partijen verstaan, bijvoorbeeld een tussen hen gesloten overeenkomst of een verbintenis uit de wet, zoals onrechtmatige daad. Het is niet noodzakelijk dat de rechtsbetrekking al definitief in rechte vaststaat, zodat de door [eiser] gestelde tekortkoming en onrechtmatige daad voldoende is om van een rechtsbetrekking tussen partijen te kunnen spreken. 3.8 [gedaagden c.s.] heeft ook voldoende concreet aangegeven om welke stukken zij verzoekt. Het gaat om de opnames van de twee telefoongesprekken van [B] en [C] met [A] uit juli 2024 in het kader van het geschiktheidsonderzoek naar [eiser] . De gevraagde gegevens zijn daarmee voldoende bepaald. 3.9 Tot slot heeft [eiser] erkend dat hij over deze gegevens beschikt. Er is geen sprake van gewichtige redenen die zich tegen inzage verzetten 3.10 Het bovenstaande betekent dat aan alle vereisten van artikel 194 Rv is voldaan. [eiser] moet daarom de geluidsopnames van de gesprekken van [B] en [C] met [A] te verstrekken, tenzij hem een verschoningsrecht toekomt of gewichtige redenen zich daartegen verzetten (artikel 194 lid 2 Rv). 3.11 [eiser] heeft niet gesteld dat hem een verschoningsrecht toekomt. [eiser] heeft wel een ander verweer aangevoerd tegen het verzoek. Volgens [eiser] heeft [gedaagden c.s.] de gelegenheid gefrustreerd om [B] en [C] als getuige te horen. Het zou daarom moeilijk verenigbaar zijn met de eisen van de goede procesorde wanneer [gedaagden c.s.] nog inzage zou kunnen afdwingen van de geluidsopnames. Daargelaten of deze stelling van [eiser] juist is, levert dit naar het oordeel van de rechtbank geen gewichtige reden op die zich tegen inzage verzet. [eiser] dient de geluidsopnames van de gesprekken van [B] en [C] met [A] dus te verstrekken. Het verzoek tot inzage in de andere informatie wordt aangehouden 3.12 Naast de geluidsopnames verzoekt [gedaagden c.s.] dat [eiser] wordt veroordeeld tot het delen van de gegevens van het bedrijf dat de referentiecontroles zou hebben uitgevoerd en waar [A] zou werken (het recruitmentbureau) en/of de gegevens van de onbekende opdrachtgever van de vermeende opdracht (waar [eiser] zou gaan werken). 3.13 In de huidige stand van de procedure staat nog niet vast dat [gedaagden c.s.] een belang heeft bij deze informatie. Dat hangt namelijk af van de vraag of [gedaagden c.s.] door de uitlatingen van [gedaagde sub 1] , [B] en [C] tijdens hun telefoongesprek met [A] onrechtmatig en/of in strijd met de vaststellingsovereenkomst hebben gehandeld. Als dat het geval blijkt te zijn, kan de verzochte informatie op dat moment van belang zijn om vast te kunnen stellen of de uitlatingen tijdens de gesprekken met [A] hebben geleid tot de door [eiser] gestelde schade. De rechtbank zal de beoordeling van dit gedeelte van het incident daarom aanhouden. Conclusie en proceskosten 3.14 De rechtbank zal [eiser] veroordelen om de geluidsopnames van de telefoongesprekken van [B] en [C] met [A] te overleggen en wel binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis. Het verzoek tot het verstrekken van de geluidsopname van het gesprek met [gedaagde sub 1] wordt afgewezen, omdat deze opname al is overgelegd. De beslissing met betrekking tot de overige inzageverzoeken wordt aangehouden. 3.15 De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden totdat er een beslissing is genomen op de volledige incidentele vordering. In de hoofdzaak in conventie en reconventie De rechtbank bepaalt een mondelinge behandeling 3.16 De rechtbank zal in de hoofdzaak een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. 3.17 Omdat er op dit moment nog geen zittingscapaciteit is, worden er nog geen verhinderdata opgevraagd en wordt de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden. 3.18 De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 3.19 Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen van maximaal tien minuten . Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zijn niet toegestaan. 3.20 Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. [eiser] mag een conclusie van antwoord in reconventie nemen 3.21 [eiser] wordt nog in de gelegenheid gesteld om op een termijn van zes weken een conclusie van antwoord in reconventie te nemen. 3.22 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4 De beslissing De rechtbank: in het incident 4.1 veroordeelt [eiser] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagden c.s.] de geluidsopnames te verstrekken van het telefoongesprek in juli 2024 tussen [B] en [A] en het telefoongesprek tussen [C] en [A] ; 4.2 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.3 wijst het verzoek tot verstrekking van de geluidsopname van het telefoongesprek tussen [gedaagde sub 1] en [A] af; 4.4 houdt iedere verdere beslissing aan; in de hoofdzaak 4.5 verwijst de zaak naar de rol van 2 september 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie door [eiser] ; 4.6 beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door mr. H.M.M. Steenberghe, in het gerechtsgebouw te Lelystad, op een door de rechtbank nog vast te stellen datum en tijd; 4.7 bepaalt dat [eiser] en [gedaagde sub 1] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat gedaagden sub 2, 3 en 4 dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen; 4.8 bepaalt dat de zaak voor onbepaalde tijd wordt aangehouden voor het opgeven van verhinderdata voor een mondelinge behandeling; 4.9 wijst partijen erop, dat voor de mondeling behandeling een dagdeel (volledige ochtend of middag) zal worden uitgetrokken; 4.10 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026. 6004 Kamerstukken II 2019/20, 35498, nr. 3, p. 50.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/187422 · 2026-08-06
