# Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026 (200.354.281/01)

- Type: Case Law
- Source: Gerechtshof Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:GHDHA:2026:2409
- Date: 2026-07-28
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3AGHDHA%3A2026%3A2409
- Canonical: https://overview.legal/posts/187434

## Summary

vernietiginsgronden arbitraal vonnis gaan niet op, geschil advocatendeclaratie, belang basisadministratie voor deugdelijke oproeping arbitraal geschil

## Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.354.281/01 Arrest van 28 juli 2026 in de zaak van [eiseres] , verblijvende in Marokko, eiseres, advocaat: mr. H. Zobuoglu, kantoorhoudend in Amsterdam, tegen de maatschap [maatschap] , gevestigd in Purmerend, gedaagde, advocaat: mr. J. Blakborn, kantoorhoudend in Amsterdam. Het hof noemt partijen hierna [eiseres] en [maatschap]. 1 Het geschil 1.1 Tussen partijen is op 31 januari 2025 een arbitraal vonnis gewezen door de Geschillencommissie Advocatuur (hierna: het arbitraal vonnis). Daarbij is [eiseres] bij verstek veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan [maatschap] voor de door [maatschap] aan [eiseres] verleende juridische diensten. 1.2 Bij inleidende dagvaarding (met producties) heeft [eiseres] gevorderd: primair een verklaring voor recht dat het arbitraal vonnis wordt vernietigd, subsidiair de vernietiging van het arbitraal vonnis, met veroordeling van [maatschap] in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 1.3 Bij conclusie van antwoord (met producties) heeft [maatschap] geconcludeerd deze vorderingen af te wijzen en [eiseres] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente. [maatschap] heeft na de conclusie van antwoord nog een productie overgelegd. 1.4 [eiseres] heeft daarop gereageerd bij conclusie van repliek. [maatschap] heeft daar weer op gereageerd bij conclusie van dupliek (met productie). 2 De beoordeling 2.1 Het hof wijst de primaire vordering af omdat niet is in te zien welk doel en welk belang gediend zijn met de gevorderde verklaring voor recht. Het hof zal zich beperken tot het beoordelen van de subsidiaire vordering, die strekt tot vernietiging van het arbitraal vonnis. 2.2 [eiseres] beroept zich op de vernietigingsgronden van art. 1065 lid 1 onderdeel e Rv en die van art. 1065 lid 1 onderdeel d Rv. Daartoe voert zij aan dat zij niet (goed) voor de arbitrale procedure is opgeroepen. Daardoor is zij niet in die procedure verschenen en heeft zij tegen de vorderingen in die procedure geen verweer gevoerd. Daaraan verbindt [eiseres] de conclusie dat het arbitraal vonnis in strijd met het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor tot stand is gekomen, wat in strijd is met de openbare orde en dat het arbitraal verstekvonnis niet met redenen is omkleed. 2.3 [maatschap] voert hiertegen gemotiveerd verweer. [maatschap] stelt onder meer dat [eiseres] op correcte wijze is opgeroepen in de arbitrale procedure. [maatschap] benadrukt verder dat [eiseres] bovendien wist dat [maatschap] op 30 juli 2024 een geschil tegen haar aanhangig had gemaakt, omdat [maatschap] op die datum een kopie van het inleidend stuk per e-mail aan haar (voormalige) advocaat heeft toegezonden. 2.4 Het hof stelt voorop dat als [eiseres] niet goed is opgeroepen om in de arbitrale procedure verweer te voeren de vernietigingsgrond van art. 1065 lid 1 onderdeel e Rv zich voordoet. Immers, [eiseres] heeft het fundamentele recht om verweer te voeren zodat zij daartoe de kans moet hebben gekregen. Het hof zal daarom eerst beoordelen of [eiseres] goed is opgeroepen. Oproeping 2.5 [eiseres] voert aan dat de oproeping van de Geschillencommissie Advocatuur (hierna: de geschillencommissie) haar niet heeft bereikt, als volgt.  [eiseres] staat ingeschreven op het adres [straatnaam] met huisnummer [nummer] 1h , zonder streepjes. Op het uittreksel uit de Basisregistratie Personen (hierna: de basisregistratie) staan ook geen streepjes.  De geschillencommissie heeft [eiseres] op basis van het van [maatschap] verkregen uittreksel aangeschreven op het adres [straatnaam] met huisnummer [nummer] --1 .  Door de toevoeging van de liggende streepjes aan het huisnummer is sprake van een foutief adres. [eiseres] is daardoor niet op het in de basisregistratie geregistreerde adres aangeschreven. [eiseres] wijst daarnaast op een foto van haar voordeur. Kennelijk is er bij de postbode verwarring ontstaan, nu in het wooncomplex van [eiseres] geen huisnummer [nummer] --1 bestaat. Het complex kent de volgende huisnummers: [nummer] , [nummer] 1h, [nummer] -2 [nummer] -3 [nummer] -4.  De post van de geschillencommissie heeft [eiseres] niet bereikt.  De AVG staat er aan in de weg dat [maatschap] informatie uit de basisregistratieadministratie opvraagt. Er was in het geheel geen sprake van een legitiem doel voor dit inbreuk makende handelen van [maatschap]. Dit handelen was allerminst proportioneel en subsidiair totaal overbodigVDVDK had het adres van [eiseres] bij haar advocaat kunnen opvragen. Indien [maatschap] een uittreksel had opgevraagd bij de advocaat van [eiseres] , dan was [eiseres] op de hoogte geweest van de voortzetting van de procedure. Bovendien had [eiseres] dan ook kunnen voorkomen dat de geschillencommissie haar op een foutief adres zou (blijven) aanschrijven.  Verder is het vreemd dat de advocaat van [eiseres] niets van de geschillencommissie heeft gehoord over het starten van de procedure. Haar advocaat had namelijk al telefonisch contact gehad met de geschillencommissie en heeft toen gehoord dat de procedure nog niet was gestart. Dit is een doelbewuste handelwijze van [maatschap] geweest.  De advocaat van [maatschap] heeft aan de advocaat van [eiseres] geen afschrift verstuurd van zijn correspondentie met de geschillencommissie. 2.6 Het hof is van oordeel dat [eiseres] goed is opgeroepen om de volgende redenen.  Het uittreksel van de basisregistratie vermeldt bij het adres van [eiseres] als huisnummer uitsluitend [nummer] 1 zodat de stelling van [eiseres] dat zij staat ingeschreven op [nummer] 1 h niet juist is De oproepingsbrief van de geschillencommissie van 28 november 2024 vermeldt als huisnummer - -1 . Dit is in overeenstemming met het in de basisregistratie vermelde huisnummer. Dat er tussen [nummer] en 1 twee streepjes in de oproepingsbrief staan maakt dit niet anders. Dat die twee streepjes tussen [nummer] en 1 verwarring zullen hebben veroorzaakt, zoals [eiseres] stelt, acht het hof niet aannemelijk omdat, zoals zij ook zelf aanvoert, het complex na huisnummer [nummer] de opvolgende nummerreeks [nummer] 1, 2, 3 en 4 heeft.  Het door [maatschap] raadplegen van de basisregistratieadministratie is niet in strijd met de AVG omdat dit noodzakelijk was voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van [maatschap], en de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van [eiseres] die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, niet zwaarder wegen dan de belangen van [maatschap] (art. 6 lid 1 onderdeel f AVG). Het belang van [maatschap] is duidelijk: de geschillencommissie vroeg daar om, naar mag worden aangenomen uit zorgvuldigheid ten aanzien van de oproeping. [eiseres] heeft over haar belangen tegen deze raadpleging onvoldoende onderbouwd.  De gebruikers van de gegevens in de basisregistratie – zoals de geschillencommissie – moeten er op kunnen vertrouwen dat deze gegevens in beginsel juist zijn . De geschillencommissie mocht dus uitgaan van de juistheid van het adres van [eiseres] in de basisregistratie. Dat is anders indien [eiseres] met zoveel als mogelijk objectieve gegevens kan aantonen dat de inschrijving feitelijk en kenbaar onjuist was. Dat is echter niet het geval.  De foto van de voordeur van [eiseres] is van onvoldoende betekenis om niet van de basisregistratie uit te gaan. Dat geldt ook als daarop een ander huisnummer zichtbaar is. Volgens [eiseres] volgt uit de foto dat het huisnummer [nummer] 1h is. Ook als dat zo is, is dat huisnummer niet objectief kenbaar, dus ook niet voor [maatschap] en/of de geschillencommissie. Op dit punt is verder van belang dat een plaatje met een huisnummer en/of de foto daarvan eenvoudig manipuleerbaar is. Overigens is op de foto van de voordeur als huisnummer duidelijk en scherp: [nummer] 1 zichtbaar. Voor het hof is op de foto de letter h niet (goed) zichtbaar. 2.7 Uit het voorgaande volgt dat de vernietigingsgrond art. 1065 lid 1 onderdeel e Rv zich niet voordoet. 2.8 Het hof zal dan beoordelen of de vernietigingsgrond van art. 1065 lid 1 onderdeel d Rv zich voordoet. Voldoende met redenen omkleed 2.9 Volgens [eiseres] is het arbitraal vonnis niet met redenen omkleed omdat – zo begrijpt het hof – de stukken uit de eerder tussen partijen gevoerde procedure bij de kantonrechter onderdeel uitmaakte van het procesdossier bij de geschillencommissie en het vonnis daar niets over zegt. Daarmee is het vonnis zo gebrekkig gemotiveerd dat het met een geheel ongemotiveerd vonnis op één lijn moet worden gesteld. 2.10 Het hof verwerpt dit standpunt. Het is juist dat alleen in het geval een arbitrale uitspraak geheel niet is gemotiveerd of zo gebrekkig is gemotiveerd dat het met een geheel ongemotiveerde uitspraak op een lijn moet worden gesteld de burgerlijke rechter bevoegd is om op de vernietigingsgrond van art. 1065 lid 1 aanhef en onder d Rv (“het vonnis is niet met redenen omkleed”) een arbitraal vonnis naar zijn inhoud te toetsen . Daarvan is met het door [eiseres] bestreden arbitrale verstekvonnis, waarbij aansluiting is gezocht bij de norm van art. 139 Rv, geen sprake. 2.11 Uit het voorgaande volgt dat ook de vernietigingsgrond van art. 1065 lid 1 onderdeel d Rv zich niet voordoet. Conclusie en proceskosten 2.12 De conclusie is dat de vordering van [eiseres] zal worden afgewezen. Het hof zal [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten. 2.13 Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van [maatschap] op: griffierecht € 851,-- salaris advocaat € 5.010,-- (3 punten × tarief III) nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 6.050,-- Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing . 3 Beslissing Het hof: wijst de vorderingen af; veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van [maatschap] begroot op € 6.050,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald; bepaalt dat als [eiseres] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [eiseres] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald. Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, S.H.M. van der Heiden en R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier. Vergelijk voor het bestuursrecht: Raad van State 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:352, r.o. 3.2. HR 22 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ1593, r.o. 3.3.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/187434 · 2026-08-06
