# Rechtbank Den Haag, 27-07-2026 (707824)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:21393
- Date: 2026-07-27
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A21393
- Canonical: https://overview.legal/posts/187435

## Summary

Intellectueel eigendomsrecht. Kort geding. Merkinbreuk sub a.

## Full text

Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: 707824 / KG ZA 26-708 Vonnis in kort geding van 27 juli 2026 in de zaak van 1 AUDI AKTIENGESELLSCHAFTte Ingolstadt, Duitsland, 2. VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT te Wolfsburg, Duitsland, eiseressen, advocaat mr. L. Kroon, tegen: [gedaagde] tevens h.o.d.n. [handelsnaam] te [woonplaats] , gedaagde, die in persoon procedeert. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Audi c.s.’ en ‘ [gedaagde] ’. Eiseressen worden afzonderlijk aangeduid als ‘Audi’ en ‘Volkswagen’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 26 juni 2026 met producties EP01 tot en met EP28; - de door [gedaagde] op 1 juli 2026 ingediende pleitnota met GP01 tot en met GP06; - de door Audi c.s. op 2 juli 2026 ingediende aanvullende producties EP29 tot en met EP33; - de door [gedaagde] op 3 juli 2026 ingediende aanvullende reactie; - de op 6 juli 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Audi c.s. een pleitnotitie is overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Audi en Volkswagen zijn beiden Duitse autofabrikanten. 2.2. [gedaagde] drijft een eenmanszaak onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ en richt zich op detailhandel, waaronder de verkoop van automatten. 2.3. Audi is houdster van onder meer de volgende merkregistraties (hierna: de Audi-merken): het op 2 juni 1998 onder nummer 000018762 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); het op 18 februari 2012 onder nummer 009930751 ingeschreven Uniewoordmerk ‘AUDI’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen) en 27 (matten); het op 29 november 2019 onder nummer 1515440 ingeschreven Uniewoordmerk ‘A3’ voor onder meer waren in klasse 27 (automatten); het op 29 november 2019 onder nummer 1515430 ingeschreven Uniewoordmerk ‘A4’ voor onder meer waren in klasse 27 (automatten); het op 30 november 2004 onder nummer 0845054 ingeschreven Uniewoordmerk ‘Q5’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); de op 2 september 1995 onder nummer 644085 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Benelux ‘TDI’ voor onder meer waren in klasse 12 (motorvoertuigen en de onderdelen daarvan); het op 26 april 1999 onder nummer 000019398 ingeschreven Uniewoordmerk ‘TT’ voor onder meer waren in klasse 12 (motorvoertuigen en de onderdelen daarvan); het op 1 mei 2018 onder nummer 017673823 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); de op 24 januari 2008 onder nummer 957165 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Benelux voor onder meer waren in klasse 27 (matten); het op 5 september 2003 onder nummer 002248847 ingeschreven Uniewoordmerk ’S LINE’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); het op 28 april 2006 onder nummer 002577039 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); de op 18 oktober 2022 onder nummer 11707154 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Europese Unie voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen) en 27 (matten); het op 4 oktober 2018 onder nummer 016912958 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); de op 15 februari 2019 onder nummer 1468208 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Europese Unie voor onder meer waren in klasse 27 (vloerbedekkingen); de op 19 oktober 2022 onder nummer 1703777 ingeschreven internationale merkregistratie met aanwijzing in de Europese Unie voor onder meer waren in klasse 27 (matten); het op 5 mei 2016 onder nummer 014671614 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen). 2.4. Volkswagen is houdster van onder meer de volgende merkregistraties (hierna: de Volkswagen-merken): het op 12 februari 2013 onder nummer 011238748 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen) en 27 (vloermatten voor automobielen); het op 28 januari 1999 onder nummer 0000703983 ingeschreven Uniebeeldmerk voor onder meer waren in klasse 27 (vloermatten voor automobielen); het op 10 mei 1999 onder nummer 0000703702 ingeschreven Uniewoordmerk ‘VOLKSWAGEN’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen) en 27 (vloermatten voor automobielen); de op 24 september 2009 onder nummer 1020716 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Europese Unie voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); het op 28 april 2006 onder nummer 003082609 ingeschreven Uniewoordmerk ‘R-Line’ voor onder meer waren in klasse 12 (voertuigen alsmede onderdelen daarvan); de op 22 mei 2019 onder nummer 1488507 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Europese Unie voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); het op 31 mei 2001 onder nummer 01354216 ingeschreven Uniewoordmerk ‘VW’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); het op 16 augustus 1999 onder nummer 000700757 ingeschreven Uniewoordmerk ‘VR6’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); de op 22 juni 1999 onder nummer 717592 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Benelux ‘GTI’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen); het op 14 april 1999 onder nummer 000751933 ingeschreven Uniewoordmerk ‘POLO’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen) en 27 (vloermatten voor automobielen); het op 14 april 1999 onder nummer 000751909 ingeschreven Uniewoordmerk ‘GOLF’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen) en 27 (vloermatten voor automobielen); de op 18 juli 2006 onder nummer 0907978 ingeschreven internationale merkregistratie met gelding in de Europese Unie ‘TIGUAN’ voor onder meer waren in klasse 12 (delen en onderdelen voor voertuigen). 2.5. In januari 2026 heeft de Nederlandse douane op grond van de Europese douaneverordening meerdere zendingen, geadresseerd aan [gedaagde] , tegengehouden vanwege het vermoeden van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten van Audi c.s.. De zendingen bevatten diverse automatten. 2.6. Audi c.s. heeft vervolgens geconstateerd dat op het Instagram-account ‘ [handelsnaam] ’ en het TikTok-account ‘ [handelsnaam] ’ verschillende soorten automatten werden aangeboden voorzien van de Audi- en Volkswagen-merken (hierna: de Automatten). Een schermafbeelding van één van de advertenties wordt hieronder ter illustratie weergegeven. 2.7. Bij brief van 18 maart 2026 heeft Audi c.s. [gedaagde] gesommeerd de inbreuk op de Audi- en Volkswagen-merken te staken. 2.8. Bij e-mail van 25 maart 2026 liet [gedaagde] weten dat hij de verkoop van de Automatten heeft gestaakt en dat verdere stappen volgens hem daarom niet noodzakelijk zijn. 2.9. In de periode daarna heeft Audi c.s. geconstateerd dat op zowel het voornoemde Instagram-account als het TikTok-account opnieuw advertenties van de Automatten zijn geplaatst met gebruik van de Audi- en Volkswagen-merken. 2.10. Audi c.s. heeft vervolgens in april en mei 2026 meerdere verwijderingsverzoeken bij de betreffende sociale media platformen ingediend, waarna het TikTok-account is geblokkeerd en de gerapporteerde inhoud van het Instagram-account is verwijderd. 2.11. In mei 2026 heeft Audi c.s. geconstateerd dat op het platform Marktplaats de Automatten werden aangeboden door een account met de naam ‘ [handelsnaam] ’. Een schermafbeelding van één van de advertenties wordt hieronder ter illustratie weergegeven. 2.12. Audi c.s. heeft later in mei 2026 verwijderingsverzoeken ingediend bij Marktplaats, waarna de betreffende advertenties zijn verwijderd. De accountnaam van het betreffende account is vervolgens gewijzigd in ‘ [accountnaam 1] ’. Op dat account zijn opnieuw advertenties geplaatst van verschillende sets met de Automatten. 2.13. In mei 2026 heeft Audi c.s. tevens geconstateerd dat er een nieuw TikTok- en Instagram-account actief was onder de naam ‘ [accountnaam 1] ’ met verkoopaanbiedingen van de Automatten, waarbij de Audi- en Volkswagen-merken zijn vervaagd, zoals hieronder ter illustratie is weergegeven. 2.14. Audi c.s. heeft daarnaast geconstateerd dat op het platform Etsy een account onder de naam ‘ [accountnaam 2] ’ actief is en een Facebook-account met de naam ‘ [gedaagde] ’, op welke accounts eveneens de Automatten zijn aangeboden. 2.15. Op 29 mei 2026 heeft Audi c.s. via Marktplaats een proefaankoop van Automatten gedaan bij het account met de naam ‘ [accountnaam 1] ’. De Automatten heeft zij tot op heden niet ontvangen. 2.16. Nadat Audi c.s. op 17 juni 2026 constateerde dat de naam van het TikTok-account was gewijzigd in ‘ [accountnaam 1] ’ en dat er nieuwe advertenties met Automatten waren geplaatst, heeft zij [gedaagde] op 19 juni 2026 een concept-dagvaarding toegestuurd. 2.17. Alle advertenties op de voornoemde sociale media accounts zijn vervolgens verwijderd. 2.18. Op 23 juni 2026 heeft [gedaagde] telefonisch contact opgenomen met de advocaat van Audi c.s. Het telefoonnummer waarmee hij belde komt overeen met het telefoonnummer uit de Marktplaats advertenties van de accounts ‘ [handelsnaam] ’ en ‘ [accountnaam 1] ’. 3 Het geschil 3.1. Audi c.s. vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. [gedaagde] veroordeelt zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere inbreuk, in de gehele Europese Unie, althans in de gehele Benelux, op de Audi-merken, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000 voor iedere afzonderlijke overtreding van dit bevel, of zulks naar keuze van Audi, voor iedere dag of deel daarvan dat door [gedaagde] in strijd met dit bevel wordt gehandeld; II. [gedaagde] veroordeelt zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere inbreuk, in de gehele Europese Unie, althans in de gehele Benelux, op de Volkswagen-merken, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000 voor iedere afzonderlijke overtreding van dit bevel, of zulks naar keuze van Volkswagen, voor iedere dag of deel daarvan dat door [gedaagde] in strijd met dit bevel wordt gehandeld; III. [gedaagde] veroordeelt om op eigen kosten binnen veertien dagen aan de advocaat van Audi c.s. een juiste en volledige schriftelijke opgave te doen, welke opgave ter staving vergezeld dient te zijn van kopieën van alle brondocumenten, van: a. de leverancier(s), maker(s), producent(en), distributeur(s), verkoper(s), vervoerder(s) en afnemer(s) (niet zijnde consumenten), van de Automatten; b. de aan [gedaagde] geleverde totale aantallen van de Automatten, onder vermelding van de inkoopprijzen en leverdata; c. de aantallen van de Automatten die [gedaagde] aan commerciële afnemers en/of aan consumenten heeft verkocht en/of geleverd, onder vermelding van de verkoopprijzen en verkoop-/leverdata; d. de door [gedaagde] met de verkoop van de Automatten behaalde totale bruto- en netto-omzet en de behaalde bruto- en netto-winst; zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000 voor iedere afzonderlijke overtreding van dit bevel, of zulks naar keuze van Audi c.s., voor iedere dag of deel daarvan dat door [gedaagde] in strijd met dit bevel wordt gehandeld; IV. [gedaagde] veroordeelt om binnen een week de volledige voorraad van de Automatten zich bevindend onder [gedaagde] dan wel onder één of meer derden ten behoeve van hem, over te dragen ter vernietiging op zijn kosten, op een door Audi c.s. aangewezen locatie, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000, voor iedere dag of deel daarvan dat door [gedaagde] in strijd met dit bevel wordt gehandeld; V. [gedaagde] veroordeelt om binnen twee weken aan Audi c.s. de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente; VI. De termijn van artikel 1019i Rv stelt op zes maanden na betekening van dit vonnis. 3.2. Daartoe voert Audi c.s. – samengevat – het volgende aan. [gedaagde] maakt inbreuk op de Audi- en Volkswagen-merken in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub a en/of b BVIE en/of artikel 9 lid 2 sub a en/of b UMVo door onder meer het invoeren en aanbieden van Automatten die tekens bevatten die identiek zijn aan of overeenstemmen met de Audi- en Volkswagen-merken, waarbij het voor de ‘sub b-grond’ relevant is dat dit kan leiden tot verwarring bij het publiek. 3.3. [gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van Audi c.s. en legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. Daarnaast betwist [gedaagde] dat hij verantwoordelijk is voor de accounts met de namen ‘ [accountnaam 1] ’ en ‘ [accountnaam 1] ’ en voor de beweerde merkinbreuken die via die accounts hebben plaatsgevonden. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling van het geschil Bevoegdheid 4.1. Voor zover de vorderingen van Audi c.s. zijn gegrond op inbreuk op haar Uniemerken, is de voorzieningenrechter bevoegd om van de vorderingen jegens [gedaagde] kennis te nemen, op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 van de UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk, omdat [gedaagde] in Nederland zijn woonplaats heeft. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie. 4.2. Voor zover de vorderingen van Audi c.s. zijn gebaseerd op inbreuk op haar internationale merkregistraties met gelding in de Benelux, is de voorzieningenrechter bevoegd om van de vorderingen jegens [gedaagde] kennis te nemen op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE, aangezien de gestelde inbreuk (mede) in dit arrondissement plaatsvindt. De bevoegdheid strekt zich uit tot de Benelux. Spoedeisend belang 4.3. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of Audi c.s. ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. 4.4. De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Dit hangt af van de omstandigheden van het geval. 4.5. Hoewel [gedaagde] het aanbod van de vermeend inbreukmakende Automatten momenteel zegt te hebben gestaakt, acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat Audi c.s. een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Er zijn immers meerdere keren nieuwe accounts aangemaakt en nieuwe advertenties geplaatst en [gedaagde] is niet bereid een onthoudingsverklaring af te geven. Merkinbreuk 4.6. Audi c.s. stelt dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op haar merkrechten en beroept zich ten aanzien van haar Uniemerk op artikel 9 lid 2 sub a en b UMVo. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze bepalingen uit het UMVo inhoudelijk overeenstemmen met artikel 2.20 lid 2 onder a en b BVIE. Bij de bespreking van de merkinbreukvordering zal de voorzieningenrechter daarom, voor de leesbaarheid, in beginsel alleen de bepalingen uit de UMVo aanhalen en niet ook de gelijkluidende bepalingen van het BVIE. De BVIE-bepalingen worden alleen aangehaald als dat nuttig of nodig is. 4.7. Op grond van artikel 9 lid 2 sub a UMVo (de ‘a-grond’) is de houder van een merk gerechtigd iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten te verbieden wanneer het teken gelijk is aan het merk en gebruikt wordt voor waren of diensten die gelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven. 4.8. De stelling dat [gedaagde] via verschillende sociale mediakanalen Automatten (voorzien van tekens die gelijk zijn aan de Audi- en Volkswagen-merken) heeft aangeboden en verkocht onder de naam ‘ [handelsnaam] ’ wordt door [gedaagde] niet betwist. De tekens worden, zo is niet in geschil, in het economisch verkeer gebruikt voor dezelfde waren (automatten) als die waarvoor de Audi- en Volkswagen-merken zijn ingeschreven. Daarmee maakt [gedaagde] merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub a UMVo. [gedaagde] betwist weliswaar de omvang van de merkinbreukinbreuk, maar dat doet niets af aan het feit dat sprake is geweest van merkinbreuk op grond waarvan Audi c.s. recht heeft op een verbod. Datzelfde geldt ten aanzien van het verweer dat [gedaagde] te goeder trouw zou hebben gehandeld. 4.9. Nu de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub a UMVo en artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE en een inbreukverbod op grond daarvan zal opleggen, heeft Audi c.s. geen belang meer bij een beoordeling of (ook) sprake is van merkinbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo en/of 2.20 lid 2 sub b BVIE. Vorderingen 4.10. Nu voorshands sprake is van merkinbreuk, zal het onder I en II gevorderde inbreukverbod worden toegewezen met inachtneming van het volgende. Het gevorderde verbod om tekens te gebruiken die “overeenstemmen met” de Audi- en Volkswagen-merken en inbreuk te maken met “en/of andere producten en/of verpakkingen daarvan” is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te onbepaald en zal daarom worden afgewezen. 4.11. De onder III gevorderde opgave zal deels worden toegewezen, voor zover deze ertoe strekt informatie te verschaffen die noodzakelijk is om de reikwijdte van de inbreuk vast te stellen en verdere inbreuk tegen te gaan. Nu de onder III (b) gevorderde informatie over de inkoopprijzen, de onder III (c) gevorderde informatie over de verkoopprijzen, alsmede de onder III (d) gevorderde informatie over de omzet en winst, er niet toe strekt verdere inbreuken te beëindigen of te voorkomen, is deze bij gebrek aan spoedeisend belang niet toewijsbaar. Met betrekking tot informatie over omzet- en winstgegevens heeft Audi c.s. onvoldoende spoedeisend belang aangezien die informatie enkel relevant is in het kader van het begroten van de schade en/of af te dragen winst, waarvoor het kort geding zich niet leent. De periode waarover [gedaagde] opgave moet doen zal worden gesteld op 1 januari 2025 tot de datum van de dagvaarding. 4.12. De onder IV gevorderde afgifte ter vernietiging zal worden toegewezen. In de door Audi c.s. overgelegde advertenties van [gedaagde] staat immers vermeld dat sprake was van een (grote) voorraad. Hoewel [gedaagde] dat betwist, heeft hij dat op geen enkele manier gemotiveerd of onderbouwd. 4.13. De voorzieningenrechter zal de onder I, II, III en IV gevorderde dwangsommen toewijzen en maximeren tot € 50.000. De voorzieningenrechter ziet daarnaast aanleiding om onderscheid te maken in de hoogte van de dwangsom bij een afzonderlijke overtreding van de op te leggen bevelen en de dwangsom per dag dat [gedaagde] in strijd handelt met de op te leggen bevelen. Proceskosten 4.14. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van Audi c.s.. Audi c.s. maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. Audi c.s. heeft specificaties van haar advocaatkosten (exclusief BTW) van in totaal € 16.825 overgelegd. 4.15. De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie ‘eenvoudig kort geding’ met een maximumtarief van € 7.200. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen. Het bedrag voor salaris advocaat van € 7.200 wordt verhoogd met € 735 aan griffierecht, € 157,50 aan deurwaarderskosten, € 215,39 aan verschotten en € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) aan nakosten, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 8.496,89. 4.16. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Termijn hoofdzaak 4.17. De voorzieningenrechter zal de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv als gevorderd bepalen op zes maanden. 5 De beslissing De voorzieningenrechter: 5.1. beveelt [gedaagde] met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de Audi-merken met gelding in de Europese Unie, in de gehele Europese Unie, en iedere inbreuk op de Audi-merken met gelding in de Benelux, in de gehele Benelux, te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder door zich te onthouden van het (doen) produceren, inkopen, invoeren, exporteren, in voorraad houden, te koop aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen van de Automatten met daarop tekens die identiek zijn aan de Audi-merken; 5.2. beveelt [gedaagde] met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de Volkswagen-merken met gelding in de Europese Unie, in de gehele Europese Unie, en iedere inbreuk op de Volkswagen-merken met gelding in de Benelux, in de gehele Benelux, te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder door zich te onthouden van het (doen) produceren, inkopen, invoeren, exporteren, in voorraad houden, te koop aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen van de Automatten met daarop tekens die identiek zijn aan de Volkswagen-merken; 5.3. beveelt [gedaagde] om aan de advocaat van Audi c.s., mr. L. Kroon, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een juiste en volledige schriftelijke opgave te doen over de periode van 1 januari 2025 tot 26 juni 2026, gerangschikt per type/soort product en per leverancier, producent of distributeur en commerciële afnemer, ter staving vergezeld van kopieën van alle brondocumenten, van: de leverancier(s), maker(s), producent(en), distributeur(s), verkoper(s), vervoerder(s) en afnemer(s) (niet zijnde consumenten), van de Automatten; de aan [gedaagde] geleverde totale aantallen van de Automatten, onder vermelding van de leverdata; de aantallen van de Automatten die [gedaagde] aan commerciële afnemers en/of aan consumenten heeft verkocht en/of geleverd, onder vermelding van de verkoop-/leverdata; 5.4. beveelt [gedaagde] binnen één week na betekening van dit vonnis de volledige voorraad van de Automatten die zich onder hem, dan wel onder (een) derde(n) ten behoeve van hem, over te dragen ter vernietiging op kosten van [gedaagde] , op de locatie Demontage Werkplaats Zeeland B.V., Rangeerstraat 21 (4431 NL) ’s-Gravenpolder; 5.5. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Audi van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.1, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Audi, € 1.000 voor ieder dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000; 5.6. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Volkswagen van een direct opeisbare dwangsom van € 250 voor iedere afzonderlijke overtreding van de onder 5.2, 5.3 en 5.4 opgelegde bevelen, of zulks naar keuze van Volkswagen, € 1.000 voor ieder dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000; 5.7. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 8.496,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening; 5.8. veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan; 5.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.10. bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na heden; 5.11. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2026. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen). Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk. Burgerlijk Wetboek.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/187435 · 2026-08-06
