Skip to content
Case Law · Rechtbank Noord-Nederland ·ECLI:NL:RBNNE:2026:2496 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Noord-Nederland, 11-03-2026 (NL:TZ:2602201:R-RK)

Rechtbank Noord-Nederland
Summary

Toewijzing dwangakkoord. Nulaanbod, verweer schuldeiser ziet op het ontbreken van de goede trouw, speelt marginale rol toetsingskader.

Full text

RECHTBANK Noord-Nederland Team Insolventie Zittingsplaats Leeuwarden Rekestnummer: NL:TZ:2602201:R-RK Vonnis van 11 maart 2026 op het verzoek van [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , verzoekster, hierna te noemen [verzoekster] , tegen EG Services (Netherlands) B.V. gevestigd en kantoorhoudende te Breda, gemachtigde: LAVG TankCollect, en Elbuco B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Zaltbommel, gemachtigde: Deqt B.V., hierna te noemen EG Services en Elbuco, 1 De procedure Op 29 januari 2026 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling en tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw.) Het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter zitting van 25 februari 2026. Hierbij is mevrouw [beschermingsbewindvoerder] haar beschermingsbewindvoerder verschenen welke in aanloop van de zitting heeft laten weten dat [verzoekster] niet zal verschijnen. Daarnaast is de heer [naam] verschenen van de Kredietbank Nederland. Op 23 februari heeft LAVG TankCollect namens EG Services een verweerschrift ingediend. Elbuco is, ondanks naar behoren opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 2 De feiten [verzoekster] heeft op of omstreeks 27 mei 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers. Dit akkoord betreft een aanbod zonder afloscapaciteit, dat wil zeggen dat [verzoekster] een aanbod heeft gedaan van betaling van 0% op de vordering van haar schuldeisers tegen finale kwijting [verzoekster] is een alleenstaande vrouw. Zij ontvangt al langere tijd een participatiewet uitkering. Zij is vanwege psychische problematiek niet in staat om te werken en is ontheven van de sollicitatieplicht door de uitkerende instantie. Sinds 2022 maakt [verzoekster] gebruik van beschermingsbewindvoering. 3 Het verweer De schuldregeling is door alle schuldeisers behalve EG Services en Elbuco aanvaard. EG Services heeft als reden voor het onthouden van haar instemming opgegeven dat het voorstel niet kan worden geaccepteerd omdat de vordering is ontstaan door brandstofdiefstal en het aanbod lager is dan het bedrag van de gestolen brandstof. Instemming zou daarmee leiden tot de kennelijke acceptatie van brandstofdiefstal. Het toewijzen van het dwangakkoord is daarom volgens EG Services in strijd met de redelijkheid en billijkheid. EG Services wijst er voorts op dat [verzoekster] niet als te goeder trouw kan worden aangemerkt. EG Services voert ten slotte aan dat [verzoekster] niet heeft gemotiveerd waarom weigering van het aanbod onredelijk is. Elbuco heeft als reden voor het onthouden van haar instemming dat het voorstel niet geaccepteerd kan worden omdat het product is verkocht door [verzoekster] terwijl [verzoekster] wist dat het product niet haar eigendom was. Elbuco stelt daarbij alleen akkoord te gaan met het voorstel indien [verzoekster] de vervangingswaarde voldoet. 4 De beoordeling Het uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrij staat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling niet voorziet in een uitkering, staat het belang van EG Services en Elbuco vast. Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als EG Services en Elbuco in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoekster] of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij moet, als de rechtbank daaraan toekomt, een vergelijking worden gemaakt met de situatie dat op [verzoekster] de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard. Allereerst zal bij de beoordeling van de vraag of EG Services en Elbuco in redelijkheid tot de weigering konden komen, moeten worden gekeken naar de inhoud van de schuldenregeling. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het uiteindelijke aangeboden akkoord aan de eisen die aan een dergelijk akkoord mogen worden gesteld. Het voorstel dat [verzoekster] aan haar schuldeisers heeft gedaan is naar oordeel van de rechtbank het maximaal haalbare. Gezien de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster] , namelijk haar psychische klachten en de afstand tot de arbeidsmarkt, is het is niet de verwachting dat zij meer zal kunnen gaan aflossen aan de schuldeisers. In de situatie dat [verzoekster] wel In zowel de minnelijke schuldregeling als in de wettelijke schuldregeling is het zeer aannemelijk dat de schuldeisers niets van hun vordering zullen ontvangen. Bij de wettelijke schuldregeling is er ook nog sprake van kosten van het salaris van de bewindvoerder. De rechtbank begrijpt uit de verweren van EG Services en Elbuco dat deze ziet op het ontbreken van de goede trouw. Het aspect van de goede trouw speelt bij de beoordeling van een verzoek dwangakkoord echter een marginale rol. Aan dat aspect wordt pas toegekomen, indien het dwangakkoord zou worden afgewezen en het annexe verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling aan de orde komt. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 14 december 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY0966) volgt immers dat toewijsbaarheid van het schuldsaneringsverzoek geen vereiste is voor toewijsbaarheid van een dwangakkoord. Daarnaast zijn de vorderingen meer dan drie jaar oud en spelen op het punt van goede trouw geen rol. De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 55,23 %van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft wel ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan de belangen van EG Services en Elbuco. Daar komt bij dat ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten is, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat het belang van [verzoekster] om haar schulden te regelen zwaarder weegt dan de belangen van EG Services en Elbuco. Het dwangakkoord zal daarom worden toegewezen. Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling als ingetrokken. 5 De beslissing De rechtbank - beveelt EG Services en Elbuco in te stemmen met de door [verzoekster] aangeboden schuldregeling. Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.

Similar Content