# Rechtbank Rotterdam, 17-07-2026 (ROT 24/9367)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Rotterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBROT:2026:9878
- Date: 2026-07-17
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBROT%3A2026%3A9878
- Canonical: https://overview.legal/posts/291182
- Topics: Meaningful Human Review and Decision-Making, Right of Access, Personal Data, Public Authority

## Summary

Varia. AVG. Beroep niet-ontvankelijk. Eiser heeft geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

## Full text

RECHTBANK ROTTERDAM Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/9367 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam , het college (gemachtigde: mr. D.J.J. Straver). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaarschrift van 12 april 2024 gericht tegen het besluit van 4 maart 2024 inzake eisers inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 1.1. Vanwege het uitblijven van beslissingen op zijn bezwaar heeft eiser op 10 oktober 2024 dit beroep wegens het niet tijdig beslissen ingediend. 1.2. Op 6 november 2024 heeft het college alsnog beslist op het bezwaar van eiser. Het college heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit van 4 maart 2024 gehandhaafd. Op grond van artikel 6:20, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep niet tijdig beslissen mede betrekking op dit besluit. 1.3. Omdat het de rechtsbank ambtshalve is gebleken dat eiser niet meer in Nederland staat ingeschreven, telefonisch niet bereikbaar is en ook niet reageert op e-mailberichten, heeft de rechtbank eiser via de Staatscourant uitgenodigd voor een zitting. 1.4. De zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2026. Het college heeft zich tijdig voor zitting afgemeld. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank 2.1. Omdat het college inmiddels inhoudelijk heeft beslist op eisers bezwaarschrift van 12 april 2024 heeft eiser geen belang meer bij dit beroep wegens niet tijdig beslissen. Zijn beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. 2.2. De rechtbank gaat er vanuit dat eiser ook geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 6 november 2024. De rechtbank kan eiser al geruime tijd niet bereiken. De aan eiser (aangetekend) verstuurde post komt retour en eiser reageert niet op e-mailberichten. Telefonisch is eiser ook niet meer bereikbaar. De rechtbank heeft van het college begrepen dat zij eiser ook niet meer kunnen bereiken. Met ingang van 10 februari 2025 staat eiser als ‘Niet ingezetene’ geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie. Eiser heeft de rechtbank niet van zijn vertrek op de hoogte gesteld en ook geen contactgegevens doorgeven of contact met de rechtbank opgenomen over zijn (lopende) procedures. Dat terwijl eiser in deze en eerdere zaken die hij bij de rechtbank had lopen altijd erg actief was en veelvuldig contact met de rechtbank zocht. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat eiser kennelijk niet langer prijs stelt op een uitspraak. Bovendien heeft de rechtbank geen mogelijkheid om eiser van de uitspraak in kennis te stellen, hetgeen ook voor het college geldt. Ook indien de rechtbank na inhoudelijke beoordeling van deze zaak tot de conclusie zou komen dat het beroep gegrond is en het college opdraagt inzage te geven in meer persoonsgegevens, is het voor het college onmogelijk deze gegevens feitelijk aan eiser te verstrekken. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Conclusie en gevolgen 3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291182 · 2026-08-22
