# Rechtbank Den Haag, 22-06-2026 (C/09/702900 / FA RK 26-3446)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:20450
- Date: 2026-06-22
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A20450
- Canonical: https://overview.legal/posts/291183
- Topics: Minors, Personal Data, Law Enforcement

## Summary

Voorlopige voorzieningen. Overeenstemming.

## Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-3446 Zaaknummer: C/09/702900 Datum beschikking: 22 juni 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 8 april 2026 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. J.M.C. Wittens te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, met een bij de rechtbank bekend briefadres, advocaat: mr. I. Demir te Rotterdam. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk in de Arabische taal L. Makaddam; de vrouw, bijgestaan door haard advocaat en tolk in de Arabische taal H.M.M. Abdel Gawad; [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2009 te [plaats] , [land 1] . Zij zijn de ouders van de volgende minderjarigen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , [land 1] - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] , [land 1] ; - [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 3] , [land 2] . De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. Volgens uittreksels uit de Basisregistratie Persoonsgegevens hebben de ouders en de kinderen de Syrische nationaliteit. Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/702989 en FA RK 26-3505. Verzoek en verweer De man verzoekt de rechtbank voor de duur van de tussen partijen lopende echtscheidingsprocedure te bepalen dat: - de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de vrouw die woning verder niet mag betreden; - de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd; - een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij de kinderen wekelijks drie aaneengesloten dagen bij de man verblijven, de ene week van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond en de andere week van dinsdagmiddag uit school tot donderdagavond, althans een dusdanige voorlopige zorgregeling te bepalen die rechtbank in het belang van de kinderen juist acht. De vrouw voert mondeling verweer tegen het verzoek ten aanzien van de zorgregeling, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe. Uitsluitend gebruik echtelijke woning Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw ingestemd met het verzoek van de man om hem het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen. Daarom zal de rechtbank dit verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen. Toevertrouwing kinderen Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw ingestemd met het verzoek van de man om de kinderen aan haar toe te vertrouwen, omdat de kinderen feitelijk bij de vrouw verblijven. Daarom zal de rechtbank dit verzoek als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen toewijzen. Voorlopige zorgregeling Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de man de kinderen niet meer heeft gezien sinds januari 2026, toen de vrouw met de kinderen is vertrokken uit de woning. Er is wel wekelijks telefonisch contact tussen de man en [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] via Snapchat. Volgens de man is er op dit moment geen telefonisch contact tussen hem en [de minderjarige 1] , omdat de politie heeft aangegeven dat de man geen contact met [de minderjarige 1] dient te hebben vanwege het feit dat [de minderjarige 1] een getuigenverklaring heeft afgelegd bij de politie over hetgeen tussen de ouders is voorgevallen in januari. De vrouw heeft bevestigd dat [de minderjarige 1] op dit moment geen contact heeft met de man. Tijdens de zitting is het verzoek van de man met de ouders besproken. Omdat beide ouders achter contact staan, maar ieder van hen de concrete vormgeving daarvan anders voor zich ziet, is met de ouders gesproken over de wijze waarop dit contact praktisch ingevuld kan worden. Dat heeft ertoe geleid dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over een gedeeltelijk begeleide, opbouwende voorlopige zorgregeling. Ook zijn zij het erover eens geworden dat de zus van de vrouw de contactmomenten zal begeleiden en dat de overdrachtslocatie steeds een dag voor het contactmoment via Snapchat wordt afgesproken. Omdat de rechtbank de overeengekomen voorlopige zorgregeling in het belang van de kinderen acht, zal de rechtbank aldus beslissen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het op de weg van partijen ligt (eventueel met behulp van hun advocaten) om na te gaan of en, zo ja, in hoeverre het noodzakelijk is om ten aanzien van [de minderjarige 1] af te wijken van de overeengekomen zorgregeling in het licht van hetgeen de man heeft gesteld over de instructies van de politie over het contact tussen hem en [de minderjarige 1] . Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning verder niet mag betreden; * bepaalt dat de minderjarigen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] , [land 1] ; - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] , [land 1] ; - [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 3] , [land 2] ; aan de vrouw zullen worden toevertrouwd; * bepaalt de volgende voorlopige (opbouwende) zorgregeling, waarbij de minderjarigen met ingang van heden bij de man zullen zijn: gedurende de eerste vier weken : iedere zaterdag van 11.00 uur tot 15.00 uur, onder begeleiding van de zus van de vrouw en bij een in onderling overleg aan te wijzen openbare gelegenheid; gedurende de volgende vier weken : iedere zaterdag van 11.00 uur tot 15.00 uur, zonder begeleiding; gedurende de daaropvolgende vier weken : iedere zaterdag van 11.00 uur tot 19.00 uur; waarbij de overdrachtslocatie steeds 24 uur voor het contactmoment door de ouders onderling wordt overeengekomen en waarbij geldt dat de zorgregeling na deze opbouw wordt uitgebreid met een overnachting, waarover de ouders in onderling overleg nadere afspraken maken; * verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 juni 2026. De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291183 · 2026-08-22
