# Rechtbank Midden-Nederland, 29-07-2026 (C/16/613048 / KG ZA 26-355)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Midden-Nederland
- Identifier: ECLI:NL:RBMNE:2026:5296
- Date: 2026-07-29
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBMNE%3A2026%3A5296
- Canonical: https://overview.legal/posts/291198
- Topics: Data Processor, Processors, Right of Access Procedures, Processing Agreement

## Summary

Kort geding. Vorderingen tot nakoming samenwerkingsovereenkomst en gebod tot onthouden van verkoop via andere platformen worden afgewezen, want vzr kan niet beoordelen hoe de overeenkomst moet worden uitgelegd. Vordering tot inzage wordt deels toegewezen.

## Full text

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/613048 / KG ZA 26-355 Vonnis in kort geding van 29 juli 2026 in de zaak van SOLLID B.V. , gevestigd te Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: Sollid, advocaat: mr. L.M. Noordzij en mr. K.M.M. van Wees, tegen 1 RACESQUARE HOLDING B.V., gevestigd te Utrecht, hierna: Racesquare Holding, 2. RACESQUARE UTRECHT B.V. , gevestigd te Utrecht, hierna: Racesquare Utrecht, 3. RACESQUARE ZWOLLE B.V. , gevestigd te Zwolle, hierna: Racesquare Zwolle, 4. RACESQUARE ALKMAAR B.V. , gevestigd te Alkmaar, hierna: Racesquare Alkmaar, 5. RACESQUARE CIRCUIT ZANDVOORT B.V. , gevestigd te Zandvoort, hierna: Racesquare Circuit Zandvoort, 6. RACESQUARE KERKRADE B.V. , gevestigd te Kerkrade, hierna: Racesquare Kerkrade, 7. RACESQUARE ROTTERDAM B.V. , gevestigd te Rotterdam, hierna: Racesquare Rotterdam, 8. GLOWGOLF DE KUIP B.V. , gevestigd te Rotterdam, hierna: Glowgolf De Kuip, 9. FUNSTERDAM LEISURE B.V. , gevestigd te Rotterdam, hierna: Funsterdam, 10. GLOWGOLF EINDHOVEN B.V. , gevestigd te Eindhoven, hierna: Glowgolf Eindhoven, gedaagde partijen, gedaagden sub 2 t/m 10 hierna samen te noemen: de vestigingen, alle gedaagden hierna samen te noemen: Racesquare Holding c.s., advocaat: mr. S.H. van Santen. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 t/m 20; - de conclusie van antwoord met producties 1 en 2; - productie 21 t/m 30 van Sollid; - productie 31 van Sollid; - productie 32 van Sollid. 1.2 Op 15 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten van Sollid en Racesquare Holding c.s. hebben pleitaantekeningen voorgedragen, deze zijn toegevoegd aan het procesdossier. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op vragen van de voorzieningenrechter en op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. 1.3 Daarna is vonnis bepaald. 2 De kern van de zaak 2.1 Sollid vordert nakoming van de samenwerkingsovereenkomst die zij op 7 november 2023 met Racesquare Holding heeft gesloten (hierna: de samenwerkingsovereenkomst). Daarnaast vordert Sollid een gebod voor de vestigingen om zich te onthouden van de verkoop van tickets via andere platformen dan dat van Sollid. Tot slot vordert Sollid inzage in de verkoopgegevens van alle door Racesquare Holding c.s. verkochte tickets. De voorzieningenrechter kan in dit kort geding niet beoordelen hoe de samenwerkingsovereenkomst moet worden uitgelegd en wijst de vordering tot nakoming en het gebod af. De vordering tot inzage in de verkoopgegevens wijst de voorzieningenrechter wel gedeeltelijk toe. 3 De beoordeling Toetsingskader kort geding 3.1 Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal volgen, een zogeheten ‘bodemprocedure’. De voorzieningenrechter probeert in te schatten of een bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. Een kortgeding uitspraak is daarom niet meer dan een voorlopige beslissing waarvoor een spoedeisend belang is. Daarom moeten belangrijke feiten duidelijk zijn, want ruimte voor bewijslevering is er niet. Verder moet de voorzieningenrechter de belangen van partijen bij toe- of afwijzing van vorderingen afwegen. Sollid heeft een voldoende spoedeisend belang 3.2 Sollid heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft. Zij heeft minder inkomsten omdat Racesquare Holding c.s. de tickets grotendeels via een ander systeem verkopen. Sollid heeft alleen met Racesquare Holding de samenwerkingsovereenkomst gesloten 3.3 De eerste vraag is welke gedaagden partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst. Sollid vordert in dit kort geding namelijk dat alle gedaagden worden veroordeeld tot nakoming daarvan. Het is onvoldoende gebleken dat de vestigingen ook partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst. Dit wordt hierna toegelicht. De samenwerkingsovereenkomst moet worden uitgelegd 3.4 Om te bepalen wat de bedoeling van partijen is, moet de samenwerkingsovereenkomst worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Daarbij gaat het erom wat partijen redelijkerwijs mochten verwachten over wat tussen hen is afgesproken. Daarvoor is niet alleen de tekst van de samenwerkingsovereenkomst bepalend, maar zijn alle omstandigheden die verband houden met het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst van belang. Dat kunnen ook omstandigheden zijn die zich na het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst hebben voorgedaan. Alleen Sollid en Racesquare Holding zijn als partij opgenomen 3.5 In de samenwerkingsovereenkomst zijn alleen Sollid en Racesquare Holding als partij opgenomen. Ook in eerdere overeenkomsten die Sollid en Racesquare Holding hebben gesloten (de eerdere samenwerkingsovereenkomst van 30 december 2020 en in de verwerkersovereenkomst van 27 maart 2021) zijn alleen deze twee rechtspersonen als partij opgenomen. Omdat Racesquare Holding en de vestigingen verschillende rechtspersonen zijn, hebben zij elk hun eigen rechten en plichten. Dus als Racesquare Holding partij is bij een overeenkomst, betekent dat niet dat haar dochtervennootschappen ook automatisch daarbij partij zijn. Als het wel de bedoeling zou zijn geweest dat de vestigingen partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst, dan zouden de vestigingen ook afzonderlijk de samenwerkingsovereenkomst moeten hebben ondertekend. Dat is niet gebeurd. Bovendien worden de vestigingen niet eens genoemd in de samenwerkingsovereenkomst, terwijl bijna alle vestigingen op het moment van het aangaan daarvan al wel waren opgericht. De tekst van de samenwerkingsovereenkomst bevat dus geen aanwijzingen dat de vestigingen daar partij bij zijn. De vestigingen zijn geen partij geworden bij de samenwerkingsovereenkomst 3.6 Ook is onvoldoende gebleken dat de vestigingen, zoals Sollid stelt, zijn toegetreden tot de samenwerkingsovereenkomst. Toetreding tot een overeenkomst is een wederkerige rechtshandeling waarmee alle oorspronkelijke partijen moeten instemmen. Zoals Racesquare Holding c.s. terecht opmerken is niet gebleken dat de oorspronkelijke partijen (Sollid en Racesquare Holding dus) daarmee allebei hebben ingestemd. Als dat wel de bedoeling van de partijen bij de samenwerkingsovereenkomst was geweest, dan had deze instemming expliciet in de samenwerkingsovereenkomst kunnen worden opgenomen of hadden partijen dat onderling kunnen afspreken. Volgens Sollid is bij voorbaat ingestemd met de toetreding en dit zou blijken uit de wijze waarop partijen de samenwerking hebben ingericht. Dit heeft Sollid gelet op de betwisting van Racesquare Holding c.s. onvoldoende onderbouwd. De enige onderbouwing van Sollid is kort gezegd dat de vestigingen gebruikmaken van het door Sollid aangeboden platform en dat Racesquare Holding zich met haar verklaringen en gedragingen richting Sollid heeft gepresenteerd als één onderneming. Dit is onvoldoende om aan te nemen dat de vestigingen tot de samenwerkingsovereenkomst en wat daarin is afgesproken zijn toegetreden. 3.7 Daarnaast heeft Sollid onvoldoende onderbouwd dat de samenwerkingsovereenkomst een derdenbeding bevat dat de vestigingen hebben aanvaard. Het derdenbeding is in dit geval volgens haar dat de vestigingen op grond van de samenwerkingsovereenkomst het recht hebben om de services van Sollid af te nemen. Of sprake is van een derdenbeding is ook een kwestie van uitleg, want het staat niet in de samenwerkingsovereenkomst. Relevant is of de oorspronkelijke partijen (dus Sollid en Racesquare Holding) de wil hadden om een derde te laten toetreden. Ook dit is onvoldoende gebleken. De vestigingen zijn dus niet toegetreden tot de samenwerkingsovereenkomst omdat sprake zou zijn van een derdenbeding. 3.8 Tot slot is relevant dat Sollid haar facturen aan Racesquare Holding stuurde en dat Racesquare Holding deze altijd heeft betaald. Dat is een aanwijzing dat alleen Racesquare Holding partij is bij de samenwerkingsovereenkomst. Als de vestigingen ook partij zouden zijn geweest, dan had Sollid op basis van de samenwerkingsovereenkomst bij elk van hen afzonderlijk het overeengekomen bedrag per verkocht ticket in rekening kunnen brengen. Dus de vestigingen zijn geen partij bij de samenwerkingsovereenkomst. 3.9 Omdat de vestigingen geen partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst, worden de vorderingen tegen de vestigingen afgewezen. Het is onvoldoende duidelijk in hoeverre exclusiviteit is overeengekomen 3.10 De volgende vraag is hoe de bepaling over exclusiviteit in de samenwerkingsovereenkomst moet worden uitgelegd. Volgens Sollid zijn partijen exclusiviteit overeengekomen. Dat betekent volgens haar dat Racesquare Holding alleen bij Sollid diensten mag afnemen voor de verkoop van tickets. Racesquare Holding heeft voor de verkoop van tickets een eigen platform ontwikkeld. Vanaf 1 maart 2026 is zij stapsgewijs per vestiging dit nieuwe platform gaan gebruiken. Hoewel Racesquare Holding de samenwerkingsovereenkomst niet heeft opgezegd, zorgt dit er wel voor dat zij nu nog maar beperkt gebruik maakt van het platform van Sollid. Omdat Sollid een vergoeding krijgt per ticket, is haar omzet uit de samenwerkingsovereenkomst veel lager geworden. Uitleg van de samenwerkingsovereenkomst 3.11 In de samenwerkingsovereenkomst staat, voor zover relevant, het volgende: “ Opdracht Partijen komen overeen dat - Twelve Ticketing exclusief Services zal verlenen voor alle activiteiten van de Klant op het gebied van (online) kaartverkoop, tenzij anders schriftelijk overeengekomen. ” En ‘Services’ is in de samenwerkingsovereenkomst gedefinieerd als het leveren van een solide ticketing service die gemakkelijk kan worden ingezet voor elk type evenement. 3.12 Een redelijke interpretatie van deze bepaling is, zoals Sollid stelt, dat Racesquare Holding het platform van Sollid moet gebruiken en geen ander ticketsysteem mag gebruiken. Dat past ook bij de initiële periode van vier jaar die partijen in de samenwerkingsovereenkomst als looptijd zijn overeengekomen. Volgens de algemene voorwaarden van Sollid waarin onder andere is uitgewerkt wat met de initiële periode wordt bedoeld, wordt deze telkens met één jaar verlengd, tenzij partijen anders zijn overeengekomen of één van hen de samenwerkingsovereenkomst beëindigt. Het is voorshands aannemelijk dat die initiële periode is bedoeld als de periode dat Racesquare Holding in ieder geval gebruik maakt van het platform van Sollid. 3.13 Ook heeft Sollid voldoende onderbouwd dat zij in de samenwerking met Racesquare Holding heeft geïnvesteerd. Het is aannemelijk dat zij dat alleen zou doen als het de bedoeling was dat partijen jarenlang zouden gaan samenwerken. Sollid heeft in de samenwerkingsovereenkomst namelijk een investeringsbudget van € 25.000,00 aangeboden voor de overstap naar het nieuwe platform. Ook heeft zij op de mondelinge behandeling toegelicht dat haar medewerkers veel uren aan de overstap naar het nieuwe platform hebben gewerkt. Maar bewijsvoering is noodzakelijk 3.14 Toch staat onvoldoende vast dat partijen hebben afgesproken dat Racesquare Holding exclusief het platform van Sollid zou gebruiken voor de verkoop van tickets. Hoewel in de samenwerkingsovereenkomst het woord ‘exclusief’ staat, betwist Racesquare Holding dat partijen hierover voorafgaand aan het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst hebben gesproken. Volgens Sollid is dit wel het geval en zij heeft dit onderbouwd met een verklaring van haar voormalig bestuurder (de heer [A] ) die betrokken was bij de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst overgelegd. Deze verklaring onderbouwt het standpunt van Sollid, maar geeft alleen de interpretatie van één van de vertegenwoordigers van de partijen bij de samenwerkingsovereenkomst weer. Degene die Racesquare Holding toen vertegenwoordigde werkt niet meer bij Racesquare Holding. Dat door Racesquare Holding dus geen verklaring is overgelegd, kan niet zonder meer in haar nadeel werken. Ook is er geen enkel schriftelijk bewijs, zoals correspondentie of een gespreksverslag, ingebracht waarin de exclusiviteit wordt benoemd of waaruit blijkt dat over exclusiviteit is gesproken voordat de samenwerkingsovereenkomst is gesloten. 3.15 Daar komt bij dat in de samenwerkingsovereenkomst niet is uitgewerkt wat met ‘exclusief’ wordt bedoeld. Dit is relevant, want de bepaling in de samenwerkingsovereenkomst kan ook anders worden uitgelegd. Bijvoorbeeld dat Sollid alleen aan Racesquare Holding en dus niet ook aan andere afnemers een platform voor de verkoop van tickets aanbiedt. Hoewel deze uitleg minder logisch is, maakt dit de bepaling wel minder duidelijk. Omdat Sollid de overeenkomst heeft opgesteld, weegt dat in haar nadeel. 3.16 Daarom is alleen de verklaring van [A] onvoldoende om te kunnen bepalen wat de bedoeling van partijen bij het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst was. Daarvoor is nadere bewijsvoering nodig. Daar is in deze procedure geen plaats voor en dat zal in een bodemprocedure moeten gebeuren. Voor deze vordering geldt daarom dat onvoldoende duidelijk is wat de uitkomst van een bodemprocedure zal zijn. De belangenafweging valt in het nadeel van Sollid uit 3.17 Het belang van Sollid is dat zij door het handelen van Racesquare Holding tot eind 2027 inkomsten mist. Op de mondelinge behandeling heeft zij daar nog aan toegevoegd dat zij ook een slechtere onderhandelingspositie heeft bij het afspreken van nieuwe prijzen met de aanbieder van het ticketplatform (Vivenu), als minder tickets worden verkocht via het platform. Dit heeft Sollid niet onderbouwd en Racesquare Holding heeft het bij gebrek aan wetenschap betwist. Dat weegt dus niet mee in de belangenafweging aan de kant van Sollid. Het belang van Racesquare Holding is dat zij bij toewijzing van de vordering om de ticketverkoop weer via het platform van Sollid te laten lopen, haar werkwijze (weer) moet aanpassen. Racesquare Holding heeft gesteld dat zij veel heeft geïnvesteerd in het nieuwe platform en aansluiting van de vestigingen op dit nieuwe systeem. Hoewel op dit moment nog twee vestigingen gebruik maken van het door Sollid aangeboden platform, is volgens Racesquare Holding een investering nodig om de andere vestigingen weer aan te sluiten op het platform van Sollid. Ten slotte is in de belangenafweging relevant dat voor de hand ligt dat Racesquare Holding na 30 december 2027 geen gebruik meer zal maken van het platform van Sollid. Racesquare Holding heeft immers nu haar eigen platform dat volgens haar beter aansluit bij haar behoeften. Alles afwegend zal daarom de vordering van Sollid om Racesquare Holding te veroordelen tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst worden afgewezen. In een bodemprocedure kan worden bepaald in hoeverre Racesquare Holding de samenwerkingsovereenkomst niet nakomt. Als dat vast komt te staan, kan Racesquare Holding worden veroordeeld tot vergoeding van schade wegens niet via het platform van Sollid verkochte tickets. Omdat Racesquare Holding niet wordt veroordeeld om tickets te verkopen via het platform van Sollid, zal ook de daaraan gekoppelde vordering (dat Racesquare Holding geen tickets mag verkopen via andere platformen dan dat van Sollid) worden afgewezen. Geen verbod op verkoop van tickets via andere systemen door de vestigingen 3.18 Dezelfde belangenafweging geldt ook voor de vordering dat de vestigingen wordt verboden tickets via andere systemen dan dat van Sollid te verkopen. Bovendien is het de vraag of sprake is van een wanprestatie of onrechtmatige daad van de vestigingen doordat zij niet meer het platform van Sollid gebruiken ook afhankelijk van nadere bewijsvoering. Hiervoor is namelijk ook van belang of sprake is van exclusiviteit of niet. Racesquare Holding moet verkoopinformatie aan Sollid geven Het toetsingskader van het verzoek tot inzage, afschrift of uittreksel 3.19 De voorzieningenrechter zal aan de hand van artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepalen of Sollid recht heeft op inzage in of afschrift van de verkoopgegevens van de tickets. Omdat op dit moment niet vast staat dat exclusiviteit is afgesproken, kan Sollid daar geen aanspraak op maken op basis van een exclusiviteitsbepaling of haar algemene voorwaarden. 3.20 Artikel 194 Rv bepaalt dat een partij onder omstandigheden recht heeft op inzage in of afschrift van bepaalde gegevens die een ander onder zich heeft. Op grond van artikel 195a Rv kan een partij de rechter verzoeken om de ander te verplichten die inzage te geven, maar alleen als aan een aantal vereisten is voldaan. Degene die recht op inzage verlangt moet (1) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (2) moet in het kader van die rechtsbetrekking voldoende belang hebben bij de gevraagde informatie. (3) De gevraagde informatie moet verder concreet omschreven (ook wel: voldoende bepaald) zijn en (4) degene van wie de informatie wordt gevraagd moet ook over die informatie beschikken. (5) Wanneer sprake is van een uitzonderingsgrond – zoals een gewichtige reden (artikel 194 lid 2 Rv) – hoeft de gevraagde informatie niet te worden verstrekt. Aan de vereisten van artikel 194 Rv wordt voldaan 3.21 Sollid heeft voldoende belang, want na ontvangst van deze gegevens kan zij de mogelijk door Racesquare Holding verschuldigde schadevergoeding begroten. Dat belang is echter beperkt tot de verkoopinformatie vanaf 1 maart 2026. Pas vanaf dat moment is gebleken dat de vestigingen het nieuwe platform van Racesquare Holding zijn gaan gebruiken. Ook is alleen relevant hoeveel tickets er in die periode zijn verkocht. Dus inzage in de betaalmethode en de orderwaarde is niet noodzakelijk. Aan het vereiste dat Racesquare Holding partij is bij de rechtsbetrekking is voldaan, want zij is partij bij de samenwerkingsovereenkomst. Daarnaast zal Racesquare Holding, voor zover zij de gegevens niet heeft, deze wel gemakkelijk kunnen verkrijgen (namelijk van de vestigingen). Tot slot is de gevraagde informatie ook voldoende concreet omschreven, met de hiervoor al aangegeven beperking. Daarom zal Racesquare Holding worden veroordeeld om aan Sollid schriftelijke informatie te geven over de aantallen per maand per vestiging verkochte tickets, zoals hierna verder omschreven. De vestigingen hoeven niet zelf informatie te geven aan Sollid 3.22 Alleen Racesquare Holding zal worden veroordeeld om deze informatie te geven. Racesquare Holding is namelijk de enige partij waarmee Sollid de samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. Op basis van de samenwerkingsovereenkomst en de algemene voorwaarden van Sollid zijn de vestigingen niet verplicht om deze informatie zelf aan Sollid te geven. Daarnaast heeft Sollid onvoldoende onderbouwd dat zij op grond van artikel 194 Rv recht heeft op deze gegevens rechtstreeks van de vestigingen. De wijze van inzage en afschrift 3.23 De vordering van Sollid wordt toegewezen in die zin dat Racesquare Holding aan Sollid direct uit de administratie afkomstige schriftelijke gegevens moet sturen waaruit blijkt hoeveel tickets er bij welke vestiging zijn verkocht vanaf 1 maart 2026 tot 30 december 2027. Racesquare Holding mag ook zelf een overzicht maken van de verkochte tickets, maar dat moet dan zijn onderbouwd met gegevens uit de administratie(s) waaruit blijkt dat het overzicht juist is. Racesquare Holding heeft onvoldoende onderbouwd waarom een termijn van veertien dagen te kort is om deze gegevens te sturen aan Sollid. Gegeven de omvang van de gegevens die moeten worden gestuurd, lijkt twee weken ook redelijk. Racesquare Holding moet na afloop van een periode van drie maanden telkens binnen twee weken deze gegevens aanleveren. Alleen voor het aanleveren van de gegevens over de eerste periode (maart t/m juni 2026) geldt dat Racesquare Holding deze binnen twee weken na dit vonnis moeten aanleveren. De gegevens over de maanden daarna (juli t/m september 2026) zal Racesquare Holding binnen twee weken, dus voor 15 oktober 2026, moeten aanleveren. Datzelfde geldt dan voor de gegevens voor de maanden oktober t/m december 2026 et cetera. Zowel online en offline verkochte tickets 3.24 Racesquare Holding moet gegevens sturen over de online en offline verkochte tickets, Volgens Racesquare Holding c.s. moet een verschil worden gemaakt tussen online en offline verkochte tickets, maar dat blijkt onvoldoende uit de tekst van de samenwerkingsovereenkomst. Omdat daarin het woord ‘online’ tussen haakjes is geplaatst (zie 3.11), is het aannemelijk dat hiermee de online én offline kaartverkoop wordt bedoeld. Bovendien zijn offline verkochte tickets tot nu toe ook altijd in het platform van Sollid geboekt en heeft Racesquare Holding daarover ook altijd het vaste overeengekomen bedrag per ticket betaald. Racesquare Holding moet een dwangsom betalen als zij de gegevens niet stuurt 3.25 Elke keer dat Racesquare Holding deze gegevens niet (op tijd) aan Sollid stuurt, zal zij een dwangsom aan Sollid moeten betalen. Sollid heeft een dwangsom van € 20.000,00 per dag gevorderd. Hoewel Racesquare Holding in de conclusie van antwoord heeft aangegeven dat zij vrijwillig aan een veroordelend vonnis zal voldoen, zal wel een dwangsom worden opgelegd. Dat past bij een veroordeling als deze en Racesquare Holding zal daar ook geen nadeel van ondervinden als zij de veroordelingen naleeft. De hoogte van de dwangsom wordt wel worden gematigd tot op € 500,00 per dag en met een maximum van € 25.000,00 per kwartaal dat Racesquare Holding niet aan de veroordeling voldoet. De proceskosten worden gecompenseerd 3.26 Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 3.27 De beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 4 De beslissing De voorzieningenrechter: 4.1 veroordeelt Racesquare Holding om aan Sollid binnen 2 weken na dit vonnis althans het verloop van een kwartaal schriftelijke gegevens te sturen over de aantallen online en offline verkochte tickets die vanaf 1 maart 2026 tot en met 30 december 2027 zijn verkocht op de wijze zoals verder omschreven in 3.23; 4.2 bepaalt dat Racesquare Holding aan Sollid een dwangsom verbeurt van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na verloop van een kwartaal geheel of gedeeltelijk niet voldoet aan de onder 4.1 uitgesproken veroordeling, met een maximum van €25.000,00 per kwartaal; 4.3 compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; 4.4 verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.1 en 4.2 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 4.5 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026. TS5596 Twelve Ticketing is de naam waaronder Sollid voorheen handelde. Dit sluit aan bij de omzet over de verkochte tickets per dag, dat zal namelijk gemiddeld € 468,00 zijn. Dit is als volgt berekend: € 14.235 (dit was de gemiddelde maandfactuur van alle in 2025 verkochte tickets) * 12 maanden = € 170.820 / 365 dagen = € 468,00.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291198 · 2026-08-22
