# Rechtbank Den Haag, 06-08-2026 (NL26.42365)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:22074
- Date: 2026-08-06
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A22074
- Canonical: https://overview.legal/posts/291205
- Topics: Types of Special Categories of Personal Data, Personal Data

## Summary

Kennisgeving artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en onder d, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van onderdeel a de bewaringsgronden de maatregel kunnen dragen en voldoende zijn om een onderduikrisico aan te nemen. Daarnaast heeft de minister ten aanzien van onderdeel d terecht geoordeeld dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Verder overweegt de rechtbank dat de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b van de Vw niet is gericht op de uitzetting van eiser, maar op de behandeling van zijn asielaanvraag. De bewaringsrechter is in deze procedure dan ook niet gehouden te toetsen of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen de uitzetting van eiser. Beroep ongegrond.

## Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL26.42365 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser (gemachtigde: mr. V.M. Oliana), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister) (gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. 2. Omdat de vreemdelingenbewaring is opgeheven beoordeelt de rechtbank of de tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. 2.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. Er is geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Procesverloop 3. Met het bestreden besluit van 27 juli 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld. 3.1. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. 3.2. De minister heeft op 30 juli 2026 de maatregel van vreemdelingenbewaring opgeheven. 3.3. De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Overwegingen 4. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1993. 5. De minister kan in vreemdelingenbewaring stellen de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, subonderdeel 2° of onder h, subonderdeel 2° van de Vw voor zover dit betrekking heeft op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 van de Vw, als vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op vaststelling van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Deze grond voor vreemdelingenbewaring is aanwezig, als de identiteit of de nationaliteit van de vreemdeling met onvoldoende zekerheid bekend is en zich ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid van het Vb voordoen. 5.1. De minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast en de vreemdelingenbewaring blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring. In het besluit tot vreemdelingenbewaring vermeldt de minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. 6. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de vreemdelingenbewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser. 6.1. In de maatregel heeft de minister als gronden in verband met artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw vermeld dat eiser: b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven; c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit; g. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van de Vw dan wel toepassing is gegeven aan artikel 67a van de Wet, of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van die wet; h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer; q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid; r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; t. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld. 7. De minister heeft ook onderdeel d van artikel 59b, eerste lid, van de Vw aan de bewaring ten grondslag gelegd en in de maatregel van vreemdelingenbewaring overwogen dat eiser een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde als bedoeld in artikel 10, vierde lid, onderdeel f, van de Opvangrichtlijn. 8. Eiser betwist de gronden c, q en r die in verband met artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd. Hiertoe voert hij aan dat de minister weet wie eiser is vanwege de uitspraak in de asielzaak van eiser, grond c kan hem dan ook niet worden tegengeworpen. Daarnaast heeft eiser een asielprocedure lopen en een procedure tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning. Dit zijn twee afzonderlijke procedures en er is dan ook geen sprake van meerdere aanvragen. Bovendien loopt zijn asielprocedure nog, waardoor niet gezegd kan worden dat zijn aanvraag niet leidt tot een verblijfsvergunning. Grond q kan hem dan ook niet worden tegengeworpen. Verder voert eiser ten aanzien van grond r aan dat hij in strafrechtelijke detentie heeft geregeld dat hij bij de Regiegroep Ongedocumenteerden Amsterdam kan verblijven. 8.1. Ten aanzien van onderdeel d van artikel 59b, eerste lid, van de Vw voert eiser aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt. Hij heeft in strafrechtelijke detentie aantoonbare stappen ondernomen en zijn houding is gewijzigd, aldus eiser. 8.2. De minister heeft ter zitting grond q laten vallen, zodat deze niet langer aan de maatregel van vreemdelingenbewaring ten grondslag ligt. 8.3. Ten aanzien van de grondslag van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw is de rechtbank van oordeel dat de minister de gronden c en r terecht aan de maatregel van vreemdelingenbewaring ten grondslag heeft gelegd. De minister mag bij het tegenwerpen van grond c volstaan met een toelichting waaruit blijkt dat deze grond zich feitelijk voordoet. Eiser heeft aangegeven niet mee te werken aan een presentatie in persoon bij de ambassade of het spreken met de consulaire vertegenwoordiging van Somalië. Hierdoor belemmert eiser de verificatie van de door hem verstrekte persoonsgegevens. Dit maakt grond c feitelijk juist. De minister heeft ook grond r terecht tegengeworpen. Eiser staat niet op een adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Dat eiser bij de Regiegroep Ongedocumenteerden Amsterdam kan verblijven, maakt dit niet anders. Daarnaast heeft de minister bij deze grond voldoende gemotiveerd waarom hieruit een onderduikrisico voortvloeit, omdat eiser eerder naar Oostenrijk is vertrokken terwijl hij een gevangenisstraf in Nederland diende uit te zitten. 8.4. De rechtbank stelt vast dat eiser de overige gronden die door de minister in de maatregel van vreemdelingenbewaring zijn opgenomen, inhoudelijk niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat ook deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen en zijn voldoende om een onderduikrisico aan te nemen. De beroepsgrond slaagt niet. 8.5. Wat eiser heeft aangevoerd tegen onderdeel d van artikel 59b, eerste lid, van de Vw slaagt evenmin. Eiser is in de afgelopen jaren meerdere malen onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld voor ernstige strafbare feiten delicten zoals geweldsdelicten en vermogensdelicten. Gelet hierop heeft de minister terecht geoordeeld dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde. Dat eiser stelt dat hij in strafrechtelijke detentie stappen heeft gezet en zijn houding heeft gewijzigd, doet hieraan niet af. De beroepsgrond slaagt niet. 9. Eiser voert verder aan dat uit de uitspraak in zijn asielzaak volgt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM . Volgens eiser volgt daaruit dat het beginsel van non-refoulement aan zijn uitzetting in de weg staat. Eiser stelt zich op het standpunt dat deze omstandigheid ook relevant is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring. 9.1. De rechtbank overweegt dat de vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en onder d, van de Vw niet is gericht op de uitzetting van eiser, maar op de behandeling van zijn asielaanvraag. De bewaringsrechter is in deze procedure dan ook niet gehouden te toetsen of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen de uitzetting van eiser en verwijst daarbij naar de uitspraak van 8 mei 2026 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) . Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de uitspraak in de asielzaak nog niet onherroepelijk is, nu de rechtsmiddelentermijn nog loopt. De beroepsgrond slaagt niet. 10. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank ook ambtshalve geen reden om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. Conclusie en gevolgen 11. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Het beroep tegen een maatregel van bewaring wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw. Dit volgt uit artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Dit volgt uit artikel 5.7, eerste lid, van het Vb. Dit volgt uit artikel 59c van de Vw. Richtlijn (EU) 2024/1346. Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21233. Op grond van artikel 5.6, derde lid, van het Vb. Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21233. Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ECLI:NL:RVS:2026:2618. Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 en 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291205 · 2026-08-22
