Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:7749 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 29-07-2026 (13-062532-26)

Executie-EAB uit Polen. Artikel 12 OLW: De rechtbank ziet af van toepassing van deze weigeringsgrond.

Judgment

Summary

De opgeëiste persoon heeft een adresinstructie heeft ontvangen. Ze is opgeroepen op het door haar opgegeven adres. Het vertrouwensbeginsel brengt met zich dat de rechtbank uitgaat van de juistheid van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is niet voldoende om hieraan te twijfelen. De opgeëiste persoon heeft op de zitting verklaard dat zij een ander adres heeft opgegeven, maar dat wordt niet op enige manier door zich in het dossier bevindende stukken ondersteund. Bovendien stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon in haar verklaringen, ook gedurende de overleveringsprocedure, wisselt van welk adres dat zij zou hebben opgegeven aan de Poolse autoriteit. De rechtbank stelt dan ook vast dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om de Poolse autoriteiten nadere vragen te stellen ten aanzien van deze procedure en wijst het daartoe strekkende verzoek van de raadsman dan ook af. Overlevering toestaan.

Full text 9 paragraphs

Paragraphs carrying a topic or an applied provision show those connections inline

Procesgang

¶1

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 juli 2026, in aanwezigheid van mr. N. Lemmers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. J.P.A. van Schaik, advocaat in Veenendaal, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

Identiteit van de opgeëiste persoon

¶2

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft.

Grondslag en inhoud van het EAB

¶3

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Bydgoszcz van 29 september 2022 met kenmerk XI K 556/22. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Deze straf resteert volgens het EAB nog volledig. De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

¶4

Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om de Poolse uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen welk adres wanneer door de opgeëiste persoon is opgegeven als adres waarop zij voor de Poolse autoriteiten bereikbaar is. Uit het EAB blijkt dat de oproeping voor de zitting is verstuurd naar het adres [adres 2] , [postcode] [plaats] . De opgeëiste persoon verklaart dat zij dit adres nooit als haar adres heeft opgegeven. Dit is het adres van de ex-partner van de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon is op 27 augustus 2022 bevallen van een zoon. Dit is precies in de periode tussen het versturen van de oproeping en de zitting. De opgeëiste persoon zegt dat het enige adres dat zij heeft opgegeven het adres van het opvanghuis is, te weten [postcode2] [adres 3] . De politie heeft haar daar opgezocht. Er is haar toen niet medegedeeld dat zij was opgeroepen voor de zitting van 29 september 2022. In januari 2023 heeft zij contact gehad met de Poolse justitie over een elektronisch toezicht in een andere zaak. Er is haar toen niet medegedeeld dat zij inmiddels in onderhavige zaak veroordeeld is. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank af kan zien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW en dat de overlevering kan worden toegestaan. De opgeëiste persoon is in het vooronderzoek verhoord. Zij heeft toen een adresinstructie ontvangen en zij heeft voor ontvangst daarvan getekend. Zij heeft vervolgens geen adreswijziging doorgegeven. Uitgegaan dient te worden van de juistheid van de in het EAB verstrekte informatie. De officier van justitie heeft verwezen naar de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2023 en 27 december 2023 waarbij in vergelijkbare situaties is afgezien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een beslissing in eerste aanleg. De opgeëiste persoon was niet aanwezig bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Ook is niet gebleken dat de opgeëiste persoon – kort gezegd – in persoon is gedagvaard of op andere wijze daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van het proces, dat zij is vertegenwoordigd door een gemachtigd advocaat, of dat de beslissing in persoon aan haar is betekend en zij daartegen geen rechtsmiddel heeft ingesteld of daarvan uitdrukkelijk heeft afgezien. Ook heeft de uitvaardigende autoriteit niet gegarandeerd dat de opgeëiste persoon alsnog in verzet of in hoger beroep kan gaan.De rechtbank kan in dit geval de overlevering weigeren. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij licht dat toe. Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon in het voorbereidend onderzoek een adresinstructie heeft ontvangen, waarbij zij is gewezen op de verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de gevolgen van het nalaten daarvan. Zij heeft voor ontvangst van deze adresinstructie getekend. Ook blijkt uit het EAB, onderdeel a, in samenhang gelezen met onderdeel d), dat de oproeping voor de zitting is verstuurd naar het adres dat zij in het voorbereidend onderzoek had opgegeven, namelijk: [adres 2] , [postcode] [plaats] . Deze oproeping is gestuurd op 12 juli 2022 en op 20 juli 2022 en niet door opgeëiste persoon in ontvangst genomen. Het vertrouwensbeginsel brengt met zich dat de rechtbank uitgaat van de juistheid van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is niet voldoende om hieraan te twijfelen. De opgeëiste persoon heeft op de zitting verklaard dat zij een ander adres heeft opgegeven aan de Poolse justitiële autoriteiten, maar dat wordt niet op enige manier door zich in het dossier bevindende stukken ondersteund. Bovendien stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon, ook gedurende de overleveringsprocedure, wisselend heeft verklaard over welk adres zij zou hebben opgegeven aan de Poolse autoriteit. De rechtbank stelt dan ook vast dat het toestaan van de overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon oplevert. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak aan te houden om de Poolse autoriteiten nadere vragen te stellen ten aanzien van deze procedure en wijst het daartoe strekkende verzoek van de raadsman dan ook af.

Strafbaarheid

¶5

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: medeplegen van diefstal, meermalen gepleegd; overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994; overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

¶6

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt. Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van haar strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Slotsom

¶7

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.

Toepasselijke wetsbepalingen

¶8

De artikelen 47 en 310 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 8 en 176 WVW 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

Beslissing

¶9

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan Sąd Okręgowy W Bydgoszczv III Wydział Karny (Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division) Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. de Bie, voorzitter, mrs. M. Westerman en L. Baroud, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

How it connects

3 of 9 paragraphs apply legislation or carry a topic — see them in the full text ↓
Opinion 1/2026 EDPB-EDPS Joint opinion 1/2026 on the Proposal for a Regulation as regards the simplification of the implementation of harmonised rules on artificial intelligence EDPB, EDPB-EDPS Joint opinion 1/2026 on the Proposal for a Regulation as regards the simplification of the implementation of harmonised rules on artificial intelligence (Digital… Opinion Jan 21, 2026 Artificial Intelligence Entry Into Force Mutual Assistance Between Member States for AI Oversight
2026 Contribution of the EDPB to the European Commission’s evaluation of the Data Protection Law Enforcement Directive (‘‘LED’’) under Article 62 LED EDPB, Contribution of the EDPB to the European Commission’s evaluation of the Data Protection Law Enforcement Directive (‘‘LED’’) under Article 62 LED Jan 19, 2026 Supervision Material scope (GDPR) Access Controls
2025 Study on the secondary use of personal data in the context of scientific research 2 This study has been prepared by Milieu under Contract No EDPS/2019/02 - 04 for the benefit of the EDPB. The study has been carried out by researchers from KU Leuven (CiTiP) and… EDPB Apr 3, 2025 Personal Data Statistics Scientific Research
2020 EDPB Annual Report 2019 EDPB Annual Report 2019 1 EDPB Annual Report 2019 1 European Data Protection Board 2019 Annual Report WORKING TOGETHER FOR STRONGER RIGHTS An Executive Summary of this report,… May 18, 2020 Privacy by Design & Default Privacy by Default Supervision