# Rechtbank Amsterdam, 29-07-2026 (13-169664-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:7903
- Date: 2026-07-29
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A7903
- Canonical: https://overview.legal/posts/291222
- Topics: Public Authority, Personal Data, Types of Special Categories of Personal Data

## Summary

Vervolgings-EAB Spanje; artikel 7 OLW: lijstfeit "deelname aan een criminele organisatie" voldoet niet aan het vereiste van een strafmaximum van minimaal drie jaar; dubbele strafbaarheid getoetst; artikel 6 OLW: terugkeergarantie afgegeven; artikel 9 OLW: n.v.t.; overlevering toegestaan.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-169664-26 Datum uitspraak: 29 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 25 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 juni 2026 door het Provinciaal Gerechtshof van Palma, Eerste Afdeling, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] (Iran) op [geboortedag] 1992, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 juli 2026, in aanwezigheid van mr. N. Lemmers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. O.J. Much, advocaat in Rotterdam. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Iraanse en Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 4 juni 2026 van Sectie 1 van de Provinciale rechtbank van de Balearen. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4.1 Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat “deelneming aan een criminele organisatie” gelet op het genoemde strafmaximum niet aan de voorwaarden van een lijstfeit voldoet. Standpunt van de raadsman De raadsman heeft geen standpunt ingenomen. Oordeel van de rechtbank De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (feit 1); deelneming aan een criminele organisatie (feit 2). Uit het EAB volgt dat op feit 1 naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Ten aanzien van feit 1 doet de rechtbank daarom geen onderzoek naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft voor feit 2 het lijstfeit deelneming aan een criminele organisatie aangekruist. Het EAB vermeldt dat op dit feit naar Spaans recht een strafmaximum van één jaar en zes maanden staat. De rechtbank stelt daarom vast dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat op het feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Om die reden zal de dubbele strafbaarheid van dit feit worden getoetst. 4.2 Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist (feit 2) Overlevering kan worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. De rechtbank stelt vast dat hier ten aanzien van feit 2 aan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt verder vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat hij uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie een eventuele straf beter in Nederland kan ondergaan dan in Spanje. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn belangen in Nederland. De overlevering kan daarom worden toegestaan als is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon in Nederland de straf mag ondergaan wanneer hij na overlevering in Spanje wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het Provinciaal Gerechtshof van de Balearen - Sectie 1a heeft op 10 juli 2026 de volgende garantie gegeven: “Na ontvangst van een mededeling van de Nederlandse autoriteiten betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de uitlevering van de verdachte [opgeëiste persoon], waarin werd gesteld dat "overeenkomstig artikel 5, lid 3, van het Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel (2002/584/JHA) en artikel 6, lid 1, van de Nederlandse Uitleveringswet, een dergelijke uitlevering alleen kan worden toegestaan indien is gegarandeerd dat, indien de gezochte persoon in Spanje tot een onvoorwaardelijke en onherroepelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld, hij of zij deze straf na uitlevering in Nederland mag uitzitten (overeenkomstig Europees Kaderbesluit 2008/909/JBZ).” (…) Na de gepaste overdracht aan het Openbaar Ministerie, dat zich in geval van een gevangenisstraf niet heeft verzet tegen de tenuitvoerlegging van het vonnis in het land van herkomst, wordt gesteld dat, mits de beschuldigde daarmee instemt, dit Hof zich niet verzet tegen de tenuitvoerlegging in het land van herkomst. Stel de officier van justitie en andere betrokken partijen op de hoogte van deze beslissing en informeer hen dat deze niet onherroepelijk is en dat zij binnen DRIE DAGEN na de laatste kennisgeving aan de betrokken partijen beroep kunnen aantekenen door middel van een schriftelijk verzoek dat aan dit Hof wordt voorgelegd. (...)” Op 16 juli 2026 heeft het Provinciaal Gerechtshof van Palma per e-mail bevestigd dat de afgegeven terugkeergarantie inmiddels onherroepelijk is geworden. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6 Artikel 9 OLW: ne bis in idem Standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet overgeleverd kan worden voorzover er sprake is van overlap tussen de Nederlandse strafzaak met parketnummer 10-139689-26 en de feiten in het EAB. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich onder verwijzing naar de dagvaarding in de Nederlandse strafzaak met parketnummer 10-139689-26 op het standpunt gesteld dat geen sprake is van strafvervolging in Nederland voor de feiten die in het EAB worden genoemd. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 9, eerste lid, onder a, OLW de overlevering van de opgeëiste persoon kan worden geweigerd voor een feit ter zake waarvan tegen hem een strafvervolging in Nederland gaande is. De rechtbank stelt vast dat er geen overlap is tussen de pleegdata van de Nederlandse strafzaak met parketnummer 10-139689-26 en de vervolging in Spanje. De overlevering wordt verzocht voor feiten uit 2024, terwijl de Nederlandse strafzaak met parketnummer 10-139689-26 ziet op feiten uit 2026. Verder ziet de Nederlandse strafzaak met parketnummer 10-139689-26 deels op andersoortige feiten. De weigeringsgrond van artikel 9 OLW is dan ook niet van toepassing. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 140 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Provinciaal Gerechtshof van Palma, Eerste Afdeling, Spanje, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. L. Sanders en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 29 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. ( Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers ), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291222 · 2026-08-22
