# Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-06-2026 (C/02/442256 / FA RK 25-6048)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Identifier: ECLI:NL:RBZWB:2026:6524
- Date: 2026-06-16
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBZWB%3A2026%3A6524
- Canonical: https://overview.legal/posts/291305
- Topics: Genetic Data, Personal Data, Healthcare

## Summary

Gerechtelijke vaststelling vaderschap. IPR. Nederlands recht van toepassing. Op het namenrecht is Peruaans recht van toepassing. Artikelen 10:97 BW, 1:207 BW, 10:19 BW.

## Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/442256 / FA RK 25-6048 Datum uitspraak: 16 juni 2026 beschikking over gerechtelijke vaststelling ouderschap in de zaak van [de moeder] hierna: de moeder , wonende in [woonplaats 1], advocaat: mr. M.P.J. Brouwer in Tilburg, Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt: de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2025, hierna te noemen: [minderjarige], vertegenwoordigd door mr. M. Janse in haar hoedanigheid van bijzondere curator, [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [woonplaats 2], advocaat: mr. M.C.F.Y. de Vleesschauwer in Breda. 1 Het verdere procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: de in deze zaak gegeven beschikking tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] van 16 december 2026 en alle daarin vermelde stukken; het op 2 februari 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen; een afschrift van de geboorteakte over [minderjarige]; het uittreksel uit het gezagsregister over [minderjarige]; het op 26 januari 2026 ontvangen verslag van de bijzondere curator; de op 6 februari 2026 ontvangen brief van de advocaat van de moeder; de op 6 februari 2026 ontvangen brief van de advocaat van de man het op 30 maart 2026 ontvangen rapport van het DNA-onderzoek door Verilabs. 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 29 mei 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de moeder met haar advocaat en de man met zijn advocaat. Ook was aanwezig de bijzondere curator. 2 De nadere beoordeling 2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. Janse benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige]. De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen. 2.2 Aan de rechtbank ligt nog voor het verzoek van de moeder tot vaststelling van het ouderschap van de man over [minderjarige]. 2.3 Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast: - De moeder is op [geboortedag 1] 2025 te [geboorteplaats 1] bevallen van [minderjarige]. - Op de geboorteakte van [minderjarige] staat geen vader genoemd. - De moeder heeft het gezag over [minderjarige]. - De moeder heeft de Peruaanse nationaliteit. De man heeft de Nederlandse nationaliteit. Op het uittreksel van [minderjarige] staat dat zij een onbekende nationaliteit heeft. Zij is in het bezit van een Peruaans paspoort. - De moeder, de man en [minderjarige] hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. 2.4 De moeder legt aan haar verzoek ten grondslag dat de man de biologische vader is van [minderjarige]. Aan het begin van de zwangerschap is de man betrokken geweest, maar in maart 2025 heeft de moeder voor het laatst contact gehad met de man. De man is verder niet meer betrokken geweest bij de zwangerschap en later na de geboorte van [minderjarige]. De man reageert niet op de berichten van de moeder. Zij acht het in het belang van [minderjarige] dat de juridische werkelijkheid in overeenstemming wordt gebracht met de biologische werkelijkheid. Zij acht het in het belang van [minderjarige] dat hij twee juridische ouders heeft. 2.5 De man heeft naar voren gebracht dat er kortstondig contact is geweest met de moeder. Dit contact is na een heftige woordenwisseling tussen hen geëindigd. De moeder berichtte hem op 19 november 2024 dat zij zwanger was. De man was geschrokken en is tweemaal meegegaan naar het ziekenhuis. De moeder had geen geschikte huisvesting, geen vaste baan en geen sociaal vangnet. Tijdens een gesprek om praktische zaken te regelen voor de moeder was zij zeer veeleisend naar de man. Na dit gesprek heeft de man besloten het contact met de moeder te verbreken. Hij heeft op 8 juli 2025 een bericht ontvangen dat [minderjarige] was geboren. Omdat de verblijfsvergunning van de moeder afloopt en zij aanstuurt op een erkenning, heeft de man het sterke vermoeden dat het niet om hem te doen is, maar enkel om de verkrijging van een verblijfsvergunning voor zichzelf. Desondanks wil hij zijn verantwoordelijkheid nemen als blijkt dat hij de vader is van [minderjarige]. De man achtte wel eerst een DNA-onderzoek op zijn plaats. 2.6 De bijzondere curator heeft in haar verslag aangegeven dat het ouderschap van de man alleen kan worden vastgesteld, indien duidelijk is dat hij de verwekker is. Zij achtte het van belang dat er een DNA-onderzoek plaatsvindt, zodat kan worden vastgesteld of de man de verwekker is van [minderjarige]. Hierover dient duidelijkheid te zijn voordat een beslissing wordt genomen over het verzoek van de moeder. De bijzondere curator adviseert aan de rechtbank om eerst een DNA-onderzoek te gelasten. 2.7 De advocaat van de moeder heeft in voormelde brief aangegeven dat partijen in onderling overleg afspraken hebben gemaakt over een DNA-onderzoek door Verilabs. De advocaat van de man heeft dit bevestigd. 2.8 Uit het rapport van Verilabs van 18 maart 2026 blijkt thans dat met een waarschijnlijkheid van meer dan 99.9% is aangetoond dat de man de biologische vader is van [minderjarige]. 2.9 Door en namens de moeder is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat als het vaderschap wordt vastgesteld [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen met alle gunsten die daarbij horen. Dit is voor de moeder in beginsel de hoofdreden voor dit verzoek. Zij vindt het ook belangrijk dat [minderjarige] een vader heeft en weet waar hij vandaan komt. Als hij in de toekomst vragen heeft over zijn vader dan kan hij contact met hem opnemen. 2.10 Zijdens de man is aangegeven dat [minderjarige] een vader verdient. De man betreurt het dat het verzoek is ingegeven vanwege de nationaliteit van [minderjarige]. Hij heeft er zorgen over dat de moeder niet denkt in het belang van [minderjarige]. Vanwege persoonlijke problematiek is de man momenteel niet in staat om een rol te spelen in het leven van [minderjarige]. Als het beter met hem gaat dan wil hij dit wel. Het is een recht van [minderjarige] om zijn vader te leren kennen. 2.11 De bijzondere curator heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen. Ook de bijzondere curator vindt het verdrietig om te horen dat de nationaliteit de hoofdreden is voor het verzoek. [minderjarige] heeft recht op een moeder en een vader. Hij heeft er recht op om zijn vader te leren kennen. 2.12 De rechtbank overweegt als volgt. Internationaal privaatrecht (IPR) 2.13 Vanwege het feit dat de moeder en [minderjarige] de Peruaanse nationaliteit dragen, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek. Internationale bevoegdheid 2.14 In artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat met uitzondering van zaken als bedoeld in de artikelen 4 en 5, in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingediend de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, indien hetzij de verzoeker of, indien er meer verzoekers zijn, een van hen, hetzij een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Toepasselijke recht 2.15 In artikel 10:97, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat, voor zover hier van belang, of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van lid 1 het tijdstip van de indiening van het verzoek bepalend is. 2.16 De moeder en de man hadden ten tijde van de indiening van het verzoek geen gemeenschappelijke nationaliteit. Wel hadden zij toen hun gewone verblijfplaats in Nederland. Dit betekent dat het Nederlandse recht van toepassing is. 2.17 In artikel 1:207 lid 1 lid BW staat dat, voor zover hier van belang, het ouderschap van een persoon, op de grond dat deze de verwekker is van het kind, door de rechtbank kan worden vastgesteld op verzoek van: de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; het kind. In het tweede lid van dit artikel staat dat vaststelling van het ouderschap niet kan geschieden, indien: het kind twee ouders heeft; tussen de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon en de moeder van het kind krachtens artikel 41 geen huwelijk zou mogen worden gesloten of krachtens artikel 80a, zesde lid, geen partnerschap zou mogen worden geregistreerd; de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon een minderjarige is die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, tenzij hij voordat hij deze leeftijd heeft bereikt is overleden. 2.18 In het derde lid van dit artikel staat dat het verzoek door de moeder wordt ingediend, voor zover hier van belang, binnen vijf jaren na de geboorte van het kind. Omdat [minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2025 en de moeder het verzoek heeft ingediend op 24 november 2025, is het verzoek tijdig ingediend en kan de moeder worden ontvangen in dit verzoek. 2.19 De rechtbank is van oordeel dat op basis van de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, kan worden vastgesteld dat de man ook daadwerkelijk de biologische vader is van [minderjarige]. Dit blijkt uit het rapport van Verilabs. Voor de beoordeling van dit verzoek is geen plaats voor een afweging van de belangen van het kind tegenover die van de verwekker. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Wel wil de rechter daaraan toevoegen dat hij hoopt dat er in de toekomst ruimte komt voor [minderjarige] om zijn vader op een onbelaste wijze te leren kennen. Dit is van belang voor zijn identiteitsontwikkeling. Geslachtsnaam 2.20 In artikel 10:19 lid 1 BW staat dat, voor zover hier van belang, de geslachtsnaam van een vreemdeling wordt bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Onder recht zijn mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. Uitsluitend voor de vaststelling van de geslachtsnaam worden de omstandigheden waarvan deze afhangen beoordeeld naar dat recht. In het tweede lid van dit artikel staat dat, indien de vreemdeling de nationaliteit van meer dan een staat bezit, het recht van de staat van zijn nationaliteit die tevens zijn gewone verblijfplaats is als zijn nationale recht geldt, of bij gebreke daaraan het recht van de staat waarmee hij, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwst verbonden is, tenzij uitdrukkelijk of anderszins voldoende duidelijk een rechtskeuze voor het recht van een andere staat van een nationaliteit van de vreemdeling is gedaan. 2.21 Zijdens de moeder is aangegeven dat de ambtenaar van de burgerlijke stand het toepasselijk recht zal toepassen op de geslachtsnaam als de beschikking wordt ingeschreven in de registers. Zij stelt dat partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit hebben waardoor het Nederlands recht van toepassing is. De advocaat van de man heeft zich ter zitting niet uitgelaten over het toepasselijk recht op de geslachtsnaam. De bijzondere curator verwijst op dit punt naar haar verslag. 2.22 De rechtbank gaat in deze zaak uit dat [minderjarige] de Peruaanse nationaliteit heeft aangezien hij over een Peruaans paspoort beschikt. Dit betekent dat ingevolge artikel 10:19 BW op de geslachtsnaam het Peruaans recht moet worden toegepast. 2.23 In artikel 412 van het Peruaans Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de rechtsgevolgen van een gerechtelijke uitspraak waarin het vaderschap wordt vastgesteld, dezelfde zijn als bij erkenning. In artikel 21 van het Peruaans Burgerlijk Wetboek staat dat bij een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap het kind (alsnog) de (eerste achter)naam van de vader (verwekker) gevolgd door de (eerste achter)naam van de moeder krijgt. 2.24 Het voorgaande betekent dat [minderjarige] als gevolg van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam]’ zou krijgen. De rechtbank zal dit opnemen in deze beschikking. Beëindiging taak van de bijzondere curator 2.25 De rechtbank is van oordeel dat de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd kan worden beschouwd. Mocht een van partijen echter een rechtsmiddel instellen, dan herleeft de taak van de bijzondere curator. Proceskosten 2.26 Gelet op de aard van deze procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd. 2.27 Dit betekent dat als volgt wordt beslist. 3 De beslissing De rechtbank 3.1 stelt het ouderschap vast van [de man], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1995 met betrekking tot de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2025; 3.2 verstaat dat [minderjarige] de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam]’ krijgt; 3.3 beschouwt de taak van de bijzondere curator als beëindigd; 3.4 compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026, in aanwezigheid van Boink, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291305 · 2026-08-22
