# Rechtbank Amsterdam, 28-07-2026 (13-069687-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:8213
- Date: 2026-07-28
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A8213
- Canonical: https://overview.legal/posts/291326
- Topics: Personal Data

## Summary

Vervolgings-EAB uit Hongarije. Kennelijke verschrijving hersteld, zodat aan het EAB een NAB ten grondslag dat is uitgevaardigd voorafgaand aan het EAB. Hierdoor is de rechterlijke bescherming op twee niveaus gewaarborgd. Overlevering toegestaan.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-069687-26 Datum uitspraak: 28 juli 2026 UITSPRAAK op de vordering van 8 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De rechtbank leest de vordering zo, dat deze ziet op het EAB dat is uitgevaardigd op 1 december 2025 door the Pest Central District Court , Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 19 mei 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 19 mei 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. Tussenuitspraak 2 juni 2026 Bij tussenuitspraak van 2 juni 2026 is het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aanvullende vragen te stellen over – kortgezegd – de datum van het nationaal aanhoudingsbevel (NAB) en het EAB om te bezien of aan het EAB een NAB ten grondslag ligt dat voorafgaand aan het EAB is uitgevaardigd. Zitting van 14 juli 2026 De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – hervat op de zitting van 14 juli 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van 2 juni 2026 al is geoordeeld over de dubbele strafbaarheid (onder 4) en de detentieomstandigheden zoals bedoeld in artikel 11 OLW (onder 5). Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 Genoegzaamheid De rechtbank verwijst allereerst naar de overwegingen zoals opgenomen onder rubriek 3.1 in de tussenuitspraak van 2 juni 2026. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. Naar aanleiding van de in de tussenuitspraak geformuleerde vragen heeft the Ministry of Justice, Department of International Criminal Law, bij brief van 23 juni 2026 het volgende medegedeeld: “The Ministry of Justice of Hungary (…) – with reference to your letter dated 15 June 2026 – has the honour to inform it that the issuance date of European arrest warrant No. 10.B.20.971/2023/76. was indicated incorrectly due to administrative reasons. (…)” Als bijlage bij deze brief is het EAB met de datum 1 december 2025 als datum van uitvaardiging en het originele NAB meegestuurd. Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, nu niet kan worden vastgesteld dat de aanpassing van de datum van het EAB heeft plaatsgevonden door een rechter. De gang van zaken wekt eerder de indruk dat de datum van het EAB is veranderd zonder dat over dit EAB een materiële beslissing is genomen door een rechter. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat blijkens de aanvullende informatie sprake is geweest van een kennelijke verschrijving ten aanzien van de datum van uitvaardiging van het EAB. Die kennelijke verschrijving is inmiddels hersteld. Verder zijn het eerste EAB en het gecorrigeerde EAB inhoudelijk identiek; zij bevatten dezelfde referentienummers en zijn uitgevaardigd door dezelfde justitiële autoriteit. Vastgesteld kan dus worden dat sprake is van een afzonderlijk NAB dat vooraf is gegaan aan de uitvaardiging van het EAB. Oordeel van de rechtbank Uit de aanvullende informatie van 23 juni 2026 blijkt dat bij de vermelding van de datum van uitvaardiging van het EAB van 20 november 2025 sprake is geweest van een kennelijke verschrijving. Deze verschrijving is met de aanvullende informatie en de als bijlage meegezonden gecorrigeerde EAB hersteld. Hieruit blijkt dat het EAB is uitgevaardigd op 1 december 2025. Nu het NAB blijkens het A-formulier is uitgevaardigd op 28 november 2025, ligt aan het EAB een NAB ten grondslag dat is uitgevaardigd voorafgaand aan het EAB. Hierdoor is de rechterlijke bescherming op twee niveaus gewaarborgd. De rechtbank stelt verder vast dat het gecorrigeerde EAB is ondertekend door een rechter, zodat de rechtbank op grond van het vertrouwensbeginsel er vanuit gaat dat de aanpassing van de datum van het EAB heeft plaatsgevonden door een rechter. Bovendien zijn geen objectieve stukken overgelegd waaruit zou blijken dat het gecorrigeerde EAB niet ondertekend en daarmee niet afkomstig is van de uitvaardigende justitiële autoriteit. De enkele suggestie van de raadsvrouw dat het wellicht anders zou kunnen zijn, is daartoe niet voldoende. De rechtbank verwerpt daarom dit verweer en ziet geen aanleiding voor het stellen van nadere vragen. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 6 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 350 en 310 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW. 7 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Pest Central District Court , Hongarije, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 28 juli 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2026:5526.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291326 · 2026-08-22
