# Rechtbank Amsterdam, 11-08-2026 (13-16591 1-26)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:8112
- Date: 2026-08-11
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A8112
- Canonical: https://overview.legal/posts/291327
- Topics: Personal Data, Healthcare, Types of Special Categories of Personal Data

## Summary

Roemeens executie-EAB. Weigeringsgrond artikel 12 OLW niet van toepassing. Lijstfeit. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen ziet op de hoeveelheid vierkante meters persoonlijke ruimte exclusief sanitair in een meerpersoonscel waarover de opgeëiste persoon kan beschikken. Algemeen gevaar wordt door de garantie uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Overlevering toegestaan.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-165911-26 Datum uitspraak: 11 augustus 2026 UITSPRAAK op de vordering van 18 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 29 november 2022 door de Court of Braila , Roemenië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] (Roemenië), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu gedetineerd in [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 juli 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis, namelijk een vonnis van the Court of Brăila van 12 april 2022, met referentie nr. 42. Onherroepelijk geworden op 17 november 2022 krachtens het arrest van the Galati Court of Appeal , met referentie nr. 1114. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven jaar en vier maanden. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en de hiervoor genoemde veroordeling waarbij de zaak ten gronde is afgedaan, hij moet deze straf ondergaan in Roemenië. De hiervoor genoemde veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de beslissing in de laatste van die procedures relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal daarom de beslissing van the Galati Court of Appeal van 17 november 2022, met kenmerk nr. 1114/A, toetsen aan artikel 12 OLW. Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen op de zitting die tot deze beslissing heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW niet van toepassing is. 5 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: mensenhandel. Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van Roemenië, maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. 6 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden Inleiding De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, waaronder met name de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest), met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen. De Roemeense autoriteiten hebben op 21 juli 2026 ten behoeve van de opgeëiste persoon een detentiegarantie verstrekt, waarin onder meer het volgende is opgenomen: “(…) In the event that the person deprived of liberty will be handed over to the Romanian authorities at Henri Coandă Bucharest Airport, he/she will initially be lodged in the Bucharest-Rahova Penitentiary in order to carry out the quarantine and observation period, for a period of 21 days, in a room that will provide him/her with a minimum space of 3 square meters. (…) Considering the amount of the sentence, he will most likely serve the initial prison sentence in closed regime. At the same time, given his domicile, he will most likely, for the beginning, serve his sentence in Galati Penitentiary . (…) The main characteristics of the closed regime: The daily program of persons assigned to closed regime includes work, educational, cultural, therapeutic and sports activities, psychological counseling and social, moral-religious assistance, school instruction and vocational training, medical assistance, walks, rest time and other activities necessary to stimulate the interest of prisoners in the closed regime to assume responsibilities. Activities with prisoners in the closed regime are carried out individually or in groups, under the permanent guard and supervision of the staff. Prisoners in closed regime who for various reasons are not used for work, school and professional training activities carry out walking, education, psychological assistance and social assistance, sports and religious activities within the limit of at least 4 hours per day. Also, prisoners who do not work and do not participate in other activities have the right to at least 3 hours of daily walking, and those who work, participate in educational or psychological assistance and social assistance programs have the right to at least one hour of daily walking. (…) The named [de opgeëiste persoon] will benefit from a minimum individual space of 3 square meters, throughout the entire period of execution of the sentence, except for the distribution within the open regime, during which he will benefit from 4 square meters, including the bed and related furniture, without including the space intended for the sanitary group , the number of detainees being configured in relation to the surface area of the room. (…) Persons deprived of their liberty during the quarantine and observation period within the Bucharest-Rahova Penitentiary are guaranteed the right to a daily walk for 2 hours, and those serving their sentence in Inmates in closed regime prison within Galati Penitentiary are guaranteed the right to a daily walk for 1 hour and 30 minutes.” Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden, omdat de detentiegarantie niet volstaat. Hij heeft erop gewezen dat de opgeëiste persoon in Galati het gesloten regime doorloopt voor één vijfde van zijn straf, waarbij hij wordt ondergebracht in een cel van 3 m² en recht heeft op anderhalf uur wandelen per dag. Op pagina 12 is echter opgenomen dat de wandelduur voor deze persoon anderhalf uur bedraagt, wat verschilt van de drie uur zoals die in de algemene detentiegarantie op pagina 5 is genoemd. Dit zou betekenen dat de persoon circa 22,5 uur per dag in een cel van 3 m² verblijft. Het is onduidelijk wat de eventuele compensatie hiervoor is. Bij gebrek aan onderbouwing is sprake van inhumane detentieomstandigheden. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te kunnen stellen over de mogelijkheden die de opgeëiste persoon dagelijks buiten de cel heeft, naast het wandelen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Het algemeen gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen wordt voor de opgeëiste persoon weggenomen door de verstrekte individuele detentiegarantie. Dat de persoon anderhalf uur per dag mag wandelen, betekent dat hij niet structureel 23 uur per dag in zijn cel verblijft. In de garantie wordt toegelicht dat gedetineerden ten minste vier uur per dag aan diverse activiteiten deelnemen. Zelfs gedetineerden die niet werken of aan andere activiteiten meedoen, hebben recht op minimaal drie uur buiten de cel. Wanneer alle activiteiten bij elkaar worden opgeteld, voldoet de garantie. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat zij, gelet op het arrest Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije) van het Hof van Justitie van de Europese Unie , ook wel het arrest ML genoemd, uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken van penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste instantie in de Penitentiaire Inrichting Boekarest Rahova zal worden geplaatst en daarna naar alle waarschijnlijkheid in het in het closed regime van Galati Penitentiary . Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de garantie van 21 juli 2026. De rechtbank is, gelet op deze garantie, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Dit algemene gevaar ziet op de hoeveelheid vierkante meters persoonlijke ruimte exclusief sanitair in een meerpersoonscel waarover de opgeëiste persoon kan beschikken. De rechtbank beschikt niet over objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens waaruit volgt dat sprake is van een algemeen gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling omdat gedetineerden in deze instellingen structureel nauwelijks buiten hun (kleine) meerpersoonscel kunnen verblijven. Het verweer wordt verworpen. De detentieomstandigheden vormen geen beletsel voor de overlevering. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 247 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Court of Braila , Roemenië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. E. van den Brink en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.C.M. Burger, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, ( Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut) ), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ ( Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut) ), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32. Zie bijvoorbeeld rechtbank Amsterdam, 11 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513, rechtsoverweging 5. HvJ EU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 ( Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije) ), punt 87. HvJ EU van 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 ( Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije) ), punt 114.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291327 · 2026-08-22
