# Rechtbank Noord-Holland, 17-08-2026 (K/4101/12193680 KG EXPL 26-65)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Noord-Holland
- Identifier: ECLI:NL:RBNHO:2026:10630
- Date: 2026-08-17
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNHO%3A2026%3A10630
- Canonical: https://overview.legal/posts/291330
- Topics: Right of Access, Right of Access Procedures

## Summary

kort geding: grondslag 194/195 Rv: Vordering overleggen stukken aan de bewonerscommissie door Kennemer Wonen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat de bewonerscommissie over voldoende informatie beschikken om aan een adviesaanvraag te voldoen en voorshands geen belang hebben bij nog meer informatie die Kennemer Wonen zou moeten verstrekken.

## Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 12193680 \ KG EXPL 26-65 KB Vonnis in kort geding van 17 augustus 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , te [plaats] , 2 [eiser 2] , te [plaats] , beiden vertegenwoordigers van de Bewonerscommissie [complex] , eisende partijen, hierna te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] , dan wel gezamenlijk de BC , gemachtigde: mr. W. Albers, tegen De stichting WONINGSTICHTING KENNEMER WONEN , te Heiloo , gedaagde partij, hierna te noemen: Kennemer Wonen, gemachtigde: mr. M.J. Dekker. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 april 2026 - de producties 1 tot en met 17 van [eiser 1] en [eiser 2] - de producties 1 tot en met 16 van Kennemer Wonen - de mondelinge behandeling van 3 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van [eiser 1] en [eiser 2] - de pleitnota van Kennemer Wonen - de zitting is aangehouden tot 1 juli 2026 om [eiser 1] en [eiser 2] in de gelegenheid te stellen hun vordering nader te preciseren, - vervolgens heeft Kennemer Wonen aan [eiser 1] en [eiser 2] verstrekt de Nebest-rapporten uit 20213, 2018 en 2023, voorzien van een begeleidende toelichting, alsook een verklaring van BBA - bij e-mail van 1 juli 2026 heeft Kennemer Wonen om vonnis gevraagd - bij e-mail van 1 juli 2026 hebben [eiser 1] en [eiser 2] daarop gereageerd en uitstel gevraagd en verkregen. - bij e-mail van 8 juli 2026 hebben [eiser 1] en [eiser 2] een aanvullende toelichting op de vordering gegeven en vonnis verzocht - bij e-mail van 3 augustus 2026 heeft Kennemer Wonen tot slot nog haar reactie gegeven en de productie 17 en 18 overgelegd. 2 De feiten 2.1. [eiser 1] en [eiser 2] zijn bewoners van het complex [complex] te [plaats] (hierna te noemen: het Complex) en vertegenwoordigen naar eigen zeggen alle bewoners van het Complex middels de BC . 2.2. Kennemer Wonen is eigenaar en verhuurder van het Complex. 2.3. Kennemer Wonen onderzoekt de toekomst van het Complex, waaronder varianten van verduurzaming, renovatie en sloop/nieuwbouw. 2.4. Na de zitting van 3 juni 2026 heeft Kennemer Wonen aanvullend nog rapporten van Nebest uit 2013, 2028 en 2023, alsook een verklaring van 9 juni 2026 van de directeur, [directeur] , van BBA B.V. overgelegd. Deze verklaring houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: (…) In opdracht van Kennemer Wonen heeft BBA een bouwkundige inspectie uitgevoerd aan het appartementencomplex aan het [complex] te [plaats] . De resultaten van deze inspectie zijn vastgelegd in een bouwkundige inspectie rapportage, zijnde de definitieve en geactualiseerde rapportage d.d. 9 februari 2026, getiteld: 20260200_inspectie [complex] – [plaats] (versie v.2). Deze rapportage betreft een zelfstandig document en bevat de volledige weergave van de door BBA uitgevoerde visuele inspectie, inclusief bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Er bestaan geen aanvullende hoofdstukken die niet aan Kennemer Wonen zijn verstrekt. In december 2025 heeft BBA een presentatie verzorgd, gebaseerd op de destijds actuele versie van de rapportage (d.d. 08-12-2025), waarin de bevindingen uit de bouwkundige opname zijn toegelicht en waarin mogelijke aandachtspunten en vervolgstappen zijn besproken. Het betreft hierbij de volgende presentatie:  BBA-presentatie [complex] – [plaats] . Deze presentatie heeft uitsluitend een informerend en toelichtend karakter en vormt geen afzonderlijk technisch of bouwkundig rapport, noch een nadere of meer uitgebreidere rapportmatige uitwerking dan de hiervoor genoemde bouwkundige opname. De geactualiseerde rapportage en presentatie (versie v2) zijn nadien aangepast op basis van door Kennemer Wonen verstrekte, nieuwe informatie met betrekking tot het isolatiepakket van het dak. Deze aanpassing betreft de enige wijziging en vormt een aanvulling op het oorspronkelijke rapport (20251208_inspectie [complex] - [plaats] ).(…) 2.5. Na de zitting van 3 juni 2026 heeft Kennemer Wonen op 16 juli 2026 aan de [eiser 1] en [eiser 2] het “Adviesaanvraag Voorgenomen besluit sloop/nieuwbouw met verdichting” toegezonden. Bij deze adviesaanvraag (van in totaal 195 bladzijden) horen de volgende bijlagen: Bijlage A: Onderbouwing van de afweging Bijlage B: Uitkomsten woonbelevingsonderzoek Bijlage C: Uitkomsten technische onderzoeken. 3 Het geschil 3.1. [eiser 1] en [eiser 2] vorderen, na wijziging van eis d.d. 8 juli 2026, overlegging van de volgende stukken: de in de BAM-presentatie genoemde onderliggende onderzoeken, berekeningen en bronstukken, het volledige BBA-onderzoek uit 2025, de inspectie uit 2020 waarnaar in de BBA-rapportage wordt verwezen en ook de overige technische onderzoeken die in de Nebest-rapportages van 2013, 2018 en 2023 worden genoemd, het meerjarenonderhoudsplan (hierna: MJOP) indien dit bestaat of heeft bestaan, de in de inmiddels verstrekte Nebest-rapportages genoemde technische onderzoeken die zijn uitgevoerd, voor zover de resultaten daarvan zijn vastgelegd in rapportages, berekeningen, laboratoriumuitslagen, meetgegevens of andere documenten, het constructeursrapport over de staat en draagkracht van de fundering en constructie, alle bouwkundige inspecties, sonderingsrapporten, bodemonderzoeken en rapporten over betonkwaliteit en/of vochtproblematiek, interne verslagen, notities en beslisdocumenten binnen de afdeling Vastgoed en het managementteam van Kennemer Wonen, voor zover deze betrekking hebben op de besluitvorming omtrent de toekomst van het Complex. 3.2. [eiser 1] en [eiser 2] leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser 1] en [eiser 2] hebben namens de BC rechtmatig belang bij inzage in voldoende bepaalbare bescheiden aangaande een rechtsverhouding waarbij zij partij zijn. Het gaat om bescheiden die betrekking hebben op de (voorgenomen) besluitvorming over het Complex. In het kader van het onderzoek aan het Complex door Kennemer Wonen zijn door BAM Wonen, Nebest, Sweco en BBA onderzoeken verricht. [eiser 1] en [eiser 2] zijn afhankelijk van de uitkomsten van deze onderzoeken voor hun rechtspositie, waaronder hun woonzekerheid en hun positie in het participatietraject. Kennemer Wonen heeft, ondanks herhaaldelijk verzoek daartoe, slechts beperkt stukken verstrekt. Zonder deze stukken kunnen [eiser 1] en [eiser 2] de juistheid van de door Kennemer Wonen gepresenteerde informatie niet controleren, geen volwaardig gebruik maken van hun participatierechten en hun rechtspositie niet bepalen. Zij hebben de verzochte stukken nodig om te kunnen voldoen aan een adviesaanvraag voor een te nemen voorgenomen besluit door Kennemer Wonen over sloop of renovatie van het Complex. [eiser 1] en [eiser 2] hebben de bescheiden die zijn verzocht voldoende concreet en specifiek omschreven om overlegging daarvan in kort geding te vorderen. 3.3. Kennemer Wonen voert het volgende aan. Kennemer Wonen is al bijna een jaar actief in overleg met de BC , de eerste bijeenkomt was 9 juli 2025. Er zijn het afgelopen jaar diverse overleggen gevoerd en daar zijn verslagen van gemaakt. Ook zijn er diverse e-mailberichten overgelegd waaruit blijkt dat Kennemer Wonen diverse stukken aan de BC zond, en ook dat Kennemer Wonen de stukken toelicht en vragen beantwoord. Ten tijde van de zitting was er nog geen voorgenomen besluit. Na de zitting, op 16 juli 2026, is de adviesaanvraag over het voorgenomen besluit voor de toekomst van het woongebouw [complex] aan de BC gezonden. De BC heeft een termijn van 12 weken om een advies uit te brengen, daarna moet Kennemer Wonen weer reageren en daarna pas zal er sprake zijn van definitieve besluitvorming. Als gevolg daarvan ontbreekt het spoedeisend belang. De BC heeft alle stukken gekregen. Het gaat dan enerzijds om de stukken die Kennemer Wonen relevant achtte voor mogelijke besluitvorming en door haar telkens zijn overgelegd tijdens het participatietraject en anderzijds om stukken die na de zitting van 3 juni 2026 aanvullend zijn overgelegd. Het gaat dan om een verklaring van de BBA en de rapporten van Nebest van 2013, 2018 en 2023. De thans nog verzochte gegevens zijn volgens Kennemer Wonen echter niet relevant voor de besluitvorming waar [eiser 1] en [eiser 2] op doelen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser 1] en [eiser 2] dan wel de BC daarbij een spoedeisend belang hebben. De vraag of de BC is dit geding een zelfstandige procespartij is laat de kantonrechter in het midden, nu [eiser 1] en [eiser 2] ook als individuele bewoners van het Complex procespartij zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [eiser 1] en [eiser 2] , mede gelet op de aard van de door hun ingestelde vorderingen en de aangevoerde omstandigheden, voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang hebben bij de door haar gevraagde voorzieningen. Er is inmiddels een voorgenomen besluit door Kennemer Wonen bekend gemaakt en een adviesaanvraag aan de BC toegestuurd waarna besluitvorming zal plaatsvinden. 4.2. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vorderingen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. 4.3. Artikel 194 lid 1 Rv bepaalt dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Hieruit volgen dus de voorwaarden waaraan voldaan moet zijn voor een geslaagd beroep op inzage (waaronder begrepen het recht op een afschrift of uittreksel): (i) degene die informatie van een ander verlangt moet partij zijn bij een rechtsbetrekking, (ii) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn, (iii) de partij moet een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en (iv) degene van wie inzage wordt verlangd moet over de gevraagde informatie beschikken. Lid 2 van artikel 194 Rv bevat vervolgens de uitzonderingen: geen recht op inzage bestaat indien degene van wie de gegevens verzocht worden zich op een verschoningsrecht kan beroepen of indien gewichtige reden zich tegen het verstrekken van de gegevens verzetten. Evenmin mag sprake zijn van misbruik van recht en/of strijd met de eisen van een goede procesorde. Artikel 195 Rv bepaalt vervolgens dat dit inzagerecht ook via de rechter gevorderd kan worden. Het doel van het inzagerecht is om opheldering te krijgen over nog niet erkende of omstreden feiten of om de eigen rechtspositie in een reeds ontstaan of potentieel geschil nader te bepalen en om geschillen zo effectief mogelijk op te lossen. Voldaan aan het rechtsbetrekking-vereiste 4.4. De kantonrechter stelt vast dat niet in geschil is dat er tussen partijen sprake is van een rechtsbetrekking en dat de door [eiser 1] en [eiser 2] gevraagde bescheiden deze rechtsbetrekking aangaan. 4.5. De kantonrechter zal hierna per onderdeel van de vordering beoordelen of aan de overige vereisten van artikel 194 Rv is voldaan. onderdeel a. BAM presentatie en onderliggende onderzoeken 4.6. Als productie 10 heeft Kennemer Wonen een verklaring van 6 mei 2026 van de projectmanager van BAM overgelegd. Daaruit volgt dat het schaderapport uit 2023 van BAM volledig en ongewijzigd aan Kennemer Wonen is verstrekt en dat er geen onderdelen van dat rapport zijn weggelaten, achtergehouden of afzonderlijk gerapporteerd. Naar aanleiding van deze verklaring hebben [eiser 1] en [eiser 2] op de zitting van 3 juni 2026 onderdeel a. ingetrokken. In hun akte na de zitting hebben [eiser 1] en [eiser 2] echter aangegeven dat de vordering in stand blijft voor zover deze ziet op de in een presentatie genoemde onderliggende onderzoeken, welke niet zijn verstrekt. De kantonrechter acht het in strijd met de goede procesorde om na de zitting terug te komen op de intrekking van de onderhavige vordering. Daarbij is niet gebleken dat de door [eiser 1] en [eiser 2] genoemde onderliggende stukken onderdeel (bijvoorbeeld als bijlagen) hebben uitgemaakt van de BAM-rapportage en dat Kennemer Wonen daarover (heeft) beschikt. De kantonrechter zal dit onderdeel af afwijzen. onderdeel b. BBA-rapportage 4.7. In de dagvaarding vorderden [eiser 1] en [eiser 2] het volledige BBA-onderzoek van 2025. Ter zitting hebben [eiser 1] en [eiser 2] deze vordering gewijzigd en aangegeven dat zij een verklaring willen van de BBA dat het rapport volledig is. Deze verklaring is op 9 juni 2026 afgegeven door de directeur, [directeur] , van BBA. Kennemer Wonen heeft dus voldaan aan het verzoek van [eiser 1] en [eiser 2] . De kantontrechter acht die verklaring ook afdoende. De vordering zoals deze thans in de akte is gedaan is in strijd met de afspraak dat er volstaan kon worden met een verklaring van de BBA dat het rapport volledig is. Daarnaast is de gewijzigde vordering van [eiser 1] en [eiser 2] te onbepaald. Ook dit onderdeel zal door de kantonrechter worden afgewezen. onderdelen c., e., f. en g. Overige onderliggende technische onderzoeken 4.8. In de aanvullende toelichting hebben [eiser 1] en [eiser 2] aangegeven dat de rapporten van Nebest 2013, 2018 en 2023 inmiddels zijn overgelegd. Volgens [eiser 1] en [eiser 2] ontbreekt echter de inspectie uit 2020 waarnaar in een BBA-rapportage wordt verwezen. Kennemer Wonen voert aan dat zij deze inspectie niet kent en deze inspectie ook niet wordt genoemd in het herstelde, definitieve BBA rapport van februari 2026. 4.9. De kantonrechter concludeert dat in de BBA- presentatie van 11 december 2025 en het definitieve BBA rapport van februari 2026 niet wordt gerept over een inspectie uit 2020. De kantonrechter leidt daaruit af dat dit rapport kennelijk niet gebruikt is bij de rapportage van BBA en daarmee relevantie mist. Daarbij komt dat het onvoldoende is gespecificeerd dat het bestaat. Kennemer Wonen heeft ook aangegeven het niet te kennen. Ook de andere gevorderde onderliggende brondocumenten dan wel rapporten missen naar het oordeel van de kantonrechter relevantie. Niet gebleken is dat Kennemer Wonen de onderliggende brondocumenten heeft gebruikt of daar de beschikking over heeft. Niet is gebleken dat deze onderliggende documenten als bijlagen zijn gevoegd bij de uitgebrachte rapportage. Het enkele feit dat ze in een rapportage ergens worden genoemd is onvoldoende om er thans in dit geval afschrift van te verlangen. Redelijkerwijs kan ook niet van Kennemer Wonen worden gevergd dat zij deze brondocumenten nog opvraagt die zij zelf kennelijk ook niet heeft gebruikt bij het inmiddels voorgenomen besluit. De verzochte documenten zijn immers niet ten grondslag gelegd aan het voorgenomen besluit dat inmiddels aan de BC voor adviesaanvraag is toegezonden. Vooralsnog is er dan ook geen belang bij afgifte. Maar mocht in het kader van de verdere besluitvorming toch blijken dat ze gebruikt zijn of relevant worden dan kan alsnog door [eiser 1] en [eiser 2] een verzoek worden gedaan bij degene die het rapport heeft opgesteld. Ook deze onderdelen zullen worden afgewezen. Onderdeel d. Het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) 4.10. [eiser 1] en [eiser 2] vorderen verstrekking van het MJOP. Kennemer Wonen heeft ter zitting en later in haar reactie op de akte uitleg gegeven waarom het MJOP niet meer aanwezig is. Deze uitleg is door van [eiser 1] en [eiser 2] verzocht en verkregen. De kantonrechter acht de door Kennemer Wonen gegeven verklaring afdoende. Dit onderdeel zal worden afgewezen. Onderdeel h. Interne stukken 4.11. Ook deze vordering van [eiser 1] en [eiser 2] is te onbepaald. Daarbij komt dat Kennemer Wonen voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrijfsmatig belang zich tegen overlegging daarvan verzet. Ook dit onderdeel zal worden afgewezen. Conclusie 4.12. Gezien het bovenstaande concludeert de kantonrechter dat Kennemer Wonen zich aan de afspraak die ter zitting is gemaakt heeft gehouden. [eiser 1] en [eiser 2] hebben in hun bericht van 8 juli 2026 onvoldoende uitgelegd waarom zij terugkomen op de afspraken ter zitting van 3 juni 2026 over de nader over te leggen stukken. Daarbij is gebleken dat Kennemer Wonen inmiddels aanvullende rapportages heeft verstrekt en ook een voorgenomen besluit met onderliggende stukken heeft bekend gemaakt. Aldus is de kantonrechter voorshands van oordeel dat [eiser 1] en [eiser 2] over voldoende informatie beschikken om aan een adviesaanvraag te voldoen en voorshands geen belang hebben bij nog meer informatie die Kennemer Wonen zou moeten verstrekken. 4.13. Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [eiser 1] en [eiser 2] af, 5.2. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, Dit vonnis is gewezen door mr.drs. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2026.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291330 · 2026-08-22
