# Gerechtshof Amsterdam, 04-08-2026 (200.355.129/01)

- Type: Case Law
- Source: Gerechtshof Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:GHAMS:2026:2154
- Date: 2026-08-04
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3AGHAMS%3A2026%3A2154
- Canonical: https://overview.legal/posts/291332
- Topics: Cookies, Social Media, Marketing, Consent, Data Controller, Processing, Controllers, Representatives, Personal Data, Supervisory Authorities

## Summary

Executiegeschil. Uitleg van vonnis waarin een gebod met dwangsom is opgelegd. Plaatsen van cookies. Toestemming van gebruiker: nodig en/of gegeven

## Full text

GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht team I (handel) zaaknummer : 200.355.129/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/761516/ KG ZA 24-1034 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 augustus 2026 in de zaak van LINKEDIN IRELAND UNLIMITED COMPANY , gevestigd te Dublin (Ierland), appellante, advocaat: mr. C. Jeloschek te Amsterdam, tegen [geïntimeerde] VEN, wonend in [plaats] , geïntimeerde, advocaat: mr. M.H.L. Hemmer te Rotterdam. Partijen worden hierna LinkedIn en [geïntimeerde] genoemd. 1 De zaak in het kort LinkedIn is op vordering van [geïntimeerde] in kort geding geboden om het plaatsen van cookies waarvoor toestemming is vereist, op de apparaten van [geïntimeerde] te staken, op verbeurte van een dwangsom. Volgens [geïntimeerde] heeft LinkedIn het gebod overtreden en dwangsommen verbeurd. Hij heeft hiervoor executoriaal beslag ten laste van LinkedIn gelegd. In dit kort geding vordert LinkedIn opheffing van het beslag en schorsing van de executie van de aangezegde dwangsommen. De voorzieningenrechter heeft deze vordering afgewezen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis. 2 Het geding in hoger beroep LinkedIn is bij dagvaarding van 4 maart 2025 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 5 februari 2025 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen onder meer LinkedIn als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie. Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend: - memorie van grieven, met producties; - memorie van antwoord, met producties; Op 2 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben de zaak aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen laten toelichten door hun advocaten. LinkedIn door mr. Jeloschek en door mrs. H.J.E. Osse en L. Poolman, advocaten te Amsterdam. [geïntimeerde] door mr. Hemmer en door mr. S.D. Hendriks, advocaat te Rotterdam. Ten slotte is arrest gevraagd. 3 Feiten Het hof gaat uit van de volgende feiten. 3.1. Bij vonnis van 7 juni 2024 (hierna: het 2024-vonnis) heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam onder meer LinkedIn op vordering van [geïntimeerde] – verkort weergegeven – geboden het plaatsen van cookies waarvoor toestemming vereist is, op apparaten van [geïntimeerde] te staken en gestaakt te houden. Aan het uitgesproken gebod is een dwangsom verbonden van € 500 per overtreding, dan wel (naar keuze van [geïntimeerde] ) € 1.000 per dag, tot een maximum van € 25.000. In het vonnis staan onder meer de volgende overwegingen: 5.10.3 Ook met betrekking tot de LinkedIn cookies hebben gedaagden betwist dat deze als tracking cookies kunnen worden aangemerkt. De bcookie wordt volgens hen niet ingezet voor het identificeren van Linkedln leden en niet voor online advertentiedoeleinden, maar voor het voorkomen van frauduleus verkeer. Het is daarmee volgens gedaagden een functionele cookie zoals ook toegelicht door (…) in een verklaring van 17 mei 2024. [geïntimeerde] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat dit anders is. De li_sugr cookie daarentegen is bedoeld om vast te stellen of de websitebezoeker Linkedln lid is. Gedaagden hebben uiteengezet dat de reden daarvoor is dat de cookiegegevens verkregen via de Insight tag in de EU enkel worden gebruikt voor gepersonaliseerde advertenties als de websitebezoeker een LinkedIn lid is en daarvoor voorafgaande toestemming heeft gegeven. Met de li_sugr worden aldus wel gegevens vastgelegd van de websitebezoeker ten behoeve van advertentiedoeleinden. Daarmee worden dus persoonsgegevens van [geïntimeerde] verwerkt. en 5.20. Dit alles leidt tot de conclusie dat [LinkedIn] (…) door plaatsing en/of uitlezing van de (tracking) cookies zonder zijn toestemming, onrechtmatig [heeft] gehandeld jegens [geïntimeerde] , wegens strijd met de Tw en de AVG. Er is daarom voldoende grond aanwezig voor toewijzing van de vordering van [geïntimeerde] onder I, met dien verstande dat een specifiek gebod wordt toegewezen tot het staken en gestaakt houden van het zonder zijn toestemming (doen) plaatsen en uitlezen van tracking cookies en andere cookies waarvoor toestemming vereist is, op devices van [geïntimeerde] . 3.2. Het dictum van het 2024-vonnis luidt voor zover van belang als volgt: 6.2. gebiedt Linkedin (…) om het zonder diens toestemming (doen) plaatsen dan wel uitlezen van tracking cookies of andere cookies waarvoor toestemming vereist is op de computer en/of apparaten van [geïntimeerde] te staken en gestaakt te houden, 6.3 bepaalt dat [LinkedIn] een dwangsom verbeurt van € 500 (…) per overtreding van dit gebod dan wel – naar keuze van [geïntimeerde] – € 1.000 voor iedere dag (of een gedeelte daarvan) waarop [LinkedIn] in gebreke blijft aan het onder 6.2 genoemde gebod te voldoen en/of daarmee in strijd handelt. tot een maximum van in totaal € 25.000 (…) is bereikt, 3.3. LinkedIn en [geïntimeerde] hebben geen hoger beroep ingesteld tegen het 2024-vonnis. Het 2024-vonnis is op 19 juli 2024 aan LinkedIn betekend. 3.4. In de procedure die heeft geleid tot het 2024-vonnis had [geïntimeerde] zijn vordering onderbouwd met een deskundigenrapport van M. Stoter. In opdracht van [geïntimeerde] heeft deze deskundige, nadat het 2024-vonnis was gewezen, onderzocht of (onder meer) LinkedIn het vonnis had nageleefd. Op 18 januari 2025 heeft Stoter een rapport uitgebracht waarin hij concludeert dat LinkedIn op de twee onderzochte data, 22 juli en 1 augustus 2024, (tracking) cookies heeft geplaatst op de computer van [geïntimeerde] zonder diens toestemming. In het rapport staat onder meer het volgende: (…) In this report, I examine the User’s [ [geïntimeerde] , hof] subsequent experience when, on 22 July 2024 and 1 August 2024, he visited a number of websites in the same fashion, using the Chrome browser on his home computer and recording the network traﬃc of the web browsing session. (…) 3 Analyzing the User’s network traﬃc In three browsing sessions, on 22 July 2024 and 1 August 2024, the User used his Chrome browser to visit 163 websites, visiting the homepages of each of these websites in turn. The User did not click on any cookie banner buttons, nor perform any other interaction that could be interpreted as giving consent for the setting or reading of third-party cookies on his computer. As previously, before conducting the browsing, the User set the Chrome browser to record all network traﬃc using the Developer Tools available within the browser. This created ‘HAR’ ﬁles, which record all network traﬃc occurring while using the browser. This ﬁle includes all data related to cookies being set or read while the User browses. (…) d. LinkedIn cookies (linkedin.com) On 58 sites that the User visited, [LinkedIn] set and/or read cookies with its ‘px.ads.linkedin.com’ domain. This domain is associated with its LinkedIn business unit, which is a well known professional networking site. In the pleading notes of 22 May 2024, [LinkedIn] described this domain as an ‘ad server’. It is worth noting that this cookie activity occurs whether the User has a LinkedIn account or not. From the visits to those 58 websites, [LinkedIn] set and/or read cookies on 177 separate network calls, with each network call setting and/or reading one or more cookies. On each occasion, both the cookie and li_gc were set and/or read. The following is a representative list of the network calls from the 58 websites to linkedin.com that involved the transmission of personal cookie data. The full data set is provided at Appendix 2. [volgt een overzicht, hof] It can be seen in this extract that two cookies, ‘ bcookie ’ and ‘ li_gc ’ are commonly set and read by LinkedIn, with both of these cookies being set at the beginning of the browsing session and then read repeatedly once set. These actions are performed without any consent signal being sent from the User. In almost every case, the information was sent together with a ‘referer’ parameter, which includes the URL of the website being browsed. (…) 3.5. Op 17 oktober 2024 heeft [geïntimeerde] aan LinkedIn de verbeurte van € 25.000 aangezegd wegens 183 overtredingen van het in het 2024-vonnis uitgesproken gebod. 3.6. [geïntimeerde] heeft op 11 december 2024 ten laste van LinkedIn executoriaal derdenbeslag doen leggen onder DPG Media B.V. 4 Procedure bij de voorzieningenrechter 4.1. LinkedIn heeft, samengevat, bij de voorzieningenrechter gevorderd het executoriale derdenbeslag op te heffen, de executie van de aangezegde dwangsommen te schorsen en [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten, de nakosten en de beslagkosten. [geïntimeerde] heeft, voor zover in hoger beroep van belang, in reconventie gevorderd om het bedrag van de verbeurde dwangsommen van LinkedIn vast te stellen op € 25.000. 4.2. De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis de vordering van LinkedIn afgewezen en, uitvoerbaar bij voorraad, het bedrag aan door LinkedIn verbeurde dwangsommen vastgesteld op € 25.000, en LinkedIn in de proceskosten veroordeeld. 5 Vordering in hoger beroep 5.1. LinkedIn vordert in hoger beroep vernietiging van het bestreden vonnis en afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] , veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van de dwangsommen die LinkedIn na het bestreden vonnis heeft betaald met rente, en – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties. 5.2. [geïntimeerde] concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis met, naar het hof begrijpt, veroordeling van LinkedIn in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente, uitvoerbaar bij voorraad. 6 Beoordeling Inleiding 6.1. Deze zaak heeft een internationaal karakter omdat LinkedIn in het buitenland is gevestigd. De Nederlandse rechter is in dit executiegeschil krachtens art. 24 sub 5 Brussel Ibis Vo internationaal bevoegd. Die bevoegdheid is tussen partijen overigens ook niet in geschil. De voorzieningenrechter heeft Nederlands recht op de zaak toegepast. Daartegen is geen grief gericht zodat ook het hof hiervan zal uitgaan. 6.2. Volgens [geïntimeerde] heeft LinkedIn het gebod opgelegd in het 2024-vonnis 183 keer overtreden. [geïntimeerde] heeft stukken overgelegd waaruit volgens hem volgt dat tijdens ‘browsing-sessies’ op 22 juli en 1 augustus 2024 bij het bezoeken van diverse websites twee cookies van LinkedIn op het apparaat van [geïntimeerde] zijn geplaatst. [geïntimeerde] voert aan dat hij daarvoor geen toestemming heeft gegeven, terwijl dat wel had gemoeten. De cookies van LinkedIn waar het om gaat zijn: ‘bcookie’ en ‘li_gc’. 6.3. LinkedIn betwist niet dat bcookie en li_gc op de apparaten van [geïntimeerde] zijn geplaatst. Volgens LinkedIn vallen deze cookies niet onder het gebod opgelegd in het 2024-vonnis. LinkedIn voert verder aan dat voor het plaatsen van bcookie en li_gc geen toestemming was vereist van [geïntimeerde] , en dat [geïntimeerde] deze toestemming wel heeft gegeven. Volgens LinkedIn heeft de voorzieningenrechter ten onrechte geoordeeld dat zij dwangsommen heeft verbeurd. Zij komt met vijf grieven op tegen het bestreden vonnis en de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Uitleg van het gebod in het 2024-vonnis (grieven 1 en 2) 6.4. Partijen twisten over de uitleg die moet worden gegeven aan het gebod dat onder 6.2 van het 2024-vonnis aan LinkedIn is opgelegd. Dit kort geding is een executiegeschil waarbij het erom gaat of LinkedIn dwangsommen heeft verbeurd omdat zij het gebod opgelegd in het 2024-vonnis niet of onvoldoende heeft nageleefd. In zo een zaak heeft de rechter niet tot taak de in het onderliggende vonnis (het 2024-vonnis) besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar dient hij zich ertoe te beperken de ter uitvoering van dit vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in de zin dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel. 6.5. LinkedIn stelt de uitleg van het 2024-vonnis aan de orde met haar grieven 1 en 2. Zij voert het volgende aan. Het gebod in het 2024-vonnis is beperkt tot de cookie ‘li_sugr’. Dit is de enige cookie waarvan in het 2024-vonnis is geoordeeld dat voor het plaatsen ervan toestemming is vereist. In het 2024-vonnis is van bcookie geoordeeld dat [geïntimeerde] onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat voor het plaatsen van deze cookie toestemming is vereist. In het 2024-vonnis is li_gc niet aan de orde geweest. Het gebod moet daarom zo worden uitgelegd dat het beperkt is tot li_sugr. LinkedIn heeft effectief gebleken maatregelen genomen om te verhinderen dat deze cookie zonder toestemming wordt geplaatst op apparatuur van [geïntimeerde] en heeft het gebod dus nageleefd. [geïntimeerde] bestrijdt deze uitleg en wijst op het volgende. In het dictum van het 2024-vonnis is niet een gebod specifiek voor li_sugr maar een breder geformuleerd gebod opgelegd. Li_sugr is in het 2024-vonnis gebruikt als een voorbeeld van een toestemmingsplichtige cookie. Het is niet juist dat in de procedure die vooraf ging aan het 2024-vonnis alleen li_sugr aan de orde is geweest. [geïntimeerde] heeft zijn zaak onderbouwd met een verwijzing naar verschillende cookies, waaronder li_gc. Deze zijn echter niet expliciet besproken door de voorzieningenrechter. 6.6. Het hof oordeelt als volgt. Het gebod zoals verwoord in het dictum van het 2024-vonnis is niet beperkt tot een specifiek genoemde cookie. Het noemt in het dictum “tracking cookies of andere cookies waarvoor toestemming vereist is”. Het gebruik, tot tweemaal toe, van het woord “cookies” (meervoud) wijst erop dat meer dan één (specifieke) cookie onder het bereik van het gebod kan vallen. Ook de (afrondende) overweging 5.20 van het 2024-vonnis spreekt over cookies (meervoud) en geeft daarmee steun aan een uitleg dat het gebod niet beperkt is tot een specifieke cookie. De omstandigheid dat het gebod ten aanzien van LinkedIn is onderbouwd met de verwijzing naar een specifieke cookie maakt niet dat het gebod (veel) beperkter dan als in het dictum verwoord moet worden uitgelegd. [geïntimeerde] heeft er terecht op gewezen dat hij zich in de procedure die vooraf ging aan het 2024-vonnis heeft beroepen op verschillende cookies die volgens hem toestemmingplichtig zijn, waaronder li_gc. LinkedIn heeft hieruit moeten begrijpen dat de in het 2024-vonnis besproken cookie li_sugr is aangehaald als voorbeeld van een toestemmingsplichtige cookie. Dit betekent dat het gebod niet is beperkt tot li_sugr. In beginsel iedere cookie die is aan te merken als een tracking cookie of een andere cookie waarvoor toestemming is vereist, valt onder het bereik van het gebod. Anders dan LinkedIn betoogt, leidt deze uitleg niet ertoe dat [geïntimeerde] een positie krijgt van toezichthouder of uitgenodigd zou worden eigenrichting te plegen. Een in algemene termen omschreven ge- of verbod is toelaatbaar in de Nederlandse rechtspraktijk, ook als op overtreding daarvan een dwangsom is gesteld. Een dergelijke maatregel kan door degene ten gunste van wie die is uitgesproken niet naar eigen goeddunken ten uitvoer worden gelegd. Dit kan alleen voor overtredingen van de maatregel waarvan, kort gezegd, in redelijkheid niet betwijfeld kan worden dat zij een overtreding opleveren. De geëxecuteerde kan de (executie)rechter om een oordeel vragen over de rechtmatigheid van de executie. 6.7. LinkedIn heeft wel terecht aangevoerd dat het gebod in het 2024-vonnis zich niet uitstrekt tot bcookie. In het 2024-vonnis is overwogen dat [geïntimeerde] niet aannemelijk heeft gemaakt dat bcookie een toestemmingsplichtige cookie is. LinkedIn mocht er daarom vanuit gaan dat deze cookie niet viel onder de reikwijdte van het gebod zodat zij, nadat het 2024-vonnis was gewezen en aan haar was betekend, geen specifieke maatregelen voor deze cookie hoefde te nemen. Het betoog van [geïntimeerde] dat hij nu wel aannemelijk heeft gemaakt dat bcookie een toestemmingsplichtige cookie is, kan hem niet baten. Als deze, door LinkedIn betwiste, stelling juist is, kan dat een grond zijn voor een nieuw verbod tegen LinkedIn. [geïntimeerde] kan echter niet met terugwerkende kracht deze cookie onder de reikwijdte van het opgelegde gebod in het 2024-vonnis brengen. 6.8. De slotsom is dat de grieven 1 en 2 gedeeltelijk succes hebben, namelijk ten aanzien van bcookie. Deze cookie valt niet onder de reikwijdte van het opgelegde gebod in het 2024-vonnis. Deze grieven gaan niet op voor li_gc. Die cookie kan wel onder de reikwijdte van het gebod vallen. Of dat het geval is, wordt hierna beoordeeld. Li_gc toestemmingsplichtig – grief 4 6.9. Het hof zal eerst grief 4 beoordelen. LinkedIn betoogt daarin voor zover nog van belang dat li_gc een functionele cookie is waarvoor geen toestemmingsvereiste geldt. Het hof gaat voor de beoordeling van deze grief, ook gelet op wat partijen hierover tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben verklaard, uit van het volgende. 6.10. LinkedIn biedt de dienst ‘LinkedIn Marketing Solutions’ (LMS) aan. Een afnemer van deze dienst (‘advertiser’) kan daarmee advertentiecampagnes uitvoeren, onder meer door op zijn website advertenties te tonen, die gericht zijn op de bezoekers van die website. LMS klanten kunnen hiervoor de zogeheten ‘Insight Tag’ van LinkedIn installeren. Dit is een JavaScript-code (een programmeertaal die in de webbrowser draait), die de advertiser op diens website plaatst, en die onder meer cookies kan plaatsen. 6.11. Li_gc staat voor ‘LinkedIn guest consent’. Li_gc is een cookie van LinkedIn die gebruikt wordt in het kader van LMS en door de website van de advertiser op een apparaat van de bezoeker van deze website wordt geïnstalleerd. Deze cookie slaat de cookievoorkeuren van gastbezoekers van het LinkedIn Platform op. Dit zijn personen die geen LinkedIn-account hebben of daarop niet zijn ingelogd. Als een advertiser op zijn website de Insight Tag heeft geïnstalleerd, zal dit programma de li_gc cookie van LinkedIn op het apparaat van de bezoeker van die website installeren. Dit gebeurt in alle gevallen, en dus onder meer ook als de bezoeker nog nooit LinkedIn heeft bezocht, alle cookies van de website van de advertiser heeft geweigerd via de tracking banner, of alle cookies op LinkedIn heeft geweigerd. De functie van deze cookie is te waarborgen dat niet-essentiële cookies alleen worden geplaatst op het apparaat van een gastbezoeker als deze daarvoor toestemming heeft gegeven. 6.12. Volgens LinkedIn is li_gc een functionele, niet toestemmingsplichtige cookie omdat deze wordt gebruikt om de cookievoorkeuren van websitebezoekers te bewaren. Volgens LinkedIn is li_gc een cookie, die strikt noodzakelijk is om de door de websitebezoeker gevraagde dienst van de informatiemaatschappij te leveren. Zij verwijst hierbij naar een document van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) ‘Veelgestelde vragen over de cookiebepaling’ en naar een Opinion van het Europese gegevensbeschermingsadviesorgaan (Artikel 29 Werkgroep), ‘Opinion 04/2012 on Cookie Consent Exemption’. 6.13. Het hof overweegt als volgt. Uit artikel 11.7a lid 1 Telecommunicatiewet (Tw) volgt onder meer dat het plaatsen van cookies op apparatuur van een bezoeker van een website alleen is toegestaan indien de bezoeker daarvoor toestemming heeft gegeven. Artikel 11.7a lid 3 Tw bepaalt dat er geen toestemmingsvereiste geldt voor een cookie die strikt noodzakelijk is om de door de websitebezoeker gevraagde dienst van de informatiemaatschappij te leveren. 6.14. Naar voorlopig oordeel van het hof kan li_gc – in elk geval wanneer deze cookie wordt geplaatst door de website van een derde partij (een advertiser) – niet worden beschouwd als een cookie waarvoor geen toestemming hoeft te worden gegeven. LinkedIn heeft niet duidelijk kunnen maken waarom deze cookie strikt noodzakelijk is om de door de websitebezoeker gevraagde dienst van de advertiser te leveren. Een van de websites waarvan [geïntimeerde] onbetwist heeft gesteld dat bij een bezoek de cookie li_gc op zijn apparaat is geplaatst, is de website https://www.hogeveluwe.nl. Een bezoeker van deze website vraagt om de levering van de dienst van die website: informatie over het nationale park De Hoge Veluwe. Niet gebleken is dat het plaatsen van li_gc voor het leveren van die dienst strikt noodzakelijk is. 6.15. De door LinkedIn genoemde documenten van de ACM en de Artikel 29 Werkgroep bieden geen aanknopingspunten om aan te nemen dat er in de hiervoor beschreven situatie voor het plaatsen van een cookie als li_gc geen toestemming zou zijn vereist. Het hof kan daarbij in het midden laten welke betekenis deze documenten hebben bij de uitleg en toepassing van artikel 11.7a Tw. 6.16. Li_gc kan worden beschouwd als een zogeheten ‘no-follow’ cookie als beschreven op pagina 6 van het document van de ACM. Volgens de ACM kan een dergelijke cookie als strikt noodzakelijk worden gezien. De ACM verlangt daarbij wel een aantal waarborgen. Het document vermeldt hierover onder meer het volgende: Valt de no-follow cookie onder de uitzondering van artikel 11.7a, derde lid, Tw? De zogenaamde “no-follow cookie” die gebruikt wordt om te registreren dat iemand geen cookies wil, kan gezien worden als een door een gebruiker gevraagde dienst waarbij het plaatsen van gegevens strikt noodzakelijk is. Dit lijkt tegenstrijdig nu de gebruiker immers kenbaar heeft gemaakt geen gegevens te willen laten plaatsen. ACM oordeelt dat in dit specifieke geval een no-follow cookie als strikt noodzakelijk gezien mag worden. ACM verlangt hierbij wel de volgende waarborgen: - de gebruiker moet een keuze gehad hebben tussen het toestaan en weigeren van cookies én gekozen hebben om cookies te weigeren. Indien de gebruiker geen handeling heeft verricht zal de website logischerwijs moeten blijven informeren dat de website voornemens is cookies te plaatsen; - de website dient de gebruiker te informeren dat een no-follow cookie geplaatst zal worden met als enig doel de registratie van de keuze; (…) Van beide bedoelde waarborgen is niet gebleken dat daar bij het plaatsen van li_gc door een website van een derde (de advertiser) is voldaan. Zoals in 6.11 is overwogen,wordt deze cookie in alle gevallen geplaatst en dus ook als de bezoeker van de website geen keuze heeft gemaakt tussen het accepteren en weigeren van cookies. LinkedIn heeft niet aangevoerd, en ook is niet anderszins gebleken, dat in een dergelijk geval de bezoeker wordt geïnformeerd dat de website voornemens is cookies te plaatsen. Evenmin is gebleken dat de bezoeker van de website van een advertiser wordt geïnformeerd dat een no-follow cookie geplaatst zal worden. Overigens is het de vraag of de hiervoor genoemde passage wel ziet op het geval dat in deze zaak aan de orde is, namelijk dat een cookie van LinkedIn wordt geplaatst op het moment van bezoek van de website van een derde. Omdat in deze zaak niet is voldaan aan de hiervoor genoemde waarborgen, kan ook dit verder in het midden blijven. 6.17. Wat betreft het document van de Artikel 29 Werkgroep geldt dat uit de door LinkedIn genoemde vindplaats slechts volgt dat een cookie die gebruikt wordt om voorkeuren van de gebruiker vast te leggen in bepaalde omstandigheden onder een vrijstelling (van, naar het hof begrijpt, het toestemmingsvereiste) kan vallen. Waarom dit voor li_gc zou gelden, heeft LinkedIn niet toegelicht. 6.18. LinkedIn heeft ten slotte nog opgemerkt dat de websitebeheerder (in dit geval: de advertiser) verantwoordelijk is voor de naleving van de regelgeving voor de op diens website geplaatste cookies van derden (in dit geval: LinkedIn). Wat hier ook van moge zijn, aangenomen moet worden dat deze verantwoordelijkheid (ook) op LinkedIn rust. In het 2024-vonnis is LinkedIn aangemerkt als partij op wie de verplichtingen voortvloeiend uit de Telecommunicatiewet rusten. Daar zal in dit kort geding vanuit moeten worden gegaan. 6.19. Uit het voorgaande volgt dat op grond van artikel 11.7a lid 1 Tw voor het plaatsen van li_gc via de website van een advertiser, toestemming vereist is van de bezoeker van die website. Dit leidt tot de conclusie dat grief 4 niet slaagt. [geïntimeerde] toestemming gegeven – grief 3 6.20. Onder grief 3 voert LinkedIn aan dat [geïntimeerde] in juli en augustus 2024 toestemming had gegeven voor het plaatsen van alle cookies die LinkedIn gebruikt. [geïntimeerde] zou deze toestemming hebben gegeven via de cookie-instellingen op het LinkedIn Platform. LinkedIn heeft als bewijs daarvan een schermafbeelding van deze instellingen overgelegd, zoals zij zouden gelden in juli en augustus 2024. [geïntimeerde] voert hierover aan dat hij ervan uitgaat dat hij geen schuifjes voor toestemming heeft aangezet maar dat hij dit zich niet met zekerheid kan herinneren. Hij weet wel zeker dat hij nooit bewust zijn toestemming heeft gegeven om zich door Linkedln over vele websites op het internet te laten volgen, laat staan op websites waar hij zelf toestemming voor cookies weigert. [geïntimeerde] wijst erop dat LinkedIn over de door hem gegeven toestemming geen concrete informatie heeft verstrekt, anders dan de overgelegde schermafbeelding. 6.21. In deze kortgedingprocedure kan niet met zekerheid worden vastgesteld of, zoals LinkedIn aanvoert, [geïntimeerde] toestemming voor het plaatsen van alle cookies van LinkedIn heeft gegeven. Daarvoor is nadere bewijslevering nodig, waarvoor dit kort geding zich niet leent. Het hof is voorshands van oordeel dat LinkedIn niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [geïntimeerde] de bedoelde toestemming heeft verleend. Uit artikel 7 lid 1 AVG volgt dat LinkedIn als verwerkingsverantwoordelijke moet kunnen aantonen dat de gebruiker toestemming heeft gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens. LinkedIn heeft hiervoor uitsluitend de – niet gedateerde – hiervoor bedoelde schermafbeelding overgelegd tezamen met een zogeheten ‘Cookie Table’ en een – verder niet toegelicht – document waaruit zou moeten volgen dat [geïntimeerde] deze toestemming heeft gegeven op 23 december 2021. Deze stukken zijn niet toereikend om aan te kunnen nemen dat [geïntimeerde] de door artikel 7 lid 1 AVG vereiste geïnformeerde toestemming heeft gegeven voor het gebruik van cookies van LinkedIn op websites van derden waarvan [geïntimeerde] zelf de toestemming voor cookies weigert. Niet duidelijk is geworden welke informatie LinkedIn aan [geïntimeerde] ter beschikking heeft gesteld bij het vragen van toestemming. LinkedIn heeft de informatie die te vinden zou moeten zijn als de gebruiker op de knop ‘Learn more’ niet overgelegd. 6.22. Dit betekent dat grief 3 geen succes heeft. Dit leidt tot de volgende tussenconclusie. Het plaatsen van li_gc op de manier zoals hiervoor in rov. 6.10 e.v. omschreven, levert een overtreding op van het gebod opgelegd in het 2024-vonnis. Ter zitting in hoger beroep is namens LinkedIn bevestigd dat als het gebruik van een van de cookies waar het in deze zaak over gaat, moet worden gezien als een overtreding van het gebod, er per cookie meer dan vijftig overtredingen zijn geweest. Daarmee staat vast dat LinkedIn door het gebruik van li_gc het maximumbedrag aan dwangsommen heeft verbeurd. Bewijswaardering – grief 5 6.23. Met grief 5 keert LinkedIn zich tegen de manier waarop de voorzieningenrechter gebruik heeft gemaakt van het rapport van Stoter en de overweging dat LinkedIn daar vrijwel niets tegenover heeft gesteld. In hoger beroep heeft LinkedIn onder meer een rapport van een deskundige overgelegd waarin kritiek wordt gegeven op het rapport van Stoter. 6.24. Het hof heeft zijn oordeel dat LinkedIn het maximumbedrag aan dwangsommen heeft verbeurd niet gebaseerd op het rapport van Stoter. LinkedIn heeft daarom geen belang bij de behandeling van de grief. Gegrondbevinding daarvan kan namelijk niet tot vernietiging van het bestreden vonnis leiden. Afronding 6.25. Het hoger beroep heeft geen succes. Weliswaar slagen de grieven 1 en 2 gedeeltelijk maar dit heeft niet tot gevolg dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. Het plaatsen van li_gc vormt een overtreding van het gebod opgelegd in het 2024-vonnis. LinkedIn heeft met het plaatsen van deze cookie het gebod zo vaak overtreden dat zij alleen al daarmee het maximumbedrag aan dwangsommen heeft verbeurd. 6.26. LinkedIn is in het hoger beroep overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten daarvan. Het hof stelt deze proceskosten als volgt vast: - griffierecht € 362 - salaris advocaat € 3.340 (tarief III, 2 punten) Totaal € 3.702 7 Beslissing Het hof: 7.1. bekrachtigt het bestreden vonnis; 7.2. veroordeelt LinkedIn in de proceskosten in hoger beroep, tot nu toe aan de kant van [geïntimeerde] vastgesteld op € 3.702, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de proceskostenveroordeling is voldaan; 7.3. veroordeelt LinkedIn tot betaling van € 189 voor nasalaris, te vermeerderen met € 98 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan; 7.4. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 7.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. K.A.J. Bisschop, B.J. Lenselink en A.W.G. Artz en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2026.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291332 · 2026-08-22
