# Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-06-2026 (C/02/447664 FA RK 26-2210)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Identifier: ECLI:NL:RBZWB:2026:6271
- Date: 2026-06-11
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBZWB%3A2026%3A6271
- Canonical: https://overview.legal/posts/291349
- Topics: Personal Data, Public Authority, Representatives, Identification

## Summary

Voornaamswijziging minderjarige

## Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/447664 FA RK 26-2210 datum uitspraak: 11 juni 2026 beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van [verzoeker 1] , en [verzoeker 2] , wonende in [woonplaats] , in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van na te noemen minderjarige, hierna te noemen verzoekers, advocaat mr. E.P.J. Appelman. 1 Het procesverloop 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 22 april 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - de akte met nummer [nummer] van het jaar 2015 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Breda; - de op 22 mei 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de hierna onder 1.3. te noemen belanghebbende. 1.2 Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda. 1.3 Na te noemen [minderjarige] is gelet op zijn leeftijd in staat gesteld zijn mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd kindgesprek. [minderjarige] heeft een brief geschreven aan de rechter. 2 Het verzoek Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van de [minderjarige] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015. 3 De beoordeling 3.1 In voormelde geboorteakte staan als voornamen van de minderjarige vermeld: ‘ [voornaam] [middelste naam] ’. 3.2 Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft. 3.3 In rechte staat vast dat verzoekers de wettelijk vertegenwoordigers zijn van de minderjarige. Zij worden in hun verzoek ontvangen. 3.4 Omdat verzoekers en de minderjarige in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, omdat de gewone verblijfplaats van verzoekers en de minderjarige binnen haar rechtsgebied is gelegen. 3.5 Aangezien de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek. 3.6 Verzoekers verzoeken de voornaam van de minderjarige te wijzigen van [voornamen] naar ‘ [voornaam] ’. Zij leggen aan dit verzoek het volgende ten grondslag. De tweede voornaam is geen vrije en weloverwogen keuze geweest, maar is tot stand gekomen onder psychische en religieuze druk vanuit oudere familieleden. Aangegeven werd dat het niet vernoemen naar de naam [middelste naam] ernstige gevolgen zou kunnen hebben. De angst en onzekerheid die dit gaf, heeft ertoe geleid dat verzoekers mee zijn gegaan in die wens. De tweede voornaam heeft nog altijd een beladen karakter. Bij verzoekster heeft het destijds ook geleid tot psychische klachten. In de praktijk is de tweede voornaam ook nooit gebruikt. Met het ouder worden van [minderjarige] neemt de kans toe dat zijn officiële namen gebruikt zullen worden bij bijvoorbeeld diploma’s en reizen. Dit veroorzaakt bij verzoekers aanhoudende spanning en geeft het risico dat ook [minderjarige] in de toekomst geconfronteerd wordt met een naam die voor zijn ouders een negatieve lading heeft. De voornaam vormt ook geen onderdeel van zijn feitelijke identiteit. Verzoekers hebben lange tijd geaarzeld om dit verzoek in te dienen, maar hebben inmiddels afstand genomen van de betreffende familieleden. Zij vinden het in hun belang en dat van [minderjarige] om deze stap alsnog te zetten. 3.7 Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. 3.8 Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze ook gebruikelijke voornamen zijn. 3.9 Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van de minderjarige. Daarbij is in aanmerking genomen dat naar het oordeel van de rechtbank verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de tweede voornaam van [minderjarige] geen bewuste keuze is geweest en voor verzoekers psychisch belastend is. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de eerste voornaam ongewijzigd blijft en dat dat de naam is waarmee de minderjarige zich zal identificeren en waar hij onder bekend staat. [minderjarige] heeft in de brief aan de rechter ook aangegeven dat hij het eens is met de naamswijziging. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] de voornamen van de minderjarige, zoals vermeld in de akte met nummer [nummer] van het jaar 2015 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat de voornaam voortaan luidt: ‘ [minderjarige] ’. Deze beschikking is gegeven door mr. Van de Kraats en in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291349 · 2026-08-22
