Rechtbank Rotterdam, 16-07-2026 (NL:TZ:2608871:R-RK - NL:TZ:2608882:R-RK)
Dwangakkoord toewijzen. Saneringskrediet. Voldoende aannemelijk dat het voorstel het maximaal haalbare is. Sprake van een ontheffing van de sollicitatieplicht.
Full text
Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummers: [nummer 1] - [nummer 2] uitspraakdatum: 16 juli 2026 in de zaak van: [verzoeker] , [postbus] , [postcode] [woonplaats] , verzoeker, 1 De procedure Verzoeker heeft op 8 april 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een tweetal schuldeisers, te weten: Hoist Finance AB, in behandeling bij LAVG Gerechtsdeurwaarders (hierna: Hoist Finance); Unigarant N.V., in behandeling bij LAVG Gerechtsdeurwaarders (hierna: Unigarant); die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. LAVG heeft, namens Hoist Finance en Unigarant, voorafgaand aan de zitting, op 30 juni 2026, een verweerschrift aan de rechtbank toegezonden. Namens verzoeker zijn voorafgaand aan de zitting, op 30 juni 2026 en op 2 juli 2026, aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden. Ter zitting van 9 juli 2026 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; mevrouw [naam 1] , partner van verzoeker; de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] , beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening); mevrouw J. Folugo, beschermingsbewindvoerder van verzoeker. De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Verzoeker heeft ter zitting aanvullende stukken overgelegd. De uitspraak is bepaald op heden. 2 Het verzoek Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift negen schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser en acht concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 38.000,02 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 18 december 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 6,26%% aan de preferente schuldeisers en 3,13% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker bevindt zich in een kwetsbare positie en heeft een ontheffing van de sollicitatieplicht. Het is niet de verwachting dat de inkomstensituatie op korte termijn verbetert. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft hulp gezocht voor zijn verslaving en is inmiddels al geruime tijd clean. Sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening heeft hij geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan. Verzoeker werkt goed mee en zijn financiële situatie is stabiel, aldus de beschermingsbewindvoerder. Zeven schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Hoist Finance en Unigarant stemmen hier niet mee in. Hoist Finance heeft een vordering van € 2.205,22 op verzoeker, welke 5,8% van de totale schuldenlast beloopt. Unigarant heeft een vordering van € 1.020,63 op verzoeker, welke 2,7% van de totale schuldenlast beloopt. 3 Het verweer In de contacten met schuldhulpverlening hebben Hoist Finance en Unigarant te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. In hun verweerschrift hebben Hoist Finance en Unigarant – kort samengevat – gesteld dat verzoeker niet heeft gemotiveerd waarom zij niet in redelijkheid hebben kunnen weigeren om in te stemmen met het aangeboden akkoord. Met enkel de opmerking dat de belangen van verzoeker en andere schuldeisers onevenredig worden geschaad kan niet worden volstaan. De wettelijke schuldsaneringsregeling biedt betere vooruitzichten voor de schuldeisers dan het huidige aanbod. Bovendien biedt die regeling betere waarborgen, zoals toezicht vanuit de rechter-commissaris. Verder is verzoeker verslaafd geweest. De vorderingen die toen zijn ontstaan, zijn niet te goeder trouw ontstaan. Ook is niet gesteld, noch gebleken, dat de verslaving al één jaar onder controle is. Uit het voorstel blijkt bovendien niet waarom verzoeker niet in staat zou zijn om (fulltime) te werken. Er wordt weliswaar verwezen naar een ontheffing, maar een medische onderbouwing ontbreekt. Derhalve kan niet worden vastgesteld of verzoeker al dan niet zou kunnen voldoen aan de inspanningsplicht. Verder stellen zij zich op het standpunt dat het voorstel op basis van een saneringskrediet niet het maximaal haalbare is. Verzoeker is een 41-jarige man met een uitkering op grond van de Participatiewet. In de wettelijke schuldsaneringsregeling zal hij intensief moeten solliciteren om zoveel mogelijk inkomsten te genereren. Over een periode van 18 maanden zou zijn inkomen hoger kunnen komen te liggen dan op basis van zijn uitkering. Gelet op de huidige schuldenlast van verzoeker zou er in dat geval geen sprake zijn van een uitzichtloze financiële situatie. Een saneringskrediet is dan ook niet het juiste aanbod. Hoist Finance en Unigarant stellen zich daarom op het standpunt dat zij terecht hebben mogen weigeren om in te stemmen met het aangeboden akkoord. Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben zij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting verder toe te lichten. 4 De beoordeling Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Hoist Finance en Unigarant bij hun weigering vast. De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Hoist Finance en Unigarant in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Daarvoor is het volgende redengevend. De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Hoist Finance en Unigarant een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast van in totaal 8,5%. Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk zeven van de negen schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan. De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd. De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker niet beschikt over betaald werk en dat hij een Participatiewet-uitkering ontvangt. Verzoeker heeft een ontheffing van de sollicitatieplicht van 1 augustus 2025 tot en met 21 juli 2027. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij graag weer wil gaan werken. Bij verzoeker is evenwel nog steeds sprake van onderliggende problematiek en een onstabiele woonsituatie, waardoor het niet aannemelijk is dat verzoeker binnen afzienbare tijd (fulltime) terugkeert op de arbeidsmarkt. Daarbij is voldoende aannemelijk geworden dat hij in de komende periode geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan zijn huidige inkomen. Voorts is ter zitting door de beschermingsbewindvoerder verklaard dat de financiële situatie stabiel is. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede. De Belastingdienst heeft bovendien haar vordering verlaagd, aldus de beschermingsbewindvoerder. De vordering bedraagt thans € 13.975,-. Dit betekent dat de totale schuldenlast ook daalt, wat ook de andere schuldeisers ten goede komt. Zij zullen dan immers een hoger percentage kunnen ontvangen. Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld. Een weigeringsgrond voor toepassing van het wettelijk traject is ook niet aannemelijk gebleken. Wat er ook zij van de stelling dat verzoeker schulden heeft laten ontstaan door zijn verslaving, verzoeker heeft die verslaving inmiddels al geruime tijd onder controle. Bovendien is de financiële situatie van verzoeker stabiel. Hoist Finance en Unigarant hebben bovendien niet gesteld welke schulden dan door die verslaving zouden zijn ontstaan en hun eigen vorderingen dateren van langer dan drie jaar geleden, zodat deze buiten de referte termijn van de toetsing van de goede trouw vallen. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Hoist Finance en Unigarant, die geweigerd hebben in te stemmen. Het verzoek om Hoist Finance en Unigarant te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen. Hoist Finance en Unigarant zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil. De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen. 5 De beslissing De rechtbank: - beveelt Hoist Finance en Unigarant om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling; - veroordeelt Hoist Finance en Unigarant in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil; - bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming; - wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.