# Rechtbank Den Haag, 24-06-2026 (C/09/692900 / FA RK 25-7677 en C/09/694780 / FA RK 25-8701)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2026:20808
- Date: 2026-06-24
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2026%3A20808
- Canonical: https://overview.legal/posts/291362
- Topics: Minors, Supervision, Right of Access Procedures, Privacy Impact Assessment, DPIA

## Summary

Hoofdverblijfplaats, nakoming ouderschapsplan, opheffing kindrekening en kinderalimentatie. Wijziging hoofdverblijf bij co-ouderschap niet nodig voor aanvragen toeslagen voor de kinderen.

## Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummers: FA RK 25-7677 en FA RK 25-8701 Zaaknummers: C/09/692900 en C/09/694780 Datum beschikking: 24 juni 2026 Hoofdverblijfplaats, nakoming ouderschapsplan, opheffing kindrekening en kinderalimentatie Beschikking op het op 10 oktober 2025 ingekomen verzoek in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/692900 / FA RK 25-7677 en het op 13 november 2025 ingekomen verzoek in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/694780 / FA RK 25-8701 van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. N.T. Vogelaar te Maasdijk. Procedure Bij beschikking van 22 december 2025 van deze rechtbank – voor zover hier van belang –: - zijn partijen verwezen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen; - is bepaald dat partijen zich uiterlijk op 6 februari 2026 schriftelijk moeten uitlaten over het resultaat van de mediation en de gewenste voortgang van de procedure; - is iedere verdere beslissing op het verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en de nakoming van het ouderschapsplan en dwangsom aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: het F9-formulier van 31 december 2025 van de advocaat van de vrouw, met bijlage; het F9-formulier van 13 januari 2026 van de advocaat van de man, met bijlagen; het F9-formulier van 8 mei 2026 van de advocaat van de man, met bijlagen; het F9-formulier van 11 mei 2026 van de advocaat van de vrouw, met als bijlage een aanvullend verzoekschrift; het F9-formulier van 19 mei 2026 van de advocaat van de vrouw, met bijlage. Op 20 mei 2026 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat; de man. (Aanvullende) feiten - In het ouderschapsplan van 24 april 2025 zijn partijen – voor zover hier van belang – ten aanzien van de kinderalimentatie het volgende overeengekomen: - De behoefte van de kinderen is vastgesteld op € 1.686,- per maand. Hierbij is rekening gehouden met € 55,- aan opvangkosten. De behoefte is gebaseerd op het gemiddelde netto inkomen van de man van € 5.229,- en van de vrouw van € 2.160,-. De ouders zullen niet naar rato van hun draagkracht bijdragen in de kinderkosten en spreken het volgende af. - Betaalrekening [rekeningnummer] op naam van beide ouders zal gebruikt worden als kinderrekening. - Deze rekening staat onder beheer van beide ouders en zij zullen zorgen voor een tijdige betaling van alle kind gerelateerde rekeningen. De andere ouder heeft te allen tijde recht op inzage in de kind gerelateerde kosten. - Ieder der ouders draagt de kosten van levensonderhoud die het verblijf van de kinderen bij henzelf meebrengt. De man zal ieder kwartaal de kinderbijslag storten op de gezamenlijke rekening en iedere maand het kindgebonden budget. De kinderopvangtoeslag zal door de vrouw gestort worden op de gezamenlijke rekening. Daarnaast zullen beide ouders ieder per maand € 200,- storten op de gezamenlijke rekening. - Het saldo bij opheffing van deze rekening zal verdeeld worden tussen de kinderen. - Van de kinderrekening kunnen in ieder geval de volgende kosten worden voldaan: kleding en schoenen voor de kinderen, schoolkosten, medische kosten, kapper, kamp- en sportkosten, cadeautjes voor kinderfeestjes, kinderopvangkosten. (verandering in kinderopvang gaat altijd in overleg) - Bij posten welke hierboven niet zijn genoemd, zal voorafgaand overleg en instemming vereist zijn voordat deze post van de kinderrekening kan worden betaald. De lijst zal zo nodig worden aangevuld. - Indien er een tekort op de kinderrekening ontstaat zullen ouders het tekort aanvullen in de verhouding 50/50. Er zal geen geld van de rekening afgehaald worden indien het niet voor de kinderen gebruikt wordt. Bij grote uitgaven zullen de ouders elkaar inlichten en overleggen. (Aanvullend en gewijzigd) verzoek en verweer De vrouw heeft – aanvullend en in zoverre met wijziging van haar eerdere verzoeken –verzocht: het hoofdverblijf van [minderjarige 1] te wijzigen naar een hoofdverblijf bij de vrouw; te bepalen dat de gezamenlijke kinderrekening van partijen wordt opgeheven, het saldo per peildatum 1 april bij helfte tussen partijen wordt verdeeld, en dat partijen over en weer worden veroordeeld om hieraan hun medewerking te verlenen; de hoogte van de bijdrage van de man in de opvoeding en verzorging van de kinderen vast te stellen op € 455,- per maand, conform de wettelijke maatstaven, althans een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie juist acht, per maand, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, met ingang van de datum van de beschikking; te bepalen dat de man de inhoud van het ouderschapsplan dient na te komen, meer in het bijzonder de afspraken genoemd in artikel 1.1, 1.2, 3.8, 3.12, 5.1, 5.2 en 5.3, op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer dat de man zich niet aan de afspraken houdt, met een maximum van € 50.000,-; een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De vrouw heeft haar eerdere verzoek ten aanzien van de wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist. De man heeft mondeling verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Hoofdverblijfplaats Juridisch kader Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Op grond van sub b van het tweede lid van artikel 1:253a BW kan de rechtbank beslissen bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Het is de rechtbank, gelet op het vijfde lid van voornoemd artikel, niet gelukt om een vergelijk tussen de ouders te beproeven. De rechtbank neemt daarom een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Overwegingen rechtbank De vrouw heeft verzocht om het hoofdverblijf van [minderjarige 1] bij haar te bepalen, in die zin dat [minderjarige 1] op haar adres in de Basisregistratie Personen wordt ingeschreven. Zij heeft aangegeven dat zij beoogt met dit verzoek te bereiken dat er minder discussies tussen de ouders zijn over de kosten van de kinderen omdat beide ouders dan toeslagen voor de kinderen kunnen aanvragen. De man heeft zich verzet tegen het verzoek. De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw vraagt wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] , omdat zij voortaan zelf kinderbijslag voor [minderjarige 1] wil aanvragen en in aanmerking wil komen voor kindgebonden budget. Partijen geven evenwel uitvoering aan een co-ouderschapsregeling. Bij co-ouderschap is voor de aanvraag van kinderbijslag niet van belang bij welke ouder een kind zijn of haar hoofdverblijfplaats heeft of ingeschreven staat. Partijen hebben in het ouderschapsplan afgesproken dat de kinderen op het adres van de man ingeschreven staan en dat de man het recht toekomt om kinderbijslag en kindgebonden budget te innen. Eveneens is afgesproken dat de man de kinderbijslag ieder kwartaal en het kindgebonden budget maandelijks op de kinderrekening stort. Als het zo is dat het financieel aantrekkelijker is dat beide ouders voor één kind afzonderlijk de kinderbijslag aanvragen en beiden op die manier in aanmerking komen voor kindgebonden budget, dan ligt het voor de hand dat de ouders hierover nadere afspraken met elkaar maken en dit aan de Sociale Verzekeringsbank doorgeven. Daarvoor is in ieder geval geen wijziging van het hoofdverblijf van [minderjarige 1] nodig. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw bij gebrek aan voldoende belang afwijzen. Opheffing kindrekening/kinderalimentatie Juridisch kader Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Overwegingen rechtbank De vrouw wil dat de kindrekening wordt opgeheven en dat er kinderalimentatie wordt vastgesteld volgens de daarvoor gebruikelijke normen en uitgangspunten, waarbij de vrouw de verblijfsoverstijgende kosten van [minderjarige 1] voor haar rekening neemt en de man de verblijfsoverstijgende kosten van [minderjarige 2] op zich neemt. De man heeft zich verzet tegen het verzoek. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat de huidige regeling van de kindrekening financieel gezien het meest in het belang van de kinderen is. Daarbij heeft de man aangevoerd dat de ouders bewust hebben gekozen voor een systeem met een kindrekening. Dat achteraf verschil van inzicht ontstaat over enkele betalingen vanaf de kindrekening, betekent niet dat reden bestaat om de kindrekening op te heffen en alsnog een te betalen kinderalimentatie vast te stellen, aldus de man. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het verzoek van de vrouw is gegrond op artikel 1:253a BW. Het verzoek is, zoals ter zitting ook namens de vrouw bevestigd, niet gebaseerd op een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 BW, omdat het niet gaat om een wijziging in de behoefte van de kinderen of de draagkracht van (één van) partijen. Zoals hiervoor overwogen geven ouders uitvoering aan een co-ouderschapsregeling. De ouders hebben relatief kort geleden – in april 2025 – afspraken met elkaar gemaakt over de kindrekening en deze vastgelegd in een ouderschapsplan. Zij zijn daarbij overeengekomen dat de specifiek in het ouderschapsplan genoemde kosten van de kindrekening kunnen worden betaald. Op de zitting is gebleken dat de kinderbijslag rechtstreeks op de kindrekening wordt gestort en dat de man het kindgebonden budget maandelijks naar de kindrekening overmaakt. Het hanteren van een gezamenlijke kindrekening maakt de uitgaven voor de kinderen voor beide ouders inzichtelijk, maar brengt ook mee dat ouders veelvuldig over te maken of gemaakte uitgaven moeten (kunnen) overleggen. De communicatie tussen de ouders is niet optimaal en, hoewel de verstandhouding tussen de ouders wel is verbeterd, blijven er discussies tussen de ouders. De rechtbank is echter van oordeel dat de wijziging die de vrouw nu vraagt (te weten: wijziging hoofdverblijf van [minderjarige 1] naar haar en vaststelling van een kinderalimentatie waarbij iedere ouder voor een kind alle verblijfsoverstijgende kosten zal dragen) naar verwachting niet leidt tot minder discussie tussen partijen. Ook acht de rechtbank de door de vrouw voorgestane wijziging niet wenselijk in het belang van de kinderen, omdat deze wijziging ertoe kan leiden dat de kinderen niet langer gelijk worden behandeld. De ouders kunnen immers wisselend denken over (verblijfsoverstijgende) uitgaven die zij bereid zijn om te doen voor het kind dat bij hen staat ingeschreven. Bovendien zijn de discussiepunten tussen partijen die door de vrouw naar voren zijn gebracht niet zodanig dat geoordeeld moet worden dat handhaving van de kindrekening onwenselijk is. De vrouw heeft onder meer aangevoerd dat de man de mediationkosten van de kindrekening heeft voldaan in strijd met de afspraak in het ouderschapsplan. De man heeft dit erkend en op de zitting toegelicht dat hij in de veronderstelling was dat partijen tijdens de mediation hadden afgesproken om deze kosten bij helfte te verdelen. De man heeft de mediationkosten naderhand op de kindrekening teruggestort. De rechtbank overweegt dat duidelijk is dat deze kosten niet van de kindrekening konden worden betaald, nu deze kosten niet zijn vermeld onder de uitdrukkelijk opgenomen kosten in het ouderschapsplan. Dit geldt ook voor de kosten voor een abonnement bij Blijdorp voor de kinderen die de man van de kindrekening heeft voldaan. Op de zitting heeft de man echter toegezegd deze kosten naar de kindrekening te zullen terugstorten. De rechtbank gaat ervan uit dat de man dit zal nakomen. Van andere geschilpunten ten aanzien van het gebruik van de kindrekening dan wel kosten die van de kindrekening zouden zijn voldaan, is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw ten aanzien van de kindrekening en kinderalimentatie dan ook afwijzen. Nakoming ouderschapsplan De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man de inhoud van het ouderschapsplan moet nakomen, meer in het bijzonder de volgende artikelen en afspraken: 1.1: De ouders achten het in het belang van hun minderjarige kinderen dat zij na de scheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over hen blijven uitoefenen. Zij vinden het ook belangrijk dat het contact tussen de kinderen en de ouders zo min mogelijk door de scheiding wordt beïnvloed. De ouders zullen dan ook bevorderen dat ieder van de ouders zo goed mogelijk contact heeft met de kinderen; 1.2: De ouders zullen zich ervoor inspannen om elkaar als ouders respectvol, constructief en in redelijkheid te bejegenen als het gaat om zaken die betrekking hebben op de kinderen; 3.8: Indien de ouder waar de kinderen verblijven niet aanwezig kan zijn, is deze zelf verantwoordelijk voor het regelen van alternatieve opvang, waarbij dan eerst de andere ouder wordt gevraagd de kinderen op te vangen voordat er derden worden ingeschakeld; 3.12: Indien de kinderen op het adres van de ene ouder verblijven zal contact met de andere ouder en de kinderen altijd mogelijk gemaakt worden door de ouders. Indien niet aanwezig; dezelfde dag nog terugbellen/appen. Dit geldt ook voor contact tussen de ouders onderling. Voor dringende zaken geldt een whatsapp. Voor zaken die kunnen wachten zullen de ouders één keer per maand contact hebben of overleggen tijdens de wissel van vijf dagen zorg voor de kinderen; 5.1: De ouders blijven de ouders van de kinderen. Termen als vader/moeder/papa/mama blijven gereserveerd voor de ouders en zullen niet aan een ander worden vergeven. Boodschappen betreffende de kinderen c.q. de gezinssituatie of wijzigingen die gaan optreden zullen de ouders steeds aan elkaar overbrengen zonder tussenkomst van de kinderen; 5.2: De ouders zullen elkaars positie naar derden toe respectvol benoemen en er voor waken dat derden zich in negatieve zin mengen in het ouderschap; 5.3: De ouders zullen elkaar naar de kinderen toe zoveel als mogelijk ondersteunen in ieders rol ten aanzien van de kinderen, juist ook wanneer er ogenschijnlijk fouten worden gemaakt of zich problemen voordoen. De vrouw heeft aangegeven dat de verstandhouding tussen partijen sinds de vorige zitting in zekere mate is gestabiliseerd. Volgens de vrouw hebben zich geen incidenten meer voorgedaan die hebben geleid tot een onveilige situatie voor de kinderen of voor de vrouw. De vrouw heeft aangevoerd dat de onderlinge communicatie echter inmiddels weer een toenemende verwijtende toon heeft aangenomen. De man weigert zijn medewerking op onderdelen van het ouderschapsplan, waarbij dit naar het oordeel van de vrouw enkel gebeurt om haar dwars te zitten. Nu de vrouw haar verzoek met betrekking tot de wijziging van de zorgregeling heeft ingetrokken, heeft zij belang bij nakoming door de man van de afspraken in het ouderschapsplan. De man heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. De rechtbank overweegt als volgt. Het spreekt voor zich dat beide partijen de door hen gemaakte afspraken zoals opgenomen in het ouderschapsplan onverminderd dienen na te komen. Dit geldt dus ook voor de man. Het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de man de betreffende bepalingen op straffe van een dwangsom moet nakomen, wijst de rechtbank echter af. Gezien de aard van de afspraken acht de rechtbank een dwangsom niet aangewezen en onnodig escalerend. Zoals op de zitting besproken geeft de rechtbank de ouders in overweging om zich nu alsnog aan te melden bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan een traject ouderschapsbemiddeling, zodat zij, met het oog op de co-ouderschapsregeling en de overige afspraken in het ouderschapsplan, verder kunnen werken aan een verbetering van hun onderlinge communicatie ten behoeve van de kinderen. Beslissing De rechtbank: wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 juni 2026.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291362 · 2026-08-22
