# Rechtbank Noord-Holland, 06-08-2026 (15/045382-25 (strafzaak en ontnemingsvordering))

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Noord-Holland
- Identifier: ECLI:NL:RBNHO:2026:10609
- Date: 2026-08-06
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNHO%3A2026%3A10609
- Canonical: https://overview.legal/posts/291367
- Topics: Identification, Law Enforcement, Public Authority, Minors, Personal Data

## Summary

Regie CAT-zaak. Onderzoekswensen. Wijst gedeeltelijk toe het verzoek van de verdediging om via een rechtshulpverzoek Zwitserland vragen te stellen ten behoeve van identificatie Sky-ID MMD4NH. Wijst af de overige verzoeken van de verdediging.

## Full text

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Haarlem Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/045382-25 (strafzaak en ontnemingsvordering) Tegenspraak Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting op 23 juli 2026 en 6 augustus 2026 Aanwezig zijn: mr. I.M. Hendriks, voorzitter mr. G.D. Kleijne en mr. P.E.A. Chao, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Saelens, griffier, en mr. T.M. Fikkers, officier van justitie. De voorzitter doet de zaak tegen de verdachte uitroepen. In dit proces-verbaal zijn mededelingen van de procesdeelnemers steeds zakelijk en verkort weergegeven. De verdachte is aanwezig en antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te Paramaribo (Suriname), ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [detentieadres], nu gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad. Als raadsman van de verdachte is op de zitting aanwezig mr. T.S. Finken, advocaat te Schiphol. De voorzitter zegt de verdachte op te letten op wat hij zal horen en deelt hem mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is. De zaak is eerder behandeld op de zitting van 22 december 2025, 16 maart 2026 en laatstelijk behandeld op 1 juni 2026. Het onderzoek is toen geschorst. De rechtbank bestaat nu uit andere rechters. Met instemming van de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gaat de rechtbank verder met het onderzoek in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing op die laatste zitting bevond. De voorzitter deelt mee dat deze regiezitting is gepland om door de verdediging ingediende onderzoekswensen te behandelen. Ook zal de verdediging tijdens deze zitting in de gelegenheid worden gesteld om verzoeken te doen met betrekking tot de voorlopige hechtenis. De officier van justitie draagt de zaak voor gelet op de aanwezige pers in de zittingszaal. De voorzitter deelt mee dat de verdediging op 25 juni 2026 vier onderzoekswensen heeft ingediend die betrekking hebben op, kort gezegd, een rechtshulpverzoek aan Zwitserland ten behoeve van de identificatie van Sky-ID [account A] en [account B] ten aanzien van feit 5, het horen van tegencontacten ‘[contact X]’ en ‘[contact Y] ten aanzien van feit 7, inzage in de integrale chatgesprekken met betrekking tot feit 7 en het horen van tegencontacten met betrekking tot feit 6. De officier van justitie heeft op 10 juli 2026 schriftelijk op de onderzoekswensen gereageerd. Deze stukken, evenals de verschillende stukken die de verdediging en de officier van justitie bij de rechter-commissaris hebben gewisseld, bevinden zich in het dossier. De raadsman deelt mee dat ten aanzien van de derde onderzoekswens het alleen gaat om de chatgesprekken met betrekking tot ‘[contact X]’ en ‘[contact Y]. De oudste rechter deelt mee dat de rechtbank niet beschikt over het stuk van 2 maart 2026, waarnaar de officier van justitie verwijst in zijn reactie van 10 juli 2026. De officier van justitie deelt desgevraagd mee dat het stuk van 2 maart 2026 een e-mail betreft en verstrekt het stuk aan de rechtbank. Het stuk zal als bijlage I aan dit proces-verbaal worden gehecht. De raadsman geeft aan dat hij reeds beschikt over het stuk. De raadsman voert het woord overeenkomstig de inhoud van een als bijlage II aan dit proces-verbaal gehechte pleitnotitie, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd. De raadsman voert verder het woord als volgt. U vraagt mij of het dossier aanwijzingen bevat dat tegencontact ‘[contact Y] mogelijk informatie zou hebben over de gebruiker(s) van de Google Pixel 9 telefoon die bij de aanhouding van de verdachte in zijn slaapkamer is aangetroffen. Dit kan ik niet uit het dossier afleiden. Uit de chatgesprekken blijkt wel dat meerdere personen de Google Pixel 9 telefoon hebben gebruikt. Het aanbod dat de verdachte kan werken in het restaurant [bedrijfsnaam] geldt nog steeds. Het klopt dat de reclassering niet schrijft dat zij een schorsing van de voorlopige hechtenis prima vindt, maar dat de reclassering geen prangende redenen ziet voor een schorsing. Uit het rapport blijkt echter ook niet dat zij daar bezwaar tegen een schorsing heeft. De verdachte verklaart als volgt. Ik heb beide telefoons wel in gebruik gehad en daarmee berichten verstuurd, maar ik heb mij niet schuldig gemaakt aan de feiten zoals die zijn ten laste gelegd. Sommige chats heb ik verstuurd, maar niet allemaal. Als de onderzoekswensen ten aanzien van de tegencontacten worden toegewezen, kan ik aantonen dat ik niet de enige ben die gebruik heeft gemaakt van de Google Pixel 9 telefoon. U vraagt mij waarom ik niet zelf een verklaring afleg over welke chats wel en niet door mij zijn gestuurd. Alleen een verklaring van mij zal wellicht ongeloofwaardig overkomen. Ik zal bij mijn vriendin gaan wonen als ik word geschorst. Ik zal mij inzetten om mij te houden aan de schorsingsvoorwaarden die de reclassering in haar rapport heeft opgenomen. De raadsman voert het woord als volgt. Cliënt zal bij de inhoudelijke zitting een verklaring afleggen. We wachten uw beslissing op de onderzoekswensen af voordat cliënt verder gaat verklaren. Het standpunt van de verdediging is dat de telefoon bij meerdere mensen in gebruik is geweest. Ik verwijs hierbij naar de bevindingen van de verbalisant op pagina 5, map C, waarin het volgende bericht is beschreven: “ Als je kan kom om 0:00 pleintje want ik geef deze tel zometeen weer mee met iemand ”. Naast dit bericht plaatst de verbalisant de volgende opmerking: “ Kennelijk is de telefoon bij meerdere personen in gebruik. ” Het is van belang dat de verdediging vragen kan stellen over wie de gebruiker is geweest van de telefoon en op welke momenten. Het klopt dat ik in de onderzoekswensen van 25 juni 2026 een suggestie heb gedaan voor de vraagstelling van het rechtshulpverzoek aan Zwitserland. Ik verzoek uw rechtbank primair alle drie de vragen te stellen. Subsidiair verzoek ik alleen de eerste twee vragen te stellen. Ik ben ervan uit gegaan dat op de geformuleerde onderzoekswensen het noodzakelijkheidscriterium van toepassing is. Het rechtshulpverzoek heeft betrekking op feit 5, waarop ook de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd. Alleen de eerste onderzoekswens is ook gevoerd in de ontnemingsprocedure. De officier van justitie krijgt de gelegenheid op de onderzoekswensen te reageren en voert het volgende aan. Ik verzoek uw rechtbank de onderzoekswensen af te wijzen. Ik verwijs hierbij naar de eerdere schriftelijke reacties. Het Openbaar Ministerie is het eens met de verdediging dat uw rechtbank de onderzoekswensen moet toetsen aan het noodzakelijkheidscriterium. Ten aanzien van het rechtshulpverzoek. Bij beslissing van 15 april en 23 april 2026 heeft de rechter-commissaris het verzoek van de verdediging om de gebruiker van het account [account B] te achterhalen toegewezen. Echter, de identiteit van de gebruiker van dat account is – na onderzoek – niet bekend geworden. Op 11 mei 2026 heeft de verdediging gevraagd aanvullende onderzoekshandelingen te verrichten ten aanzien van onder meer de gebruiker van dit account door middel van een rechtshulpverzoek aan Zwitserland. De rechter-commissaris heeft dit verzoek bij beslissing van 28 mei 2026, gemotiveerd, afgewezen. De verdediging handhaaft de onderzoekswens nu opnieuw. Aangezien de identiteit van de gebruiker nooit bekend is geworden, is er geen sprake van een toegewezen getuigenverzoek. Er is alleen toegewezen de gebruiker van een account te achterhalen. Nu de gebruiker niet bekend is geworden en niet onderbouwd is dat Zwitserland antwoord kan geven op de vraag wie de gebruiker is van het account, ontbreekt de noodzaak tot het stellen van vragen aan Zwitserland. Ten aanzien van het horen van tegencontacten ‘[contact X]’ en ‘[contact Y] en de inzage in integrale chatgesprekken. De Google Pixel 9 telefoon is op het bed van de verdachte aangetroffen en hij verklaart vandaag ook dat het zijn telefoon is en daarmee berichten heeft verstuurd. In de telefoons is belastende informatie aangetroffen. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de telefoon mogelijk in gebruik is geweest bij een derde persoon gelet op wat in het dossier door een verbalisant is opgeschreven. Hieruit blijkt echter niet dat er ook daadwerkelijk berichten zijn gestuurd door een derde gebruiker. De verdachte wil ook niet verklaren over welke berichten hij heeft gestuurd en op welk moment hij de telefoon niet in gebruik heeft gehad. De noodzaak van het verzochte is dan ook niet gebleken. Tot slot wil ik opmerken dat het Openbaar Ministerie ruwe Sky-chats in de dossiers aanlevert, omdat daartoe door de verdediging veel verzoeken worden gedaan. Het gaat hier om Signal-chats. Het Openbaar Ministerie ziet geen noodzaak tot het verstrekken van alle integrale gesprekken. Ten aanzien van het schorsingsverzoek. Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen een schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof heeft op 17 juni 2026 hetzelfde verzoek afgewezen en uw rechtbank heeft op 1 juni 2026 ook een uitgebreide motivering gewijd aan de afwijzing van het schorsingsverzoek. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd waardoor er nu anders moet worden geoordeeld. De gronden en de ernstige bezwaren zijn onverkort van toepassing. Hoewel het Openbaar Ministerie inziet dat de voorlopige hechtenis in de thuissituatie voor moeilijkheden kan zorgen, was dit voor de verdachte voorzienbaar en blijkt uit het dossier dat de partner van de verdachte hulp thuis heeft ingeschakeld en naast haar werk nog een opleiding kan volgen. Daarbij ziet de reclassering geen prangende redenen voor een schorsing. Ik verzoek uw rechtbank actief te koersen op een inhoudelijke behandeling van de strafzaak en de ontnemingsvordering, zelfs al zou uw rechtbank oordelen dat de integrale chatgesprekken aan het dossier moeten worden toegevoegd. De officier van justitie voert het woord verder als volgt. U, voorzitter, vraagt of er een concreet bezwaar bestaat om de integrale chats te verstrekken, nu dit vermoedelijk beperkte tijd in beslag zal nemen. Ik begrijp uw vraag, maar dat is niet het criterium waaraan getoetst moet worden. De verdediging heeft ervoor gekozen om op dit moment geen verklaring af te leggen ten aanzien van het (gedeelde) gebruik van de telefoon. Het belang is niet voldoende onderbouwd en daarom verzet het Openbaar Ministerie zich tegen de verstrekking van de integrale chatgesprekken. U, oudste rechter, deelt mee dat de rechter-commissaris op 15 april 2026 heeft beslist tot het horen van een getuige, namelijk de gebruiker van het account [account B]. U deelt ook mede dat uit het nadien uitgebrachte proces-verbaal van 29 april 2026 – met een slag om de arm – wellicht de conclusie kan worden getrokken dat het account mogelijk in Zwitserland in gebruik is geweest. Ik antwoord dat de getuige slechts geclausuleerd is toegewezen; de getuige moet alleen worden gehoord indien en voor zover de officier van justitie de personalia van deze gebruiker aan de rechter-commissaris opgeeft. De personalia van de gebruiker zijn nooit bekend geworden. Dit is geen regulier verzoek tot het doen horen van een getuige. De politie stelt op basis van een bericht van de accounthouder dat kan worden afgeleid dat het account [account B] in Zwitserland wordt gebruikt, maar onvoldoende is onderbouwd dat er door dit land een onderzoek is gestart naar de gebruiker daarvan. Er is geen begin van aannemelijkheid getoond dat Zwitserland meer informatie heeft dan wij. De raadsman dupliceert als volgt. Tegen het verstrekken van de integrale chats zijn geen concrete bezwaren door de officier van justitie aangevoerd. Uit het dossier blijkt dat cliënt niet de enige gebruiker is geweest van de telefoon. Ik persisteer bij de gedane onderzoekswensen. De verdachte krijgt gelegenheid tot het laatste woord. Ik verzoek uw rechtbank de onderzoekswensen toe te wijzen. Ik ben bang dat als ik een verklaring afleg er zal worden gezegd dat deze onbetrouwbaar is. Ik verzoek u mij te schorsen in het belang van mijn vrouw en kinderen. Ik zit al geruime tijd in voorlopige hechtenis en er zit geen schot in de zaak. De rechtbank onderbreekt het onderzoek ter terechtzitting voor beraadslaging. Na hervatting van het onderzoek ter terechtzitting deelt de voorzitter als beslissing van de rechtbank mee dat het onderzoek zal worden onderbroken tot de zitting van 6 augustus 2026 om 12.45 uur in Haarlem . De rechtbank zal dan haar beslissingen op de onderzoekswensen meedelen. Met instemming van de officier van justitie en de verdediging zal de rechtbank die beslissingen in enkelvoudige samenstelling uitspreken. De voorzitter deelt tot slot mee dat het uitspreken van de door de rechtbank genomen beslissingen op de onderzoekswensen een formaliteit betreft en dat daarom namens de verdediging voor die zitting niemand hoeft te verschijnen. De rechtbank hervat op 6 augustus 2026 het onderzoek op de zitting in de stand waarin het zich voor de onderbreking op 23 juli 2026 bevond. Aanwezig zijn op 6 augustus 2026 in Haarlem: mr. G.D. Kleijne, rechter, B. Aydoğan, griffier, mr. S. van Rossum, officier van justitie. Namens de verdediging is niemand op de zitting verschenen. De rechter deelt als beslissingen van de rechtbank het volgende mee. 1 Inleidende opmerkingen De rechtbank benadrukt dat het onderzoek ter terechtzitting zich in de regiefase bevindt. Dat betekent dat de rechtbank beslissingen zal nemen vanuit het perspectief van de kwaliteit en de volledigheid van het onderzoek en dat waar zij rechtsoordelen geeft, deze een voorlopig karakter hebben. De rechtbank heeft, in aanvulling op het procesdossier, bij het beoordelen van alle verzoeken acht geslagen op de volgende stukken: - het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting op 22 december 2025; - de onderzoekswensen van de verdediging van 30 januari 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie op de onderzoekswensen van 20 februari 2026; - de onderzoekswensen van de verdediging van 27 februari 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie van 2 maart 2026; - de beslissing van de rechter-commissaris van 15 april 2026; - de herstelbeslissing van de rechter-commissaris van 23 april 2026; - het aanvullend proces-verbaal van 29 april 2026; - de onderzoekswensen van de verdediging van 11 mei 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie op de onderzoekswensen van 20 mei 2026; - de beslissing van de rechter-commissaris van 28 mei 2026; - de herhaalde onderzoekswensen van de verdediging van 25 juni 2026; - de reactie van het Openbaar Ministerie op de onderzoekswensen van 10 juli 2026. 2 Toetsingskader onderzoekswensen Tussen partijen staat niet ter discussie aan welk criterium moet worden getoetst. Ook de rechtbank zal toetsen aan het noodzakelijkheidscriterium. Soms doen zich echter omstandigheden voor waardoor de rechter bij de concrete toepassing van het noodzakelijkheidscriterium de verdedigingsbelangen moet betrekken (ECLI:NL:HR:2014:1496 en ECLI:NL:HR:2007:AZ1702). Aan de verzoeken van de verdediging worden, mede ter voorkoming van het uitvoeren van zogeheten “ fishing expeditions” , eisen gesteld wat betreft de toelichting daarop en de onderbouwing daarvan. De verdediging dient concreet en gemotiveerd duidelijk te maken wat de relevantie is van het door haar verzochte in het licht van de vragen die de rechtbank volgens de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering moet beantwoorden. 3 De beoordeling van de onderzoekswensen Rechtshulpverzoek Zwitserland ten behoeve van identificatie Sky-ID [account A] en [account B] De verdediging heeft – zowel in de strafzaak als in de ontnemingszaak – primair verzocht de volgende vragen te stellen aan Zwitserland: 1. Is bij uw autoriteiten de identiteit bekend van de gebruiker(s) van de volgende SkyECC-accounts: - Sky-ID [account B] - Sky-ID [account A] 2. Indien de identiteit van de gebruiker(s) van een of beide voornoemde Sky-ID's bij uw autoriteiten reeds bekend is, verzoeken wij u ons de persoonsgegevens van deze gebruiker(s) te verstrekken, waaronder in ieder geval naam, geboortedatum, adresgegevens en enige contactgegevens voor zover beschikbaar. 3. Indien de identiteit van de gebruiker(s) van een of beide voornoemde Sky-ID's bij uw autoriteiten nog niet bekend is, verzoeken wij u na te gaan of deze identiteit kan worden achterhaald middels onderzoek en ons de resultaten van dat onderzoek te doen toekomen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht alleen de eerste twee vragen te stellen. De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de verdediging toewijzen met betrekking tot account [account B] en overweegt daartoe als volgt. De rechter-commissaris heeft op 15 april 2026 beslist, gelet op het verdedigingsbelang, tot het horen van de gebruiker van het account [account B]. Bij herstelbeslissing van 23 april 2026 heeft de rechter-commissaris aan de officier van justitie opdracht gegeven om na te (laten) gaan of de gebruiker van het account [account B] is geïdentificeerd. Het verzoek tot het horen van de gebruiker van het account [account B] is toegewezen, indien en voor zover de officier van justitie de personalia van deze gebruiker aan de rechter-commissaris opgeeft. De officier van justitie heeft vervolgens aan de rechter-commissaris laten weten dat er (vanuit onderzoek Argus) geen personalia van deze gebruiker te delen zijn. Uit het nadien uitgebrachte proces-verbaal van 29 april 2026 is af te leiden dat de accounts [account A] en [account B] (hierna: de accounts) in gebruik waren bij dezelfde persoon. De chats bevatten aanwijzingen dat het account [account A] in Nederland werd gebruikt en het account [account B] in Zwitserland. De rechtbank stelt vast dat de opdracht aan de officier van justitie in de beslissing van de rechter-commissaris van 23 april 2026 niet beperkt is tot het in Nederland na te (laten) gaan of de gebruiker van het betreffende account geïdentificeerd is. Verder stelt de rechtbank vast dat de officier van justitie zich niet heeft verzet tegen het horen van de gebruiker van het account [account B], mits deze geïdentificeerd kan worden, en dat het verzoek tot het horen van deze gebruiker is toegewezen gelet op het verdedigingsbelang. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het – teneinde de verdediging in de gelegenheid te stellen het ondervragingsrecht uit te oefenen – noodzakelijk is om de officier van justitie de opdracht te geven middels een rechtshulpverzoek bij de Zwitserse (opsporings)autoriteiten te informeren of zij bekend zijn met de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account B] en na te laten gaan: a. a) of deze gebruiker in een strafzaak of strafrechtelijk onderzoek heeft erkend dat hij/zij de gebruiker was van dat account, dan wel b) of bij onherroepelijk vonnis is vastgesteld wie de gebruiker was van dat account. Als de persoon die is geïdentificeerd voldoet aan de voorwaarden die hiervoor onder a) en/of b) zijn genoemd, dient de officier van justitie een opgave van de personalia van die persoon te doen aan de rechter-commissaris onder verstrekking van een afschrift aan de verdediging. Vervolgens zal deze persoon door de rechter-commissaris worden gehoord. De rechtbank zal het verzoek voor het overige afwijzen. De rechtbank overweegt hiertoe dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat het account [account A] in Zwitserland werd gebruikt. Verder bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak om het primaire verzoek van de verdediging toe te wijzen, omdat dit verzoek tot het uitvoeren van een zelfstandig identiteitsonderzoek het bestek van een rechtshulpverzoek te buiten gaat. Het horen van tegencontacten ‘[contact X]’ en ‘[contact Y] en inzage in de integrale chatgesprekken met betrekking tot feit 7 De rechtbank zal deze twee verzoeken afwijzen en overweegt daartoe als volgt. Uit het dossier blijkt dat de Google Pixel 9 bij de verdachte op zijn bed is aangetroffen. De verdachte heeft ook verklaard dat hij de gebruiker is geweest van de telefoon en daarmee berichten heeft verzonden. Hoewel de verdachte hiernaast heeft verklaard dat hij de telefoon op betekenisvolle momenten heeft meegegeven aan een derde persoon, is de rechtbank van oordeel dat het enkel meegeven van een telefoon aan een derde niks zegt over het gebruik daarvan door een ander. De verdachte heeft ook niet willen verklaren over wanneer hij de telefoon heeft afgegeven aan een ander. Het dossier, noch de verklaring van de verdachte, biedt een concreet aanknopingspunt dat ‘[contact X]’ en ‘[contact Y] op de hoogte waren van een daadwerkelijk gedeeld gebruik van de telefoon. De rechtbank is op basis hiervan van oordeel dat er geen noodzaak bestaat tot het horen van de tegencontacten. De rechtbank begrijpt dat de verdediging het verzoek tot inzage in de integrale chatgesprekken mede baseert op het recht op een eerlijk proces, waaronder begrepen het beginsel van ‘equality of arms’ en waaruit voortvloeit dat de verdediging kan kennisnemen van de informatie die door het Openbaar Ministerie is gebruikt bij de selectie en waardering van de in het dossier opgenomen informatie. De enkele omstandigheid dat in één chat door de gebruiker van de Google Pixel telefoon wordt gezegd dat hij zijn telefoon straks aan iemand meegeeft, is onvoldoende om aan te nemen dat het Openbaar Ministerie bij het samenstellen van het procesdossier niet heeft voldaan aan zijn verplichting om alle relevante informatie – zowel in belastende als ontlastende zin – te doen opnemen. Daar komt bij dat uit de betreffende chat ook niet blijkt dat de telefoon daadwerkelijk door een ander in gebruik is genomen. De rechtbank ziet dan ook geen noodzaak om alle integrale gesprekken aan de verdediging te verstrekken. Gelet op het betoog van de verdediging dat de integrale chats (ook) moeten worden overlegd omdat zij kwalificeren als processtukken, overweegt de rechtbank dat dit niet het geval is, aangezien niet is gebleken van enige relevantie van de niet opgenomen delen van de chats. Het horen van de tegencontacten [account A] en [account D] met betrekking tot feit 6 De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De verdediging heeft aangevoerd dat zij deze tegencontacten wenst te bevragen over de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account E] en over de inhoud van het contact (zoals de vraag of dit op verdovende middelen zag, welke rollen verschillende personen hebben gehad, of sprake is geweest van winsten of verliezen en de verdeling daarvan en, in geval van [account D], waarom een borgsom is betaald en of een tegenprestatie moest worden verricht). Voor zover het verzoek tot horen van de tegencontacten ziet op het kunnen stellen van vragen over de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account E] verwijst de rechtbank naar de motivering van de rechter-commissaris bij beslissing van 15 april 2026. Ook met toepassing van het noodzakelijkheidscriterium komt de rechtbank tot de conclusie dat er geen noodzaak bestaat tot het stellen van deze vragen. De omstandigheid dat [account D] mogelijk de gebruiker van Sky-ID [account E] op enig moment heeft ontmoet, maakt dit niet anders. De verdachte heeft immers (inmiddels) verklaard dat hij wel op enig moment de gebruiker is geweest van Sky-ID [account E] en de verdediging heeft geen aanknopingspunten kunnen geven waaruit zou blijken dat het Sky-ID ten tijde van de ontmoeting met [account D] bij een ander in gebruik zou zijn geweest. Evenmin blijkt dit uit het dossier. Voor zover de verdediging de tegencontacten wenst te bevragen over de inhoud van het contact dat zij met Sky-ID [account E] zouden hebben gehad, geldt dat zij niet kunnen verklaren over met welke intentie de gebruiker van Sky-ID [account E] de berichten heeft gestuurd. Gelet op de verdenking van voorbereidingshandelingen is de intentie van doorslaggevende betekenis. Ook als de gebruikers van de tegenaccounts geïdentificeerd zouden zijn, zou hun verklaring daarom geen ander licht kunnen werpen op de door de verdachte zelf gestuurde berichten en zijn bedoeling daarmee. Ook ten aanzien van het kunnen stellen van deze vragen bestaat dus naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak. Dit leidt ertoe dat de rechtbank het verzoek tot het horen van beide tegencontacten zal afwijzen. 4 Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte De verdediging heeft ten aanzien van de gronden waarvoor de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt verzocht niet langer de 12-jaarsgrond aan te nemen. Verder heeft de verdediging verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte geschorst met ingang van 29 juli 2026 om 10:00 uur tot aan het moment van de einduitspraak in eerste aanleg , onder de algemene en bijzondere voorwaarden. Deze beslissing is los op schrift gesteld en vermeldt ook de voorwaarden die aan de schorsing zijn verbonden. De motivering van de rechtbank luidt als volgt. De verdachte wordt verdacht van het zich (samen met anderen) schuldig maken aan meerdere misdrijven op grond van de Opiumwet, waaronder het binnen het grondgebied van Nederland brengen van een grote hoeveelheid (180 kilogram) cocaïne en voorbereidingshandelingen ten behoeve van de invoer, dan wel de handel in verdovende middelen. Daarnaast wordt de verdachte verdacht van het onderhandelen over de aankoop, verkoop of levering van meerdere vuurwapens. Het gaat daarbij om een verdenking van een combinatie van ernstige delicten waaraan slechts door ingrijpen van politie en justitie een einde is gekomen. In verband met deze feiten bevindt de verdachte zich sinds 16 september 2025 in voorlopige hechtenis. Er is sprake van ernstige bezwaren voor onder andere een feit waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer is gesteld en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. De rechtbank is van oordeel dat deze grond nog onverkort aanwezig is, gelet op de aanzienlijke hoeveelheid harddrugs die de verdachte samen met anderen zou hebben ingevoerd. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat deze verdenking gepaard gaat met verdenkingen van andere drugsfeiten (waaronder daterend van vlak voor de aanhouding) en het onderhandelen over wapens, waardoor er aanwijzingen zijn dat de verdachte is ingebed in een crimineel milieu. Er valt dan ook redelijkerwijs te verwachten dat invrijheidstelling van de verdachte door een schorsing van de voorlopige hechtenis tot publiek onbehagen zal leiden. Onder deze omstandigheid kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere omstandigheden, al dan niet van persoonlijke aard, voordoen. De rechtbank is van oordeel dat hiervan op dit moment sprake is. De verdachte heeft drie jonge kinderen waar hij voor zijn detentie (mede) de zorg voor droeg en zijn betrokkenheid als ouder wordt momenteel verlangd, in het bijzonder voor zijn jongste en oudste kind. Daarnaast heeft de verdachte het belang om zijn strafzaak in vrijheid af te wachten en heeft hij reeds geruime tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. Er is bovendien voorlopig nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling. Hoewel de reclassering in maart 2026 geen prangende redenen zag voor een schorsing, schatte zij het recidiverisico in op gemiddeld en zijn bijzondere voorwaarden geadviseerd indien de rechtbank tot een schorsing zou overgaan, omdat zij voldoende aanknopingspunten voor een toezicht zag. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden, ondanks de ernst van de feiten, nu ruimte is voor schorsing van de voorlopige hechtenis en het persoonlijk belang van de verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. De doelen die met de voorlopige hechtenis worden nagestreefd, waaronder het beperken van het risico op recidive, kunnen ook worden bereikt door het stellen van voorwaarden aan een schorsing. De rechtbank zal de door de reclassering geformuleerde voorwaarden, met uitzondering van het locatiegebod. overnemen. Voor het locatieverbod ziet de rechtbank, gelet op de aard van de verdenkingen, onvoldoende aanleiding. De verdachte heeft zich bereid verklaard tot nakoming van de schorsingsvoorwaarden. De rechtbank benadrukt met deze schorsing van de voorlopige hechtenis geenszins vooruit te lopen op een later eventueel op te leggen straf. De rechtbank verwijst naar die beslissing. 5 Beslissingen van de rechtbank De rechtbank: Wijst gedeeltelijk toe het verzoek van de verdediging om via een rechtshulpverzoek Zwitserland vragen te stellen ten behoeve van identificatie Sky-ID [account B]. Stelt de stukken in handen van de officier van justitie met de opdracht om, voor zover door hem in het kader van zijn eigen bevoegdheden mogelijk, middels een rechtshulpverzoek bij de Zwitserse (opsporings)autoriteiten te informeren of zij bekend zijn met de identiteit van de gebruiker van Sky-ID [account B] en na te laten gaan: a. a) of deze gebruiker in een strafzaak of strafrechtelijk onderzoek heeft erkend dat hij/zij de gebruiker was van dat account, dan wel b) of bij onherroepelijk vonnis is vastgesteld wie de gebruiker was van dat account. Als de persoon die is geïdentificeerd voldoet aan de voorwaarden die hiervoor onder a) en/of b) zijn genoemd, dient de officier van justitie een opgave van de personalia van die persoon te doen aan de rechter-commissaris onder verstrekking van een afschrift aan de verdediging. Vervolgens zal deze persoon, gelet op het eerder door de rechter-commissaris toegewezen verzoek daartoe, door de rechter-commissaris worden gehoord. Wijst af de overige verzoeken van de verdediging. Stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris , belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, ter bewaking van de voortgang van het onderzoek, en verder dat te doen wat de rechter-commissaris in overleg met de officier van justitie en de verdediging nog wenselijk of noodzakelijk acht. Schorst het onderzoek op de zitting, in het belang daarvan, voor onbepaalde tijd . Beveelt de oproeping van de verdachte en de onmiddellijke kennisgeving daarvan aan zijn raadsman tegen de datum en tijd waarop het onderzoek op de zitting wordt hervat.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291367 · 2026-08-22
