Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 14-10-2025 (CUR202503280)
Kg inzageverzoek 843a Rv
How it connects
Related across sources
Full text
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202503280 Vonnis in kort geding van 14 oktober 2025 in de zaak van CATERPILLAR CRÉDITO S.A. DE C.V. SOCIEDAD FINANCIERA DE OBJETO MÚLTLIPLE. E.R., gevestigd in Mexico, eiseres, gemachtigde: mr. H.M. Weijand, mr. A. Schennink, mr. A. Kirpalani, mr. L. de Vries en mr. L. Takes, tegen 1 VMSC CURAZAO N.V., gevestigd in Curaçao, 2 [gedaagde 2], wonende in [woonplaats, 3. [gedaagde 3], wonende in [woonplaats], 4 [gedaagde 4], wonende in [woonplaats], 5 [gedaagde 5], wonende in [woonplaats], gedaagden, gemachtigden: mr. M.R.B. Gorsira en mr. L. Kurvers, Eiseres wordt hierna Cat Crédito genoemd en gedaagde sub 1. VMSC. 1 Het procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 22 augustus 2025 met producties, de akte overlegging producties van Cat Crédito van 26 september 2025, de akte overlegging producties van VMSC van 29 september 2025, de akte overlegging producties en wijziging eis van Cat Crédito van 30 september 2025, de mondelinge behandeling van 30 september 2025, de pleitnotities. 1.2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Bij vonnis van 13 mei 2024 van dit gerecht in de zaak met zaaknummer CUR202200913 tussen Cat Credito enerzijds en (onder meer) VMSC anderzijds (hierna: het bodemvonnis) is onder meer beslist: 5.1. veroordeelt VMSC tot betaling aan Cat Crédito van USD 72.921.432,80, te vermeerderen met 15,75% rente per jaar vanaf 15 december 2017 tot aan de dag van betaling, verminderd met de bedragen die voor of op de dag van deze uitspraak door Cat Crédito zijn ontvangen uit hoofde van de PRI-polissen zoals die blijken uit een door Cat Crédito gelijktijdig met de betekening van dit vonnis aan VMSC te betekenen schriftelijke opgave daarvan, alsmede te verminderen met de na de datum van deze uitspraak door Cat Crédito terzake die polissen ontvangen bedragen, en met bepaling dat deze veroordeling hoofdelijk is voor zover deze samenvalt met de hierna onder 5.8 uit te spreken veroordeling; 5.2. veroordeelt VMSC uiterlijk 31 december 2024 aan Cat Crédito kopieën te verstrekken van haar interne driemaandelijkse financiële overzichten en gecontroleerde financiële overzichten van 2019 tot heden, zoals bepaald in de VMSC-lening, en beveelt VMSC deze overzichten te blijven verstrekken in overeenstemming met artikel 9(a) en 9(b) van de VMSC-lening, totdat de lening volledig is afgelost met inbegrip van betaling van rente en kosten, op straffe van een dwangsom van NAf. 1.000 per dag dat VMSC in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van NAf 100.000; 2.2. VMSC heeft hoger beroep ingesteld tegen het bodemvonnis. 2.3. Op 29 september 2025 heeft VMSC de (nog ontbrekende) interne driemaandelijkse financiële overzichten en gecontroleerde financiële overzichten zoals genoemd in 5.2. van het bodemvonnis overgelegd. VMSC heeft tot op heden niet voldaan aan de veroordeling in 5.1. van het bodemvonnis. 3 De vordering en de standpunten van partijen 3.1. Cat Crédito vordert in haar verzoekschrift samengevat: (a) VMSC te veroordelen om aan Cat Crédito een afschrift te verstrekken van alle stukken die betrekking hebben op de intercompany vorderingen van VMSC met een totaal beloop van USD 141.124.908, die als belangrijkste actief op de balans van VMSC staan, (b) op straffe van een dwangsom van Cg 50.000 per dag dat de overtreding voortduurt als de bescheiden niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn verstrekt, (c) gedaagden te veroordelen aan Cat Crédito kopieën te verstrekken van VMSC’s interne driemaandelijkse financiële overzichten en gecontroleerde financiële overzichten van 2019 tot heden binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom van Cg 50.000 per dag dat de overtreding voortduurt en op straffe van lijfsdwang van de bestuurders (gedaagden 2 t/m 5) als niet binnen 30 dagen aan dit vonnis is voldaan, (d) de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Op 30 september 2025 heeft Cat Crédito middels een akte laten weten haar eis te willen wijzigen en aanvullen, waarbij de eis onder c en d in het verzoekschrift als volgt wordt vervangen: (c) VMSC en de bestuurders (gedaagden 2 t/m 5) hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, waaronder de reëel gemaakte advocaatkosten (te begroten op Cg 100.000 aan advocaatkosten) alsmede, (d) de deurwaarderskosten van Cg 2.750,85, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, (e) de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.3. Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna – voor zover van belang – ingegaan. 4 De beoordeling Wijziging en aanvulling eis 4.1. Cat Crédito heeft op de dag van de zitting een akte wijziging en aanvulling eis met nieuwe producties ingediend. Deze eiswijzing is deels een eisvermindering (vanwege het voldoen door VMSC aan sub c van het verzoekschrift een dag voor de zitting) en deels een eisvermeerdering (het vorderen van de reële proceskosten). VMSC heeft bezwaar gemaakt tegen deze eisvermeerdering. Het gerecht volgt VMSC hierin en legt dit als volgt uit. 4.2. In artikel 57 van het Procesreglement staat dat niet eerder overgelegde producties, dan wel een akte, uiterlijk op de werkdag voorafgaand aan de zitting om 12.00 uur aan de griffie en de wederpartij moeten worden gestuurd. De akte en de producties zijn dus te laat ingediend. 4.3. Op grond van 109 Rv kan de eiser zijn eis veranderen of vermeerderen, mits dit gebeurt voor het eindvonnis en mits de rechter niet op verzoek van de wederpartij of ambtshalve beslist dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde. Strijd met de goede procesorde wordt vooral aangenomen als het verzoek later in de procedure wordt gedaan, terwijl het eerder had gekund. In deze zaak is hiervan sprake. De advocaat- en deurwaarderskosten die in de akte worden gevorderd, waren immers al bekend en gemaakt en hadden dus eerder in dit kort geding kunnen worden gevorderd. Bovendien wordt een nieuwe grondslag (te weten onrechtmatig handelen door VMSC en haar bestuurders) naar voren gebracht. De eiswijziging zal dus voor wat betreft de eisvermeerdering niet worden toegestaan. Dit betekent dat het gerecht alleen nog moet oordelen over het verzoek ingevolge artikel 843a Rv. Inzageverzoek ingevolge artikel 843a Rv 4.4. Het inzageverzoek van Cat Crédito richt zich op het volgende. Uit de financial reports Q2/Q3 2024 blijkt volgens Cat Crédito dat het belangrijkste actief op de balans van VMSC bestaat uit intercompany vorderingen ten belope van USD 141.124,908. Teneinde nader inzicht te krijgen in de intercompany vorderingen vordert Cat Crédito inzage, afschrift of uittreksel van aan aantal bescheiden. Cat Crédito stelt – kort gezegd - recht op en belang bij inzage te hebben, omdat de intercompany vorderingen vermogensbestanddelen zijn die gebruikt kunnen worden ter (gedeeltelijke) voldoening van het bodemvonnis. 4.5. Een (werk)dag voor de zitting heeft VMSC voor 12.00 uur producties in het geding gebracht, waaronder productie 4 (a t/m e) met betrekking tot het inzageverzoek van Cat Crédito. Deze producties zijn op grond van het Procesreglement dus tijdig ingediend. 4.6. De vraag is of VMSC met het overleggen van deze producties heeft voldaan aan sub a van het verzoek van Cat Crédito ingevolge artikel 843a Rv. Volgens VMSC is dat het geval. Zij heeft de stukken ter zitting nader toegelicht. Volgens VMSC blijkt uit productie 4 a t/m e genoegzaam dat de intercompany vordering op haar balans (in maart 2025) bestaat uit een vordering op Solidus Investment Corporation van USD 139.601.669 en dat aan deze vordering vastgoed ten grondslag ligt. Op grond van deze onderbouwing kan niet worden geoordeeld dat VMSC in gebreke is met het verstrekken van de verlangde gegevens. Voor zover – na verdere bestudering van de stukken door Cat Crédito – blijkt dat dit volgens haar toch het geval is, is het aan Cat Crédito concreet aan te geven wat zij nog mist teneinde haar verhaalpositie jegens VMSC te bepalen en zo mogelijk te waarborgen. Daarbij speelt mee dat Cat Crédito deze stukken nog niet eerder aan VMSC heeft verzocht. Bovendien heeft VMSC in haar pleitnota expliciet aangegeven zich coöperatief te willen opstellen: ‘ (…) wij stellen voor dat de raadsman van Cat een dialoog met ons aangaat, ons vragen stelt over de overgelegde documenten, en wij zullen ons best doen om dit te laten slagen. Kortom, de partijen zijn al bij tal van procedures betrokken en wij denken dat een coöperatieve aanpak, zeker in deze procedure in het belang is van alle partijen.’ 4.7. De conclusie is dat de vorderingen van Cat Crédito zullen worden afgewezen. Nu VMSC pas heeft voldaan aan het verzoek van Cat Crédito onder sub c na het starten van het kort geding, terwijl dat op grond van het bodemvonnis al veel eerder had gemoeten, zal VMSC worden veroordeeld in de proceskosten conform het liquidatietarief. 4.8. De proceskosten van Cat Crédito worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 2.750,85 aan oproepingskosten en Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris. 5 De beslissing in kort geding Het gerecht: 5.1. wijst de vorderingen af; 5.2. veroordeelt VMSC in de proceskosten van Cg 4.700,85 te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening; 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman, rechter, en in het openbaar uitgesproken.