# Rechtbank Amsterdam, 11-08-2026 (13-077923-26 (EAB II))

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Amsterdam
- Identifier: ECLI:NL:RBAMS:2026:8060
- Date: 2026-08-11
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBAMS%3A2026%3A8060
- Canonical: https://overview.legal/posts/291376
- Topics: Consent, Personal Data

## Summary

Executie-EAB uit Polen. Na tussenuitspraak. Artikel 6a OLW: certificaat en arrest ontvangen. Overlevering geweigerd met strafovername.

## Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-077923-26 (EAB II) Datum uitspraak: 11 augustus 2026 UITSPRAAK op de vordering van 17 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 8 september 2025 door the Regional Court in Warsaw, VIII Criminal Division , Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] (Polen), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 13 mei 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 13 mei 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 27 mei 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat aan de voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander als bedoeld in artikel 6a, negende lid, OLW is voldaan en dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf kan worden overgenomen. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om in navolging van het arrest C.J. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het arrest van the Regional Court in Warsaw, Tenth Criminal Appellate Division van 7 november 2019 op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Polen in dat arrest opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid, OLW met 60 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting van 4 augustus 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank - met instemming van partijen - de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, en door een tolk in de Poolse taal. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3 Tussenuitspraak van 27 mei 2026 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (onder 4) en de dubbele strafbaarheid (onder 5). Hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen, moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 6 van de tussenuitspraak van 27 mei 2026. De overwegingen uit de tussenuitspraak dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. Standpunt van de raadsman en de officier van justitie De raadsman en de officier van justitie hebben de rechtbank verzocht de overlevering op grond van artikel 6a OLW te weigeren onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf, omdat inmiddels het vereiste certificaat en een kopie van het arrest zijn ontvangen. De raadsman heeft daarbij opgemerkt dat het certificaat vermeldt dat de opgeëiste persoon na het uitzitten van de helft van de opgelegde vrijheidsstraf in Polen in aanmerking zou komen voor vervroegde invrijheidstelling. Oordeel van de rechtbank Conform het arrest van het HvJ EU van 4 september 2025 in de zaak C.J. heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit toestemming gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland door het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het arrest waarbij de straf is opgelegd toe te sturen. Uit het certificaat blijkt dat de opgeëiste persoon op grond van Poolse wetgeving recht heeft op vervroegde of voorwaardelijke invrijheidsstelling nadat hij de helft van de opgelegde vrijheidsstraf heeft uitgezeten. De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt. 5 Slotsom De rechtbank stelt vast dat de overlevering kan worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander en de straf door Nederland kan worden overgenomen. De rechtbank ziet geen reden om de straf niet over te nemen. Daarom wordt de overlevering geweigerd op grond van artikel 6a OLW onder gelijktijdige overname van de straf door Nederland. 6 Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 45, 312 en 317 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6a en 7 OLW. 7 Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Warsaw, VIII Criminal Division (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak van 27 mei 2026 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland. HEFT OP de (geschorste) overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] . BEVEELT de gevangenhouding van [opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter, mrs. L. Sanders en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 11 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 OLW. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Rb. Amsterdam 27 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5195. Hof van Justitie van de Europese Unie, 4 september 2025, C-305/22, ECLI:EU:C:2025:665 ( C.J. (Tenuitvoerlegging van een vonnis naar aanleiding van een EAB) ).

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291376 · 2026-08-22
