# Rechtbank Noord-Nederland, 07-08-2026 (25-188)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Noord-Nederland
- Identifier: ECLI:NL:RBNNE:2026:3451
- Date: 2026-08-07
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNNE%3A2026%3A3451
- Canonical: https://overview.legal/posts/291381
- Topics: Right of Access, Public Authority

## Summary

Eiser vroeg in november 2023 op grond van de Woo om openbaarmaking van documenten over zijn Woo- en AVG-verzoeken en procedures van 2014 tot november 2023. De Raad wees het verzoek in maart 2024 af wegens onvoldoende specificatie. Na bezwaar handhaafde de Raad dit besluit. Eiser ging in beroep. De rechtbank verklaarde het beroep in juli 2026 ongegrond omdat het verzoek te algemeen was en de Raad voldoende heeft gehandeld.

## Full text

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 25/188 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2026 in de zaak tussen [naam], uit [woonplaats], eiser, en Raad voor rechtsbijstand, de Raad (gemachtigden: J.A.M. Dankers en H.J. Spiegelenberg). Procesverloop 1. Eiser heeft op 25 november 2023 een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo-verzoek) ingediend, gericht op de openbaarmaking en verstrekking van alle stukken die betrekking hebben op de behandeling van de door eiser ingediende Woo-verzoeken en verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), bezwaar- en beroepsprocedures en eventuele toevoegingen over de periode 2014 tot en met november 2023. 2. Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de Raad een besluit op het Woo-verzoek genomen, waarbij het verzoek is afgewezen wegens onvoldoende specificatie, het uitblijven van voldoende medewerking aan verduidelijking en omdat voor de gevraagde informatie andere regelingen, zoals de AVG en het inzagerecht in het eigen dossier, voorliggen. 3. De Raad blijft bij dat standpunt in het op 19 juni 2024 genomen besluit op het bezwaar van eiser. De Raad neemt hierbij het advies over van de Commissie van Bezwaar. 4. Op 7 juli 2024 stelt eiser beroep in tegen het besluit op bezwaar. Dat beroep is op 2 januari 2025 door de rechtbank Oost-Brabant ter behandeling doorgezonden naar de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Daarbij waren de gemachtigden van de Raad aanwezig. Eiser is niet verschenen. Het onderzoek ter zitting is gesloten. Beoordeling door de rechtbank 5. De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden van eiser niet slagen. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. 6. De enkele herhaling van de gronden van bezwaar kan niet worden aangemerkt als een gemotiveerde beroepsgrond waarop de rechtbank kan ingaan. De Raad is in het bestreden besluit ingegaan op de gronden van bezwaar en de rechtbank zal zich - bij gebrek aan gemotiveerde weerlegging daarvan - richten op de overige gronden van beroep. 7. Uit het dossier blijkt dat de Raad op 29 november 2023 de ontvangst van eisers verzoek heeft bevestigd en contact heeft gezocht met eiser om de reikwijdte van zijn verzoek te bespreken. Dit heeft de Raad op 11 december 2023 herhaald. Van eiser werd geen reactie ontvangen op de beide verzoeken. Wel heeft eiser de Raad op 10 januari 2024 in gebreke gesteld. In reactie daarop heeft de Raad eiser op 11 januari 2024 nogmaals verzocht zijn verzoek te verduidelijken, maar ook op dit derde verzoek werd geen reactie ontvangen. 8. Anders dan eiser stelt in beroep, heeft de Raad zich naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt gesteld dat eisers Woo-verzoek onvoldoende specifiek en te algemeen is. Voor zover sprake is van overschrijding van de in artikel 4.1, vijfde en zesde lid, van de Woo genoemde termijnen, geldt dat dit geen fatale termijnen zijn. De Raad heeft voldoende adequaat gehandeld en op geen enkele wijze blijk gegeven van stilzitten. Dat de communicatie als gevolg van eisers detentie lastig was maakt niet dat gesteld kan worden dat de Raad onvoldoende voortvarend heeft geprobeerd om in contact te komen met eiser en het verzoek te concretiseren. Daarbij stelt de Raad niet ten onrechte dat artikel 5.5 van de Woo een vangnetbepaling is en dat voor het verkrijgen van persoonlijke informatie andere regelingen, zoals de AVG en het inzagerecht in het eigen dossier, voorliggen. Eiser heeft op 24 november 2025 van dat inzagerecht gebruikgemaakt. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van het Woo-verzoek in stand blijft. Er bestaat geen aanleiding tot een proceskostenvergoeding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. ECLI:NL:RBNNE:2026:2334.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/291381 · 2026-08-22
