Rechtbank Amsterdam, 22-01-2019 (6836568)
Vordering van Ziggo tot betaling van openstaande rekening wordt afgewezen omdat Ziggo de afspraak voor een gratis tablet na contractvernieuwing niet nakomt.
Full text
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 6836568 CV EXPL 18-8630 vonnis van: 22 januari 2019 fno.: 28454 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ziggo Services B.V., voorheen genaamd UPC Nederland B.V. gevestigd te Utrecht eiseres nader te noemen: Ziggo gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen) t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde nader te noemen: [gedaagde] procederend in persoon VERLOOP VAN DE PROCEDURE dagvaarding van 29 maart 2018, met producties; conclusie van antwoord, met producties; instructievonnis; conclusie van repliek, met producties; conclusie van dupliek; dagbepaling vonnis. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast: 1.1. Op 2 december 2016 is [gedaagde] met Ziggo onder klantnummer [klantnummer] een overeenkomst voor een pakket Connect Start en Play Start aaangegaan voor de duur van 12 maanden, bestaande uit de diensten Kabel TV, TV Standaard, Internet Start en Vast Bellen. 1.2. Het betrof een contract vernieuwing waartoe [gedaagde] is overgegaan om gebruik te kunnen maken van de zogenaamde tabletactie. Deze actie hield in dat in geval voor Ziggo werd gekozen met een gratis tablet, de betrokkenen binnen vier weken na aanvraag van een Ziggo-abonnement een brief of e-mail van MediaMarkt met een actiecode ontvangen (productie 6 dagvaarding). Met deze actiecode kan de tablet (een Huawei P7) worden besteld bij de MediaMarkt. 1.3. [gedaagde] stelt geen bericht van de MediaMarkt te hebben ontvangen. 1.4. Ziggo heeft aan [gedaagde] de navolgende facturen gezonden, waarbij hieronder per factuur alleen de nieuwe kosten (en niet ook het saldo van de vorige factuur) worden vermeld: 08-02-2017 € 45,95 aan abonnementskosten over februari 2017; 08-03-2017 € 45,95 aan abonnementskosten over maart 2017; 07-04-2017 € 70,95, waarvan € 45,95 aan abonnementskosten over april 2017 en € 25,00 aan herinneringskosten; 28-03-2017 - € 7,67 aan credit abonnementskosten over 26-04-2017 t/m 30-04-2017 1.5. Ziggo heeft bovengenoemd bedrag van € 25,00 aan herinneringskosten en nog een bedrag van € 45,00 aan borg voor de bij de overeenkomst behorende modem in mindering gebracht op de vordering, zodat resteert € 85,18. 1.6. Bij brief van 19 september 2017 heeft (de incassogemachtigde van) Ziggo [gedaagde] gesommeerd om binnen vijftien dagen na de bezorgingsdatum van de brief het bedrag van € 85,18 te betalen. Daarbij is een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. 1.7. [gedaagde] is niet overgegaan tot betaling. Vordering en verweer 2. Ziggo vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van: a. € 85,18 aan hoofdsom; b. € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; c. € 1,64 aan rente, berekend tot 8 maart 2018; d. rente over € 85,18 vanaf 8 maart 2018; e. de proceskosten. 3. Ziggo stelt hiertoe – kort gezegd – dat [gedaagde] de genoemde bedragen op grond van de inmiddels beëindigde overeenkomst is verschuldigd. [gedaagde] blijft echter met betaling in gebreke, ook na aanmaning. 4. [gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de onderhavige facturen. [gedaagde] voert aan dat hij zijn oude overeenkomst met (de rechtsvoorganger van) Ziggo heeft vernieuwd met de onderhavige overeenkomst vanwege een betere aanbieding tegen dezelfde maandlasten. Volgens [gedaagde] zou hij als onderdeel van de nieuwe overeenkomst een tablet als welkomstcadeau krijgen. Hij heeft de tablet ontvangen. [gedaagde] heeft herhaaldelijk geprobeerd om contact met Ziggo op te nemen. Ziggo reageerde vaak niet of niet inhoudelijk op zijn vraag waarom hij de tablet niet heeft gekregen en evenmin op de vraag waarom hij in maart 2017 was afgesloten voor een deel van de diensten. [gedaagde] besloot daarom om de abonnementskosten onbetaald te laten. Op een gegeven moment had [gedaagde] de indruk dat Ziggo niet meer naar hem wilde luisteren, althans daarvoor geen enkele moeite deed. [gedaagde] heeft uiteindelijk de overeenkomst opgezegd. Beoordeling 5. [gedaagde] heeft betoogd dat hij uit hoofde van de overeenkomst recht heeft op een tablet van Ziggo omdat hij gebruik heeft gemaakt van de tabletactie. [gedaagde] heeft de tablet echter nooit gekregen. Ziggo bevestigt dat [gedaagde] gebruik heeft gemaakt van de tabletactie, maar geeft daarbij – met verwijzing naar de overgelegde voorwaarden van de tabletactie – aan dat [gedaagde] zich daarvoor dient te wenden tot de MediaMarkt. In de voorwaarden is namelijk opgenomen dat de nieuwe klant binnen vier weken na aanvraag van een abonnement bij Ziggo een brief of e-mail van de MediaMarkt ontvangt met een actiecode. Met de code kan vervolgens online bij de MediaMarkt een tablet worden besteld, aldus Ziggo. 6. Gelet op de standpunten van partijen staat vast dat (levering van) de tablet een onderdeel is van de overeenkomst tussen partijen. Uitgangspunt is dat een overeenkomst alleen partijen bindt en dus geen derdenwerking kent. Feiten of omstandigheden die ertoe zouden kunnen leiden dat de Mediamarkt ook partij is bij de overeenkomst tussen Ziggo en [gedaagde] zijn niet gesteld door Ziggo. Nu Ziggo de tabletactie heeft aangeboden waarvan [gedaagde] gebruik heeft gemaakt, rust er op Ziggo de verplichting tot het vertstrekken van de tablet aan [gedaagde] . Derhalve heeft Ziggo [gedaagde] ten onrechte telkenmale doorverwezen naar de MediaMarkt. 7. Ziggo heeft niet bestreden dat [gedaagde] geen tablet heeft ontvangen. Daarmee is Ziggo een (voor [gedaagde] ) belangrijk onderdeel van de overeenkomst niet nagekomen. De vraag is of Ziggo onder deze omstandigheden onverkorte nakoming van [gedaagde] kan vorderen voor wat betreft zijn betalingsverplichting. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende. 8. Ziggo heeft toegelicht dat zij bij brief van 27 februari 2017 aan [gedaagde] een laatste termijn heeft gegeven om afsluiting te voorkomen. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan. Hij heeft in correspondentie een en andermaal verwezen naar het feit dat hij in strijd met de afspraken geen tablet heeft ontvangen. Ziggo verwijst hem hiervoor naar de MediaMarkt, maar dat verweer kan haar, zoals hierboven overwogen, niet baten, nu het een op haar rustende verplichting betreft. Onder deze omstandigheden mocht [gedaagde] zijn betaalverplichting opschorten. 9. Toen er geen betaling volgde heeft Ziggo [gedaagde] op 15 maart 2017 afgesloten voor een deel van de diensten. Daartoe is zij op zichzelf op grond van de overeenkomst gerechtigd, maar de vraag is of zij daartoe mocht overgaan nu zij zelf ten aanzien van de tablet in verzuim was. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend nu er eerder aan de zijde van Ziggo sprake was van een verzuim. 10. Ziggo heeft toegelicht dat zij op verzoek van [gedaagde] de onderhavige overeenkomst op 25 april 2017 heeft beëindigd. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft Ziggo verwezen naar de door haar in het geding gebrachte correspondentie tussen haar medewerker ( [naam medewerker] ) en [gedaagde] welke plaatsvond op 24, 25 en 26 april 2017 via Facebook Messenger. Daaruit blijkt dat [gedaagde] op 25 april 2017 in reactie op het bericht van [naam medewerker] (“Ik kan je abonnement uiteraard stopzetten als je dit wenst. Dit kan ik per direct doen. Wat heb jij het liefst?”) heeft geantwoord met: “Stopzetting op de exacte datum/tijd dat jullie mij afgesloten hebben. Correcte eindnota. (…).” . Naar is oordeel van de kantonrechter is voldoende komen vast te staan dat ook ten aanzien van de uiteindelijke beëindiging van de overeenkomst de niet opgeloste kwestie van de tablet een doorslaggevende rol heeft gespeeld. Hoe dit ook zij, de overeenkomst dient per 25 april 2017 als beëindigd te worden beschouwd. 11. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] zijn in beginsel bestaande betalingsverplichting (dat deze bestaat wordt door hem ook niet betwist) mocht opschorten. De vraag is of onder deze omstandigheden de vordering van Ziggo toewijsbaar is. [gedaagde] procedeert in persoon en voert een verweer dat erop neer komt hij niet tot enige verdere betaling is gehouden. De kantonrechter begrijpt dit verweer als een beroep op artikel 6:60 BW, inhoudende dat in geval een schuldeiser (zelf) in verzuim is, de rechter op verzoek van de schuldenaar kan bepalen dat deze van zijn verbintenis is bevrijd. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding deze vordering te honoreren en te bepalen dat [gedaagde] van zijn resterende betaalverplichting jegens Ziggo is bevrijd. De vordering van Ziggo wordt om deze reden afgewezen. 12. Bij deze uitkomst van de procedure wordt Ziggo veroordeeld in de proceskosten, welke aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op 12. nihil. BESLISSING De kantonrechter: wijst de vordering van Ziggo af; veroordeelt Ziggo in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op: nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.