Rechtbank Rotterdam, 19-02-2026 (C/10/708877 / HA RK 25-1033)
Verzoek om het inzien/afgifte van incidentregistratie ex artikel 196 Rv en het Besluit van de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart omtrent het verstrekken van informatie afkomstig uit de walradarketen Westerschelde van 1 juli 2024.
Full text
RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/708877 / HA RK 25-1033 Beschikking van 19 februari 2026 in de zaak van de rechtspersoon naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging [verzoekster] SARL , gevestigd te [vestigingsplaats] (Frankrijk), verzoekster advocaat: mr. J.J. van de Velde, tegen de GEMEENSCHAPPELIJKE NAUTISCHE AUTORITEIT , gevestigd te Vlissingen, verweerster, geen advocaat, en [verweerder] , wonende te [woonplaats] (België), verweerder, advocaat: mr. T. Roos Partijen worden hierna aangeduid met [verzoekster] , de GNA en [verweerder] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. Op 21 oktober 2025 heeft de griffie van deze rechtbank het verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor met nevenvoorzieningen ontvangen van [verzoekster] . Zij verzoekt (samengevat) om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten en daarvoor een pro forma datum te bepalen, alsmede om de GNA te verzoeken tot afgifte van de incidentregistratie met betrekking tot de hierna te beschrijven aanvaring op 9 oktober 2025 en partijen in de gelegenheid te stellen tot het bekijken en beluisteren van de opnames tijdens een instructiebijeenkomst. 1.2. Mr. Van de Velde heeft de rechtbank per e-mail van 24 december 2025 desgevraagd medegedeeld dat het verzoek kan worden opgevat als een voorlopige bewijsverrichting als bedoeld in artikel 196 Rv. 1.3. Mr. T. Roos heeft namens [verweerder] per e-mail van 24 december 2025 aan de rechtbank medegedeeld dat wordt ingestemd met een toewijzende beslissing op het verzoek zonder mondelinge behandeling. 1.4. De rechtbank heeft een standaardwerkwijze afgestemd met de GNA voor de behandeling van verzoeken om het inzien/afgifte van incidentenregistratie die vallen onder het bereik van artikel 196 Rv. Uit die afstemming volgt dat de rechtbank ervan mag uitgaan dat de GNA, indien deze geen tegenbericht instuurt kort nadat zij is verwittigd over het ingediend zijn van een verzoek als het onderhavige, ermee instemt dat de rechtbank het verzoek behandelt zonder het houden van een zitting en zich refereert aan het oordeel van de rechtbank over het verzoek. Nu de GNA over dit verzoek is geïnformeerd en niet heeft laten weten dat de standaardwerkwijze niet kan worden toegepast, gaat de rechtbank er dus van uit dat de GNA eveneens instemt met toewijzing van het verzoek zonder mondelinge behandeling. 1.5. Op grond van artikel 198, lid 1 Rv en gelet op artikel 1.6.2. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbank kan een mondelinge behandeling onder meer achterwege blijven als alle partijen de rechter schriftelijk hebben verzocht om zonder mondelinge behandeling te beslissen en als aan ieder van de belanghebbenden de mogelijkheid is geboden om mede te delen of hij gehoord wenst te worden en deze daarvan geen gebruik heeft gemaakt. 1.6. Gelet op hetgeen hiervoor is vermeld zal de rechtbank zonder een mondelinge behandeling beslissen op het verzoek van [verzoekster] , zoals dit nader is geduid. 2 De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 2.1. [verzoekster] is gevestigd in Frankrijk, de GNA in Nederland en [verweerder] is woonachtig in België. De rechtbank zal daarom ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is om van dit verzoek voorlopige bewijsbeslissing op grond van artikel 196 Rv kennis te nemen en aan de hand van welk recht het verzoek van [verzoekster] beoordeeld moet worden. 2.2. Gelet op de vestigingsplaats van GNA en de woonplaats van [verweerder] , alsmede gelet op de aard van het verzoek, is de Brussel I-bis Vo van toepassing. Het verzoek betreft een voorlopige maatregel die in Nederland dient te worden getroffen, als bedoeld in artikel 35 Brussel I-bis Vo. Ingevolge die bepaling kan een dergelijk verzoek in Nederland worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat bevoegd zou zijn om van de vordering in de bodemprocedure kennis te nemen. Het verzoek valt bovendien binnen de categorieën van verzoeken genoemd in artikel 625 Rv en daarom is deze rechtbank (internationaal) bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. 2.3. Het verzoek heeft een procesrechtelijk karakter. Op grond van artikel 10:3 BW moet dit verzoek om die reden worden beoordeeld naar Nederlands (proces)recht. Inhoudelijke beoordeling 2.4. De rechtbank gaat - behoudens voor zover uit de motivering anders blijkt - uit van de volgende, door [verzoekster] ingenomen stellingen die niet zijn weersproken. 2.5. [verzoekster] is geregistreerd eigenares van het binnenvaartschip “ [schip 1] ” met ENI-nummer: [ENI-nummer 1] (hierna: de [schip 1] ). [verweerder] is eigenaar van het binnenvaartschip “ [schip 2] ” met ENI-nummer: [ENI-nummer 2] (hierna: de [schip 2] ). 2.6. Op 9 oktober 2025 heeft omstreeks 8:30 uur een aanvaring tussen de [schip 1] en de [schip 2] plaatsgevonden bij de Westbuitenhaven te Terneuzen, waardoor schade is ontstaan aan beide schepen. 2.7. Van het incident zijn door Verkeerscentrum Westerschelde (VTS-Scheldt) radarbeelden, camerabeelden en geluidsopnames van de gevoerde marifoongesprekken vastgelegd (de incidentregistratie). De incidentregistratie wordt bewaard tot 14 april 2026. 2.8. [verzoekster] wenst inzicht te verkrijgen in de precieze toedracht van de aanvaring. Zij heeft er recht op en belang bij dat de geregistreerde incidentinformatie wordt bekeken en beluisterd en een (middels afgifte van een USB-stick) kopie daarvan wordt verkregen. Daarmee strekt het verzoekschrift tot een voorlopige bewijsverrichting. 2.9. Namens [verweerder] is geen verweer gevoerd tegen het verzoek. De GNA heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. 2.10. De rechtbank acht het belang van [verzoekster] aanwezig dat [verzoekster] (en [verweerder] ) de bewaarde registraties van de Walradar (radarbeelden en marifoongesprekken) met betrekking tot voormeld incident kunnen bekijken en beluisteren en dat zij kopie krijgen van de incidentinformatie. Het verzoek is in zoverre onweersproken en op de wet gegrond, mede gezien de artikelen 13 aanhef en onder g, 15 lid 1 en 16 van het Besluit van de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart omtrent het verstrekken van informatie afkomstig uit de walradarketen Westerschelde van 1 juli 2024 (Stcrt. 2024, 22886). De rechtbank zal de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, Beheer- en Exploitatieteam, Functioneel Beheer, [adres] Vlissingen, daarom verzoeken om een verzoek van de advocaat van [verzoekster] aan de GNA, strekkend tot het bekijken van de radarbeelden en het beluisteren van de geluidsopnames en tot het verkrijgen van een kopie van de beeld- en geluidsopnames, toe te staan. Uit de toepasselijke regels volgt dat daartoe een instructiebijeenkomst moet worden gehouden. 2.11. De rechtbank zal bepalen dat de inzage in de bedoelde gegevensbestanden dient plaats te vinden in aanwezigheid van in ieder geval [verzoekster] en [verweerder] , althans hun advocaten, en dat de afgifte van kopieën van de gegevensbestanden aan beide partijen dient plaats te vinden ten kantore van de desbetreffende verkeerscentrale te Vlissingen. 2.12. De rechtbank begrijpt uit de nadere duiding van het verzoek dat, nu het inzageverzoek op deze manier wordt toegewezen, [verzoekster] geen belang meer hecht aan of heeft bij het (ook) bepalen van een voorlopig getuigenverhoor. Dit onderdeel wordt, voor zover nog nodig, om die reden afgewezen. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. acht voor de behartiging van de belangen van [verzoekster] noodzakelijk dat [verzoekster] en [verweerder] inzage in en afgifte van de incidentinformatie ter zake van voornoemde op 9 oktober 2025 plaatsgevonden aanvaring verkrijgen, door middel van een instructiebijeenkomst; 3.2. verzoekt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, Beheer- en Exploitatieteam, [adres] Vlissingen om een tot inzage en afgifte strekkend verzoek van de advocaat van [verzoekster] in te willigen en aan [verzoekster] en [verweerder] de bewaarde video- en geluidsopnames te tonen en te laten horen, en om kopieën van de betreffende opnamen ter beschikking te stellen; 3.3. wijst het meer of anders gevorderde af bij gebrek aan belang. Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Laan en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026. 3266/1885 Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De Regeling Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart inzake openbaarheid, ter uitvoering van artikel 9 van het Verdrag tussen het Vlaams Gewest en het Koninkrijk der Nederlanden inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (B.S. 29 september 2008; Stcrt.2008, 188), waarnaar verzoekster in randnummer 5 van het verzoekschrift verwijst, bestaat niet meer na de inwerkingtreding van het onder r.o. 2.10 genoemde besluit per 1 juli 2024.