# Rechtbank Limburg, 07-07-2026 (ROE 23/929)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Limburg
- Identifier: ECLI:NL:RBLIM:2026:6582
- Date: 2026-07-07
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBLIM%3A2026%3A6582
- Canonical: https://overview.legal/posts/353513

## Summary

Eiser heeft bij de Belastingdienst om inzage gevraagd van zijn persoonsgegevens die de Belastingdienst verwerkt, waaronder inzage van zijn persoonsgegevens in de FSV. De minister heeft het inzageverzoek toegewezen en is met het besluit op bezwaar bij dat besluit gebleven. Eiser vindt de gekregen inzage niet volledig maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de minister hem naar aanleiding van zijn inzageverzoek niet volledig geïnformeerd heeft. Eiser meent ook ten onrechte dat hij recht heeft op een kopie van de documenten waarin zijn persoonsgegevens staan. Verder is anders dan eiser veronderstelt niet gebleken dat zijn inzagerecht is beperkt. Beroep ongegrond.

## Full text

RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 23/929 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen [eiser] uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.G.M. Nass), en de minister van Financiën, gemachtigden: mr. van de Kerkhof en Hoek). Inleiding 1. Eiser heeft bij de Belastingdienst om inzage gevraagd van zijn persoonsgegevens die de Belastingdienst verwerkt. De minister heeft het inzageverzoek toegewezen. Met het besluit van 27 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar dat eiser tegen de toewijzing van zijn inzageverzoek heeft gemaakt ongegrond verklaard. 1.1. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft eiser een verzoek om schadevergoeding ingediend voor schade die hij stelt te hebben geleden door overschrijding van de redelijke termijn voor het doen van een uitspraak en voor vertragingsschade. 1.2. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 4 maart 2026 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigden van de minister deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Het beroep 2. Concreet heeft eiser om inzage gevraagd van zijn persoonsgegevens die de Belastingdienst heeft geregistreerd en die in de systemen van de Belastingdienst voorkomen, zowel de gegevens van de inspecteur van de Belastingdienst, van ontvangers en van de medewerkers van de afdeling Toeslagen. Het gaat eiser om alle gegevens maar in het bijzonder om de gegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en hiermee vergelijkbare systemen. Eiser wil ook graag weten welke risico’s of risicoprofielen en/of kwalificaties aan zijn persoon zijn gekoppeld en waar binnen de Belastingdienst deze informatie is opgeslagen. 3. De minister heeft het verzoek opgevat als een inzageverzoek als bedoeld in artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dat uit twee delen bestaat; een algemeen deel en een specifiek deel dat ziet op inzage van persoonsgegevens die in de FSV zijn opgenomen. De minister heeft eiser laten weten dat hij niet in de FSV staat. Naar aanleiding van het algemene verzoek heeft de minister een zoekslag laten uitvoeren in de meest gangbare systemen en applicaties van de Belastingdienst. Hij heeft laten zoeken in de systemen en applicaties waarin gegevens van eiser redelijkerwijs zijn opgenomen en heeft daarbij rekening gehouden met de belastingplicht van eiser. De minister heeft eiser een overzicht verstrekt van persoonsgegevens van eiser die de Belastingdienst verwerkt. Daarnaast heeft de minister naar stukken verwezen waarin persoonsgegevens van eiser staan die van eiser afkomstig zijn of al in zijn bezit zijn. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de Belastingdienst Toeslagen heeft de minister het verzoek voor de behandeling ervan aan dat bestuursorgaan laten doorsturen. De minister heeft niet kunnen vaststellen dat er met de FSV vergelijkbare systemen zijn waarin persoonsgegevens van eiser kunnen voorkomen. Externe onafhankelijke partij KPMG zou na onderzoek ook niet hebben kunnen vaststellen dat de Belastingdienst over zulke systemen beschikt. Met het bestreden besluit is de minister bij dat besluit gebleven. 4. Eiser heeft beroep ingesteld omdat hij meent dat hij geen volledige inzage van zijn persoonsgegevens in de FSV heeft gekregen. Ook de inzage die hij naar aanleiding van het algemene deel van zijn verzoek heeft gekregen vindt eiser te beperkt. Eiser wijst erop dat de Belastingdienst slechts een verkorte zoekslag heeft gemaakt. Hij wijst ook op de gedateerdheid van het overzicht dat hij heeft gekregen omdat twee van de drie daarin genoemde auto’s inmiddels zijn afgevoerd. 4.1 Eiser heeft met wat hij heeft aangevoerd niet aannemelijk gemaakt dat persoonsgegevens van hem toch in de FSV zijn opgenomen en dat de Belastingdienst meer persoonsgegevens van hem verwerkt dan die waarvan hij inzage heeft gekregen. De minister mocht naar aanleiding van het algemene deel van het verzoek, gelet op de aard van het verzoek, met een zoekslag in de meest gangbare systemen en applicaties van de Belastingdienst volstaan. Met betrekking tot de gegevens van de auto’s die inmiddels zijn afgevoerd heeft de minister aangegeven dat de Belastingdienst deze gegevens nog verwerkt. Omdat persoonsgegevens vaak jaren bewaard moeten blijven, wil de verwerking van gedateerde gegevens dus niet zeggen dat het overzicht waarin ze voorkomen niet meer actueel is. Gelet op dit alles ziet de rechtbank geen reden te oordelen dat de inzage die eiser naar aanleiding van zijn inzageverzoek heeft gekregen niet volledig is geweest. Wat eiser heeft aangevoerd slaagt dus niet. 5. Eiser vindt dat hij op grond van de AVG recht heeft op kopieën van documenten en onterecht dat de minister hem geen kopieën van documenten verstrekt omdat hij daar geen recht op zou hebben. Hij wil zijn hele dossier hebben. 5.1 De AVG geeft, anders dan eiser meent, geen recht op de documenten waarin persoonsgegevens die worden verwerkt staan. De AVG geeft slechts een recht op een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Dit blijkt uit artikel 15 van de AVG en vaste rechtspraak over het recht op een kopie van persoonsgegevens. De rechtbank verwijst verder naar haar uitspraken van 1 mei 2026 waarin zij hierop uitgebreid is gegaan. Het standpunt van de minister dat eiser geen recht heeft op documenten is juist. Wat eiser heeft aangevoerd slaagt dus niet. 6. Eiser heeft ook nog aangevoerd dat beperking van het inzagerecht en de uitzonderingsgronden in artikel 23 van de AVG niet van toepassing zijn. 6.1 In het bestreden besluit wordt artikel 23 van de AVG onder het kopje ‘Algemene informatie AVG-inzageverzoek/wat zijn persoonsgegevens’ genoemd. Uit het bestreden besluit, noch uit het besluit op het inzageverzoek, blijkt dat het inzagerecht van eiser is beperkt en een uitzonderingsgrond in artikel 23 van de AVG is toegepast. Het inzageverzoek is ook geheel toegewezen. Wat eiser heeft aangevoerd slaagt daarom niet. Het verzoek om schadevergoeding 7. Eiser heeft verzocht om vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden door overschrijding van de redelijke termijn voor het doen van een uitspraak. 8. Sinds de inwerkingtreding van de verzoekschriftprocedure oordeelt de rechtbank over zo’n verzoek met verdragsconforme toepassing van de verzoekschriftprocedure. Als zo’n verzoek wordt gedaan wordt frustratieschade door het lange wachten op de uitkomst van de procedure verondersteld. 8.1 Vaste rechtspraak is dat zaken binnen een redelijke termijn moeten worden behandeld. In de regel is dat een termijn van twee jaren. De rechtbank gaat in dit geval ook uit van een redelijke termijn van twee jaren. In vaste rechtspraak wordt verder voor vergoeding van die schade uitgegaan van een schadevergoeding van € 500,- voor een termijnoverschrijding tot zes maanden. 8.2 De redelijke termijn is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift van eiser door de minister op 25 oktober 2022 en loopt tot de dag waarop de rechtbank deze uitspraak doet. Hiervan uitgaande is de redelijke termijn met meer dan anderhalf jaar overschreden. De minister heeft op tijd (binnen zes maanden) op het bezwaar beslist. De overschrijding van de redelijke termijn is geheel aan de rechtbank te wijten. Dit betekent dat eiser een schadevergoeding toekomt van € 2.000,- die de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) zal moeten betalen. 9. Eiser heeft ook gevraagd om een schadeloosstelling in de vorm van wettelijke rente over het griffierecht, proceskosten en schadevergoeding. Dit verzoek is niet toewijsbaar. Van vertragingsschade is niet gebleken en ook niet dat deze schade zal intreden. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen tot een bedrag van € 2.000,-. Voor zover het verzoek ziet op vergoeding van vertragingsschade wordt het afgewezen. Griffierecht en proceskosten In de beroepszaak 11. De rechtbank ziet geen aanleiding te bepalen dat de minister het griffierecht vergoedt en eiser een vergoeding betaalt voor de kosten die hij in verband met het beroep heeft gemaakt. Met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding 12. Omdat het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) de schadevergoeding moet betalen, moet de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) ook een vergoeding betalen voor de proceskosten die eiser in verband met het schadevergoedingsverzoek heeft gemaakt. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht telt de rechtbank één punt voor het indienen van het verzoekschrift. De rechtbank gaat uit van een waarde per punt van € 934,- en past wegingsfactor 0,5 toe. Dit betekent dat de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) een bedrag van € 467,- aan eiser moet vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een apart punt toe te kennen voor de behandeling van het verzoek op de zitting omdat het verzoek pas op de zitting is ingediend en verder nauwelijks aan de orde is gekomen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn toe tot een bedrag van € 2.000,- te betalen aan eiser door de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid); - veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan eiser van een vergoeding voor proceskosten gemaakt in verband met het verzoek om schadevergoeding tot een bedrag van € 467,-; - wijst het verzoek voor zover het betrekking heeft op vergoeding van vertragingsschade af. Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W.C.M. Frings, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 7 juli 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 2 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:647), de uitspraak van de ABRvS van 8 februari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:487), de uitspraak van de ABRvS 22 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:5088) en het arrest van het Hof van Justitie van 4 mei 2023 (ECLI:EU:C:2023:369). Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBLIM:2026:4254 ro 9, 9.1, 9.2 en 10. Titel 8.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (de artikelen 8:88 tot en met 8:95 van de Awb). Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van18 oktober 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3853). Zie bijvoorbeeld de uitspraak genoemd in noot 4.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353513 · 2026-08-27
