Skip to content
Case Law · Rechtbank Midden-Nederland ·ECLI:NL:RBMNE:2024:7959 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Midden-Nederland, 22-10-2024 (16/098116-24)

Rechtbank Midden-Nederland
Summary

De verdachte heeft zich gedurende een lange periode meermaals schuldig gemaakt aan het opzettelijk behulpzaam zijn bij het valselijk opmaken van identiteitsbewijzen. Vervolgens zijn op grote schaal banken opgelicht. Zo hebben de verdachte en zijn medeverdachte met (onder andere) de vervalste identiteitskaarten verschillende banken bewogen tot verstrekking van bankrekeningen. De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, op.

Full text

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/098116-24 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 22 oktober 2024 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Brazilië), Zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans verblijvende in de P.I. [plaats 1] , hierna: verdachte. 1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 augustus 2024 en 8 oktober 2024. De zaak is op laatstgenoemde datum inhoudelijk behandeld. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N. Schipper en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. S.C. van Klaveren, advocaat te Amsterdam , naar voren hebben gebracht. 2 TENLASTELEGGING De definitieve tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er in het kort op neer dat verdachte: feit 1, primair: in de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 in Utrecht en/of Landsmeer samen met (een) ander(en) (een) reisdocument(en) en/of identiteitskaart(en) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst; en/of in de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 in Utrecht en/of Landsmeer samen met (een) ander(en) (een) reisdocument(en) en/of identiteitskaart(en) heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad; feit 1, subsidiair : dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest; feit 2, primair: in de periode van 15 december 2022 tot en met 20 april 2024 in Utrecht en/of Landsmeer , samen met (een) ander(en) de ING bank en/of de Rabobank en/of de Volksbank en/of de Triodosbank heeft opgelicht door (een) bankrekening(en) aan te vragen en/of te openen door valse of vervalste reisdocumenten of identiteitsbewijzen aan te leveren en/of foto’s en/of video’s van de op die reisdocumenten of identiteitsbewijzen afgebeelde personen; feit 2, subsidiair : dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest. 3 VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en overweegt hiertoe als volgt. Feit 1, primair, het 1e en 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde Verdachte stelt dat hij enkel behulpzaam is geweest bij de strafbare feiten door (pas)foto’s van zichzelf (te laten) maken, waarmee zijn medeverdachte [medeverdachte] (hierna: medeverdachte) valse identiteitskaarten kon opmaken. Volgens de officier van justitie blijkt echter uit het dossier dat verdachte een grotere rol heeft gehad. Zo heeft de medeverdachte een geloofwaardige verklaring afgelegd, waarin hij zegt dat verdachte een aantal keer heeft geholpen bij het maken van valse identiteitskaarten. Verdachte kwam ook regelmatig bij medeverdachte thuis. Verder is er in de woning van verdachte een valse identiteitskaart aangetroffen en op de laptop, waar verdachte gebruik van maakte, is software gevonden voor een Zebra printer. Dit betreft de printer waarmee de identiteitskaarten werden afgedrukt. Nu verdachte een onmiskenbare schakel in het geheel is geweest, vindt de officier van justitie dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte bij het opmaken en voorhanden hebben van valse identiteitskaarten. Dat niet alle valse identiteitskaarten bij verdachte zijn aangetroffen doet daar niets aan af. Feit 2, primair De officier van justitie vindt ook dat verdachte een wezenlijke schakel is geweest in het oplichtingsproces, zodat van een nauwe en bewuste samenwerking kan worden gesproken. Op basis van de verklaring van de medeverdachte en het feit dat enkele bankrekeningen zijn geopend of aangevraagd vanaf het IP-adres van de woning van verdachte staat vast dat verdachte meermalen zelf een bankrekening heeft geopend. Verdachte staat niet alleen met zijn foto op de valse identiteitskaarten, maar heeft naar eigen zeggen ook video’s opgenomen voor het verificatieproces bij de banken, zodat de bankrekeningen daadwerkelijk konden worden geopend. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de volgende ten laste gelegde feiten: feit 1, primair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde; feit 1, primair, het 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde; feit 1, subsidiair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde, voor wat betreft ‘een groot aantal’ identiteitsbewijzen; feit 1, subsidiair, het 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde; feit 2, primair. De raadsman heeft hiertoe het volgende aangevoerd. feit 1, primair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde Volgens de raadsman is er geen bewijsmiddel waaruit blijkt dat verdachte de valse identiteitskaarten maakte of dat er met betrekking tot het daadwerkelijk maken van valse identiteitskaarten sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Alles wijst erop dat zijn medeverdachte dit deed. Verdachte heeft enkel een (pas)foto van zichzelf beschikbaar gesteld. Dit is geen gedraging die als medeplegen kan worden aangemerkt, maar juist wijst op medeplichtigheid. feit 1, primair, het 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde Volgens de raadsman is er geen enkel bewijs dat verdachte de valse identiteitskaarten onder zich heeft gehad. De medeverdachte heeft de valse identiteitskaarten gemaakt en deze zijn allemaal, op één na, in zijn woning aangetroffen. Verdachte kwam pas weer in beeld nadat de passen door de medeverdachte waren geproduceerd, namelijk bij het openen van de bankrekeningen. Dat verdachte (mogelijk) wist van het bestaan van valse identiteitskaarten, maakt dit niet anders. De raadsman heeft bepleit dat, indien de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komt van een van de onder feit 1 ten laste gelegde gedachtestreepjes, zij niet aan de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde toekomt. feit 1, subsidiair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde, ‘een groot aantal’ identiteitsbewijzen Verdachte is subsidiair ten laste gelegd dat hij medeplichtig is aan het vervalsen van ‘een groot aantal’ identiteitsbewijzen. De raadsman heeft bepleit dat de tenlastelegging op dit punt onvoldoende feitelijk omschreven is. Zonder namen van slachtoffers te noemen, kan verdachte zich niet afdoende verdedigen. feit 1, subsidiair, 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde De raadsman heeft aangevoerd dat het ter beschikking stellen van één (pas)foto geen medeplichtigheidshandeling is bij het misdrijf van het aanwezig hebben van vervalste identiteitskaarten. Feit 2, primair De raadsman heeft bepleit dat verdachte met het laten maken van video’s van zijn gezicht opzettelijk behulpzaam is geweest bij de oplichting van de banken. Hij is dan ook medeplichtig aan die oplichting en geen medepleger. De verklaring van de medeverdachte dat verdachte zelf bankrekeningen heeft geopend, vindt de raadsman, in het licht van het onderzoek naar de inbeslaggenomen gegevensdragers, ongeloofwaardig. Referte De raadsman heeft zich ten aanzien de volgende ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank: feit 1, subsidiair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde, voor wat betreft de identiteitskaarten op naam van [A 1] , [B 1] , [C 1] en [D ] ; feit 2, subsidiair. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Vrijspraak: feit 1, primair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het valselijk opmaken van identiteitsbewijzen, zoals onder feit 1, primair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde ten laste is gelegd, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte voor zover dat ziet op het vervalsen of valselijk opmaken van identiteitsbewijzen niet is komen vast te staan. Hoewel voor medeplegen niet is vereist dat dat de rol van iedere verdachte (precies) even groot was, moet de materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit wel van voldoende gewicht zijn geweest. Van een dergelijke substantiële bijdrage is niet gebleken. Uit het dossier volgt dat het merendeel van de handelingen van het maken van de valse identiteitskaarten door de medeverdachte zijn verricht. Zo heeft de medeverdachte de benodigde persoonlijke informatie voor de valse identiteitskaarten opgezocht en verzameld, de valse identiteitskaarten opgesteld én afgedrukt. Volgens de medeverdachte heeft verdachte hem een paar keer geholpen met het maken van de identiteitskaarten, maar wat de precieze rol van verdachte hierbij was blijft onbekend. De rechtbank is er op basis van het dossier en de verklaring van verdachte van overtuigd geraakt dat verdachte (pas)foto’s van zichzelf aan zijn medeverdachte heeft verstrekt, terwijl hij wist dat de medeverdachte hiermee valselijk identiteitskaarten zou opmaken. Deze bijdrage is naar het oordeel van de rechtbank in het licht van alle handelingen die nodig zijn voor het valselijk opmaken van identiteitsbewijzen van een zodanig ondergeschikte aard (intellectueel en materieel gezien) dat die niet kan worden gekwalificeerd als medeplegen van het valselijk opmaken van de identiteitsbewijzen. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank van onvoldoende gewicht voor het bewijs van medeplegen dat er bij de medeverdachte een laptop is aangetroffen met daarop het account van verdachte en software voor de Zebra printer. Op basis daarvan kan worden vastgesteld dat verdachte weliswaar gebruik heeft gemaakt van de laptop, maar de laptop is in de woning van medeverdachte aangetroffen, inclusief de printers, en onduidelijk is wanneer verdachte de laptop heeft gebruikt en waarvoor. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte met zijn handelen wel opzettelijk behulpzaam is geweest bij het valselijk opmaken van de identiteitsbewijzen. Hij zal daarom, zoals hieronder in de bewijsmiddelen weergegeven en zal worden overwogen, wel worden veroordeeld voor medeplichtigheid daaraan. Bewijsmiddelen Voor de leesbaarheid van dit vonnis zijn de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Bewijsoverwegingen Feit 1 primair, het tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde (medeplegen van het voorhanden hebben van valse identiteitsbewijzen) Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte samen met de medeverdachte een identiteitsbewijs op naam van een ander ( [E 1] ) voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat het vals was. Deze identiteitskaart - waarvan is vastgesteld dat deze vals is - is bij verdachte in de woning aangetroffen en hij heeft er een pakket op naam van [E 1] mee opgehaald, terwijl hij wist dat de kaart vals was. De lezing van het ten laste gelegde onder feit 1: wel of niet beoordelen van het subsidiair ten laste gelegde Volgens de raadsman komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde, indien zij (ten minste) één van de gedachtestreepjes van het onder feit 1 alternatief/cumulatief ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen verklaart. De rechtbank ziet dit anders. De rechtbank overweegt dat het de kennelijke bedoeling van de tenlastelegger is geweest om voor het alternatief/cumulatief tenlastegelegde, te weten het valselijk opmaken van (een) identiteitskaart(en) en/of het voorhanden hebben van (een) valse identiteitskaart(en), zowel medeplegen dan wel medeplichtigheid ten laste te leggen. De rechtbank zal, gelet op deze kennelijke bedoeling, zowel voor het valselijk opmaken en het voorhanden hebben beoordelen of sprake is van medeplegen dan wel medeplichtigheid. feit 1, subsidiair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde (medeplichtigheid valselijk opmaken identiteitsbewijzen) Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder feit 1, subsidiair, 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde ten laste gelegde bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de bewijsmiddelen (in Bijlage II). Feit 2, primair Ten laste is gelegd dat verdachte het onder feit 2 primair, te weten het oplichten van verschillende banken, tezamen en in vereniging heeft gepleegd, anders gezegd: dat sprake is van medeplegen. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan van dit feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij moet, zoals eerder al is overwogen, de intellectuele en/of materiële bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht zijn. De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het feit tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Verdachte droeg kennis van het feit dat zijn medeverdachte met zijn foto valse identiteitskaarten opmaakte en dat deze identiteitskaarten werden gebruikt om bankrekeningen te openen. Volgens de medeverdachte heeft verdachte ook meermaals zelf een bankrekening geopend. Aangezien de medeverdachte in zijn eigen verklaring de schuld volledig op zich neemt, ziet de rechtbank geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Deze verklaring wordt ook ondersteund door het feit dat het IP-adres van verdachte is gebruikt bij een onboarding (kort gezegd: Het online openen van een rekening bij een bank door middel van mobiele identificatie) en omdat een van de bankrekeningen is geopend met de telefoon van verdachte (een Google Pixel 6). Verdachte heeft in meerdere gevallen foto’s en video’s van zichzelf gemaakt dan wel laten maken voor het verificatieproces bij de bank. Banken kunnen ter verificatie de aanvrager van een bankrekening vragen een foto en/of video van zichzelf te maken, om zo te controleren of de aanvrager de persoon op de overgelegde identiteitskaart is. Wanneer het verificatieproces succesvol is doorlopen kan een bankrekening daadwerkelijk worden geopend. De rechtbank neemt ook in aanmerking dat verdachte verdere betrokkenheid heeft in het gehele oplichtingsproces. Verdachte ontvangt op zijn adres post en creditcards bestemd voor rekeninghouders van door oplichting geopende bankrekeningen. Ook heeft verdachte met een door oplichting verkregen bankpas geprobeerd te pinnen en heeft hij met een valselijk opgemaakte identiteitskaart een pakketje opgehaald, wat met een door oplichting verkregen bankrekening is besteld. Tot slot ontvangt verdachte door middel van betaalverzoeken geld op zijn bankrekening. In de beschrijving van deze transacties worden namen genoemd die op valselijk opgemaakte identiteitskaarten staan en waarmee bankrekeningen zijn geopend. Al het voorgaande in samenhang bezien zijn redengevende feiten en omstandigheden dat verdachte een wezenlijke en noodzakelijke bijdrage heeft geleverd aan het onder valse voorwendselen bewegen van de banken tot het leveren van een dienst en is er sprake van medeplegen daaraan. Zonder zijn bijdrage kon de oplichting immers (in meerdere gevallen) niet tot stand zijn gekomen en hij is meer dan slechts behulpzaam geweest bij de oplichting. Van verdachte mag onder deze omstandigheden verwacht worden dat hij een verklaring geeft die het belastende van het voorgaande ontzenuwt. De verklaring van verdachte dat hij alleen een filmpje liet opnemen en verder niks deed en dat de medeverdachte in zijn woning (op zijn IP-adres) en een keer met zijn telefoon de rest zou hebben gedaan, en dat verdachte dan ergens anders ging zitten of wat anders ging doen, acht de rechtbank gelet op al het voorgaande niet aannemelijk geworden. Zonder zijn bijdrage kon de oplichting immers (in meerdere gevallen) niet tot stand zijn gekomen. 5 BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1, primair (tweede alternatief/cumulatief tenlastegelegde) : op 22 april 2024 te Landsmeer tezamen en in vereniging met één ander een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een identiteitsbewijs op naam van een andere persoon, waarvan hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat deze vals was, voorhanden heeft gehad; feit 1, subsidiair (eerste alternatief/cumulatief tenlastegelegde) : [medeverdachte] , in de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Utrecht meermalen een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, te weten - een Oostenrijkse identiteitskaart op naam van [A 1] , en - een Sloveense identiteitskaart op naam van [B 1] , en - een Nederlandse identiteitskaart op naam van [C 1] , en - een Duitse identiteitskaart op naam van [D ] , en - een groot aantal identiteitsbewijzen op naam van andere personen, valselijk heeft opgemaakt; tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door pasfoto’s van zijn gezicht aan te leveren bij die [medeverdachte] en die [medeverdachte] pasfoto’s van zijn gezicht te laten maken, welke foto’s werden gebruikt voor de identiteitskaarten; feit 2, primair: in de periode van 15 december 2022 tot en met 20 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , in elk geval in Nederland, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, de ING bank en de Rabobank en de Volksbank en de Triodosbank heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten het verstrekken van meerdere bankrekeningen, door, onder aanlevering van valse identiteitsbewijzen en/of verstrekking van foto’s en/of video’s van de op de identiteitsbewijzen afgebeelde personen, bankrekeningen aan te vragen en/of te openen; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1, primair (tweede alternatief/cumulatief tenlastegelegde) : medeplegen aan het voorhanden hebben van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, waarvan hij weet, dat het vals is; en feit 1, subsidiair (eerste alternatief/cumulatief tenlastegelegde) : medeplichtigheid aan het valselijk opmaken van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, meermalen gepleegd; feit 2, primair: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd. 7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8 OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft in het voordeel van verdachte meegewogen dat hij een kleinere rol bij de strafbare feiten heeft gehad dan zijn medeverdachte. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging het volgende in het voordeel van verdachte mee te wegen. Sinds zijn aanhouding heeft verdachte een positieve wending aan zijn leven gegeven. Zo is hij gestopt met het gebruik van cocaïne en functioneert hij goed in detentie. Hij is vriendelijk, helpt bewaarders als tolk en neemt deel aan aangeboden activiteiten. Verdachte ziet zijn toekomst rooskleurig in en is gemotiveerd om de positief ingezette lijn door te zetten. Hij wil na zijn aangekondigde uitzetting naar Portugal normaal werk vinden en er zijn voor zijn vrouw en kinderen. Daarbij komt dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven. Hij heeft verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en zijn spijt betuigd. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Aard en ernst van de feiten Verdachte heeft zich gedurende een lange periode meermaals schuldig gemaakt aan het opzettelijk behulpzaam zijn bij het valselijk opmaken van identiteitsbewijzen. Dit valselijk opmaken heeft op grote schaal plaatsgevonden. Verdachte heeft met zijn handelen schade toegebracht aan het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van identiteitsbewijzen moet kunnen worden gesteld. Het gebruikmaken van valse en vervalste documenten maakt identiteitscontrole moeilijk of zelfs onmogelijk, wat het plegen van andere strafbare feiten vergemakkelijkt. Dat laatste is ook in deze zaak is gebleken. Verdachte heeft zich namelijk in diezelfde periode, samen met een ander, schuldig gemaakt aan grootschalige oplichting van verschillende banken. Hij en zijn medeverdachte hebben met de vervalste identiteitskaarten én zo nodig met het maken van een foto en/of filmpje van henzelf ter verificatie, verschillende banken bewogen tot verstrekking van meerdere bankrekeningen. Door zo te handelen, heeft verdachte niet alleen activiteiten verricht waardoor de betreffende banken mogelijk - nog los van de onderzoekskosten - financiële schade lijden, maar heeft hij ook het vertrouwen geschonden dat in het maatschappelijk verkeer in het zorgvuldig gebruik van bankrekeningen en de tenaamstelling daarvan moet kunnen worden gesteld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij enkel oog heeft gehad voor zijn eigen financiële gewin. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie (strafblad) van 11 juli 2024 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in de afgelopen 5 jaar al eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vals identiteitsbewijs. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee. De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het advies van de reclassering van 16 september 2024, opgesteld door mevrouw S.L. Chow, reclasseringswerker. De reclassering beschrijft dat verdachte tot aan zijn aanhouding niet beschikte over gestructureerde dagbesteding en een legaal inkomen. Ook was er sprake van middelenproblematiek, zo zou verdachte een cocaïneverslaving hebben (gehad). De urinecontroles die ten tijde van zijn detentie zijn afgenomen, zijn echter negatief. Verdachte geeft zelf ook aan nu ‘schoon’ te zijn. Verdachte heeft geen geldige verblijfsvergunning in Nederland, waardoor terugkeren in de Nederlandse maatschappij op dit moment niet mogelijk is op een legale manier. De kans is aanwezig dat hij bij een invrijheidstelling in vreemdelingenbewaring wordt genomen en Nederland moet verlaten. Verdachte geeft zelf ook aan, zodra hij vrijkomt, naar Portugal te zullen gaan. Omdat verdachte geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland, kan hij ook nergens aanspraak op doen in het kader van wonen, werk en inkomen. Daarom schat de reclassering het risico op recidive in als gemiddeld-hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden, aangezien zij, gelet op het ontbreken van een rechtmatig verblijf in Nederland, geen mogelijkheden zien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of gedrag te veranderen. De reclassering benoemt dat er voor verdachte geen zwaarwegende negatieve consequenties zijn (naast de algemene nadelen die voor een ieder gelden) bij de oplegging van een gevangenisstraf. Wat de reclassering betreft behoort een taakstraf niet tot de mogelijkheden, vanwege het ontbreken van een verblijfsvergunning. De op te leggen straf Gelet op de aard en ernst van de feiten (met name de hoeveelheid valse identiteitsbewijzen en de grootschalige oplichting) kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank vindt daarnaast als signaal naar de samenleving en ter afschrikking van mogelijke toekomstige daders (generale preventie) en om te voorkomen dat verdachte nog een keer de fout in zal gaan (speciale preventie), van groot belang dat in de strafoplegging tot uiting komt dat dit soort misdrijven niet lonen en dat op het plegen daarvan een stevige reactie volgt. De rechtbank acht, gelet op de aard en ernst van de strafbare feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een voorwaardelijk strafdeel niet opportuun. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank legt daarmee een lagere straf op dan is geëist door de officier van justitie, omdat de officier van justitie bij haar strafeis is uitgegaan van een andere bewezenverklaring onder feit 1. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 9 BESLAG Het volgende voorwerp is in beslag genomen: - een mobiele telefoon, te weten een Google Pixel 6A (AAPF1953NL). 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen telefoon verbeurd te verklaren. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van de inbeslaggenomen telefoon gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 9.3 Het oordeel van de rechtbank Verbeurdverklaring De rechtbank zal de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon verbeurd verklaren. Met behulp van de telefoon is een deel het onder feit 2, primair bewezenverklaarde begaan. 10 BENADEELDE PARTIJ Coöperatieve Rabobank U.A. (hierna: Rabobank) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit materiële schade, te weten onderzoekskosten, als gevolg van het aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde. Triodos Bank N.V. (hierna: Triodos Bank) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 570,-, bestaande uit materiële schade, te weten onderzoekskosten, als gevolg van het aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde. Volksbank N.V. (hierna: Volksbank) heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.500,- bestaande uit materiële schade, te weten onderzoekskosten, als gevolg van het aan verdachte onder feit 2 ten laste gelegde. 10.1 Het standpunt van de officier van justitie Uit de aangiftes en de vorderingen volgt dat de benadeelden rechtstreekse schade hebben geleden. De banken hebben onderzoek moeten doen en hier zijn kosten voor gemaakt. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van de benadeelde partijen geheel moeten worden toegewezen, met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 10.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair bepleit de vordering van de benadeelde partij Volksbank niet-ontvankelijk te verklaren, nu de machtiging van de vertegenwoordiger [benadeelde] ontbreekt. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte medeplichtig is geweest aan het (enkel) valselijk opmaken van de identiteitskaarten op naam [A 1] , [B 1] , [C 1] en [D ] . Daarom kunnen volgens hem slechts de gevorderde onderzoekskosten, gemaakt naar aanleiding van de oplichting met déze identiteitskaarten, worden toegewezen. Het gaat volgens de raadsman om de volgende hoofdelijk toe te wijzen geldbedragen aan onderzoekskosten: een geldbedrag van € 120,- aan Rabobank, voor het onderzoek naar de bankrekening op naam van [B 1] ; een bedrag van € 142,50 aan Triodos Bank, voor het onderzoek naar de bankrekening op naam van [D ] ; een bedrag van € 142,50 aan Volksbank, voor het onderzoek naar de bankrekening op naam van [C 1] . De raadsman heeft bepleit om de benadeelden voor wat betreft het overige deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren. Ook heeft hij gevraagd geen schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. 10.3 Het oordeel van de rechtbank De vorderingen van de benadeelde partijen Rabobank, Triodos Bank en Volksbank Ontbreken machtiging vertegenwoordiger Volksbank De vordering benadeelde partij is namens Volksbank ingediend door [benadeelde] . De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier geen machtiging van deze vertegenwoordiger bevindt, waaruit blijkt dat zij bevoegd was. De rechtbank is - anders dan de verdediging - niet van oordeel dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij. Het gaat hier om iemand die vanuit de rechtspersoon zelf namens die rechtspersoon is opgetreden, en dan is artikel 51c lid 3 Sv niet van toepassing en betreft het een kwestie van interne vertegenwoordigingsbevoegdheid. In dit geval komt [benadeelde] ook in het procesdossier voor. Zij heeft namelijk namens Volksbank aangifte gedaan van de strafbare feiten en in die aangifte heeft zij verklaard dat zij [functie] bij Volksbank is. Een machtiging zoals bedoeld in artikel 51c lid 3 Sv is dan niet nodig, want deze persoon is geen derde. In dergelijke gevallen mag van de Hoge Raad al snel worden aangenomen dat die persoon bevoegd is namens de rechtspersoon de vordering in te dienen (en haar ter zitting te vertegenwoordigen). Dit alles geldt te meer indien de verdediging niet (concreet) heeft onderbouwd wat er mis is met de (interne) bevoegdheid van deze persoon tot vertegenwoordiging van de benadeelde partij, óók indien door de benadeelde partij overgelegde stukken waarin expliciet van de bevoegdheid blijkt, ontbreken (ECLI:NL:HR:2018:2006), zie ook de conclusie van de A-G Spronken, gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2015:2705). Daar komt bij dat de interne vertegenwoordigingsregeling van de rechtspersoon strekt ter bescherming van de belangen van de rechtspersoon zelf. Zij strekken dus niet ter bescherming van de belangen van de verdachte, zodat die zich er niet al te gemakkelijk op kan beroepen. De materiële schade De banken hebben kosten gemaakt om de gepleegde strafbare feiten van verdachte aan het licht te brengen. Zo hebben zij naar iedere bankrekeningaanvraag en/of geopende bankrekening, welke in verband konden worden gebracht met verdachte en/of zijn medeverdachte, onderzoek moeten doen. Naar het oordeel van de rechtbank komen daarmee alle door de banken gevorderde onderzoekskosten voor vergoeding in aanmerking. Voor Rabobank betreft dit € 3.000,- (het onderzoek heeft één uur per dossier in beslag genomen. Per uur geldt een tarief van € 120,-, en 25 dossiers x € 120,- = € 3.000,-). Voor Triodos Bank betreft dit € 570,- (het onderzoek heeft in het totaal 30 uren in beslag genomen. Voor één uur geldt een tarief van € 19,- en 30 x € 19,- = € 570,-). Voor Volksbank betreft dit € 1.500,- (het onderzoek heeft één uur per dossier in beslag genomen. Per uur geldt een tarief van € 250,-, en 6 dossiers x € 250,- = € 1.500,-). Deze schade is aan te merken als rechtstreekse materiële schade en is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de ingediende vorderingen en de aangiftes, voldoende onderbouwd. Het aantal onderzoekuren van de banken en de kosten die hieraan zijn verbonden zijn ook redelijk en daarom geheel toewijsbaar als materiële schade. Hoofdelijkheid en wettelijke rente De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen voor bovengenoemde bedragen hoofdelijk toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente telkens vanaf de datum waarop de betreffende bank aangifte(n) heeft gedaan , te weten: vanaf 4 januari 2024 voor Rabobank; vanaf 31 januari 2024 voor Triodos Bank; vanaf 23 januari 2024 voor Volksbank. De schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal ten aanzien van de banken geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Deze maatregel is bedoeld om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken. Proceskosten Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. 11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47, 48, 49, 57, 63, 231, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12 BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het onder feit 1, primair, eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Bewezenverklaring - verklaart het onder feit 1 primair tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde (medeplegen van voorhanden hebben van een identificatiebewijs) en subsidiair, eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde (medeplichtigheid aan het valselijk opmaken van een identiteitsbewijs, meermalen gepleegd) en feit 2 primair ten laste gelegde (medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd), bewezen, zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vierentwintig (24) maanden ; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; Beslag - verklaart het volgende voorwerp verbeurd:  Een mobiele telefoon, te weten een Google Pixel 6A (AAPF1953NL); Benadeelde partij Rabobank U.A. wijst de vordering van Rabobank toe tot een bedrag van € 3.000,-, bestaande uit materiële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Rabobank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2024 tot de dag van volledige betaling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde heeft vergoed; veroordeelt verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij Triodos Bank N.V. wijst de vordering van Triodos Bank toe tot een bedrag van € 570,-, bestaande uit materiële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Triodos Bank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2024 tot de dag van volledige betaling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde heeft vergoed; veroordeelt verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; Benadeelde partij Volksbank N.V. wijst de vordering van Volksbank toe tot een bedrag van € 1.500,-, bestaande uit materiële schade; veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan Volksbank van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2024 tot de dag van volledige betaling; bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde heeft vergoed; veroordeelt verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mrs. L.E. Verschoor-Bergsma en J.B. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2024. Bijlage I: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij, in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, te weten - een Oostenrijkse identiteitskaart op naam van [A 1] , en/of - een Sloveense identiteitskaart op naam van [B 1] , en/of - een Nederlandse identiteitskâart op naam van [C 1] , en/of - een Duitse identiteitskaart op naam van [D ] , en/of - ( een groot aantal) reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen op naam van een of meer andere personen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst; en/of hij, in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten - een Oostenrijkse identiteitskaart op naam van [A 1] , en/of - een Sloveense identiteitskaart op naam van [B 1] , en/of - een Nederlandse identiteitskaart op naam van [C 1] , en/of - een Duitse identiteitskaart op naam van [D ] , en/of - ( een groot aantal) reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen op naam van een of meer andere personen, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft/hebben afgeleverd en/of voorhanden heeft/hebben gehad; (art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] , in de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Almere en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, te weten - een Oostenrijkse identiteitskaart op naam van [A 1] , en/of - een Sloveense identiteitskaart op naam van [B 1] , en/of - een Nederlandse identiteitskaart op naam van [C 1] , en/of - een Duitse identiteitskaart op naam van [D ] , en/of - ( een groot aantal) reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen op naam van een of meer andere personen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst; en/of [medeverdachte] , in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Almere CH/of Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten - een Oostenrijkse identiteitskaart op naam van [A 1] , en/of - een Sloveense identiteitskaart op naam van [B 1] , en/of - een Nederlandse identiteitskaart op naam van [C 1] , en/of - een Duitse identiteitskaart op naam van [D ] , en/of - ( een groot aantal) reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen op naam van een of meer andere personen, waarvan hij, [medeverdachte] , en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft/hebben afgeleverd en/of voorhanden heeft/hebben gehad; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 22 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door pasfoto’s van zijn gezicht aan te leveren bij die [medeverdachte] en/of die [medeverdachte] pasfoto’s van zijn gezicht te laten maken, welke foto’s werden gebruikt voor de identiteitskaarten; (art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 Wetboek van Strafrecht) 2 hij, in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 20 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank en/of de Rabobank en/of de Volksbank en/of de Triodosbank heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten het verstrekken van een of meerdere bankrekeningen, door, onder aanlevering van valse of vervalste reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen en/of verstrekking van foto’s en/of video’s van de op de reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen afgebeelde personen, een of meerdere bankrekeningen aan te vragen en/of te openen; (art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte] , in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 20 april 2024 te Almere en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de ING bank en/of de Rabobank en/of de Volksbank en/of de Triodosbank heeft bewogen tot het verlenen van een dienst, te weten het verstrekken van een of meerdere bankrekeningen, door, onder aanlevering van valse of vervalste reisdocumenten en/of identiteitsbewijzen en/of verstrekking van foto’s en/of video’s van de op de reisdocumenten en / of identiteitsbewijzen afgebeelde personen, een of meerdere bankrekeningen aan te vragen en/of te openen; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 december 2022 tot en met 20 april 2024 te Utrecht en/of Landsmeer , in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die [medeverdachte] foto’s en/of video’s van zijn gezicht aan te leveren en/of die [medeverdachte] foto’s en/of video’s van zijn gezicht te laten maken; (art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 Wetboek van Strafrecht) Bijlage II: bewijsmiddelen feit 1, primair, het 2e alternatief/cumulatief tenlastegelegde: Verdachte heeft ter terechtzitting van 8 oktober 2024 onder meer het volgende - samengevat en zakelijk weergegeven - verklaard: Het klopt dat ik met de identiteitskaart op naam van [E 1] een pakket heb opgehaald. Ik deed dit in opdracht van [medeverdachte] . Op deze identiteitskaart stond mijn pasfoto en ik wist dat deze identiteitskaart vals was. Verbalisant [verbalisant 1] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Op 22 april 2024 werd binnengetreden in de woning, [adres 1] , [postcode] , [plaats 2] . Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen: 2 legitimatiebewijzen. Verbalisant [verbalisant 2] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Verdachte [verdachte] werd in een woning aan de [adres 1] te [plaats 2] aangehouden. Tijdens de doorzoeking in de woning werd onder andere een identiteitskaart aangetroffen met een pasfoto van verdachte met valse identiteitsgegevens namelijk: [E 1] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . Verbalisant [verbalisant 3] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Ik heb een overzicht gemaakt van alle identiteitsdocumenten waarop een pasfoto van verdachte [verdachte] te zien was: Type: Identiteitskaart Naam: [E 1] Geb. datum: [geboortedatum] 1992. Verbalisant [verbalisant 4] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Doss. 272/24S : Verzocht werd om documenten die zijn aangetroffen tijdens huiszoeking in het onderzoek Cyprus op echtheid te onderzoeken. Conclusie: De onderzochte identiteitskaarten zijn nabootsingen van originele exemplaren. De identiteitskaarten zijn vals. De onderzochte documenten zijn als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd. In de bijlage bij het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 4] (Doss. 272/24S) staat - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Identiteitskaart, Nederland, [E 1] , [datum] , BSN: [nummer] ; Identiteitskaart, Nederland, [E 1] , [datum] ; BSN: [nummer] . feit 1, subsidiair, het 1e alternatief/cumulatief tenlastegelegde: de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2024; een proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte van 16 mei 2024 ; - een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] over het aantreffen van identiteitskaarten en kaartprinters tijdens de doorzoeking van de woning van de medeverdachte op 22 april 2024 ; - een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] waarin een opsomming is gegeven van de inbeslaggenomen identiteitskaarten waarop een pasfoto van verdachte is te zien ; - een proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , betreffende het documentonderzoek naar de echtheid van de bij doorzoeking aangetroffen identiteitskaarten ; - een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , betreffende het documentonderzoek naar de aan de bank overgelegde identiteitskaarten onder andere op naam van [A 1] , [B 1] , [C 1] en [D ] ; Feit 2, primair: Verdachte heeft ter terechtzitting van 8 oktober 2024 onder meer het volgende - samengevat en zakelijk weergegeven - verklaard: Ik heb van mijn gezicht foto’s en filmpjes laten maken. Mijn neef (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] ) heeft zowel bij mij thuis als bij hem thuis, foto’s en filmpjes van mij gemaakt, dit was voor het goedkeuringsproces bij de bank. Ik wist dus waarvoor deze foto’s en filmpjes waren. Ik kon hier geld mee verdienen. U, oudste rechter, vraagt mij of ik weleens heb gepind met een door oplichting verkregen pinpas. Ik heb weleens van mijn neef de opdracht gekregen om naar een pinautomaat te gaan en te kijken of het werkte. Het klopt dat ik met de identiteitskaart op naam van [E 1] een pakket heb opgehaald. Ik deed dit in opdracht van mijn neef. Op deze identiteitskaart stond mijn pasfoto en ik wist dat deze identiteitskaart vals was. De medeverdachte heeft onder meer het volgende - samengevat en zakelijk weergegeven - verklaard: V: Wat kan je verklaren over het openen van bankrekeningen? A: Ik heb er een paar geopend. V: Hoe werkt het om een rekening te openen? A: Ik had een valse identiteit. Ik heb dat afgedrukt en dat heb ik bij de bank overlegd. V: Wie opende er nog meer rekeningen? A: Ik en [verdachte] . V: Je bedoeld [verdachte] , de andere verdachte? A: Ja, hij heeft heel veel rekeningen geopend. In de aangifte van ING Bank (met bijlagen) staat onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Het is mogelijk voor nieuwe particuliere klanten van ING online een Betaalrekening te openen via de ING Bankieren app en te identificeren middels het maken van een foto van een identiteitsbewijs ('Mobile onboarding'). Op 8 augustus 2023 heeft een onbekend persoon zich m.b.v. onderstaand vals Oostenrijks ID en opgave van valse persoonsgegevens als nieuwe klant online aangemeld waarbij een nieuwe rekening is geopend. De gegevens die hierbij zijn ingevoerd betreffen: Naam: Hr [A 1] Adres: [adres 2] , [postcode] , [plaats 3] Geboortedatum: [geboortedatum] 1988 Op 14 augustus 2023 heeft een onbekend persoon zich m.b.v. onderstaand vals Oostenrijks ID en opgave van valse persoonsgegevens als nieuwe klant online aangemeld waarbij een nieuwe rekening is geopend. De gegevens die hierbij zijn ingevoerd betreffen: Naam: Hr [F 1] Adres: [adres 3] , [postcode] , [plaats 3] Geboortedatum: [geboortedatum] 1992 Op 15 augustus 2023 heeft een onbekend persoon zich m.b.v. onderstaand vals Oostenrijks ID en opgave van valse persoonsgegevens als nieuwe klant online aangemeld waarbij een nieuwe rekening is geopend. De gegevens die hierbij zijn ingevoerd betreffen: Naam: [G 1] Adres: [adres 4] , [postcode] , [plaats 3] Geboortedatum: [geboortedatum] 1969 Op 16 augustus 2023 heeft een onbekend persoon zich m.b.v. onderstaand vals Oostenrijks ID en opgave van valse persoonsgegevens als nieuwe klant online aangemeld waarbij een nieuwe rekening is geopend. De gegevens die hierbij zijn ingevoerd betreffen: Naam: Hr [H ] Adres: [adres 5] , [postcode] , [plaats 3] Geboortedatum: [geboortedatum] 1998 Op 8 augustus 2023 vanaf 11:27 uur heeft een onbekend persoon zich m.b.v. onderstaand vals Oostenrijks ID en opgave van valse persoonsgegevens als nieuwe klant online aangeroeid waarbij een nieuwe rekening is geopend. De gegevens die hierbij zijn ingevoerd betreffen Naam: [I 1] Adres: [adres 2] , [postcode] [plaats 3] De online activatie heeft plaatsgevonden met een Google Pixel 6a vanaf IP-adres 31.20.150.85 In een proces-verbaal van bevindingen overig digitaal beslag staat onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Categorie: Telefoon – Google Pixel 6a Crypto Beslagene: [verdachte] In de aangifte van Rabobank staat onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Er zijn meerdere rekeningen aangevraagd bij Rabobank met verschillende valse of vervalste Sloveense identiteitsbewijzen in combinatie met dezelfde of een vergelijkbare foto/gezichtsscan. Het openen van een rekening bij Rabobank vindt plaats door middel van mobiele identificatie. Een nieuwe klant installeert de Rabobank bankieren app op zijn telefoon en geeft daarbij aan dat een nieuwe rekening is gewenst. Door middel van een foto en een scan wordt de informatie uit het identiteitsbewijs overgenomen. Vervolgens wordt er een gezichtsscan gemaakt, dit is een filmpje van 2,5 seconden van het gezicht. Hiermee vindt verificatie plaats. Uit nader onderzoek is gebleken dat op de video van 2,5 seconden steeds dezelfde personen zichtbaar zijn, terwijl er andere persoonlijke informatie op het legitimatiebewijs staat. Op 22 mei 2023 is rekening [rekeningnummer] geopend op naam van [B 1] , geboortedatum [geboortedatum] 1992, door middel van een legitimatiebewijs en foto/snapshot. Uit onderzoek is gebleken dat een vergelijkbaar vervalst Sloveens identiteitsbewijs en een vergelijkbare foto/snapshot is gebruikt bij het open van de volgende rekeningen: [rekeningnummer] , [J 1] , [geboortedatum] 1982 [rekeningnummer] , [J 1] , [geboortedatum] 1982 [rekeningnummer] , [K 1] , [geboortedatum] 1999 [rekeningnummer] , [L 1] , [geboortedatum] 1995 [rekeningnummer] , [M 1] , [geboortedatum] 1990 [rekeningnummer] , [C 1] , [geboortedatum] 1995 [rekeningnummer] , [N 1] , [geboortedatum] 1971 [rekeningnummer] , [O 1] , [geboortedatum] 1979 Verbalisant [verbalisant 3] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Naar aanleiding van de aangiftes van de banken, staan hieronder valse identiteitsdocumenten die door de verdachten zijn gebruikt. - [J 1] , [geboortedatum] 1982 Datum aanvraag rekening: 11-07-2023 - [K 1] , [geboortedatum] 1999 Datum aanvraag rekening: 24-07-2023 - [L 1] , [geboortedatum] 1995 Datum aanvraag rekening: 29-07-2023 - [M 1] , [geboortedatum] 1990 Datum aanvraag rekening: 12-06-2023 - [C 1] , [geboortedatum] 1995 Datum aanvraag rekening: 31-05-2023 - [N 1] , [geboortedatum] 1971 Datum aanvraag rekening: 03-08-2023 - [O 1] , [geboortedatum] 1979 Datum aanvraag rekening: 24-05-2023 In de aangifte van Triodos Bank staat onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Triodos heeft tientallen rekeningaanvragen ontvangen waarbij een vervalst legitimatiebewijs is overlegd. Het is in gevallen gelukt om een betaalrekening bij Triodos te openen. Tot een actieve rekening bij Triodos heeft geleid: [P 1] (m) DOB [geboortedatum] 1988 [adres 1] , [postcode] [plaats 2] Datum rekeningaanvraag 22-01-2023 [rekeningnummer] Foto en selfie van [verdachte] De volgende rekeningaanvraag is succesvol geweest: [Q 1] (m) DOB [geboortedatum] 1970 [adres 6] , [postcode] [geboorteplaats] Datum rekeningaanvraag 15-12-2022 ID: Duitse identiteitskaart Foto en selfie van [verdachte] In de aangiftes van Volksbank staat onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: Op 1 juni 2023 is een aanvraag binnen gekomen ter verkrijgen van een basis betaalrekening. In verband met deze aanvraag is een bankrekening geopend. De aanvrager heeft een kopie van een identiteitsdocument aangeleverd. Het gaat om een Nederlandse Identiteitskaart ten name van de heer [O 1] als voornaam en [O 1] als achternaam, geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] . Op 18 mei 2023 is een aanvraag binnen gekomen ter verkrijgen van een basis betaalrekening. In verband met deze aanvraag is een bankrekening geopend. De aanvrager heeft een kopie van een identiteitsdocument aangeleverd. Het gaat om een Nederlandse Identiteitskaart ten name van de heer [S 1] als voornaam en [T ] als achternaam, geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] . Op 22 november 2022 is een aanvraag binnen gekomen ter verkrijgen van een basis betaalrekening. In verband met deze aanvraag is een bankrekening geopend. De aanvrager heeft een kopie van een identiteitsdocument aangeleverd. Het gaat om een Nederlandse Paspoort ten name van de heer [U 1] als voornaam en [V 1] als achternaam, geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] . Op 7 juni 2023 is een aanvraag binnen gekomen ter verkrijgen van een basis betaalrekening. In verband met deze aanvraag is een bankrekening geopend. De aanvrager heeft ook een kopie van een identiteitsdocument aangeleverd. Het gaat om een Nederlandse Identiteitskaart ten name van de heer [W] als voornaam en [W] als achternaam, geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] . Verbalisant [verbalisant 3] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Hieronder heb ik, verbalisant, een overzicht gemaakt van identiteitsdocumenten waarop een pasfoto van verdachte [verdachte] te zien was: [X 1] , [geboortedatum] 1992 [Y 1] , [geboortedatum] 1998 [Z 1] , [geboortedatum] 1988, [A 2] , [geboortedatum] 1969 [B 2] , [geboortedatum] 1989 [C 2] , [geboortedatum] 1970 [D 1] , [geboortedatum] 1988 [E 2] , [geboortedatum] 1982 [F 2] , [geboortedatum] 1999 [G 2] , [geboortedatum] 1995 [H] , [geboortedatum] 1990 [I 2] , [geboortedatum] 1992 [J 2] , [geboortedatum] 1995 [K 2] , [geboortedatum] 1971 [R 1] , [R 1] , [geboortedatum] 1979 [L 2] , [geboortedatum] 2002 [V 1] , [U 1] , [geboortedatum] 1976 [M 2] , [geboortedatum] 1995 Verbalisant [verbalisant 4] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende: De volgende afgebeelde identiteitskaart zijn vals of vervalst, maar is in ieder geval nimmer door of namens de autoriteiten in deze hoedanigheid aan tenaamgestelde afgegeven: [N 2] , [geboortedatum] 1971 [O 2] , [geboortedatum] 1995 - [P 2] , [geboortedatum] 1992 - [Q 2] , [geboortedatum] 1990 [R 2] , [geboortedatum] 1982 [S 2] , [geboortedatum] 1995 - [U 2] , [geboortedatum] 1999 - [Q 1] , [geboortedatum] 1970 - [V 2] , [geboortedatum] 1988 - [X 2] , [geboortedatum] 1969 - [Y 2] , [geboortedatum] 1988 - [Z 2] , [geboortedatum] 1992 - [A 3] , [geboortedatum] 1998 - [R 1] , [geboortedatum] 1979 - [B 3] , [geboortedatum] 2002 Verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 3] hebben onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Aanvullende informatie banken: 27-02-2024 (e-mail ING) Ik ontving een e-mail van de ING-bank. Ik zag in de e-mail dat één van de verdachten geld had gepind met de betaalpas [nummer] , welke was uitgegeven voor de vals geopende rekening [rekeningnummer] . Ik zag een screenshot van de pinner in de e-mail staan. Pinner heeft zeer veel gelijkenissen met verdachte, [verdachte] . 27-02-2024 (E-mail ING) Ik ontving op 27-02-2024 een e-mail van de ING-bank. In de e-mail stond dat er een nieuwe geslaagde “mobile onboarding” was met een (vermoedelijk) vals Oosterijks ID met foto's van de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] . Ik zag de volgende informatie in de e-mail staan: Hr [C 3] [adres 7] , [postcode] , [plaats 2] Adres is gewijzigd van: [adres 1] , [postcode] , [plaats 2] Mobile onboarding heeft plaatsgevonden op 2024-02-01 vanaf [ip adres] - Lycamobile met Google Pixel 6a. Device is o.a. actief op IP-adres [ip adres] . En op dit IP-adres [ip adres] kom ik de 3de geslaagde “mobile onboarding” met vals Oostenrijks ID met bekende foto van verdachte [verdachte] : Hr [D 2] [adres 8] , [postcode] , [plaats 4] Mobile onboarding heeft plaatsgevonden op 2024-01-05. Verbalisant [verbalisant 6] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Het onderzoeksteam heeft het IP-adres [ip adres] bij het CIOT bevraagd. Ik zag dat het volgende resultaat werd verstrekt: straat en huisnummer: [adres 1] . Verbalisant [verbalisant 2] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Verdachte [verdachte] werd in een woning aan de [adres 1] te [plaats 2] aangehouden. Tijdens de doorzoeking in de woning werd onder andere een identiteitskaart aangetroffen met een pasfoto van verdachte met valse identiteitsgegevens namelijk: [E 1] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . In de woning werd tevens een poststuk van de Rabobank aangetroffen gericht aan: [E 1] met adresgegevens: [adres 9] te [plaats 2] . In de woning aan de [adres 1] te [plaats 2] werden verschillende bankpassen dan wel creditcards aangetroffen welke niet op naam van verdachte stond. Dit betroffen onderstaande passen: - ING creditcard op naam van [C 3] - ING creditcard op naam van [C 3] - ING betaalpas op naam van [C 3] - ING betaalpas op naam van [C 3] - ING creditcard op naam van [D 2] Tijdens de doorzoeking werd een poststuk aangetroffen van de ING bank gericht aan: [D 2] , adres: [adres 10] te [plaats 2] . De brief bevatte een activatiecode voor het activeren van een creditcard. Verbalisant [verbalisant 3] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Verdachte [medeverdachte] is aangehouden in zijn woning en bij de aanhouding is zijn telefoon, een iPhone, bij hem aangetroffen. Het onderzoeksteam heeft de iPhone onderzocht. Ik zag dat op 20 april 2024 het onderstaande bericht door [medeverdachte] naar de andere verdachte, [verdachte] , was gestuurd: Datum: 20 april 2024 Bericht: [website] Na onderzoek naar de Track-and-Trace zag ik dat het een pakket betrof. Dit pakket kan worden afgehaald te [plaats 4] . Het pakket staat op naam van [E 1] . Verbalisant [verbalisant 6] heeft onder meer - samengevat en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard: Ik begon een onderzoek naar de bankgegevens van [verdachte] . Ik zag dat er transacties waren met in de omschrijving namen van in de aangiften van de banken naar voren gekomen verdachte rekeningen, “ [C 1] ”, “ [B 1] ” en “ [P 1] ”: 12-07-2023: bedrag: € 8,00 tegenrekeninghouder: betaalverzoek Rabobank tegenrekening: N/A omschrijving: [rekeningnummer] : [C 1] 12-07-2023: bedrag: € 17,00 euro tegenrekeninghouder: betaalverzoek Rabobank tegenrekening: [rekeningnummer] omschrijving: [rekeningnummer] : [B 1] 23-04-2023: bedrag: € 50,00 tegenrekeninghouder: betaalverzoek Rabobank tegenrekening: [rekeningnummer] omschrijving: [rekeningnummer] : [P 1] De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte (aanvullende) processen-verbaal van: - 23 april 2024, genummerd MD2R023179-66, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 316 (wanneer hiernaar wordt verwezen wordt een (A) toegevoegd); - 30 april 2024, genummerd MD2R023179-166, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 317 tot en met 368 (wanneer hiernaar wordt verwezen wordt een (D) toegevoegd); - 2 juli 2024, genummerd MD2R023179-194, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 369 tot en met 503 (wanneer hiernaar wordt verwezen wordt een (B) toegevoegd); - 30 juli 2024, genummerd MD2R023179-203, opgemaakt door politie Midden-Nederland, pagina 716 tot en met 717 (wanneer hiernaar wordt verwezen wordt een (C) toegevoegd); De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2024. Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming in de woning gelegen aan de [adres 1] in [plaats 2] , pagina 315 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 255 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 716 (C). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 717 (C). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 396 (B). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 398 (B). Een geschrift, te weten de bijlage van de onderzochte documenten door verbalisant [verbalisant 4] , pagina 406 (C). Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , pagina 426 en 427 (B). Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming in de woning gelegen aan de [adres 11] in [plaats 5] , pagina 289 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 716 en 717 (C). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 396 en 402 (B). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 175, 177, 179 en 182 (A). De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 oktober 2024. Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , pagina 425 (B) Een proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , pagina 427 (B) Een geschrift, te weten de aangifte van ING Bank van 15 januari 2024, pagina 18 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van ING Bank van 15 januari 2024, pagina 31 en 32 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van ING Bank van 15 januari 2024, pagina 35 en 36 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van ING Bank van 15 januari 2024, pagina 42 en 43 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van ING Bank van 15 januari 2024, pagina 46 en 47 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van ING Bank van 15 januari 2024, pagina 33 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 463 (B) Een geschrift, te weten de aangifte van Rabobank van 4 januari 2024, pagina 62 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Rabobank van 4 januari 2024, pagina 63 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Rabobank van 4 januari 2024, pagina 65 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Rabobank van 4 januari 2024, pagina 66 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 137 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 161 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 162 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 163 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 164 (A) Een geschrift, te weten de aangifte van Triodos Bank van 31 januari 2024, pagina 72 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Triodos Bank van 31 januari 2024, pagina 74 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Triodos Bank van 31 januari 2024, pagina 75 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 24 januari 2024, pagina 90 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 24 januari 2024, pagina 90-91 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 24 januari 2024, pagina 91 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 24 januari 2024, pagina 94 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 24 januari 2024, pagina 95 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 23 januari 2024, pagina 99 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 23 januari 2024, pagina 100 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 25 januari 2024, pagina 107 (A). Een geschrift, te weten de aangifte van Volksbank van 25 januari 2024, pagina 108 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 716 (C). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 717 (C). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 174 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 175 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 175-176 (A). Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 177 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 178 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 179 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 180 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 180-181 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 181-182 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 184 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 184-185 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 185 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 186-187 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 213 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 214 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 489 (B) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 255 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 256 (A) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 322 (D) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 331 (D) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 485 (B) Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 486 (B)