Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-06-2026 (C/02/448242 FA RK 26-2519)
voornaamswijziging
Full text
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/448242 FA RK 26-2519 datum uitspraak: 22 juni 2026 beschikking betreffende voornaamswijziging in de zaak van [verzoeker] , wonende te [plaats] , hierna te noemen verzoeker, advocaat mr. E.P.J. Appelman. 1 Het procesverloop 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 8 mei 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - de akte met [nummer] van het jaar 2005 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Goes; - de op 5 juni 2026 ontvangen instemmingsverklaring van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goes. 1.2 Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goes. 2 Het verzoek Het verzoek strekt tot wijziging van de voornamen van verzoeker. 3 De beoordeling 3.1 In voormelde geboorteakte staan als voornamen van verzoeker vermeld: ‘ [voornamen 1] ’. 3.2 Nu verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd, nu de gewone verblijfplaats verzoeker binnen haar rechtsgebied is gelegen. 3.3 Aangezien verzoeker in ieder geval de Nederlandse nationaliteit heeft, zal de rechtbank op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toepassen op het verzoek. 3.4 Verzoeker verzoekt de eerste voornaam te wijzigen in ‘ [voornaam 1] ’ en legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag. De huidige eerste voornaam ‘ [voornaam 2] ’ is het gevolg van een kennelijke schrijffout die is ontstaan bij de aangifte van de geboorte van verzoeker. Vanaf zijn jeugd is hij door zijn ouders consequent ‘ [voornaam 1] ’ genoemd en is deze spelling steeds leidend geweest in zijn persoonlijke en sociale omgeving. De naam ‘ [voornaam 1] ’ vormt daarmee feitelijk zijn primaire identiteit, zoals die zich sinds zijn geboorte heeft ontwikkeld. In de praktijk hanteert verzoeker de spelling ‘ [voornaam 1] ’ in alle relevante contexten. Hierdoor is een discrepantie ontstaan tussen zijn officiële naamregistratie en de naam waaronder hij feitelijk bekendstaat. Dit leidt bij verzoeker voortdurend tot aanhoudende praktische en administratieve problemen. Er ontstaat regelmatig verwarring, wat ongemak meebrengt maar ook kan leiden tot misverstanden en vertragingen in formele procedures. Daarnaast heeft deze afwijking een duidelijke persoonlijke en psychologische impact op verzoeker. Het voortdurend gebruik van een naam die hij zelf als onjuist beschouwt, leidt tot frustratie en een gevoel van incongruentie tussen zijn formele en feitelijke identiteit. 3.5 Uit voormelde instemmingsverklaring blijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goes geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. 3.6 Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. 3.7 Naar het oordeel van de rechtbank zijn voornamen voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen ook een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De rechtbank is van oordeel dat met de aangevoerde gronden, tegenover het publieke belang bij naamsconsistentie, een voldoende zwaarwichtig belang bestaat om te komen tot de verzochte wijziging van de voornamen van verzoeker. Daarbij is in aanmerking genomen dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in het dagelijks leven regelmatig hinder ondervindt van het feit dat de spelling van zijn officiële eerste voornaam afwijkt van de door hem in de praktijk gehanteerde eerste voornaam, met welke naam verzoeker zich kennelijk identificeert. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven, zal het verzoek op na te melden wijze worden toegewezen. 4 De beslissing De rechtbank 4.1 gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goes de voornamen van verzoeker, zoals vermeld in de akte met [nummer] van het jaar 2005 van het onder hem berustende register van geboorten, te wijzigen in die zin dat deze voortaan luiden: ‘ [voornamen 2] ’. Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen en in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.