Rechtbank Den Haag, 19-08-2026 (NL25.63187)
Asiel, Eritrea, verweerder mocht uitgaan van geregistreerde geboortedatum Italië, WI 2025/1, aanvullend onderzoek bij twijfel, artikel 34 Dublinverordening, uitspraak Afdeling 9 oktober 2024, motiveringsgebrek hersteld met verweerschrift, beroep gegrond met instandlating rechtsgevolgen
Full text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.63187 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. E. Spijkerman). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van 1 december 2025 waarbij eisers asielaanvraag van 7 mei 2025 is ingewilligd. Het beroep richt zich tegen de geregistreerde geboortedatum van eiser. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de juiste geboortedatum van eiser heeft geregistreerd. De rechtbank constateert wel een motiveringsgebrek, maar vindt dat het besluit desondanks in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. Eiser is van Eritrese nationaliteit. Op 7 mei 2025 heeft hij een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft bij zijn aanvraag als geboortedatum [geboortedag 1] 2009 opgegeven. Hij was op dat moment ongedocumenteerd. 4. De DISA heeft op de dag van de aanvraag een leeftijdsschouw verricht, waarbij is geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Bij het aanmeldgehoor is eiser ook geschouwd op leeftijd. De hoormedewerker heeft ook geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en heeft eiser meegedeeld dat er verder onderzoek naar de leeftijd zal plaatsvinden. Uit dat onderzoek is naar voren gekomen dat eiser in Italië is geregistreerd met geboortedatum [geboortedag 2] 2005 en in Zwitserland met geboortedatum [geboortedag 1] 2008. 5. Op 1 december 2025 is aan eiser een verblijfsvergunning asiel toegekend, geldig van 6 mei 2025 tot en met 6 mei 2030. In dat besluit heeft verweerder van eiser de in Italië geregistreerde geboortedatum [geboortedag 2] 2005 als geboortedatum opgenomen. 6. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 7. De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [persoon] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank De beroepsgronden 8. Eiser heeft aangevoerd dat de minister ten onrechte de in Italië geregistreerde geboortedatum heeft overgenomen. Eiser stelt dat hij na een barre boottocht ziek aan wal is gekomen, dat hij zelf niet zijn gegevens heeft ingevuld en dat hij alleen zijn naam heeft opgegeven. Eiser vindt dat verweerder niet van de registratie mocht uitgaan zonder navraag te doen en zonder de achterliggende (medische) rapportages op te vragen bij de Italiaanse autoriteiten. Eiser wijst op de doopakte die hij heeft overgelegd, waarop de juiste geboortedatum is vermeld, en stelt dat verweerder daaraan ten onrechte geen gewicht heeft toegekend. Hij merkt daarbij op dat een kerkelijke doopakte in Eritrea een gangbaar document is in het maatschappelijk verkeer. Ontvankelijkheid beroep 9. De rechtbank beoordeelt eerst (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep, meer in het bijzonder of eiser procesbelang heeft, omdat zijn asielaanvraag is ingewilligd. In dat verband moet worden vastgesteld dat eiser belang heeft bij betwisting van persoonsgegevens en daarmee ook bij betwisting van de geboortedatum. Uit een uitspraak van de Afdeling van 17 september 2003 volgt dat een vreemdeling alleen daadwerkelijk over een verblijfsvergunning beschikt, als deze is verleend op basis van de juiste persoonsgegevens. Dit vindt ook steun in de rechtspraak van de Afdeling dat de beoordeling van de redenen voor asielbescherming alleen kan plaatsvinden tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep. 10. Het beroep is ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt het beroep daarom inhoudelijk. Twijfel over de door eiser opgegeven leeftijd 11. In WI 2025/1 is uiteengezet hoe de minister handelt bij twijfel aan een opgegeven leeftijd. Uit paragraaf 3.1 volgt dat iedere alleenstaande minderjarige vreemdeling die zijn gestelde minderjarigheid niet kan aantonen met bewijsmiddelen, bij binnenkomst wordt geschouwd door de DISA of de KMar. Daarnaast rapporteert de medewerker van het aanmeldgehoor welk gedrag is waargenomen en neemt deze ook uiterlijke/lichamelijke kenmerken op in het rapport van gehoor. Als sprake is van twijfel of onzekerheid, wordt verder onderzoek gedaan naar de leeftijd. 12. Verweerders beleid over de leeftijdsbepaling, zoals neergelegd in paragraaf C1/2.2 van de Vreemdelingencirculaire, is door de Afdeling niet onredelijk bevonden. De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen reden om het huidige beleid als onjuist of kennelijk onredelijk te bestempelen of om te oordelen dat de minister bij twijfel over de gestelde minderjarigheid geen nader onderzoek mag doen naar de leeftijd van de vreemdeling. 13. Uit het dossier blijkt dat zowel de hoormedewerker als de DISA bij de schouw heeft geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. In het rapport van het aanmeldgehoor is overeenkomstig de werkinstructie gerapporteerd welke lichamelijke kenmerken zijn opgevallen en welk gedrag is waargenomen. De hoormedewerker heeft aan het einde van het aanmeldgehoor aan eiser meegedeeld dat er verder onderzoek naar de leeftijd zal plaatsvinden en dat, gelet op de Eurodac-treffer , dit onderzoek in Italië zal worden opgestart. De minister heeft vervolgens informatie ingewonnen bij de Italiaanse autoriteiten op grond van artikel 34 van de Dublinverordening. Uit die informatie is gebleken dat eiser in Italië is geregistreerd met de geboortedatum [geboortedag 2] 2005. Heeft de minister de juiste geboortedatum geregistreerd? 14. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat hij, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ervan uit mag gaan dat de registratie van de geboortedatum in Italië zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat de registratie aldaar niet juist is. 15. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 9 oktober 2024 geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in het Unierecht van fundamenteel belang is, maar dat het niet van toepassing is als de minister bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling de leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat betrekt. De minister mag dus niet zonder meer uitgaan van de juistheid van de geregistreerde leeftijd van eiser in Italië. Dit betekent niet dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. Het uitgangspunt is dat het aan de vreemdeling is om zijn identiteit aannemelijk te maken. Dit heeft de Afdeling onlangs nog bevestigd in haar uitspraak van 4 augustus 2026. De leeftijd van een vreemdeling zal moeten worden beoordeeld met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht, met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald. Daarbij zal de minister steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Ook zal hij zo mogelijk moeten toelichten waarop de leeftijdsregistratie is gebaseerd. De minister zal steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. 16. De rechtbank stelt vast dat uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder zich ervan heeft vergewist dat eiser met verschillende geboortedatums is geregistreerd in Italië en Zwitserland en dat verweerder kennelijk is uitgegaan van de juistheid van de geregistreerde geboortedatum in Italië. Verweerder heeft echter niet kenbaar onderzoek verricht in Italië en in Zwitserland naar hoe de registratie heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft volstaan met bevragen van eiser tijdens het nader gehoor hoe de registratie tot stand is gekomen. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom hij de in Italië geregistreerde meerderjarige leeftijd wel heeft overgenomen, maar de in Zwitserland geregistreerde minderjarige leeftijd niet. Het enige dat verweerder daarover heeft overwogen is, dat de leeftijd die eiser in Italië heeft opgegeven, de eerste registratie was. Daarmee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet deugdelijk gemotiveerd welk gewicht hij aan de verschillende registraties heeft toegekend en waarom. Dat leidt ertoe dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft. 17. Verweerder heeft in het verweerschrift een nadere toelichting gegeven op zijn onderzoek naar de leeftijdsregistratie in Italië. Verweerder heeft toegelicht dat hij aanneemt dat eiser in Italië zelf zijn geboortedatum heeft opgegeven. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de algemene werkwijze van de Italiaanse autoriteiten bij de aanmelding van vreemdelingen op Lampedusa. Volgens deze werkwijze dient de vreemdeling bij aankomst zelf zijn persoonsgegevens op te geven bij de Italiaanse autoriteiten. Daarnaast heeft verweerder zich gebaseerd op de eigen verklaringen van eiser, waaronder de verklaring dat er een tolk bij de aanmelding aanwezig was. Verweerder heeft gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om een goede informatieoverdracht te laten plaatsvinden en op de mogelijkheid van de vreemdeling om de opgegeven persoonsgegevens te controleren en waar nodig te verzoeken tot wijziging van deze gegevens. Ter zitting heeft verweerder daaraan toegevoegd dat eiser van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt. 18. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het verweerschrift alsnog inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij doorslaggevend gewicht heeft toegekend aan de in Italië geregistreerde geboortedatum. Verweerder heeft op basis van de hem bekende gegevens mogen aannemen dat eiser zelf zijn geboortedatum heeft opgegeven in Italië en dat dit niet door een ander is gebeurd zonder medeweten van eiser. Verweerder heeft terecht geen doorslaggevend gewicht toegekend aan de door eiser overgelegde doopakte waarop de geboortedatum [geboortedag 1] 2009 is aangetekend, omdat een doopakte geen identificerend document is en geen officieel bewijs is van geboorte. Verweerder heeft onder de gegeven omstandigheden doorslaggevend gewicht mogen toekennen aan de in Italië geregistreerde geboortedatum [geboortedag 2] 2005 en heeft de in Nederland geregistreerde geboortedatum op goede gronden aangepast naar [geboortedag 2] 2005. Conclusie en gevolgen 19. Het beroep zal gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd vanwege het geconstateerde motiveringsgebrek. Omdat verweerder het gebrek in het verweerschrift heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand. Artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk. Eiser blijft dus geregistreerd met geboortedatum [geboortedag 2] 2005. 20. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit van 1 december 2025; - bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan eiser. Deze uitspraak is gedaan op 19 augustus 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Uitspraak bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Dienst Identificatie en Screening Asiel Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2003:AL3294 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292. Werkinstructie Koninklijke Marechaussee Zie de uitspraak van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3147). pagina 13 en 14 Eurodac is een centrale database met vingerafdrukken van asielzoekers en personen die illegaal de buitengrenzen van het Schengengebied hebben overschreden. Hiermee kunnen landen in de Europese Unie en Schengenlanden vingerafdrukken vergelijken. Verordening nr. (EU) 604/2013 ECLI:NL:RVS:2024:3992 ECLI:NL:RVS:2026:4518 Standard operating procedures (Sop) Sop, p. 11 Sop, p. 15