Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-06-2026 (C/02/446032 / FA RK 26/1323)
Vezoek vervangende toestemming paspoort en vakantie toegewezen. Proceskostenveroordeling afgewezen.
Full text
beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446032 / FA RK 26/1323 datum uitspraak: 18 juni 2026 beschikking betreffende vervangende toestemming vakantie en aanvraag paspoort in de zaak van [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal, tegen [de man] , hierna: de man, wonende te [woonplaats 2] , Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, Breda, hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren. 1 Het procesverloop 1.1. De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: - het op 10 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen; - de op 17, 18 en 25 maart en 1 juni 2026 ontvangen berichten van mr. Heesmans met bijlage(n). 1.2. De verzoeken zijn behandeld ter zitting van 9 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad. 2 De feiten 2.1. Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank van [datum 1] 2025, welke is hersteld bij beschikking van [datum 2] 2025, is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op [datum 3] 2026 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. 2.2. Uit het huwelijk van partijen is het navolgende minderjarige kind geboren: - [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] , hierna: [minderjarige] . 2.3. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.4. [minderjarige] verblijft bij de vrouw. 3 De verzoeken 3.1. De vrouw verzoekt: - te bepalen dat aan de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming wordt gegeven om voor [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] , een paspoort aan te vragen; - te bepalen dat aan de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming wordt gegeven om met [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] , af te reizen naar de Dominicaanse Republiek en aldaar te verblijven van 12 juli 2026 tot en met 26 juli 2026; - de man te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. De man voert verweer tegen de verzoeken van de vrouw en verzoekt deze af te wijzen. 4 De standpunten 4.1. Door en namens de vrouw is ter onderbouwing van haar verzoek, samengevat, het navolgende naar voren gebracht. [minderjarige] beschikt niet over een geldig legitimatiebewijs. Hij heeft een legitimatiebewijs nodig om op vakantie te kunnen, maar bijvoorbeeld ook voor medische zaken. Ondanks diverse verzoeken weigert de man het voor de aanvraag benodigde formulier te tekenen. Hij heeft inmiddels wel toestemming verleend voor de aanvraag van een identiteitskaart, maar de vrouw wil voor [minderjarige] een paspoort aanvragen. Zij wil namelijk met [minderjarige] in de periode van 12 juli tot en met 26 juli 2026 op vakantie naar de Dominicaanse Republiek. Zij heeft de reis en de vliegtickets al geboekt. De man wil ook voor de reis geen toestemming geven. Dit betreurt de vrouw. De man wil geen toestemming geven, omdat hij vindt dat eerst zijn contact met [minderjarige] moet zijn hersteld. Het contactherstel tussen [minderjarige] en de man en de vakantie staan echter los van elkaar. Aan het contactherstel wordt in het kader van het Uniform Hulpaanbod gewerkt. Partijen hebben recent een intake gehad bij [hulpverlening] . Het is het belang van [minderjarige] dat hij met de vrouw op vakantie kan. Hij heeft zin in de vakantie en leeft er naar toe. De vrouw heeft in verband met de echtscheidingsprocedure een aantal jaren niet op vakantie gekund, dit is het eerste jaar dat het weer kan. Er is geen gegronde vrees dat de vrouw niet naar Nederland terug zal keren met [minderjarige] . Immers, zij heeft samen met [minderjarige] een leven in Nederland. Ook is er geen negatief reisadvies voor de Dominicaanse Republiek. De vrouw verzoekt de man te veroordelen in de kosten van deze procedure. De man heeft tot de zitting niet inhoudelijk gereageerd op de verzoeken van de vrouw om toestemming te verlenen voor de aanvraag van een paspoort en voor de vakantie. Hierdoor was onduidelijk of de man bezwaren had en was geen overleg mogelijk. De vrouw is daardoor gedwongen geweest een procedure te starten en is zo nodeloos op kosten gejaagd. Ter zitting heeft de vrouw geen bezwaren gehoord die toewijzing van haar verzoeken in de weg zouden staan. 4.2. De man voert verweer en heeft daartoe, samengevat, het navolgende aangevoerd. De man heeft [minderjarige] al lange tijd niet gezien en mist hem. Het is belangrijk dat het contact zo snel mogelijk wordt hersteld. De man is bang dat de vakantie van twee weken hierin wederom voor vertraging zal zorgen. De afstand tussen de man en [minderjarige] wordt dan alleen maar groter. Hij gunt [minderjarige] een vakantie maar contactherstel heeft prioriteit. Hij geeft om die reden geen toestemming voor de vakantie. Ook verleent de man geen toestemming voor de aanvraag van een paspoort. Hij heeft eerder wel al toestemming gegeven voor de aanvraag van een identiteitsbewijs. De man heeft het gevoel dat er veel druk op hem wordt uitgeoefend en dat hij als het ware wordt gedwongen om zijn toestemming te verlenen. Hij heeft als vader met gezag het recht om ergens niet mee in te stemmen. Het kan dan ook niet zo zijn dat hij wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. Hij heeft bovendien wel degelijk op de e-mails van de vrouw gereageerd. 4.3. De Raad onderstreept het belang van contact tussen de man en [minderjarige] . Echter, [minderjarige] heeft ook het recht om met de vrouw op vakantie te gaan. De Raad ziet geen bezwaren tegen deze vakantie. Ook is er geen aanleiding om te veronderstellen dat de vrouw niet met [minderjarige] terug zal keren naar Nederland. Als de vrouw met [minderjarige] naar de Dominicaanse Republiek op vakantie gaat, is ook een paspoort voor [minderjarige] nodig. De Raad adviseert de verzoeken van de vrouw toe te wijzen. 5 De beoordeling Vervangende toestemming vakantie 5.1. Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 5.2. Vooropgesteld wordt dat de vrouw de toestemming van de man nodig heeft om met [minderjarige] naar het buitenland te reizen en daar te verblijven, omdat partijen gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige] . De rechtbank overweegt dat het over het algemeen in het belang van een kind is om met (een van) zijn ouders op vakantie te kunnen gaan. Uitzonderingen hierop kunnen er bijvoorbeeld zijn wanneer de ouder die met het kind op vakantie wil niet in staat is om goed voor een kind te zorgen, wanneer een gegronde vrees bestaat voor ontvoering van het kind door de ouder of wanneer een vakantie in strijd is met tussen partijen gemaakte afspraken over de zorg- en contactregeling. 5.3. Op grond van het dossier en hetgeen is besproken op de zitting, is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden die zich verzetten tegen een vakantiereis van [minderjarige] met zijn moeder naar de Dominicaanse Republiek in juli 2026. De man heeft geen concrete bezwaren aangevoerd tegen deze reis. Hoewel invoelbaar is dat de man [minderjarige] mist en hem graag wil zien, weegt zijn argument dat een vakantie van twee weken tot vertraging of uitstel van contactherstel tussen de man en [minderjarige] zal leiden, onvoldoende zwaar. Partijen hebben recent een intakegesprek gehad bij [hulpverlening] voor hulpverlening en zullen daar naar verwachting op korte termijn mee starten. De vakantie van de vrouw met [minderjarige] voor een periode van twee weken in de zomervakantie zal het hulpverleningstraject niet, althans maar zeer beperkt vertragen. Bovendien zou van een dergelijke vertraging ook sprake zijn als de vrouw met [minderjarige] in Nederland op vakantie zou gaan. Daarnaast zullen ook de hulpverleners van [hulpverlening] in de zomerperiode in verband met vakantie minder beschikbaar zijn. 5.4. Met de Raad acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat hij van 12 juli tot en met 26 juli 2026 met de vrouw op vakantie naar de Dominicaanse Republiek kan gaan. Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming hiervoor zal worden toegewezen. Vervangende toestemming aanvraag paspoort 5.5. Op grond van artikel 38 lid 1 van de Paspoortwet kan het verzoek om vervangende toestemming voor een identiteitskaart en/of paspoort in een verzoekschriftenprocedure zonder bijstand van een advocaat worden ingediend. De vrouw is dan ook ontvankelijk in haar verzoek. 5.6. In artikel 34 lid 1 van de Paspoortwet is bepaald dat bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarig kind een verklaring van toestemming wordt overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens artikel 34 lid 2 van de Paspoortwet kan op verzoek van een ouder die het gezag uitoefent de toestemming van de andere ouder met gezag worden vervangen door een verklaring van een rechter. Op grond van lid 5 van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 5.7. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat voor hem een paspoort wordt aangevraagd. In het algemeen is het in het belang van een kind dat het met zijn ouder vrijelijk kan beschikken over een geldig identiteitsbewijs. Er kunnen zich immers situaties voordoen, waarbij om een identiteitsbewijs van het kind wordt gevraagd. Indien een kind dan niet geïdentificeerd kan worden, kan daarmee stagnatie in de zorg en opvoeding van het kind ontstaan. Dit is niet in het belang van het kind. 5.8. Het verzoek van de vrouw om een paspoort voor [minderjarige] aan te vragen in plaats van een identiteitsbewijs komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank acht dit ook in het belang van [minderjarige] . [minderjarige] heeft een paspoort nodig om met de vrouw naar de Dominicaanse Republiek te kunnen reizen. Ook op andere momenten kan [minderjarige] een paspoort nodig hebben. Het bezit van een paspoort biedt simpelweg meer mogelijkheden dan een Nederlandse identiteitskaart. Met de aanvraag van een paspoort is het belang van [minderjarige] dan ook het beste gediend. Ook het verzoek van de vrouw voor vervangende toestemming hiervoor zal worden toegewezen. Uitvoerbaar bij voorraad 5.9. De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het in het belang van [minderjarige] is dat deze beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden. Proceskostenveroordeling 5.10. De rechtbank ziet, in hetgeen partijen hierover hebben aangevoerd, op dit moment geen aanleiding om de man als verwerende partij te veroordelen in de kosten van dit geding en daarmee af te wijken van het uitgangspunt dat de proceskosten in zaken met een familierechtelijk karakter worden gecompenseerd. Immers, slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken. De rechtbank is niet gebleken dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijk geval. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de vrouw niet eerder heeft moeten procederen om ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man toestemming te verkrijgen om zaken ten aanzien van [minderjarige] te kunnen regelen. Het verzoek van de vrouw zal op dit punt daarom worden afgewezen. De rechtbank kan zich wel indenken dat zij in de toekomst over een dergelijk verzoek een andersluidende beslissing zal nemen, als op den duur zou blijken dat er sprake is van een patroon waarbij de man zijn toestemming voor beslissingen aangaande [minderjarige] , die in zijn belang zijn, blijft weigeren. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent aan de vrouw - ter vervanging van de toestemming van de man - toestemming om met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] , in de periode van 12 juli 2026 tot en met 26 juli 2026 te reizen naar de Dominicaanse Republiek en aldaar te verblijven; 6.2. verleent aan de vrouw - ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de man - een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet voor het aanvragen van een paspoort voor de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 te [geboorteplaats] ; 6.3. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.4. compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 6.5. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. Vos, kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026, in tegenwoordigheid van mr. Van Noort, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.