Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:6589 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-06-2026 (C/02/445863 / JE RK 26-403)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Afwijzing verzoek GI tot ontzegging omgang. Rechtbank heeft minimumregeling voor omgang bepaald en de GI de regie in de uitbreiding ervan gegeven.

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445863 / JE RK 26-403 Datum uitspraak: 18 juni 2026 Nadere beschikking van de meervoudige kamer over wijzigen van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken c.q. recht op omgang ex artikel 1:265g BW in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. D.J.D. Kentie te Breda, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat: mr. N. van Vliet te Breda. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over de verzoeken te adviseren. 1 Het verdere procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikking van deze rechtbank van 3 april 2026 en de daarin vermelde stukken. 1.2 Op de zitting van 21 mei 2026 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zaak met gesloten deuren mondeling behandeld. Bij die gelegenheid zijn verschenen: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI; - een vertegenwoordiger van de Raad. Daarnaast was aanwezig de deskundige mr. [deskundige]. De zaak is gelijktijdig behandeld met de verzoeken van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling (onder zaakkenmerken C/02/435435 / JE RK 25-886 en C/02/446741 / JE RK 26-584) en het verzoek van de moeder tot wijziging van de zorgregeling en het gezag (onder zaakkenmerk C/02/447978 / FA RK 26-2384). In die zaken zijn afzonderlijke beslissingen genomen. 1.3. [minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft op 19 mei 2026 gesproken met de kinderrechter, tevens voorzitter van de meervoudige kamer. 2 De nader beoordeling 2.1. Bij beschikking van 3 april 2026 heeft de kinderrechter de vader tijdelijk het recht op omgang met [minderjarige] ontzegd en bepaald dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet ter zitting van de meervoudige kamer van 21 mei 2026. 2.2. Aan de orde is het resterende verzoek van de GI om, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen, in die zin dat het contact tussen de vader en [minderjarige] tijdelijk wordt stopgezet. 2.3. Bij beschikking van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 (onder zaakkenmerk C/02/447978 / FA RK 26-2384) is, onder wijziging van de beslissing van 3 april 2026, bepaald dat [minderjarige] en de vader gerechtigd zijn tot contact met elkaar onder professionele begeleiding en met een minimumfrequentie van eenmaal per maand één uur. Daarnaast heeft de rechtbank de regie over het contact tussen [minderjarige] en de vader bepaald bij de GI, zodat de GI kan beslissen tot verdere uitbreiding van het contact in frequentie, duur en mate van begeleiding, dan wel, als het belang van [minderjarige] dat vergt, tot vermindering van het contact tussen de vader en [minderjarige] tot de hiervoor genoemde minimumfrequentie van eenmaal per maand één uur. 2.4. Gezien deze beslissing zal de rechtbank het resterende verzoek van de GI afwijzen. 3 De beslissing De kinderrechter: 3.1 wijst het (resterende) verzoek van de GI af. Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. Van Triest, mr. Felix en mr. Vos, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.