Skip to content
Case Law · Rechtbank Midden-Nederland ·ECLI:NL:RBMNE:2026:5757 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Midden-Nederland, 14-07-2026 (C/16/612076 / KG ZA 26-304)

Rechtbank Midden-Nederland
Summary

Kort geding. Geen verbod om nader onderzoek te doen en dossier hoeft niet gesloten te worden. Het verzoek om een kopie van het dossier te verstrekken is te vroeg ingediend.

Full text

RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/612076 / KG ZA 26-304 Vonnis in kort geding van 14 juli 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. C.M. Sent, tegen VEILIG THUIS MIDDEN NEDERLAND , te Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: Veilig Thuis. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met 22 producties - de akte aanvulling van eis - de akte overlegging productie 23 tot en met 29 - de e-mail van Veilig Thuis van 25 juni 2026 met bijgevoegd Het Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019 en verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland - de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van [eiser] - de pleitnota van Veilig Thuis. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiser] is een 22-jarige vrouw die in 2017 is gediagnosticeerd met Myalgische Encefalomyelitis/Chronisch Vermoeidheidssyndroom (hierna: ME/CVS). [eiser] gaat niet meer naar school sinds het begin van klas 4 van het gymnasium. Sinds geruime tijd is zij volledig bedlegerig en wordt zij in volledige afzondering op een zolderkamer door haar ouders verzorgd. Vanaf 23 maart 2026 is zij negen weken gedwongen opgenomen geweest op de Medische Psychiatrische Unit (hierna: MPU) van het St. Antonius ziekenhuis. Op 24 maart 2026 is een melding bij Veilig Thuis gedaan. Veilig Thuis heeft deze melding overgedragen aan het wijkteam TIM Stichtse Vecht met het verzoek het vermoeden van structurele onveiligheid en het onthouden van zorg met directbetrokkenen te bespreken. Het wijkteam heeft na enige tijd een eigen melding gedaan bij Veilig Thuis waardoor de zorgwekkende situatie rondom [eiser] opnieuw onder de aandacht kwam bij Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft het onderzoek daarom weer opgepakt. In dit kort geding wordt gevorderd Veilig Thuis te verbieden nader onderzoek te doen naar de situatie van [eiser] en het dossier te sluiten, Veilig Thuis te veroordelen om binnen 24 uur een volledige kopie van het dossier Van [eiser] te verstrekken en een verbod om het onderzoek te vervolgen zolang het dossier niet is verstrekt. De vorderingen worden afgewezen. 3 De beoordeling Het beoordelingskader in kort geding 3.1 Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat het gerechtvaardigd is om deze nu al, vooruitlopend op de beslissing van de bodemrechter, toe te wijzen. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. Het spoedeisend belang 3.2 Namens [eiser] is aangevoerd dat zij zo min mogelijk prikkels dient te ervaren de komende tijd en dat zij rust nodig heeft. De geringste fysieke, cognitieve of emotionele belasting kan leiden tot ernstige verslechtering, vooral nu zij net negen weken gedwongen opgenomen is geweest. Haar situatie was al uitzichtloos en ondragelijk en de bijkomende stress van, onder andere, Veilig Thuis maakt dat er totaal geen draaglast meer bestaat bij [eiser] . 3.3 De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang van [eiser] bij haar vorderingen aan. De medische situatie van [eiser] is zeer zorgelijk en de voorzieningen-rechter begrijpt dat zij op korte termijn duidelijkheid wil hebben over het al dan niet voortzetten van het onderzoek door Veilig Thuis. Ook Veilig Thuis wenst hierover uitsluitsel en heeft toegezegd om [eiser] niet nogmaals te benaderen in afwachting van de uitkomst van deze procedure. De inhoudelijke beoordeling: het (wettelijk) kader 3.4 Bij de inhoudelijke beoordeling zal de voorzieningenrechter in deze zaak, gelet op de grondslag van de vorderingen van [eiser] , uitgaan van het volgende (wettelijk) kader. 3.5 Op grond van artikel 8 EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn gezinsleven. Een ander mag zich daarin niet mengen. Dit is slechts anders als daarvoor een grondslag is in de wet en de inmenging noodzakelijk is voor de in artikel 8 lid 2 EVRM omschreven belangen, zoals de gezondheid van anderen, en die inmenging proportioneel is. 3.6 De taken en bevoegdheden van Veilig Thuis staan beschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Op grond van artikel 4.1.1 lid 2 sub b Wmo 2015 heeft Veilig Thuis tot taak om naar aanleiding van een melding van huiselijk geweld en/of kindermishandeling of een vermoeden daarvan te onderzoeken of daarvan sprake is. Het spreken met directbetrokkenen is onderdeel van de werkwijze van Veilig Thuis. Voor een goede vervulling van die taak is Veilig Thuis op grond van artikel 5.1.6 Wmo 2015 bevoegd tot het (zonder toestemming) verwerken van persoonsgegevens. Het doel van het onderzoek is de eventuele onveiligheid in kaart te brengen en – indien nodig – passende hulp in te zetten. De aanloop naar het onderzoek 3.7 Op 23 maart 2026 is [eiser] op verzoek van de huisarts gezien door dr. [psychiater] , psychiater. Die heeft een crisismaatregel laten opleggen. [eiser] is vervolgens op 24 maart 2026 opgehaald door RAVU (Regionale Ambulancedienst Utrecht) om naar het St. Antonius te worden gebracht voor gedwongen opname op de MPU. Diezelfde dag, 24 maart 2026, heeft een van de ambulancemedewerkers van RAVU een zorgmelding bij Veilig Thuis gedaan. Op 25 maart 2026 heeft Veilig Thuis een brief aan [eiser] gestuurd dat de melding is ontvangen en geregistreerd. Gelet op de gedwongen opname in het ziekenhuis heeft Veilig Thuis de melding overgedragen aan het wijkteam TIM. 3.8 TIM, de hulporganisatie van de gemeente Stichtse Vecht, heeft de melding verder opgepakt. Een medewerker van TIM heeft contact opgenomen met de ouders van [eiser] en geprobeerd contact te krijgen met [eiser] . Dat is niet gelukt. Ter zitting heeft Veilig Thuis toegelicht dat TIM op 10 april 2026 een melding heeft gedaan. In deze melding heeft TIM naast de zorgen van de RAVU ook (eigen) zorgen geuit over de situatie van [eiser] . 3.9 Nadat Veilig Thuis had aangekondigd op bezoek te willen komen bij [eiser] in het ziekenhuis heeft de advocaat van [eiser] en van haar ouders op 21 mei 2026 verzocht om daar van af te zien. Op 21 mei 2026 heeft Veilig Thuis aangegeven alleen af te willen zien van een bezoek aan [eiser] als zij van de psychiater zou begrijpen dat een gesprek te belastend voor haar zou zijn. Op 22 mei 2026 heeft één van [eiser] ’s behandelend psychiaters aangegeven dat een gesprek op de datum van ontslag uit het ziekenhuis (26 mei 2026) te belastend voor haar zou zijn. Over de periode daarna heeft de psychiater zich op dat moment niet willen c.q. kunnen uitlaten. 3.10 Nadat [eiser] thuis is teruggekomen, heeft Veilig Thuis haar weer bij brief (met kopie naar haar advocaat) uitgenodigd om met Veilig Thuis in gesprek te gaan. In afwachting van de uitkomst van deze procedure heeft Veilig Thuis laten weten dat zij [eiser] niet nogmaals zullen benaderen voor een gesprek en hebben de ouders van [eiser] laten weten dat zij voorlopig niet met Veilig Thuis in gesprek wensen te gaan. De belangen van [eiser] 3.11 De voorzieningenrechter stelt voorop dat deze kort geding procedure enkel en alleen door [eiser] aanhangig is gemaakt tegen Veilig Thuis. De voorzieningenrechter heeft begrepen dat de advocaat van [eiser] tegen Veilig Thuis heeft gezegd ook voor de ouders van [eiser] op te treden. Veilig Thuis heeft aangegeven dat dit het afwegen van de belangen van [eiser] ingewikkelder maakt. Datzelfde dilemma ervaart de voorzieningenrechter. De ouders fungeren in de huidige situatie grotendeels als spreekbuis van [eiser] maar gelet op de inhoud van de melding hebben de ouders mogelijk ook een eigen belang bij het al dan niet voortzetten van het onderzoek door Veilig Thuis. In de spreekaantekeningen wordt uiteengezet dat de (vermoedelijke) verdenking van Pediatric Condition Falsification (PCF) onterecht is en dat de ouders van [eiser] geen enkele rechtsbescherming hebben bij inmenging van Veilig Thuis. In de eisvermeerdering wordt ten onrechte ervan uitgegaan dat ook de ouders eisers zijn. In die akte staat namelijk: “ Eisers beschikken niet over de stukken en weten derhalve niet volledig waartegen zij zich dienen te verweren. Hierdoor worden eisers substantieel geschaad in hun verdedigingsbelangen en dat laat zich moeilijk verenigen met de waarborgen van een eerlijk proces, equality of arms, of effectieve toegang tot de rechter zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Gegeven de ingebrachte jurisprudentie zou de mogelijk verdenking ook kunnen zien op een zogeheten nagebootste stoornis, oftewel Munchausen by Proxy. ” Dat de ouders van [eiser] bang zijn dat het onderzoek van Veilig Thuis zich eventueel tegen hen zal kunnen keren is voorstelbaar, maar in dit kort geding liggen alleen de vorderingen van [eiser] tegen Veilig Thuis voor. Hoe moeilijk ook te beoordelen, zal de voorzieningenrechter trachten om haar belangen centraal te stellen in dit kort geding. De vordering tot staking van het onderzoek 3.12 [eiser] vordert staking van het onderzoek aangezien contact met Veilig Thuis te belastend voor haar zou zijn. Daarnaast bestaat het vermoeden dat bij Veilig Thuis de noodzakelijke kennis van ME/CVS ontbreekt om een deugdelijk onderzoek te doen en dat de uitkomsten van het onderzoek wederom, net als bij het St. Antonius ziekenhuis, blijk zullen geven van tunnelvisie. In de beleving van [eiser] en haar ouders wordt in het medische circuit ten onrechte niet onderkend wat de symptomen van ME/CVS zijn en wordt ten onrechte vermoed dat er bij [eiser] mogelijk (ook) sprake is van een psychiatrische stoornis (onder andere een eetstoornis). [eiser] is bang dat Veilig Thuis ook met die bril op zal kijken naar haar situatie en niet onder ogen wil zien dat zij is uitbehandeld. Zij wil geen bemoeienis meer van mensen die haar menen te moeten en dan ook te kunnen redden. 3.13 De voorzieningenrechter stelt voorop dat Veilig Thuis wettelijk verplicht is om onderzoek te doen na een melding. Er bestaat geen enkele reden om af te zien van het horen van de familieleden van [eiser] en andere directbetrokkenen, zoals haar (voormalige) behandelaars. Welk belang [eiser] daarbij zou hebben is tijdens deze procedure niet duidelijk geworden. De vraag is enkel of Veilig Thuis zou moeten afzien van een gesprek met [eiser] vanwege haar zeer beperkte belastbaarheid. Veilig Thuis heeft tijdens de zitting duidelijk toegelicht waar de zorgen om [eiser] uit bestaan. Veilig Thuis dient op grond van de melding te onderzoeken of er sprake is van verwaarlozing of het onthouden van zorg bij [eiser] . [eiser] is weliswaar meerderjarig maar vanwege haar ziekte is zij volledig afhankelijk van de zorg van haar ouders en volgens diverse artsen zou zij door haar ziekte ook wilsonbekwaam zijn. Omdat de zorgen in de eerste plaats [eiser] betreffen, is het begrijpelijk dat Veilig Thuis ook [eiser] zelf wenst te spreken. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat Veilig Thuis de gezondheidsrisico’s van [eiser] onderschat. Die vormen juist de aanleiding om in gesprek te willen gaan met [eiser] en haar ouders. Veilig Thuis heeft onderkend dat de belastbaarheid van [eiser] zeer gering is en aangegeven van het horen van [eiser] zelf te zullen afzien zolang [eiser] ’s belastbaarheid dat niet toelaat. Vooralsnog is niet gebleken dat [eiser] daar blijvend niet toe in staat is. Uit het korte telefoongesprek dat de voorzieningenrechter met [eiser] heeft gevoerd bleek ook niet van een categorische weigering om in gesprek te gaan met Veilig Thuis. De kwetsbare situatie waarin zij verkeert maakt logischerwijs dat haar belastbaarheid per week en misschien zelfs per dag kan verschillen en dat Veilig Thuis daar rekening mee dient te houden. Uit niets is echter gebleken dat Veilig Thuis dat niet zal doen en een eventueel negatief advies van een medisch deskundige omtrent haar belastbaarheid in de wind zal slaan. Zo heeft Veilig Thuis zelf besloten om niet met [eiser] en haar ouders in gesprek te gaan op de dag waarop [eiser] zou worden ontslagen uit het ziekenhuis aangezien één van haar behandelend psychiaters had geoordeeld dat dat te belastend zou zijn. [eiser] heeft er als directbetrokkene recht op om te horen wat er over haar is gemeld en hoewel de melding per brief aan haar is gecommuniceerd, kan Veilig Thuis momenteel niet verifiëren of deze brief en de inhoud daarvan bij [eiser] bekend is. [eiser] heeft er ook recht op haar visie te geven op de situatie en te horen welke hulp eventueel nog via Veilig Thuis kan worden geboden. Daarmee wordt juist invulling gegeven aan haar autonomie en haar zelfbeschikkingsrecht. Het valt dan ook niet in te zien waarom deze haar zouden worden afgenomen door het onderzoek van Veilig Thuis, zoals de advocaat van [eiser] (en haar ouders) heeft aangevoerd. 3.14 Veilig Thuis heeft op zitting bovendien aangegeven dat in de melding niet alleen directe zorgen over [eiser] worden genoemd maar ook zorgen rondom de belastbaarheid van het gehele gezin. Veilig Thuis zou graag in de gelegenheid zijn om met de ouders en de zus van [eiser] te bespreken wat Veilig Thuis daarin zou kunnen betekenen. Door het onderzoek te staken zou ook deze kans, ook al wordt deze als verwaarloosbaar klein ingeschat, verloren gaan. 3.15 De stelling van [eiser] dat de inmenging van Veilig Thuis bij wet moet zijn voorzien, een legitiem doel moet dienen, noodzakelijk en proportioneel moet zijn gelet op artikel 8 EVRM, maakt het voorgaande niet anders. De Wmo 2015 is de wettelijke grondslag voor de inmenging en bevat ook het legitieme doel. Dat het onderzoek noodzakelijk is volgt reeds uit het feit dat er twee meldingen van professionals bij Veilig Thuis zijn binnengekomen. Dat het onderzoek niet proportioneel zou zijn is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, in het kader van dit kort geding niet gebleken. 3.16 Wat betreft de stelling dat een onderzoek door Veilig Thuis overbodig is omdat [eiser] nog maar kort geleden 9 weken is geobserveerd op de MPU geldt het volgende. Het onderzoek door Veilig Thuis heeft een heel ander doel dan het doel dat beoogd werd met de gedwongen opname op de MPU. Binnen de bevoegdheden die Veilig Thuis heeft, wil Veilig Thuis onderzoeken hoe het gesteld is met de veiligheid van [eiser] . Zij kan en zal niet trachten een diagnose te stellen en er bestaat ook geen aanleiding om te veronderstellen dat zij de bestaande diagnose ME/CVS ontkent of niet serieus neemt. Veilig Thuis heeft verklaard dat zij ME/CVS als onderliggend probleem voor de ernstige beperkingen die [eiser] ervaart niet ter discussie stelt. Veilig Thuis kan waar nodig bovendien expertise van buiten inschakelen. De zorg van [eiser] en/of haar ouders dat Veilig Thuis niet zou weten wat ze doet is en gezondheidsschade zal veroorzaken is op basis van hetgeen in dit kort geding is aangevoerd, niet objectief gerechtvaardigd. 3.17 Uit het voorgaande volgt dat het gevorderde verbod om nader onderzoek te doen zal worden afgewezen. De vordering om het dossier te sluiten 3.18 [eiser] heeft gevorderd dat het dossier van Veilig thuis wordt gesloten. Deze vordering kan niet worden toegewezen. Het onderzoek is namelijk nog niet afgerond. Het bevindt zich nog in de beginfase omdat er niet is gesproken met de directbetrokkenen. Veilig Thuis heeft dus ook nog geen conclusies kunnen trekken over de veiligheid van [eiser] . Het is nog niet duidelijk of het vermoeden van huiselijk geweld is weerlegd, niet kan worden bevestigd of juist wel kan worden bevestigd. Het gevorderde verbod om nader onderzoek te doen wordt afgewezen en dat geldt dus ook voor het gebod om het dossier te sluiten. De vordering om een kopie van het volledige dossier te verstrekken 3.19 Ter zitting heeft Veilig Thuis een kopie van de melding van TIM aan de advocaat van [eiser] overhandigd. Daardoor heeft [eiser] bij de vordering tot inzage in de melding inmiddels geen belang meer. Het gaat nu dus nog om een afschrift van de rest van het dossier. 3.20 De grondslag van deze vordering is niet gesteld door [eiser] , maar aangenomen wordt dat bedoeld is te verwijzen naar de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG). Artikel 79 AVG jo artikel 35 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevens bescherming (hierna: UAVG) geeft [eiser] de bevoegdheid zich tot de rechtbank te wenden met het verzoek om van Veilig Thuis (als verwerkingsverantwoordelijke) de door Veilig Thuis van haar verwerkte persoonsgegevens verstrekt te krijgen. 3.21 Het tweede lid van artikel 35 UAVG bepaalt onder meer dat het verzoekschrift bij de rechtbank moet worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke. 3.22 Op 17 juni 2026 heeft de advocaat van [eiser] een verzoek gedaan om een kopie van het dossier te verstrekken. Voor haar antwoord heeft Veilig Thuis op grond van artikel 12 lid 3 AVG maximaal één maand de tijd. Die termijn is nog niet verstreken en Veilig Thuis heeft niet aangegeven dat zij weigert het dossier, althans de delen waarin zij inzage dient te verstrekken, aan [eiser] te verstrekken. [eiser] is gelet hierop dus te vroeg met haar verzoek. Van een spoedeisend belang om al eerder over die kopie te kunnen beschikken is niet gebleken. 3.23 Ook op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) kan de vordering tot het verstrekken een kopie van het dossier binnen 24 uur niet worden toegewezen. Volgens [eiser] moet zij een reële en effectieve mogelijkheid krijgen om zich tegen de stellingen van Veilig Thuis te verweren en is een procedure niet eerlijk wanneer één partij, Veilig Thuis, beschikt over het gehele dossier zonder dat zij kennis kan nemen van dat dossier. 3.24 Artikel 6 EVRM is hier echter niet aan de orde. Dit artikel beschermt het recht op een eerlijk proces. Dat houdt onder andere in dat een ieder tegen wie vervolging is ingesteld onverwijld op de hoogte wordt gesteld van de aard en reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging en beschikt over tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van de verdediging. Er is in dit geval echter geen sprake van een proces in de zin van artikel 6 EVRM en van een ‘beschuldiging’ waartegen [eiser] zich moet verdedigen. Veilig Thuis heeft zelfs nog geen stellingen ingenomen en conclusies kunnen trekken. De bemoeienis van Veilig Thuis is juist gericht op haar veiligheid en belangen en zij hoeft zich dus ook nergens tegen te verdedigen. Los daarvan beschikt (de advocaat van) [eiser] inmiddels over de terugmelding van TIM, zodat [eiser] op de hoogte is van de inhoud van de melding. Zij weet dus inmiddels wat de zorgen zijn die TIM heeft en waar het gesprek over zal gaan dat Veilig Thuis met haar wenst te hebben. 3.25 Een andere grondslag om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis al een kopie van de rest van het dossier te ontvangen is niet gesteld of gebleken. Ook deze vordering zal daarom worden afgewezen. De vordering om het onderzoek te staken totdat het dossier is verstrekt en de dwangsom 3.26 [eiser] heeft niet gesteld wat de juridische grondslag is van de vordering dat Veilig Thuis het onderzoek moet staken totdat een kopie van het volledige dossier aan [eiser] is verstrekt. Als er geen reden is om het onderzoek te staken, dan zal Veilig Thuis het onderzoek voortzetten. Dat staat los van het verzoek van [eiser] om een kopie van het volledige dossier aan haar te verstrekken. Deze vordering wordt daarom afgewezen. De vordering tot het opleggen van een dwangsom en tot betaling van de BIK 3.27 [eiser] vordert een dwangsom op te leggen per dag dat Veilig Thuis niet volledig aan het vonnis voldoet. Omdat alle vorderingen worden afgewezen, zal ook de dwangsom worden afgewezen. Datzelfde geldt voor de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke kosten. De proceskosten 3.28 De namens [eiser] ingestelde vorderingen worden afgewezen en daarom komen de proceskosten (inclusief nakosten) voor haar rekening. De proceskosten van Veilig Thuis worden begroot op: - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.366,00 4 De beslissing De voorzieningenrechter 4.1 wijst de vorderingen van [eiser] af, 4.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.366,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3 verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.T. Belt en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026. ME/CVS is een niet-aangeboren, chronische en complexe multisysteemziekte. De ziekte gaat gepaard met immunologische, neurologische en cognitieve stoornissen, slaapafwijkingen en een verstoorde functie van het autonome zenuwstelsel. Een ernstige vorm van kindermishandeling waarbij een ouder of verzorger ziekteverschijnselen bij een kind verzint, overdrijft of veroorzaakt. Randnummer 3 van de dagvaarding.