Skip to content
Case Law · Rechtbank Zeeland-West-Brabant ·ECLI:NL:RBZWB:2026:7562 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-08-2026 (BRE 25/6813 en BRE 26/6814)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Summary

Verzoek om inzage op grond van artikel 15 van de AVG. Beroep ongegrond.

Full text

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/6813 en BRE 25/6814 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2026 in de zaak tussen [eiser 1] , uit [plaats] , eiser 1 [eiser 2] , uit [plaats] , eiser 2 (gemachtigde: [eiser 1] ) gezamenlijk aangeduid als: eisers, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg , het college. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over twee verschillende besluiten van het college om gedeeltelijk aan de inzageverzoeken van eisers op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) te voldoen. Eisers zijn het niet eens met deze besluiten en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de besluiten. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college op een juiste wijze aan de inzageverzoeken heeft voldaan . Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Procesverloop 2. Eisers hebben op 11 april 2025 het college gevraagd om inzage in de verwerking van hun persoonsgegevens op grond van de AVG. Op 30 april 2025 hebben zij dit verzoek aangevuld. Met de besluiten van 10 en 17 juli 2025 heeft het college overzichten verstrekt (primaire besluiten). Daarbij heeft het college geweigerd een kopie van alle onderliggende documenten van de overzichten over te leggen. 2.1. Met de bestreden besluiten van 24 november 2025 op de bezwaren van eisers is het college bij die besluiten gebleven. 2.2. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben nog een aanvullend beroepschrift ingediend. 2.3. De rechtbank heeft de beroepen op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en mr. [vertegenwoordiger college] namens het college. 2.4. De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken verlengd. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van de bestreden besluiten 3. Eisers hebben ieder afzonderlijk een verzoek om inzage op grond van de AVG ingediend. Deze verzoeken zien op het verstrekken van kopieën van alle persoonsgegevens die het college in het kader van diverse lopende onderzoeken heeft verwerkt. Meer specifiek betreft het de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en een adressenonderzoek ten behoeve van de Basisregistratie Personen. Het gaat eisers om de periode vanaf 18 februari 2025 tot het moment waarop een nieuw overzicht wordt verstrekt. 3.1. Met de primaire besluiten heeft het college naar aanleiding van de inzageverzoeken overzichten verstrekt van de persoonsgegevens van eisers die door het college zijn verwerkt over de periode van 15 december 2024 tot 11 april 2025, en informatie over die verwerking. Het college heeft geen kopie verstrekt van de volledige documenten waarin persoonsgegevens voorkomen, omdat uit de overzichten op voldoende wijze blijkt in welke context de persoonsgegevens zijn verwerkt. Het college concludeert dat het niet gehouden is de onderliggende documenten te verstrekken. 3.2. Eisers hebben hiertegen afzonderlijk bezwaar gemaakt. Eisers hebben hierbij bevindingen van de Functionaris voor Gegevensbescherming van de gemeente Tilburg (hierna: de FG) van 3 juli 2025 overgelegd. 3.3. Op 25 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Tilburg . 3.4. Met de bestreden besluiten heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard. Hiertoe heeft het college overwogen dat terecht overzichten zijn verstrekt van de verwerkte persoonsgegevens en dat terecht geen kopieën zijn verstrekt van de onderliggende documenten. Beroepsgronden 4. Eisers stellen dat het college niet (voldoende) heeft voldaan aan de informatie- en inzageverplichting op grond van artikel 15 van de AVG. Zij zijn van mening dat het college alsnog een kopie van de onderliggende documenten en afschriften moet verstrekken voor zover daarin hun persoonsgegevens zijn verwerkt. Eisers betogen dat de al verstrekte overzichten te algemeen van aard zijn om te kunnen reconstrueren welke persoonsgegevens zijn verwerkt. In de overzichten wordt volgens eisers veelal volstaan met algemene omschrijvingen zoals “vervulling van een taak van algemeen belang” en ontvangers worden aangeduid als “derde”, zonder verdere specificatie. Dit is onvoldoende om de rechtmatigheid van de gegevensverwerkingen daadwerkelijk te kunnen controleren. In dit kader werpen eisers op dat het hen is gebleken dat van uit het gemeentelijke Wmo-toezicht signalen zijn gedeeld met het Informatie Knooppunt Zorgfraude, terwijl deze gegevensdeling lange tijd verborgen is gebleven en niet concreet uit de verstrekte overzichten is af te leiden. Eisers lichten toe dat deze context belangrijk is, omdat het benadrukt dat algemene AVG-overzichten in dit geval onvoldoende zijn om de rechtmatigheid van de verwerking te kunnen controleren. 4.1. Eisers onderbouwen hun standpunt ten eerste met de bevindingen van de FG, die zij al eerder met het college hebben gedeeld. De FG heeft vastgesteld dat de toezichtprocessen onvoldoende zijn ingericht, wezenlijke beslissingen over het delen van persoonsgegevens met andere instanties niet zijn vastgelegd, de gegevensverwerking daardoor niet navolgbaar, niet toetsbaar en niet controleerbaar is, en expliciet dat de informatievoorziening ontoereikend is geweest. Dit bevestigt volgens eisers dat ten tijde van het verstrekken van de overzichten sprake was van onvoldoende controleerbare gegevensverwerking. Daarnaast hebben eisers gewezen op antwoorden op raadsvragen waarmee het college volgens eisers opnieuw heeft bevestigd dat in hun dossier is gebleken dat de gemaakte afwegingen onvoldoende navolgbaar zijn vastgelegd. 4.2. Tijdens de zitting hebben eisers hun standpunt bovendien nader toegelicht in die zin dat zij de volledigheid van de verstrekte gegevens ook betwisten omdat er documenten ontbreken op de overzichten. Dat blijkt volgens hen uit de problemen die zij hebben gehad met onder meer zorgverzekeraars. Omvang van het geding 5. Tussen partijen is niet in geschil dat het college overzichten van verwerkte persoonsgegevens heeft verstrekt. Tijdens de zitting hebben eisers desgevraagd toegelicht dat de beroepsgronden alleen gericht zijn tegen de overzichten van de afdeling Veiligheid en Werken. De rechtbank beperkt zich voor de beoordeling dan ook tot dit overzicht. Heeft het college op een juiste wijze aan de inzageverzoeken voldaan? 6. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het in voldoende mate aan de inzageverzoeken heeft voldaan door overlegging van een kopie van de verwerking van de aangetroffen persoonsgegevens over de periode van 15 december 2024 tot en met 10 juli 2025. Daarnaast is het college van mening dat de verstrekte overzichten volledig zijn. In deze overzichten zijn volgens het college de aangetroffen documenten, de datum, de verwerkingsdoeleinden, de herkomst, de ontvanger en de bewaartermijn uitgebreid toegelicht. Volgens het college is de context van de gegevensverwerking voldoende duidelijk uit de overgelegde overzichten en valt de verwerking voldoende te controleren. Het college is verder van mening dat de brief van de FG dit niet anders maakt. Hiertoe motiveert het college onder meer dat hieruit niet blijkt dat de persoonsgegevens van eisers onjuist verwerkt zijn. De FG constateert alleen dat het proces van afwegingen waarom bepaalde persoonsgegevens worden gebruikt, onvoldoende was gedocumenteerd. 6.1. De rechtbank overweegt dat artikel 15 van de AVG een betrokkene het recht geeft uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van de hem of haar betreffende persoonsgegevens en om inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens en van onder meer de verwerkingsdoeleinden, de betrokken categorieën van persoonsgegevens en de ontvangers of categorieën van ontvangers. Het recht op inzage is iets anders dan een recht van toegang tot bestuurlijke documenten. De verwerkingsverantwoordelijke is niet gehouden een afschrift van de onderliggende documenten te verstrekken, mits voldaan is aan het doel van artikel 15 van de AVG. 6.2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat het doel van artikel 15 van de AVG is dat de betrokkene zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren. Het derde lid van dat artikel heeft niet tot doel de toegang tot documenten te verzekeren. Het gaat erom dat met de gekozen wijze van verstrekking aan het doel van het inzageverzoek wordt voldaan. 6.3. De rechtbank stelt vast dat het college overzichten heeft verstrekt van de verwerkte persoonsgegevens en daarbij onder meer heeft vermeld in welk type document de persoonsgegevens zijn gevonden (e-mail, brief, rapport), de datum van het document, een weergave van de passage met de persoonsgegevens, van wie de persoonsgegevens zijn ontvangen, aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt, de bewaartermijn en met welk doel de gegevens zijn verwerkt. Dit strookt met artikel 15, derde lid, van de AVG. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers met deze overzichten in staat om de juistheid van de verwerkte persoonsgegevens en de rechtmatigheid van die verwerkingen te controleren. Voor zover eisers zich niet kunnen verenigen met het verwerkingsproces van het college, valt dat buiten de reikwijdte van het inzagerecht van artikel 15 van de AVG. Dit artikel bevat geen grondslag voor het verkrijgen van inzicht in alle interne afwegingen, besluitvormingsprocessen of motiveringen die aan een verwerking ten grondslag liggen. Dat eisers menen dat bepaalde verwerkingen onrechtmatig zijn of dat de rechtmatigheid daarvan niet valt vast te stellen, maakt daarom niet dat de verstrekte overzichten onvoldoende zijn om aan het inzagerecht te voldoen. Daarnaast hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat er gegevens ontbreken op deze overzichten. 6.4. Gelet op het bovengenoemde is de rechtbank van oordeel dat het college op een juiste wijze aan de inzageverzoeken heeft voldaan. Conclusie en gevolgen 7. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 6 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Artikel 15 De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie: de verwerkingsdoeleinden; de betrokken categorieën van persoonsgegevens; de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties; indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen; dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken; dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit; wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens; het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene. Wanneer persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie, heeft de betrokkene het recht in kennis te worden gesteld van de passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 inzake de doorgifte. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen. Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 13 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2771. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2278.