Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8269 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 18-08-2026 (13-149444-26)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Vervolgings-EAB uit Frankrijk. Tussenuitspraak. Artikel 11 OLW: aanvullende vragen stellen.

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-149444-26 Datum uitspraak: 18 augustus 2026 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering van 8 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 22 mei 2026 door the Public Prosecutor at the Judicial Court of Lille , Frankrijk, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1995, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang Zitting van 30 juli 2026 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 30 juli 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Peters, advocaat in Zaandam. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor bepaalde tijd aangehouden omdat geen tolk in de Roemeense taal beschikbaar was. Zitting van 4 augustus 2026 Op deze zitting heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Peters, en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van the President of the Criminal Court, Chambre des comparution immediate (immediate trial division) van 13 mei 2026, met kenmerk 26053000008. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid. 5 Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden Inleiding In twee uitspraken van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank een algemeen gevaar van schending van grondrechten aangenomen voor personen die worden gedetineerd op een mannenafdeling in een Huis van Bewaring in Frankrijk. Dat algemene gevaar betreft het structurele probleem van overbevolking, waardoor er een reëel risico bestaat dat gedetineerden worden geplaatst in een meerpersoonscel met een persoonlijke leefruimte (exclusief sanitair) van minder dan 3 m². Mannelijke verdachten en veroordeelden met een (rest)straf korter dan twee jaar worden in een Huis van Bewaring gedetineerd. Voor de opgeëiste persoon geldt dus het hiervoor bedoelde algemeen gevaar van schending van zijn grondrechten in detentie in Frankrijk. Gelet op dit algemeen gevaar heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 11 juni 2026 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit gevraagd waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid na zijn overlevering zal worden gedetineerd en hoe de omstandigheden aldaar zijn. Op 12 juni 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende aanvullende informatie verstrekt: “ (…) In light of the above-mentioned criteria, the Public Prosecutor of LILLE is able to indicate that [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995, would, in principle, be assigned to the remand prison of : - LILLE-SEQUEDIN or LILLE-ANNOEULLIN within the jurisdiction of the Court of Appeal of Douai, whose occupancy rates were, as at 12 June 2026, 154% and 142% respectively, according to French standards for calculating the occupancy rate of detention facilities. 1 The detention conditions of [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995 1.1. The particularities of French regulations applicable to the calculation of the accommodation capacity within French detention facilities On 12/06/2026, the remand prison of LILLE-SEQUEDIN reported an overall occupancy rate of 160%, which means that inmates are being held in cells that exceed their design capacity. On 12/06/2026, the remand prison of LILLE-ANNOEULLIN reported an overall occupancy rate of 161%, which means that inmates are being held in cells that exceed their design capacity. It is important to clarify that the above-mentioned occupancy rate is based on French calculation standards regarding the accommodation capacity of the detention facilities, which are different from the European standards and are relatively more favourable to the inmates in terms of available personal space. (…) In the LILLE-SEQUEDIN and LILLE-ANNOEULLIN detention facilities, as in every French prison, the calculation of the detention facilities capacities is carried out pursuant to the provisions set out in the circular of 16 March 1988 and in the memorandum of 18 March 2014 (…). (…) The operational capacity is calculated in terms of number of places with reference to the floor area of the room. The sanitary facilities area is therefore included in the room’s floor area; its size depends on technical limitations and varies between 1.4 and 1.8 m². The French standards require that : - cells with a floor area of less than 11 m2 are classified as individual cells; - those with floor areas of up to 14 m² are double cells; - cells with a floor area of up to 19m2 can accommodate up to a maximum of 3 inmates; those with a floor area of up to 24m2 can accommodate a maximum of 4 inmates, etc. (…) (…) the French authorities are unable to provide the requested assurances regarding the minimum space to be made available to the inmate upon his surrender to the French judicial authorities, given that the occupancy rate of detention facilities, defined according to the standards of French regulations, is by definition variable and related to the date of the wanted person’s surrender, which is currently unknown (…). 1.2. The actual detention conditions of [de opgeëiste persoon] at the LILLE-SEQUEDIN and LILLE-ANNOEULLIN remand prisons The LILLE-SEQUEDIN detention facility consists of a “men’s remand centre” (MAH) section, intended for persons awaiting trial, such as [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995 . The men’s remand centre section contains: - 284 cells, each measuring 10 to 11 m² and with a design capacity of one place, equipped with two beds. - 33 cells, each measuring 12 to 13 m² with a capacity of two places and equipped with two beds. - 41 cells, each measuring 13 to 14 m² with a design capacity of two places and equipped with two beds. - 6 accessible cells for persons with reduced mobility, measuring 19 to 24 m² and with a capacity of 1 place. (…) The LILLE-ANNOEULLIN detention facility consists of a “men’s remand centre” (MAH) section, intended for persons awaiting trial, such as [de opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1995 . The men’s remand centre section contains: - 272 cells, each measuring 10 to 11 m² and with a design capacity of one place, equipped with two beds. - 7 cells, each measuring 12 to 13 m² with a capacity of two places and equipped with two beds. - 54 cells, each measuring 13 to 14 m² with a design capacity of two places and equipped with two beds. - 20 cells each measuring 13 to 14 m² dedicated to the Regional Medical and Psychological Service, with a capacity of one place. - 15 cells, each measuring 14 to 19 m² with a design capacity of 3 places and equipped with 2 beds. - 5 accessible cells for persons with reduced mobility, measuring 19 to 24 m² and with a capacity of 1 place. ” Naar aanleiding van deze aanvullende informatie heeft het IRC op 16 juni 2026 de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit: “ Could you please guarantee that after his surrender to French, [de opgeëiste persoon] will be placed in a single-person cell in Lille-Sequedin or Lille-Annoeulin, meaning that he will have 10 to 11 m2 of personal space including sanitary area between 1,4 and 1,8 m2? ” De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 17 juni 2026 hierop als volgt geantwoord: “ You have already been provided with all the specific and detailed information regarding the calculation of cell sizes in accordance with current legislation. With regard to [de opgeëiste persoon] ’s request, I cannot guarantee that he will be placed in solitary confinement. Given the current prison population, individual cell accommodation cannot be guaranteed. However, as stated in the previous letter, the time spent in a cell remains particularly limited given the wide range of activities on offer. (…) .” Op 13 juli 2026 heeft het IRC de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit: “ Could you guarantee that [de opgeëiste persoon] , following his surrender, will be placed in a cell within the penitentiary facility of Lille-Annœuilin or Lille-Sequedin in which no more persons are detained than the number of beds stated in the information already provided on 12 June 2026 by Ms. [persoon] ? ” De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 20 juli 2026 hierop als volgt geantwoord: “ All details regarding the calculation methods and sizes of the cells were provided to you in the letter dated June 12, 2026. Given the current prison population, we are able to inform you that Mr . [de opgeëiste persoon] will not be placed in a single cell; however, upon his arrival and for a period of 15 days, he will be assigned to a cell with only one other inmate. ” Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, gelet op de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie. In de aanvullende informatie van 12 juni 2026 wordt immers geen garantie gegeven dat de opgeëiste persoon in een meerpersoonscel zal beschikken over 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitaire voorzieningen. Uit de aanvullende informatie van 20 juli 2026 volgt dat de opgeëiste persoon niet in een eenpersoonscel zal worden geplaatst. Daarnaast blijkt dat de opgeëiste persoon na zijn aankomst in Frankrijk voor een periode van vijftien dagen in een cel met één celgenoot zal worden geplaatst. Daarmee wordt het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon niet weggenomen, in het bijzonder niet voor de periode na die vijftien dagen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest Generalstaatanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije) van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) – ook wel het arrest ML genoemd – uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. Uit de aanvullende informatie van 12 juni 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering waarschijnlijk zal worden gedetineerd in Lille-Annoeullin of Lille-Sequedin , zodat de rechtbank de detentieomstandigheden in die detentie-instellingen dient te onderzoeken. De uitvaardigende justitiële autoriteit vermeldt in de aanvullende informatie van 12 juni 2026 dat de wijze waarop het overbevolkingspercentage wordt berekend naar Frans recht afwijkt van de standaarden in de Europese jurisprudentie op een wijze die gunstiger is voor de gedetineerde. Alhoewel de rechtbank hier niet aan twijfelt, maakt dit naar haar oordeel geen verschil voor de beoordeling of het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De rechtbank dient dit namelijk niet te beoordelen aan de hand van het percentage overbevolking in een penitentiaire inrichting, maar aan de hand van de criteria zoals die zijn opgenomen in het arrest Dorubantu van het HvJ EU. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment nog niet kan worden vastgesteld dat het vastgestelde algemene reële gevaar is weggenomen voor de opgeëiste persoon. Hiervoor is het volgende van belang. Uit de aanvullende informatie van 12 juni 2026 blijkt dat de uitvaardigende justitiële autoriteit, vanwege de methode die wordt gehanteerd voor het berekenen van de oppervlakte van cellen en de persoonlijke leefruimte van gedetineerden, geen concrete garanties kan geven over het exacte aantal vierkante meters waarover de opgeëiste persoon na overlevering zal beschikken. Wel wordt algemene informatie gegeven over het aantal cellen in de detentie-instellingen in Lille-Annoeullin en Lille-Sequedin , inclusief informatie over de oppervlakte van die cellen, de theoretische capaciteit ervan en het aantal bedden dat in de cellen is geplaatst. Verder vermeldt de aanvullende informatie van 12 juni 2026 dat de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen varieert tussen 1,4 m2 en 1,8 m2 per cel. Deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank echter te algemeen van aard en onvoldoende concreet, omdat zonder nadere informatie niet bekend is hoeveel personen op één cel geplaatst worden. Het is namelijk voorstelbaar dat als gevolg van de aanzienlijke overbevolking bedden worden bijgeplaatst in de cellen. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 20 juli 2026 volgt dat de opgeëiste persoon niet zal worden gedetineerd in een eenpersoonscel. Uit de informatie blijkt verder dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Frankrijk de eerste vijftien dagen in een cel met één medegedetineerde zal worden geplaatst. De concrete toezegging dat de opgeëiste persoon in een cel met één medegedetineerde zal worden geplaatst en de informatie over de oppervlakte van de cellen en de sanitaire voorzieningen in de detentie-instellingen in Lille-Annoeullin en Lille-Sequedin , maken dat het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon gedurende de periode van de eerste vijftien dagen na zijn overlevering is weggenomen. Op basis van de verstrekte informatie kan de rechtbank echter niet vaststellen of de opgeëiste persoon ook ná deze periode van vijftien dagen in een meerpersoonscel zal beschikken over ten minste 3 m2 persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire voorzieningen. Een berekening door de rechtbank van de vermoedelijke persoonlijke leefruimte van de opgeëiste persoon op basis van een aanname van hoeveel gedetineerden in een cel zullen verblijven is geen garantie dat de opgeëiste persoon die ruimte daadwerkelijk zal krijgen, omdat dat in de verstrekte informatie niet is toegezegd door de uitvaardigende justitiële autoriteit. De rechtbank wenst evenwel te benadrukken dat het niet nodig is dat wordt vastgesteld over hoeveel vierkante meter persoonlijke leefruimte de opgeëiste persoon exact zal beschikken. Om te kunnen vaststellen of het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon ook na voornoemde periode van vijftien dagen is weggenomen, dient de rechtbank ofwel een garantie te ontvangen dat hij over ten minste 3 m2 persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire voorzieningen zal beschikken in een meerpersoonscel, ofwel voldoende concrete informatie te krijgen over de oppervlakte van de cellen (inclusief informatie over de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen) met een concrete toezegging ten aanzien van het aantal gedetineerden met wie de opgeëiste persoon die cel zal delen. Vertaald naar de onderhavige zaak betekent dit dat als uit nadere informatie van de Franse autoriteiten zou blijken dat de opgeëiste persoon ook na voornoemde periode van vijftien dagen in een cel wordt geplaatst waarin niet meer personen worden gedetineerd dan het aantal bedden dat in de reeds verschafte informatie staat vermeld, de rechtbank over voldoende informatie zou beschikken om te beoordelen of het algemene reële gevaar voor hem is weggenomen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het onderzoek te heropenen om het IRC in de gelegenheid te stellen de volgende aanvullende vraag te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit: Kunt u garanderen dat de opgeëiste persoon na overlevering – en in het bijzonder ook na de periode van vijftien dagen zoals vermeld in de informatie van 20 juli 2026 – in een cel in de penitentiaire inrichting van Lille-Annoeullin dan wel Lille-Sequedin zal worden geplaatst, waarin niet meer personen worden gedetineerd dan het aantal bedden dat in de reeds door u verstrekte informatie van 12 juni 2026 is vermeld? Verlenging van de beslistermijn De termijn om op het verzoek tot overlevering te beslissen loopt af op 23 augustus 2026. Omdat de rechtbank, gezien het voorgaande, een verlenging nodig heeft om op het verzoek tot overlevering te beslissen, zal zij de beslistermijn verlengen met 30 dagen onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 30 dagen. 6 Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder 5 geformuleerde vraag aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. VERLENGT op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de termijn waarbinnen zij op grond van het derde lid van dit artikel uitspraak moet doen met 30 dagen (eindigend op 22 september 2026), omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. VERLENGT op grond van artikel 27, derde lid, OLW de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met 30 dagen. BEPAALT dat de zaak uiterlijk veertien dagen vóór 22 september 2026 weer op zitting wordt gepland. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan de advocaat. BEVEELT de oproeping van een tolk in de Roemeense taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter, mrs. L. Sanders en A.B.M. Wijnveldt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Rb. Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5749 en Rb. Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5751. HvJ EU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 (Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije)) . HvJ EU 15 oktober 2019, C-128/18, ECLI:EU:C:2019:857 ( Dorobantu ). Vgl. Rb. Amsterdam 26 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5455, Rb. Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3409 en Rb. Amsterdam 4 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6458.