Skip to content
Case Law · Rechtbank Amsterdam ·ECLI:NL:RBAMS:2026:8331 NL LLM context A cited markdown file you can paste into your AI assistant (ChatGPT, Claude, a RAG or project knowledge base) to ground it in this document. Contains: this document’s text, its sections with their topics, and the full text of every law provision it applies. Everything links back to its source on overview.legal — legal information, not advice.

Rechtbank Amsterdam, 20-08-2026 (1315232826)

Rechtbank Amsterdam
Summary

Deens vervolgings-EAB; artikel 6 OLW; terugkeergarantie; artikel 13 OLW: weigeringsgrond niet toegepast; overlevering toegestaan.

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-152328-26 Datum uitspraak: 20 augustus 2026 UITSPRAAK op de vordering van 15 juni 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 mei 2026 door the Odense Court, Denemarken, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], gedetineerd in [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1 Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.J.M. Bommer, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2 Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3 Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van the Odense Court van 6 mei 2026 met kenmerk SS-103169/2026-ODE-3. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Deens recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4 Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit aangewezen als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten: ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling. Uit het EAB volgt dat voor dit feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd. Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. 5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt verder vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland dat zij uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie een eventuele straf beter in Nederland kan ondergaan dan in Denemarken. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van haar belangen in Nederland. De overlevering kan daarom worden toegestaan als is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon in Nederland de straf mag ondergaan wanneer zij na overlevering in Denemarken wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. The Director of Public Prosecutions Denmark heeft op 19 juni 2026 de volgende garantie gegeven: “By European arrest warrant of 6 May 2026, the Danish authorities made a request for surrender of [opgeëiste persoon], a Dutch national born on [geboortedag] 2002, for the purpose of prosecution in Denmark. By e-mail of 18 June 2026, the authorities of the Netherlands requested a guarantee that [opgeëiste persoon] will be allowed to serve her sentence in the Netherlands, if she receives a final and enforceable unconditional prison sentence by the Danish courts. In compliance with article 5 (3) of the Council Framework Decision on European Arrest Warrant and the surrender procedures between Member States (2002/584/JHA) and based on the request of the Dutch judicia! authorities, the Danish Director of Public Prosecutions hereby guarantees that [opgeëiste persoon], if surrendered to the Danish authorities, after being heard, will be returned to the Netherlands to serve her sentence. The guarantee only allows the Dutch authorities to alter any sentence by the Danish court within the conditions set out in Article 8 of the Framework Decision 2008/909, as amended by Framework Decision 2009/299. The Danish Director of Public Prosecutions guarantees that [opgeëiste persoon] will be officially instructed during the procedures in Denmark about her right to request a prison sentence or other measure depriving her of her liberty served in the Netherlands.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het EAB ziet op een feit dat geacht wordt geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan. Het bewijs in de strafzaak bevindt zich in Denemarken, de beslissing tot uithuisplaatsing van het kind is een Deense beslissing en Nederland is niet voornemens om het feit zelf te vervolgen. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen standpunt ingenomen. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt voorop dat: - aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; - de gedachte achter de facultatieve weigeringsgrond is ervoor te zorgen dat de opgeëiste persoon wordt vervolgd door die rechterlijke autoriteit – uitvaardigend of uitvoerend – die zich vanuit het oogpunt van een goede strafrechtsbedeling in de meest adequate positie bevindt; - voor het overige beoogt deze facultatieve weigeringsgrond te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. De rechtbank moet bij haar beoordeling rekening houden met de omstandigheden van het geval, zoals: de aard en kenmerken van het strafbare feit, en in het bijzonder, de eventuele internationale dimensie daarvan of de omstandigheid dat het feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie; de plaats waar de nadelen van het feit zich verwezenlijken; de locatie van de slachtoffers; de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen; en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in voorkomend geval, in de uitvoerende lidstaat. Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten vormt daarom het gegeven dat het feit wordt geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. 7 Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe. 8 Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 9 Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Odense Court voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. de Bie, voorzitter, mrs. A.R.P.J. Davids en H.J.H. van Meegen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2026. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. ( Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers ), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64. Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW. HvJ EU 12 februari 2026, C-712/25 PPU, ECLI:EU:C:2026:101 ( Rastoshev ) (punt 42). HvJ EU 12 februari 2026, C-712/25 PPU, ECLI:EU:C:2026:101 ( Rastoshev ) (punt 47).