# Rechtbank Noord-Holland, 18-08-2026 (HAA 26/3317)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Noord-Holland
- Identifier: ECLI:NL:RBNHO:2026:11579
- Date: 2026-08-18
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNHO%3A2026%3A11579
- Canonical: https://overview.legal/posts/353653

## Summary

Zorgaanbieder heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwijzing van een toezichthouder. Verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang.

## Full text

18 augRECHTBANK NOORD-HOLLAND Bestuursrecht zaaknummer: HAA 26/3317 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 augustus 2026 in de zaak tussen Stichting [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar , het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit van 21 april 2026. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. 1.2. Met het bestreden besluit van 21 april 2026 heeft het college een toezichthouder (medewerker van de GGD [plaats] ) “rechtmatigheid Wmo en Jeugd” aangewezen, uitsluitend voor zover en ten behoeve van het onderzoek naar aanbieder [verzoekster] / Safehouse [naam] te [plaats] . Dit besluit is geanonimiseerd gepubliceerd. 1.3. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. 3. Verzoekster heeft ten aanzien van het spoedeisend belang naar voren gebracht dat dit meervoudig is. Volgens verzoekster is sprake van privacy- en gegevensschade. Het aanwijzingsbesluit maakt mogelijk dat een bovenregionale toezichthouder gevoelige informatie vordert, verwerkt en rapporteert over een safe-housecontext. Verder is sprake van cliëntveiligheid. Het gaat om een kwetsbare doelgroep die kan worden ontregeld, bijvoorbeeld door plotselinge benadering, suggestieve vragen, locatie-onrust. Voorts stelt verzoekster dat sprake is van reputatie- en continuïteitsschade. Ook is sprake van bewijsrisico. Achteraf kan niet meer worden vastgesteld wie welke informatie heeft ontvangen, of die informatie als concept of definitie is gepresenteerd of de betwisting is meegestuurd en welke gegevens al dan niet zijn doorgedeeld. 4. Het college heeft zich ten aanzien van de spoedeisendheid op het standpunt gesteld dat niet gebleken is dat de aanwijzing van een toezichthouder op zichzelf leidt tot onomkeerbare gevolgen. De enkele omstandigheid dat onderzoek plaatsvindt, maakt nog niet dat er sprake is van spoedeisende schade die niet kan worden hersteld in de bezwaarprocedure. Het onderzoek bevind zich in een fase waarin feiten worden verzameld en beoordeeld. De voorzieningenrechter maakt uit het verweerschrift verder op dat het bezwaar mogelijk niet-ontvankelijk is, omdat het te laat is ingediend of omdat verzoekster niet als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden beschouwd. 5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bestreden besluit uitsluitend ziet op de (tijdelijke, specifieke) aanwijzing van een toezichthouder. Ook in een geval als dit, waar de toezichthouder is aangewezen voor een specifiek onderzoek, leidt dat niet tot onomkeerbare gevolgen. In zijn algemeenheid zal immers eerst nadat een onderzoek is afgerond het bestuursorgaan maatregelen kunnen nemen, als dat op grond van de resultaten van het onderzoek noodzakelijk is. 6. De door verzoekster geuite zorgen betreffende onder andere gegevensbescherming en cliëntveiligheid maken dit niet anders. De voorzieningenrechter wijst er daarbij op dat ook deze toezichthouder gebonden is aan de in de Awb neergelegde waarborgen. 7. De voorzieningenrechter ziet gelet op het voorgaande geen reden waarom verzoekster de behandeling van haar bezwaar niet zou kunnen afwachten, waarbij in aanmerking is genomen dat het college verwacht de beslissing op het bezwaar op relatief korte termijn (15 september 2026) te kunnen nemen. 8. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. Conclusie en gevolgen 9. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353653 · 2026-09-03
