Rechtbank Amsterdam, 27-08-2026 (C/13/783445)
Inzageverzoek artikel 195 Rv. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerders over de gevraagde gegevens beschikken. Verzoek wordt afgewezen.
Full text
RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer / rekestnummer: C/13/783445 / HA RK 26-48 Beschikking van 27 augustus 2026 in de zaak van PAYVICKI LLC , gevestigd in Morgantown (Verenigde Staten), verzoekende partij, hierna te noemen: Payvicki, advocaat: mr. A.A. Krips, tegen 1 PAYVISION B.V., gevestigd in Amsterdam, 2. PAYVISION HOLDING B.V. , gevestigd in Amsterdam, 3. TRAVIX HOLDING B.V. , gevestigd in Amsterdam, 4. TRAVIX INTERNATIONAL B.V. , gevestigd in Amsterdam, 5. TRAVIX NEDERLAND B.V. , gevestigd in Amsterdam, verwerende partijen, verwerende partijen 1 en 2 samen te noemen: Payvision, verwerende partijen 3 t/m 5 samen te noemen: Travix Groep, advocaat Payvision: mr. A.J. Haasjes. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met producties, - de aanvullende producties van Payvicki, - het verweerschrift van Payvision, met producties, - het verweerschrift van Travix Groep, met producties, - het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 juli 2026 en de daarin genoemde stukken. De zittingsaantekeningen van de griffier zijn aan het dossier toegevoegd. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. In 2014 hebben Payvicki en Payvision US, een Amerikaanse dochtervennootschap van Payvision, een Strategic Partnership Agreement (hierna: SPA) gesloten. Beide partijen waren toen actief als Payment Service Providers . In de SPA is bepaald dat Payvision US commissie moet betalen aan Payvicki als Payvicki een klant bij Payvision US zou aanbrengen. Deze commissie bedroeg een percentage van de omzet die Payvision US zou behalen bij die door Payvicki aangebrachte klant. 2.2. Omstreeks 2015/2016 heeft Payvicki Travix Travel (Hong Kong) Limited (hierna: Travix), een online reisbureau, bij Payvision US aangebracht als klant. Op 1 maart 2016 hebben Acapture APAC Limited (hierna: Acapture), destijds een dochtervennootschap van Payvision, en Travix een Merchant Agreement gesloten voor de afwikkeling van het betalingsverkeer voor Travix. 2.3. Op 10 maart 2016 zijn 4 testbetalingen gedaan om te zien of de systemen van Payvision en Travix compatible waren. 2.4. Op 17 maart 2016 hebben Payvision en Payvicki een Financial Agreement gesloten. Daarin is bepaald dat Payvision aan commissie een percentage van 25% betaalt van de behaalde omzet bij klanten die door Payvicki zijn aangebracht. 2.5. Op 18 maart 2016 heeft Payvision aan Payvicki laten weten, voor zover relevant: “ The merchant account is live, so once the integration is finished I hope to see processing pretty soon. So, it sounds like Travix needs to complete the integration an then they can begin processing. ” 2.6. Op 21 september 2016 heeft Payvision aan Payvicki laten weten dat Travix het project niet wilde voortzetten. 2.7. Op 30 september 2020 heeft Payvicki een claim ingediend bij Payvision. Volgens Payvicki heeft Payvision/Acapture aanzienlijke omzet behaald door afwikkeling van betalingsverkeer voor Travix en moet daarvan de helft worden afgedragen aan Payvicki. Payvision heeft die claim afgewezen omdat volgens haar Payvision en Acapture geen betalingen voor Travix hebben afgewikkeld. Payvicki is daarna een procedure gestart in de Verenigde Staten waarin Payvision US verweer heeft gevoerd. Payvicki heeft de procedure in december 2022 ingetrokken. Acapture is op 4 maart 2022 is ontbonden en Payvision US op 31 januari 2023. 2.8. In april 2025 heeft Payvicki deze rechtbank gevraagd een voorlopig getuigenverhoor te bevelen omdat Payvicki vermoedt dat Payvision en haar voormalige bestuurders alles in het werk hebben gesteld om onder de betalingsverplichtingen uit de SPA uit te komen. 2.9. Op 30 oktober 2025 heeft de rechtbank een getuigenverhoor bevolen van enkele van de door Payvicki opgevoerde getuigen over de vraag of er betalingsverkeer is geweest tussen Payvision of Acapture en Travix. Vervolgens is een datum voor het getuigenverhoor bepaald. Payvicki heeft verzocht het getuigenverhoor aan te houden omdat zij eerst van Payvision en Travix Groep inzage wil hebben in gegevens. De rechtbank heeft dit verzoek om aanhouding van het getuigenverhoor toegestaan. 2.10. Daarna heeft Payvision Payvicki benaderd en gevraagd waarin zij inzage wil hebben. Payvicki heeft Payvision en Travix Groep (onder andere) gevraagd om onderzoek te doen in haar systemen naar voor Travix-entiteiten afgewikkelde betalingen door Payvision en Acapture. Payvision en Travix Groep hebben Payvicki van hun zoekresultaten op de hoogte gebracht en laten weten dat er geen betalingsverkeer is gevonden, anders dan de 4 testbetalingen op 10 maart 2016. Payvision en Travix Groep hebben zich op het standpunt gesteld dat zij met de verstrekte informatie aan Payvicki voldoende inzage hebben gegeven. Payvicki heeft vervolgens de zoekresultaten ter discussie gesteld en Payvision onder meer gevraagd om toegang tot haar systemen. Payvision en Travix Groep hebben aan dit verzoek geen gehoor gegeven. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. Payvicki heeft de rechtbank, samengevat, verzocht te bevelen dat Payvision inzage verstrekt in aan Travix gerelateerde gegevens en Travix Groep aan Payvision gerelateerde gegevens, en heeft dit gespecificeerd in producties 59 en 60 van haar verzoekschrift. 3.2. Payvision en Travix Groep verzetten zich tegen toewijzing van het inzageverzoek en willen dat Payvicki in de (werkelijke) proceskosten wordt veroordeeld, met rente. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, verder ingegaan. 4 De beoordeling Toetsingskader inzageverzoek 4.1. In artikel 195 lid 1 Rv is bepaald dat de rechter op verzoek van de partij die daar op recht op heeft, de wederpartij kan bevelen inzage te verstrekken van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. Op grond van artikel 194 lid 1 Rv komt het recht op inzage van a) bepaalde gegevens toe aan b) een partij bij een rechtsbetrekking, als zij c) daarbij voldoende belang heeft. De partij die inzage verzoekt, moet haar belang daarbij duidelijk omschrijven en zo nodig onderbouwen. Daarbij zal door de verzoeker (hier: Payvicki) aannemelijk moeten worden gemaakt dat de wederpartij (hier: Payvision en Travix Groep) over die gegevens beschikt of deze eenvoudig van een derde kan krijgen. De wederpartij is niet verplicht tot het geven van inzage als zij een beroep kan doen op een verschoningsrecht of als gewichtige redenen daaraan in de weg staan. Payvicki heeft niet aannemelijk gemaakt dat Payvision en Travix Groep over de gevraagde gegevens beschikken 4.2. Volgens Payvision en Travix Groep moet het verzoek van Payvicki worden afgewezen omdat zij niet beschikken over de gevraagde gegevens. Er is namelijk geen betalingsverkeer geweest tussen Payvision en Travix Groep. Dit blijkt ook uit de gegevens waarin Payvicki al inzage heeft gekregen. 4.3. Payvicki meent dat er indicaties zijn dat er wel betalingsverkeer is geweest tussen Payvision en Travix. Dit volgt volgens Payvicki uit: i) de opgenomen een verklaring van [naam 1] namens Travix in een nieuwsbrief van 19 oktober 2015: “ We find the Payvision infographics and country reports extremely helpful when considering entry into new markets. Reading about the payment preferences and industry trends in each market helped us make strategic business decisions when considering overseas expansion.” ii) dat Travix is genoemd op pagina 23 en 29 in een door Payvision opgesteld document genaamd ‘Key Business Drivers and Opportunities in Cross-Border eCommerce’ van oktober 2015, iii) de e-mail van 18 maart 2016 van [naam 2] van Payvision waarin hij meldt “ the merchant account is live ”, iv) Travix in de jaarrekening 2016 is vermeld als één van Payvision haar belangrijkste klanten. 4.4. De rechtbank is van oordeel dat Payvicki niet aannemelijk heeft gemaakt dat Payvision en/of Travix Groep over de gegevens beschikken waarin Payvicki inzage wil hebben. Daarvoor geldt het volgende. 4.5. Uit de verklaring van [naam 1] kan, anders dan Payvicki stelt, niet worden afgeleid dat Payvision betalingen afwikkelde voor Travix. [naam 1] benoemt dat Travix de “ infographics and country reports ” van Payvision behulpzaam vindt. Payvision heeft naar voren gebracht dat het hier om een marketing product van Payvision ging waarin bijvoorbeeld voor een land werd weergegeven wat de meest gebruikte betalingsmethode is. Ook heeft Payvision verwezen naar verklaringen van [naam 1] van 2020 en 2022 waarin hij verklaart dat Payvision geen betalingsverkeer voor Travix heeft afgewikkeld omdat de systemen niet compatible waren. Uit de vermelding van Travix in het document ‘Key Business Drivers and Opportunities in Cross-Border eCommerce’ van oktober 2015 kan evenmin worden afgeleid dat Payvision betalingen afwikkelde voor Travix. 4.6. Anders dan Payvicki meent, impliceert het ‘ live gaan ’ van de Travix merchant account op 18 maart 2026 ook niet dat er betalingsverkeer is geweest. In de e-mail van Payvision aan Payvicki van die datum staat namelijk ook dat er op dat moment nog een integratie moet plaatsvinden voordat Payvision betalingen kan gaan afwikkelen voor Travix. Dat die integratie daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat Payvision daarna betalingen voor Travix is gaan afwikkelen, is niet komen vast te staan. Travix Groep heeft naar voren gebracht dat de technische integratie niet is gelukt omdat de vereiste technische integratie met Ogone/Ingenico niet tot stand is gekomen. Travix heeft haar betalingsverkeer vervolgens bij Worldpay ondergebracht. Niet gebleken is dat dit onjuist is en het strookt ook met de mededeling van 21 september 2016 van Payvision aan Payvicki dat zij van Travix had vernomen dat het project was geëindigd en Travix met een andere partij in zee was gegaan. 4.7. Tot slot geldt dat, anders dan Payvicki stelt, in de jaarrekening 2016 niet is genoemd dat Travix één van de belangrijkste klanten van Payvision is. Het staat er niet en uit de verklaring van [naam 1] in de jaarrekening, die overeenkomt met zijn verklaring in de nieuwsbrief van 19 oktober 2015, kan dit ook niet worden afgeleid. 4.8. Dit betekent dat het verzoek van Payvicki vooral een fishing expedition is. Het gaat Payvicki om inzage in mogelijk bestaande gegevens om te bezien of daarin de informatie staat die zij veronderstelt. Terwijl die veronderstelling, ook gelet op de gemotiveerde betwisting van Payvision en Travix Groep, niet voldoende is onderbouwd en daarvoor ook onvoldoende aanwijzing bestaat. Alleen een vermoeden is niet genoeg om het bestaan van gegevens te kunnen aannemen. Daarmee is niet voldaan aan een van de vereisten voor een inzageverzoek wat betekent dat het verzoek niet toewijsbaar is. De overige vereisten kunnen onbesproken blijven. Dat de rechtbank het eerdere verzoek van Payvicki om een voorlopig getuigenverhoor deels heeft toegewezen doet hieraan niet af. Daarvoor geldt een ander toetsingskader dan voor het verzoek om inzage, zoals ook blijkt uit de beschikking van 30 oktober 2025 van de rechtbank. Payvicki moet de (forfaitaire) proceskosten betalen, met rente 4.9. Travix Groep heeft gevraagd Payvicki in de proceskosten te veroordelen. Payvision heeft verzocht Payvicki in de werkelijke proceskosten te veroordelen, of driemaal het forfaitaire bedrag, omdat sprake is van misbruik van recht. Volgens Payvision was voor het inzageverzoek aan de rechtbank al duidelijk dat Payvision en Travix Groep niet over de gevraagde gegevens beschikken omdat (ook) uit de zoekopdrachten is gebleken dat Payvision geen betalingen voor Travix heeft afgewikkeld. 4.10. De rechtbank wijst het verzoek van Payvision om een werkelijke proceskostenveroordeling af. Een veroordeling daartoe kan alleen in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het instellen van een vordering evident ongegrond is en daarom in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Weliswaar hebben Payvision en Travix Groep Payvicki voor indiening van het inzageverzoek toegang gegeven tot gegevens, maar dat brengt nog niet mee dat Payvicki bewust een evident ongegronde vordering heeft ingesteld. Hierbij speelt ook mee dat de rechtbank heeft ingestemd met het verzoek van Payvicki om het getuigenverhoor aan te houden omdat Payvicki eerst inzage wilde in gegevens. 4.11. Payvicki wordt daarom veroordeeld in de gebruikelijke (forfaitaire) proceskosten. Deze worden voor Payvision begroot op: - advocaatkosten € 1.306 (2 punten * € 653 (tarief II) - nakosten € 189 (plus de kosten zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.495 De proceskosten van Travix worden begroot op: - advocaatkosten € 653 (1 punt * € 653 (tarief II) - nakosten € 189 (plus de kosten zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 842 4.12. De door Payvision en Travix Groep gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De rechtbank 5.1. wijst het verzochte af, 5.2. veroordeelt Payvicki in de proceskosten van € 1.495 van Payvision, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Payvicki niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt Payvicki in de proceskosten van € 842 van Travix GroepPayvision, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Payvicki niet tijdig aan deze proceskostenveroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt Payvicki tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten van Payvision en Travix Groep als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.4. verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.L.S. Kalff, rechter, bijgestaan door mr. N. Noordmans, griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.