Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-07-2026 (C/02/449010 / KG ZA 26-303 (E))
Erfrecht. Kort geding. Vordering van legitimaris, niet erfgenaam, jegens vereffenaar/erfgenaam tot afgifte van stukken wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Het is aan de legitimaris zelf te wijten dat zij niet of niet eerder over de door haar verlangde stukken en inlichtingen kon beschikken. De vereffenaar is bereid deze informatie te verstrekken. Het geschil of de reeds verstrekte inlichtingen juist zijn is ter beoordeling aan de bodemrechter. Er is nadere bewijslevering nodig en daarvoor is in kort geding geen plaats.
Full text
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: C/02/449010/ KG ZA 26-303 Vonnis in kort geding van 17 juli 2026 in de zaak van [legitimaris] , wonende in [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: ‘ [legitimaris] ’, advocaat: mr. B.M. Breedijk, tegen [vereffenaar] in haar hoedanigheid van erfgenaam én vereffenaar, wonende in [plaats 2] , gedaagde partij, hierna in beide hoedanigheden te noemen: ‘de vereffenaar’, advocaat: mr. C. Gelijn. 1 Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure volgt uit: -de dagvaarding met producties; -de mondelinge behandeling en de hiervan gemaakte aantekeningen door de griffier waaraan de pleitaantekeningen van de advocaten zijn gehecht; -de eiswijziging van 9 juli 2026. 1.2. Op heden is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Op [datum] 2025 is mevrouw [erflaatster] (hierna ook: erflaatster) overleden. [legitimaris] is een dochter van erflaatster. Blijkens haar testament van 5 juli 2016 heeft erflaatster [legitimaris] onterfd. 2.2. In dit testament heeft erflaatster bij erfstelling de vereffenaar tot haar enige erfgenaam benoemd. 2.3. De vereffenaar tevens enig erfgenaam heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. 2.4. De vereffenaar heeft een (beperkte) boedelvolmacht aan [persoon] (hierna: ‘ [persoon] ’) verleend. 2.5. [legitimaris] maakt als afstammeling van erflaatster aanspraak op haar legitieme portie. 2.6. Bij brief van 23 december 2025 vraagt [legitimaris] om naleving van de informatieplicht van de vereffenaar. Bij onder meer de e-mailberichten van 22 januari 2026, 16 februari 2026, 4 maart 2026, 12 maart 2026 en 27 maart 2026 wordt dit verzoek herhaald. 3 De vordering 3.1. Na wijziging van de eis vordert [legitimaris] -verkort en zakelijk weergegeven- dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de vereffenaar veroordeelt: I. om de volgende inlichtingen te verstrekken: -een boedelbeschrijving; -gewaarmerkt afschrift van testament; -afschrift aangifte erfbelasting en aanslag; -afschriften van bank-, spaar-, beleggings- en overige rekeningen over de periode vanaf 12 november 2020 tot heden; -WOZ beschikking en taxatie van onroerende zaak; -overzicht van alle schulden van erflaatster; -overzicht van alle giften in de periode 12 november 2020 tot 12 november 2025; -verzekeringspolissen, pensioenrechten en eventuele samenlevingsovereenkomst of huwelijkse voorwaarden; -overige bescheiden die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de legitieme portie; II. om een dwangsom van € 1.000,00 te betalen voor elke dag dat de vereffenaar nalaat om aan de veroordeling van sub 1 te voldoen tot een maximum van € 100.000,00; en III. in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. De vereffenaar/ [persoon] weigert volgens [legitimaris] te voldoen aan haar plicht om de inlichtingen van artikel 4:78 BW en/of artikel 194 Rv aan haar te verstrekken en zij komt niet met stukken over de brug. Diverse verzoeken en sommaties zijn tevergeefs aan de vereffenaar verstuurd zodat de vereffenaar hiertoe bij rechterlijke beslissing dient te worden gedwongen. 3.3. De vereffenaar verweert zich onder meer met de stelling dat voor de legitimaris informatie is te vinden in de beveiligde digitale omgeving Mijnerfenis.nl . Om toegang te krijgen tot dit portaal dient [legitimaris] haar contactgegevens aan de boedelgevolmachtigde te verstrekken. Voor het kunnen doen van de aangifte dient [legitimaris] haar BSN-nummer aan de boedelgevolmachtigde te verstrekken. Hiermee neemt [legitimaris] (of beter gezegd: incassospecialist [naam 1] /incassomedewerker [naam 2] die voor [legitimaris] corresponderen) geen genoegen. Ook verlangt [persoon] volgens [legitimaris] onterecht een door [legitimaris] aan [naam 1] / [naam 2] verstrekte volmacht waarzonder [persoon] niet bereid is om aan [naam 1] / [naam 2] inzage te verlenen in het digitale portaal Mijnerfenis.nl . De rechtsgrondslagen van de vordering zijn de artikelen 4:78 BW en 194 Rv. 3.4. Kort voor de zitting op 9 juli 2026 stelt de advocaat van de vereffenaar stukken aan mr. Breedijk ter beschikking (vergelijk de brief van 3 juli 2026 met bijlagen) waarop mr. Breedijk bij brief van 6 juli 2026 reageert. In deze brief van mr. Breedijk wordt niet alleen de waardering uitgesproken voor de recente verstrekking van de stukken, maar ook wordt hierin gesteld dat de verstrekte inlichtingen onvolledig en/of onjuist zijn. 4 De beoordeling 4.1. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vordering in kort geding alleen toewijsbaar is wanneer op grond van de stellingen van partijen en de hieraan gegeven onderbouwing -al dan niet door middel van documenten- voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter tot toewijzing zal overgaan. 4.2. De voorzieningenrechter stelt voorts voorop dat een legitimaris tegenover een erfgenaam aanspraak kan maken op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitimaire aanspraak nodig heeft. De erfgenaam dient deze inlichtingen desverlangd aan de legitimaris te verstrekken. Het geschil kenmerkt zich naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter doordat [naam 1] / [naam 2] er een zinloze krachtmeting van hebben gemaakt: mag [persoon] voorwaarden voor de verstrekking van de inlichtingen stellen? 4.3. Uit de over en weer gevoerde correspondentie volgt dat [persoon] zich weldegelijk bereid heeft verklaard om de verlangde inlichtingen aan [legitimaris] te verstrekken. Zij stelt zich evenwel op het standpunt dat [naam 1] / [naam 2] hun bevoegdheid om namens [legitimaris] te mogen handelen moeten aantonen: [naam 1] / [naam 2] zijn immers geen advocaat. Mr. B.M. Breedijk -advocaat en van wie geen volmacht mag worden verlangd- heeft zich tot het uitbrengen van de dagvaarding niet eerder tot [persoon] gewend met het verzoek om vertrouwelijke gegevens te verstrekken. Nu de verlangde stukken vertrouwelijke gegevens bevatten die ook onder het bereik van de AVG vallen, stelt [persoon] zich terecht op het standpunt dat [naam 1] / [naam 2] over een volmacht van [legitimaris] dienen te beschikken en dat [naam 1] / [naam 2] deze volmacht aan haar moeten verstrekken voordat vertrouwelijke gegevens aan [naam 1] / [naam 2] mogen worden verstrekt. Uit de verklaring van erfrecht blijkt overigens genoegzaam dat [persoon] wél over een volmacht van de vereffenaar beschikt. 4.4. Voor wat betreft de verstrekking van de inlichtingen en stukken aan [legitimaris] zelf heeft [persoon] geen belemmeringen opgeworpen. Deze gegevens worden naarmate ze beschikbaar worden geüpload in het beveiligde digitale portaal. Dat voor de toegang tot deze beveiligde omgeving de verstrekking van contactgegevens van [legitimaris] is vereist, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen serieuze of noemenswaardige door [persoon] opgeworpen belemmering. Het gaat dan om niet meer dan een e-mailadres en/of telefoonnummer. Onduidelijk is gebleven waarom [legitimaris] weigert om haar contactgegevens aan [persoon] te verstrekken. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat het aan [legitimaris] zelf toerekenbaar is dat zij niet of niet eerder over de door haarzelf verlangde inlichtingen en stukken kan of heeft kunnen beschikken. 4.5. Overigens staat buiten kijf dat de vereffenaar de informatie aan [legitimaris] dient te verstrekken. De vereffenaar betwist dat ook niet en heeft zich hiertoe ook bereid verklaard. Dat blijkt uit correspondentie van [persoon] waarin is te lezen dat zij bereid is inlichtingen en stukken te verstrekken als i. contactgegevens, ii. een schriftelijke volmacht en iii. BSN-nummer voor het kunnen doen van aangifte erfbelasting worden verstrekt. Uit productie 13 van [legitimaris] blijkt dat aan mr. Breedijk inlichtingen en stukken zijn verstrekt. Een belang bij toewijzing van de vordering heeft [legitimaris] niet. Met de wijze waarop [persoon] deze stukken wil verstrekken, houdt de vereffenaar rekening met de vertrouwelijkheid ervan en met de bescherming van de persoonsgegevens die hierin zijn vermeld. Daarmee verricht [persoon] haar taak op prudente wijze en in overeenstemming met wat haar beroepsregels van haar verwachten. 4.6. Het geschil of de reeds overgelegde stukken en inlichtingen juist en/of volledig zijn – de voorzieningenrechter leidt uit productie 14 van mr. Breedijk af dat hij van mening is dat dit niet het geval is – dient aan de bodemrechter te worden voorgelegd en niet aan de voorzieningenrechter in dit kort geding. Nadere bewijslevering zal nodig zijn omdat de vereffenaar de onvolledigheid en/of onjuistheid van de inlichtingen en stukken betwist. De bodemrechter kan bewijslevering opgedragen, maar dit kort geding leent zich daarvoor niet. 4.7. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [legitimaris] geen (spoedeisend) belang bij haar vordering heeft. De bereidverklaring van [persoon] om inlichtingen te verstrekken ligt in de correspondentie vast. De belemmeringen die zij opwerpt dan wel heeft opgeworpen is dat deze inlichtingen in een beveiligd digitaal portaal beschikbaar worden gesteld en dat [naam 1] / [naam 2] hun bevoegdheid aantonen om namens de legitimaris te handelen. Zoals hiervoor reeds geoordeeld mocht [persoon] deze voorwaarden stellen. Over de juistheid en volledigheid van de verstrekte inlichtingen en stukken laat de voorzieningenrechter zich niet uit: de bodemrechter zal hierover behoren te oordelen. 4.8. Nu [legitimaris] in het ongelijk zal worden gesteld, zal zij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van de vereffenaar als volgt vastgesteld: -vastrecht € 341,00 -salaris € 1.177,00 -na-kosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing -------------- totaal € 1.707,00 4.9. De voorzieningenrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. 4.10. Alle overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking meer. 5 5. De beslissing De voorzieningenrechter: 5.1. wijst af de vordering; 5.2. veroordeelt [legitimaris] in de proceskosten van de vereffenaar die tot op heden op € 1.707,00 worden vastgesteld, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met na-kosten van € 98,00 en de kosten van betekening zelf als [legitimaris] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.3. veroordeelt [legitimaris] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Luijks en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.