# Rechtbank Den Haag, 12-08-2025 (AWB - 25 _ 3479)

- Type: Case Law
- Source: Rechtbank Den Haag
- Identifier: ECLI:NL:RBDHA:2025:28082
- Date: 2025-08-12
- Original: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBDHA%3A2025%3A28082
- Canonical: https://overview.legal/posts/353683

## Summary

Verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk. Verzoek om vrijstelling van betaling van het griffierecht is afgewezen. Het griffierecht is daarna niet tijdig voldaan. Niet gebleken is dat dit verontschuldigbaar is.

## Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/3479 uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2025 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoekster] , verzoekster, tegen de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), verweerder. Inleiding 1. Bij het (primaire) bestreden besluit van 24 april 2025 heeft verweerder, naar aanleiding van een ingebrekestelling van verzoekster van 3 maart 2025 wegens het gesteld niet tijdig beslissen op haar verzoek om handhaving van 19 april 2017 (22017-03240), meegedeeld dat op 6 juni 2017 een besluit is genomen op dat verzoek. Er is geen sprake van niet tijdig beslissen en verweerder is haar geen dwangsom verschuldigd. 1.1. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het gesteld niet tijdig beslissen door verweerder respectievelijk tegen het bestreden besluit (SGR 25/3237). Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (SGR 25/3479). 1.2. Het beroep is op 21 mei 2025 ter behandeling als bezwaar doorgezonden naar verweerder. Bij brief van 22 mei 2025 heeft de rechtbank verzoekster meegedeeld dat dit voor het verzoek om een voorlopige voorziening betekent dat het een verzoek hangende bezwaar wordt. 1.3. Bij brief van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het verzoek van verzoekster om vrijstelling van betaling van het griffierecht voor het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. 1.4. Op 27 juni 2025 is verzoekster per aangetekende post een brief (de griffierechtnota) toegezonden, waarin is meegedeeld dat zij uiterlijk twee weken na de datum van deze nota het verschuldigde griffierecht van € 194,- moet betalen. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening. 3.1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dit is ook vermeld in de griffierechtnota. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. 3.2. Uit informatie van PostNL (tracktrace) is gebleken dat de per aangetekende post verzonden brief op 1 juli 2025 om 11:44 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekster het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft betaald. Er is geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie 4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Garabitian, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2025. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 8:82 van de Awb in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.

---
Generated by overview.legal · https://overview.legal/posts/353683 · 2026-09-03
